Inspecteur - GeneraalKrijgsmacht
Jaarverslag 2009

Veteranenaangelegenheden


Algemeen

De IGK heeft in de functie van Inspecteur der Veteranen in 2009 deelgenomen aan 94
regionale, nationale en internationale herdenkingen, jaarvergaderingen van veteranenorganisaties en verenigingen, symposia en overige veteranenaangelegenheden, of heeft zich hierbij laten vertegenwoordigen.
Geconstateerd is dat de in de Notitie Uitvoering Veteranenbeleid 2008 – 2009 opgenomen
voornemens en besluiten in 2009 verder zijn uitgewerkt en het ingezette beleid verder is verankerd. Onderstaand zal specifiek worden ingegaan op een aantal onderwerpen.

Erkenning en waardering

In 2009 is sprake van een toename van het aantal bezoekers aan de Nederlandse Veteranendag in Den Haag, evenals een toename in het aantal lokale en regionale herdenkingen.
In 2008 hebben ongeveer 55.000 belangstellenden de Nederlandse veteranendag
bezocht, in 2009 bedroeg dit aantal ongeveer 70.000.
Daarnaast hebben ongeveer 300 Nederlandse gemeenten, tweederde van het totaal, op een of andere wijze aandacht besteed aan de veteranen binnen de eigen gemeentegrenzen ten opzichte van 214 gemeenten in 2008.
Bovendien is sprake van een toenemende, genuanceerde mediaaandacht voor zowel de landelijke als de lokale en regionale veteranenactiviteiten.

Het was het eerste lustrum van de Nederlandse Veteranendag, dat op grootse wijze
is gevierd onder prima weersomstandigheden. Vanwege de eerste lustrumviering is voorafgaand aan deze dag een historische fietstocht georganiseerd. Hieraan namen zowel veteranen als actief dienende militairen deel.
De tocht volgde de opmarsroute van Normandië naar Den Haag die de Prinses Irene Brigade in 1944-1945 heeft afgelegd.
Daarbij zijn kransen gelegd op die plaatsen waar de Brigade daadwerkelijk is ingezet, zoals Pont Audemer, Tilburg en Hedel. Na een ontvangst door de burgemeester van Den Haag en een korte herdenking bij de Grote Kerk is aangesloten bij het programma van de Nederlandse Veteranendag, waaronder deelname aan het defilé.

Nieuw was dit jaar de Nationale Vlaginstructie voor de Nederlandse Veteranendag.

Mede hierdoor is voor een ieder de waardering zichtbaar die de Nederlandse samenleving
heeft voor haar veteranen.
Een andere vorm van erkenning en waardering is het wederom - met terugwerkende
kracht tot 1946 - instellen van de uitgifte van een nagedachtenisoorkonde inclusief bijbehorende sculptuur aan de nabestaanden van de tijdens operationele inzet omgekomen militairen.
Ook zijn inmiddels diverse filmpremières op initiatief van het Veteraneninstituut gratis toegankelijk voor veteranen. In 2009 betrof dat bijvoorbeeld een voorpremière van de indrukwekkende Amerikaanse speelfilm ‘Brothers’ die op 5 december in Arnhem plaatsvond.


Imago veteraan

Ondanks de toename van erkenning en waardering voor veteranen is uit het jaarlijkse
opinieonderzoek door het Veteraneninstituut gebleken dat nog veel Nederlanders een eenzijdig en mogelijk een gestigmatiseerd beeld hebben van veteranen.
In het publieke debat manifesteert zich momenteel regelmatig het beeld van de veteraan als psychisch beschadigd slachtoffer, die als zodanig een risico in zich zou dragen. Doordat met name de media zich vooral richt op de relatief kleine groep (20%) zorgbehoevende veteranen in plaats van op de overgrote meerderheid die hun uitzending beschouwt als een verrijking aan het postmilitaire leven, wordt het beeld veelal bepaald door de zorggerelateerde context.

Een juist beeld over onze veteranen is belangrijk als blijk van erkenning en waardering
in de richting van de veteranen zelf als de nabestaanden en het thuisfront.
De verbetering van het imago van de veteraan is een belangrijk aspect van (na)zorg, waarvoor Defensie als goed werkgever verantwoordelijk is.
Een goede beeldvorming is ook van belang voor het imago van Defensie als aantrekkelijk werkgever.

Binding van zowel oude- als jonge veteraan
Gebleken is dat de jonge veteranen de belangstelling voor hen van Defensie als voormalig
werkgever zeer op prijs stelt, en deze belangstelling beschouwen als een belangrijke vorm van waardering. Steeds zal moeten worden bezien op welke wijze de (toekomstige) veteranen kunnen worden betrokken in het brede veld van veteranenactiviteiten en -organisaties.

In de afgelopen jaren is op het gebied van materiële en immateriële waardering veel waardevols gerealiseerd dat zeker bewaard moet blijven, zoals de jaarlijkse gratis NS-vervoersbewijzen voor veteranen, het Draaginsigne Veteraan, de veteranendagen van
de operationele commando’s en natuurlijk de jaarlijkse Nederlandse Veteranendag in juni.
Deze zaken moeten worden gekoesterd, maar tegelijk moet worden geconstateerd dat veel van deze verworvenheden zijn gericht op de wensen en behoeften van de oudere veteranen. Eerste verkennende onderzoeken tonen aan dat jongere veteranen andere wensen en behoeften hebben. Dat maakt dat het in stand houden van wat in het verleden is gerealiseerd niet voldoende is: ook het onderwerp ‘maatschappelijke waardering’ vraagt om actualisering en daarmee om een adequate afstemming op de wensen en behoeften van jonge veteranen
.

