Reis - Dagboek van Joop Romkema; één van de initiatiefnemers van het eerste uur
voor het verkrijgen van erkenning door de Koninklijke Marine
en mede samensteller van het boek "Breukvlak tussen woestijn en water".

De Agadir-reizigers gingen in twee groepen op reis.
De reizigers waren grofweg verdeeld in boven en onder de rivieren.
De ene groep vertrok vanaf Amsterdam - Schiphol met Royal Air Maroc
en de andere groep vloog vanaf Brussel- Zaventem.
Vanuit “Defensie” waren aan het gezelschap een Arts, Aalmoezenier en een Iman toegevoegd .


Woensdag 24 februari 2010; een heenreis met hindernissen:
Om 13.30 uur stonden wij thuis klaar voor de reis naar Agadir.

Het wachten was op de bus die ons met nog een aantal noorderlingen naar Amsterdam - Schiphol zou brengen.

De bus zou in Leeuwarden praktisch voor onze voordeur stoppen en wij konden dan ook de bus vanuit huis zien  aankomen.

Via Heerenveen, Steenwijk, Meppel en Zwolle kwamen wij met enige vertraging om 17.30 uur op Schiphol aan.

Nadat wij hadden ingecheckt en een kop koffie
hadden genuttigd, konden wij bij de gate
kennismaken met de andere Agadir-reizigers.

Wij kregen een batch met daarop onze naam, en het logo van de Stichting Agadir 1960 – 2010 uitgereikt, zodat wij voor een ieder te herkennen waren.

Aan boord van het vliegtuig werden wij niet alleen verwelkomt door een stewardess, maar ook door een tweetal marechaussees.

Zij hadden de taak ons voor te bereiden op de komst van een onwillige passagier. Een Marokkaan die uitgezet werd door de vreemdelingen politie.

Deze jonge Marokkaan was het hier duidelijk niet mee eens en maakte dit op zeer luidruchtige wijze kenbaar.
Toen de jongeman na een half uur wat bedaard was, konden wij eindelijk van Schiphol vertrekken.


In Frankrijk en Spanje was er een staking onder de luchtverkeersleiders, met als gevolg dat ons vliegtuig niet over deze landen mocht vliegen.

Via een omweg over Duitsland, Oostenrijk en Italië vlogen wij naar Fés in Marokko om aldaar rond het middernachtelijk uur een tussenlanding te maken om brandstof te tanken.
In Casablanca zouden wij overstappen op een binnenlandse vlucht naar Agadir.
Helaas misten wij deze vlucht doordat wij door alle vertragingen te laat arriveerden in Casablanca.

Wat nu?

Gelukkig bevond zich Laila als tolk in ons gezelschap. Deze dame van Nederlandse Marokkaanse afkomst en echtgenote van een Iman was met ons meegereisd. Haar echtgenoot, Iman,  is geestelijke verzorger bij de Nederlandse Krijgsmacht en was met de andere groep vanuit Brussel naar Agadir gereisd.
Laila heeft met de vliegtuigmaatschappij Royal Air Maroc onderhandeld en er voor gezorgd dat wij in een hotel konden overnachten op kosten van Royal Air Maroc.


Even was er nog wat verwarring over de bagage. Wel of niet meenemen naar het hotel. Uiteindelijk hebben wij al onze bagage meegenomen.
Er ontstond wat paniek, omdat wij een koffer kwijt waren. Door het toeschieten van een behulpzame medewerker van het vliegveld, kwam de koffer uiteindelijk toch boven water.

Buiten moesten wij nog een poosje wachten op de shuttlebus die ons naar het hotel in Casablanca zou brengen.
De bus was klein en moest een paar keer heen en weer rijden om ons allemaal + bagage naar het hotel te brengen.
Om een uur of twee ’s nachts kwamen wij daar aan.

Na wat formulieren te hebben ingevuld konden wij eindelijk om half drie in de morgen doodmoe naar onze kamer.
Eerst hebben wij nog een fles water gekocht om wat te drinken en onze tanden te kunnen poetsen.
Later bleek dat ze ons voor dit water, flink hebben laten betalen.


 

Donderdag 25 februari 2010:
Om 06.15 uur ging de telefoon om ons te wekken, een kwartier later dan wij hadden gehoopt.