Zie ook proefschrift ‘Meaning as a mission: making sense of war and peacekeeping’ van Dr. Michaela Schok, wetenschappelijk medewerker bij het kennis- en onderzoekscentrum van het Veteraneninstituut.

In dit kader is het vermeldenswaardig dat de voorzitter van het Veteranenplatform
en de directeur van het Veteraneninstituut op een constructieve wijze invulling geven aan hun (hernieuwde) samenwerking, die zich onder meer zal gaan richten op wensen en behoeften van de categorie ‘jonge veteranen’. Daarnaast zal aan het Veteranenplatform en aan de organisaties die daarvan deel uitmaken meer publiciteitsruimte worden geboden in het veteranentijdschrift Checkpoint.

Landelijk Zorgsysteem voor Veteranen
Het bestuur van het Landelijk Zorgsysteem voor Veteranen heeft in 2009 grote inspanning
geleverd om de inrichting van de civiel-militaire ketenzorgorganisatie te verstevigen met een nieuw convenant. Dit is veel meer dan het eerste convenant van 2007 een uitgewerkte samenwerkingsovereenkomst.
Hoewel betrokken partijen het nieuwe convenant naar verwachting in 2010 zullen ondertekenen, is nu al een essentiële kwaliteitsslag gemaakt.
Voorbeelden zijn de 24-uurs bereikbaarheid van het Centraal Aanmeldingspunt bij het Veteraneninstituut, die op verzoek van de Tweede Kamer en in samenwerking met het Dienstencentrum Bedrijfsmaatschappelijk Werk van het ministerie van Defensie kon worden gerealiseerd.

Daarnaast heeft het Landelijk Zorgsysteem voor Veteranen in 2009 een eerste beleidsnotitie communicatie uitgebracht en een start gemaakt met de vorming van een eigen
zichtbare identiteit.
Deze ontwikkeling verdient temeer waardering, omdat het hier een civiel-militaire samenwerking van aanzienlijke omvang betreft, met 19 partijen.

Taken van de Inspecteur-Generaal der Kr ijgsmacht en de Inspecteur der Veteranen


Algemeen
De militairen en burgers bij Defensie doen belangrijk, afwisselend en uitdagend werk.
In Nederland en vaak ook ver daarbuiten.
Meestal is dat werk plezierig en inspirerend, maar niet altijd. In elke arbeidssituatie kunnen zich immers problemen voordoen, waardoor het welzijn of de rechtspositie van het personeel in het geding raakt. In zulke gevallen kan er behoefte bestaan aan een onafhankelijk persoon, die luistert naar hun verhaal en die zo nodig bemiddelt bij het vinden van een oplossing.
Zo iemand is er binnen Defensie in de persoon van de Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht (IGK). Om de onafhankelijkheid te waarborgen valt de IGK rechtstreeks onder de minister van
Defensie en staat daarmee buiten de militaire hiërarchie.
De IGK heeft tot taak de minister van Defensie, gevraagd of ongevraagd, te adviseren
over alle vraagstukken die de krijgsmacht raken en een onderzoek in te stellen of te bemiddelen in individuele aangelegenheden. Personeel (ook voormalig of potentieel personeel) van Defensie of verwanten kunnen hun verhaal voorleggen aan de IGK.

De IGK heeft toegang tot alle delen van de defensieorganisatie. Hij is bevoegd om alle
documenten in te zien en vergaderingen bij te wonen.


Er is veel veranderd sinds wijlen Z.K.H. Prins Bernhard der Nederlanden in 1945 aantrad als eerste Inspecteur-Generaal.
Zo heeft het thema ‘vrede en veiligheid’ een compleet andere betekenis gekregen en dat heeft op zijn beurt ingrijpende gevolgen gehad voor Defensie. Immers, daar waar de krijgsmacht in omvang sterk is verkleind, doet vooral de daadwerkelijke inzet in internationaal verband een steeds groter beroep op de organisatie.


Dat blijft niet zonder gevolgen voor het personeel en het beleid inzake arbeidsvoorwaarden,
veiligheid, gezondheid en (na)zorg.
Wat niet is veranderd in al die decennia, is het uitgangspunt waarop het werk van de IGK is gefundeerd. Dat was, is en blijft het inzicht dat het belangrijk is dat de IGK zich onder meer inzet voor de leef- en werkomstandigheden die het functioneren van de Nederlandse krijgsmacht ten goede komt. Voor de individuele burger- of militaire (ex-) medewerker en zijn of haar thuisfront is dat niet zomaar een geruststellende opmerking, het is een belofte.


De taken en bevoegdheden van de Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht staan vermeld
in de ‘Instructie voor de Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht’, vastgesteld bij Koninklijk Besluit van 12 december 1969, nr. 26, laatstelijk gewijzigd bij Koninklijk besluit van 30 juni 1980, nr. 110.



<< Terug