Om 07.00 uur zou namelijk de shuttlebus voor het hotel staan, dat was dus haasten om nog voor
07.00 uur te kunnen ontbijten.
Het was me het nachtje wel!

Nadat wij op het vliegveld in Casablanca ingecheckt hadden, verliep de reis naar Agadir voorspoedig.

Op de vluchthaven in Agadir werden wij verwelkomt door een aantal mensen van de Nederlandse Ambassade waaronder onze ambassadeur in Marokko.

Afgelopen woensdagnacht had men tevergeefs op ons staan wachten en waren blij dat wij er nu waren.
Onderweg in de bus naar het hotel, Club Al Moggar, werden wij bijgepraat.

Wederom kregen wij formulieren om in te vullen die het inchecken bij de receptie van het hotel zouden bespoedigen.

Het officiële programma Agadir 1960- 2010 zou om 15.00 uur starten, zodat onze groep ook even de tijd kreeg om te acclimatiseren. Wij hebben daar dankbaar gebruik van gemaakt, want wij voelden ons verre van fit.

De andere groep had meer geluk gehad. Zij waren bijna een dag eerder in Agadir gearriveerd.


Onze kamer zag er redelijk uit en lag dicht bij één van de zwembaden van het hotel.

Het was prachtig weer en een verademing na de lange winter in Nederland.
Nadat wij de koffers uitgepakt hadden, hebben wij een duik in het zwembad genomen. Dit was wel even schrikken, want het water was niet zo warm als wij verwacht hadden, maar wij zijn er heerlijk van opgefrist.

Nadien was er nog wat tijd om via een achteruitgang van het hotel de boulevard van Agadir te verkennen.
Vanuit het hotel kon je de Kasbaruïne zien waar o.a. in 1960 de aardbeving had plaatsgevonden.

Om 15.00 uur werd de bijeenkomst officieel geopend door onze Ambassadeur in Marokko en de burgemeester van Agadir.

Ter herinnering aan ons bezoek kreeg de burgemeester van Agadir een wapenschildje met opschrift van Hr.Ms. De Ruyter overhandigd.

Onder het genot van muntthee, koffie, water en zoete Marokkaanse koekjes kon nu het hele gezelschap kennis met elkaar maken.
 
Later in de middag stonden er bussen klaar om ons naar een Marokkaanse folkloristische voorstelling “Follie Berbere” te brengen.

Wij werden er hartelijk ontvangen door een heel kleurrijk gezelschap met paarden, kamelen en de onvermijdelijke muntthee. Een waterman in zijn kleurrijk kostuum liet zich graag tegen betaling fotograferen.

Daarna werd ons gezelschap vergast op muziek dans, acrobatiek en een buikdanseres voerde met veel verve haar act uit. Tot slot kwam nog een slangenbezweerder het podium op.

Liefhebbers konden ook nog een ritje op een kameel maken. Slechts een paar mensen waagden zich hieraan, waaronder mijn echtgenote.

Tegen acht uur in de avond reden wij met de bus weer terug naar ons hotel om een hapje te eten.
Eerst hebben wij nog buiten op het terras een goed glas wijn gedronken en genoten van de prachtige zonsondergang.

Tijdens het lopend buffet maakten we kennis met Sietske de Boer, een Nederlandse journaliste, die in Marokko woont.
Zij maakte voor de EO-omroep een reportage over onze trip naar Agadir. Ook was zij gevraagd door de Leeuwardercourant om een artikel over ons bezoek te schrijven voor in de zaterdag editie van 6 maart 2010.

Het klikte tussen ons en zij wilde mij, Wim van Slooten en Pier de Jong de volgende dag interviewen boven bij De Kasbaruïne. Daar hadden wij geen bezwaar tegen.

Tot ons de ogen bijna toevielen van vermoeidheid hebben wij genoeglijk met elkaar zitten praten.


Vrijdag 26 februari 2010: de dag dat de aardbeving officieel werd herdacht:

Om 10.00 uur waren wij aanwezig bij hotel Dune d’Or voor de opening van de tentoonstelling Agadir 1960 – 2010.
De tentoonstelling werd geopend door Prinses Lalla Malika.

Deze Prinses is de tante van de huidige koning van Marokko en beschermvrouwe van de Marokkaanse Halve maan een zuster organisatie van het Rode kruis. Zij was in 1960 daadwerkelijk actief na de aardbeving in Agadir en vertegenwoordigde deze dag het koninklijk huis van Marokko.

Toen wij aankwamen stond de erewacht al klaar voor de ontvangst van Prinses Lalla Malika.
Prachtig uitgedoste mannen in wit en blauwe klederdracht met tulband en zwaard.

Bij het hotel waren twee tenten opgezet voor de genodigden. Eén tent was van binnen ingericht met prachtige oosterse schilderingen en tapijten op de vloer met in het midden een lange tafel met allerhande zoete versnaperingen en vruchtendranken. Zo werd het wachten op de Prinses veraangenaamd.
Zo goed en zo kwaad als het ging hebben wij een praatje aangeknoopt met een paar Marokkaanse heren in witte lange jurken. Dit bleek het nationale kledingstuk van Marokko de “Djellaba” te zijn, een lang overkleed met capuchon dat van voren geheel dicht is op de open hals na.

Ook droegen zij de typische Marokkaanse pantoffels, genaamd “Belgha”. Deze muilen zonder hiel zijn gemaakt van zacht leer en gewoonlijk lichtgeel of wit van kleur. Zij wilden wel met mij van kleding ruilen maar dan moest ik mijn onderscheidingen erbij doen. Dat hebben we maar niet gedaan.

Die nacht had het geregend en er was een hele plas water op het tentdoek blijven liggen.
Ik stond precies onder de rand van het tentdoek en kreeg niets vermoedend tijdens een windvlaag een hele plens water over mij heen. Ik was kletsnat. Van alle kanten werd te hulp geschoten om mij weer droog te wrijven.


Na een uurtje wachten arriveerde eindelijk
Prinses Lalla Malika. Wij zagen een fragiele dame van ca. 77 jaar.

Zij bleek een zuster van de vorige koning Hassan II te zijn dus een tante van de huidige koning Mohammed VI.

Wij hebben maar weinig van haar te zien gekregen, zoveel mensen liepen er om haar heen.

Nadat zij de tentoonstelling Agadir 1960 -2010 had geopend en bekeken vertrok zij weer richting paleis.


Nu konden ook wij in alle rust de tentoonstelling bekijken. Het was indrukwekkend en het maakte de tongen los.


Er was ook een Franse delegatie hulpverleners aanwezig en met een paar van hen hebben wij in het Engels onze ervaringen van toen uitgewisseld.
 

Aankomst van Prinses Lalla Malika in broekpak.

 
Toen werd het tijd voor de lunch, die werd aangeboden door de Nederlandse ambassadeur in Marokko.
Het was een verrukkelijk lopend buffet en dit keer werd er naast water ook wijn en bier bij het eten geserveerd.
De bediening sleepte met parasols om ons uit de volle zon te houden, want het was behoorlijk warm.

’s Middags kwam Prinses Lalla Malika weer haar opwachting maken om samen met ons naar een film te kijken over de
gevolgen van de aardbeving in Agadir.
In deze film, gemaakt door een Marokkaanse filmploeg, werd Marokkaans Arabisch en Frans gesproken. Via een koptelefoon, konden wij de vertaling in het Nederlands horen.

Wat ons opviel was de hulp die België geboden had. Veel Marokkaanse wezen werden na de aardbeving in Belgische gezinnen opgevangen. Vele van hen werden later door deze gezinnen geadopteerd en zijn in België gebleven.

Aan het eind van de middag bood de Stichting Agadir 1960 - 2010 Prinses Lalla Malika een schilderij van
Hr.Ms. de Ruyter aan.
Dit schip was namelijk het grootste en leidende schip van smaldeel I, dat hulp had verleend bij de aardbeving in Agadir.

Samen met Sietske de Boer, freelance journalist, zijn Wim van Slooten, Pier en Mieke de Jong, ik en echtgenote Jannetje per taxi terug naar ons hotel gegaan.

Wij hebben ons snel omgekleed in vrijetijdskledij, Sietske had gevraagd om samen naar de Kasbaruïne te gaan en daar een interview te maken voor het radioprogramma “Dit is de dag” van de  Evangelische Omroep.

Ik was verrast door de emoties, die het interview en het bezoek aan De Kasbaruïne  bij mij losmaakten.

Boven op de berg had je een prachtig uitzicht over de haven en de huidige stad Agadir.
Via een poort, waaruit bleek dat wij niet de enigste Nederlanders waren geweest die Agadir aandeden. Op de poort stond het opschrift “Vreest God ende eert den Koning 1746”. Een kasba is een imposante, hoog oprijzende woonburcht.


Terug bij ons hotel ontstond er onenigheid over de vooraf afgesproken prijs met een taxichauffeur, omdat hij zogenaamd tien minuten langer had moeten wachten.
Sietske, die de taal goed spreekt, liet dit niet over haar kant gaan. Uiteindelijk werden zij het eens over de prijs.

Later die avond waren wij uitgenodigd in het vijf sterren hotel Atlantic Palace, waar ons een diner aan geboden werd door
Prinses Lalla Malika.

Een hotel met veel pracht en praal. Wij hebben onze ogen uitgekeken. Het was wel even zoeken om een goed plaatsje te vinden in de eetzaal. Het rook er lekker.

Hotel Atlantic Palace

De menukaart zag er prachtig uit.

Toen de Prinses was gearriveerd kon het diner worden uitgeserveerd.
De Prinses was dit maal gekleed in een prachtig lichtblauw gewaad met om haar taille een gouden centuur.

Bij ons aan tafel had o.a. de Nederlandse militair attaché en zijn echtgenote plaatsgenomen.
Uiteraard werd er geen alcohol geschonken. Water, cola of sinasdrank stond op tafel.

Het voorgerecht was een schotel met verschillende salades.


Toen werd er een aan het spit gebraden lam op tafel gezet, gevolgd door een grote vis met kop en al en een tajine met gevogelte. Dit alles werd zonder saus, aardappelen of groente gegeten.
Het geheel werd afgesloten met een grote schaal vers fruit, muntthee en zoete koekjes.


Voordat wij naar onze hotelkamer zijn gegaan hebben wij in goed gezelschap nog een glas wijn genomen en nog wat gezellig nagepraat.

Zaterdag 27 februari 2010: uitstapje naar Taroudannt:
Om een uur of negen in de ochtend vertrok ons gezelschap naar de stad Taroudannt, zo’n 80 kilometer van Agadir vandaan.

Vanuit Agadir leidt een lange weg langs de Qued Sous door de Sousvallei naar Taroudannt.
De Qued Sous, een rivier, zorgt voor de bevloeiing van de vallei die zich uitstrekt tussen de hoge Atlas en de Anti-Atlas.
Vanuit de bus konden wij de besneeuwde toppen zien van de Hoge Atlas.
De streek wordt bebouwd met olijf-, sinaasappel-, argania- en eucalyptusbomen enz.

Normaal viel er in de vallei zo’n 100 ml regen per jaar, maar het afgelopen jaar was dat aanzienlijk meer geweest
ca. 600 ml. En daarom zag de omgeving er nu zo fris groen uit.

Halverwege de reis zijn wij gestopt om iets heel aparts te bekijken. In deze streek vind je niet alleen vogels, maar ook geiten in de bomen. Zij klimmen langs de kronkelige stam van de arganiaboom omhoog om de vruchten van de bomen te plukken.

Tegen koffietijd kwamen we in Taroudannt aan. Taroudannt is omgegeven door gekanteelde muren van roodbruine aarde met palmen er omheen.
Eerst zijn wij langs de ommuring omhoog geklommen om het uitzicht over de stad te bewonderen, om vervolgens voor een koffiebreak naar hotel Palais Salam te gaan.

Dit bijzondere hotel was in vroegere tijden het paleis waar de gouverneur woonde. Het heeft een eigen poort in de stadsmuur.
Voordat wij aan de koffie gingen hebben we het hotel en de mooi aangelegde binnentuin bekeken.
Dat was zeker de moeite waard, maar de bediening was niet berekend op zo’n groot aantal gasten die allemaal tegelijk koffie wilden drinken.


Na de koffie was er nog tijd om een wandeling door de Soek te maken.


Maar eerst hebben wij een winkel bezocht waar allerlei producten te koop waren, die gemaakt waren van de vruchten van de arganiaboom.

Zoals middelen tegen spataders, verstopte neus, parfum en olie voor salades enz.

Echtgenote Jannetje kocht een flesje parfum en olie voor in de salade.


Naar mijn idee had deze parfum dezelfde geur als die ik de avond er voor  in de eetzaal van Hotel Atlantic Palais had geroken.

Al draaiende wordt de olie uit de vruchten van de Arganiaboom geperst.

Onder leiding van Laila, onze tolk, hebben enkelen van ons inkopen gedaan in de Soek.

Mijn Jannetje kreeg bijna woorden met een nogal omvangrijke koopman, omdat zij zijn uitgestalde handel ongevraagd had gefotografeerd.

Voor de lunch werden wij in het Berberdorpje Tioute verwacht een paar kilometer buiten Taroudannt.
De huizen van dit dorp zijn van leem gemaakt en eigen handig door de bewoners gebouwd.
Ze staan dicht op elkaar en er zijn geen trottoirs of verharde wegen. Weggetjes van zand en keien, zeer onregelmatig.
De gastheren stonden ons al op te wachten.


Wij werden ontvangen in een soort binnenplein met lage tafels, banken en poefs.

Toen kregen wij een groene soep geserveerd met een stuk brood  (leek op een grote, dikke pannenkoek),
waar een ieder een stuk  vanaf kon nemen.

Daarna kwam kip in de tajine met vruchten en wat groente.

Deze kip hebben wij met onze handen opgegeten en smaakte verrukkelijk.

Wij vonden de kip hier lekkerder dan eerder in het vijf sterrenhotel Atlantic Palace.

Eigenlijk mag je alleen je rechterhand gebruiken bij het eten. De linkerhand mag niet worden gebruikt, want die is onrein aangezien die ter reiniging op  het toilet wordt gebruikt.

Overigens waren de toiletten hier schoon en fris.

Ook hier kwam weer de schaal met vers fruit op tafel en thee met zoete koekjes.
Twee heren, vrouwen waren nergens te bekennen, verzorgden de theeceremonie, waarna het feest kon beginnen met zang en dans.

Toen wij daar genoeg van hadden, bood
de reisleidster aan om een wandeling door het dorp te maken.
Buiten gekomen zag het zwart van de ezels en de eigenaren nodigden ons uit om vooral een ritje te maken op zijn/haar ezel. Dit natuurlijk tegen betaling.

De wandeling viel ons echter tegen omdat het wegdek vol met keien en gaten zat en wij alsmaar lastig werden gevallen door bedelende kinderen.

Terug in ons hotel moesten wij ons snel omkleden, want dit keer bood de burgermeester van Agadir ons gezelschap een lopend buffet aan in hotel Royal Mirage Agadir.

Niet met de bus maar er lopend naar toe. De reisleidster had ons namelijk verteld dat hotel Royal Mirage Agadir maar
zo’n twee honderd meter lopen van ons hotel verwijderd zou zijn. Dat bleek een misrekening, het was wel 3 kilometer lopen.

Niet dat wij dit erg vonden, maar het begon halverwege te regenen en daar was niemand in ons gezelschap op gekleed. Het heeft wel wat, om met een zo’n grote groep mensen op stap te gaan.

Gelukkig was er een shuttlebusje beschikbaar voor de mensen die slecht ter been waren.

Later na het eten vonden wij het heel ontspannend om weer terug naar ons hotel te wandelen.
Wij sliepen die nacht heel goed.


Zondag 28 februari 2010: afsluiting van onze Agadir reis:
Na het ontbijt hebben wij een bezoek gebracht aan de Kasbaruïne.

Jannetje en ik zijn niet meer helemaal naar boven gegaan. Donderdagmiddag waren wij daar al geweest.

Wij  genoten vanaf de parkeerplaats van het uitzicht en hebben wat souvenirs gekocht bij de aanwezige kooplieden.

Ten slotte heeft Sietske de Boer de Friese deelnemers aan deze reis op de foto gezet.

Vervolgens maakten wij per bus een rondrit door Agadir.

De begraafplaats hebben wij niet bezocht, omdat  men de doden met rust laat..

Terug in ons hotel moesten wij ons weer snel omkleden voor de herdenkingsdienst in de Rooms Katholieke kerk, “St. Annakerk”, in Agadir.
Het was een sfeervolle oecumenische herdenkingsdienst, die werd voorgegaan door onze Vlootaalmoezenier.
Hij had mij van tevoren gevraagd of ik de Eerste lezing wilde doen, Genesis 15,5 -12, 17 en 18 en dat is goed gegaan.
Onze krijgsmacht- Iman heeft ook voor ons gebeden en dat was voor ons westerlingen wel apart.
Na zijn gebed heeft hij ons uitgelegd wat hij had gebeden.
 

Ter afsluiting werd er in de kerk een officiële militaire herdenking
gehouden onder leiding van de Nederlandse militaire attaché.

De Nederlandse vlag werd de kerk binnengedragen en de Jannen
van toen brachten de militaire groet.

Door het bestuur van de Stichting Agadir 1960 – 2010,
Nederlandse ambassade en Koninklijke Marine werden kransen
gelegd en tot slot hebben wij met elkaar uit volle borst het
Wilhelmus gezongen.

Buiten de kerk werden de mannen gevraagd zich op te stellen
voor een groepsfoto.

Na de lunch, die ons werd aangeboden door de reisleidster,
hebben Jannetje en ik niet aan het officiële programma
deelgenomen, maar zijn het zwembad ingedoken en daarna
opgefrist een wandeling over de boulevard gemaakt.
De boog kan niet altijd gespannen zijn.

Om vijf uur ’s middags moesten wij in de hoteltuin klaar staan
voor een groepsfoto van alle deelnemers aan
Agadir 1960 – 2010 dit als een aandenken aan de afgelopen
dagen.


De reis naar Agadir was een succes geworden en een ieder werd
bedankt die daar aan had meegewerkt.
Er werd nog een film getoond en de voorzitter van de Lyonsclub van  Agadir heeft nog een dankwoordje gesproken en
toen was het tijd voor een afsluitende borrel.

Na een gezellig borreluurtje en avondeten zijn wij naar bed gegaan, want wij moesten om 03.45 uur in de lobby van ons
hotel klaar staan voor de terugreis. Dit in tegenstelling tot de andere groep, die later in de morgen kon vertrekken.

Deelnemers Agadir 1960 - 2010

Maandag 1 maart 2010: terugreis
Om 03.00 uur in de ochtend werden wij per telefoon gewekt door de receptie. Wij hadden ons nog maar nauwelijks gedoucht toen er al iemand voor de deur stond om onze bagage op te halen. Gelukkig hadden we de avond te voren alles al in gereedheid gebracht, zodat hij onze koffers gelijk kon meenemen naar de lobby.

Het hotel was tegen een helling gebouwd en om in de lobby te kunnen komen moest je allerlei trappen nemen.
Er was geen lift aanwezig. Het was fijn dat er iemand was die onze bagage naar boven bracht.

Precies om 03.45 uur zijn wij vertrokken naar het vliegveld bij Agadir. De reis verliep dit keer zonder hindernissen.
Ook het overstappen in Casablanca voor onze vlucht naar Amsterdam verliep sneller dan wij gedacht hadden.
Tijdens onze vlucht naar Amsterdam kregen wij een ontbijt gereserveerd met Beghrir: een pannenkoek van griesmeel en tarwe, herkenbaar aan de gaatjes op de oppervlakte, en Harsja: pannenkoekjes met thee/koffie en frisdrank naar keuze.

Op Schiphol stond de bus naar Friesland al op ons te wachten, die ons weer netjes thuis heeft gebracht.

Er was nog één verrassing voor ons.
Fam. de Jong had per abuis onze koffer meegenomen. Na wat getelefoneer zijn de koffers de andere middag  omgewisseld.

Honds moe, maar heel voldaan kwamen wij na een terugreis van 13 uren weer thuis.
Wij hebben genoten van deze bijzondere reis en het souvenir, een mini Tajine, dat wij in Agadir gekregen hebben staat nu als aandenken op mijn bureau te pronken.

Het was jammer dat er geen rust puntjes in het programma waren ingebouwd, maar verder prima in orde.

Weer thuis

Joop Romkema