Veteranen-Online heeft in de afgelopen periode aandacht gevraagd voor de onhoudbare situatie die was ontstaan rond het Koopvaardijmonument De Boeg.
Mede dank zij onze inzet is er in 2005 een verbetering opgetreden.
 

Stichting Koopvaardijpersoneel 1940 - 1945
                                                                  
                                            

CONTACT

e-mail:
gerrit.winterswijk@planet.nl      

e-mail: cap.tromp@planet.nl                                                                            

MONUMENT ROTTERDAM

Met vele veteranen zijn wij uitermate teleurgesteld in de gang van zaken rondom het Nationaal Monument voor de Koopvaardij De Boeg op het Leuvehoofd te Rotterdam. Tijdens de bouw van de Erasmusbrug werd daar een tijdelijk kantoor voor Spido langs het water neergezet. Oud-burgemeester B. Peper beloofde per schrijven van 11.03.1994:

'Ik kan u verzekeren dat de huidige, inderdaad wat rommelige situatie rond het monument van tijdelijke aard is'.
Toen Spido in 2002 naar een nieuw kantoor kon verhuizen was het Leuvehoofd weer vrij van bouwwerken en werd de belofte uit dezelfde brief waargemaakt: ...het monument op de huidige piek beter dan ooit zal worden gezien en beleefd.

Het was voor korte duur. Wie schetst onze verbazing toen we in de zomer van 2004 het moesten meemaken dat pal tegen het monument een op zichzelf al lelijk disco-achtig bouwwerk was neergezet, een zandvlakte was geschapen  en het geheel met een rietenschutting werd omgeven dat het lage gedeelte van het monument aan het zicht ontrok.
Bij de toegangspoort waren op stellages nog twee auto's als blikvanger geplaatst. Na de zomer bleef de boel staan om tijdens de kerstvakantie dienst te kunnen doen voor de ijsbaan, die het strand verving.
Was er dan in Rotterdam geen enkel respect voor de W02-slachtoffers van de Nederlandse koopvaardij die in de Tweede Wereldoorlog de grootste waardevolle bijdragen geleverd heeft aan het Nederlandse aandeel in de geallieerde eindoverwinning (citaat uit het standaardwerk De Nederlandse Koopvaardij in de Tweede Wereldoorlog door L.L. von Munching). Nabestaanden, die bij De Boeg een moment willen stilstaan om omgekomen familieleden te herdenken, die nooit zijn thuisgevaren en de wereldzeeën als graf hebben,   vonden voor de beeldengroep die het Monument siert, nauwelijks ruimte. Door ons werd officieel een bezwaar ingediend bij B&W van Rotterdam.

Vele veteranen uit onze kring hebben eveneens geprotesteerd tegen deze respectloze behandeling van De Boeg.
Door Joop Romkema van Veteranen-Online werd actie ondernomen wat heeft geleid tot eveneens veel protesten en zelfs tot vragen door raadsleden aan B&W van Rotterdam. Rotterdamse dagbladen en ook een landelijk blad, evenals vele maritieme bladen hebben aan de situatie rond De Boeg aandacht gegeven. Op Radio Rijnmond en TV werden rapportages uitgezonden.

Inmiddels hadden wij van de verantwoordelijke wethouder de toezegging gekregen dat bij een volgend evenement op deze locatie vooraf, dus in het stadium van planvorming, met onze Stichting contact zal worden gezocht om te komen tot een voor alle partijen acceptabel gebruik van het gebied. Het wordt door de Stichting betreurd dat (nog) niet toegezegd werd dat het Leuvehoofd vrij van evenementen zal worden gehouden.
Wij accepteren dat een oorlogsmonument een onderdeel is van onze samenleving. Dat betekent ook dat er rekening gehouden moet worden met gevoelens van de veteranen en vooral van de nabestaanden. Men mag van de overheid verwachten de waardigheid van een monument te respecteren. Dat was in 2004 voor het Nationaal  Monument voor de Koopvaardij De Boeg in Rotterdam niet het geval. 

In ieder geval is op 4 mei a.s. het Leuvehoofd vrij van enige bebouwing. Wij hopen dat op die dag  bij de jaarlijkse herdenkingsplechtigheid velen aanwezig zullen zijn om hiermee ook aan te geven hoe belangrijk het is, ook nu zestig jaar na de Tweede Wereldoorlog, om op waardige wijze, juist op deze piek aan de Nieuwe Maas de koopvaardij gevallenen te herdenken.


Beleid BWV 127377

Rotterdam, 22 februari 2005. 

Beantwoording van de schriftelijke vragen van de heer M.J. Smit over Koopvaardijmonument De Boeg 

Aan de Gemeenteraad. 

Op 28 december 2004 heeft het lid van uw gemeenteraad, de heer M.J. Smit ons schriftelijke vragen gesteld over het Koopvaardijmonument “De Boeg”. 

Inleidend stelt de heer Smit het volgende:

“Bij het koopvaardijmonument “De Boeg”heeft de gemeente toegestaan dat er tijdens de zomer en winter een evenemententerrein is ingericht. Hierdoor wordt het monument gedeeltelijk aan het zicht onttrokken!. Het Nationaal Koopvaardijmonument is opgericht ter nagedachtenis aan de meer dan 3500 burgeropvarenden die het leven lieten bij de ondergang van bijna 500 Nederlandse koopvaardijschepen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het oorspronkelijk ontwerp van de beeldhouwer A. Carasso bestond uit niet meer dan een boeg en de boeggolven. Het was een monument van grote symbolische betekenis, waarbij “grote” ook letterlijk genomen kan worden, want het beeld kreeg in de visie van Carasso gigantische afmetingen. Je ziet dat eigenlijk pas goed als je er werkelijk recht onder staat. De Boeg is 45 meter hoog. Bij het nader uitwerken van de plannen werd besloten, het monument te verrijken met een 8 meter hoge beeldengroep aan de voet. Deze beeldt solidariteit en redding uit. In reactie op de klacht van veteranen zegt uw college:”voor 2005 zal rekening worden gehouden met de bezwaren van de oorlogsveteranen door meer ruimte voor het Monument te creëren”.  

Hieronder volgen de vragen van de heer Smit en onze antwoorden. 

Vraag 1:
Bent u met mij eens dat klachten van veteranen en nabestaanden van de zeevarenden heel serieus moeten worden genomen?Antwoord:

Wij nemen alle klachten heel serieus, en dus ook deze.


Vraag 2:
Bent u met mij eens dat de omgeving van het Nationaal Koopvaardijmonument gevrijwaard moet blijven van allerlei horeca en feestactiviteiten, zoals nu het geval is?
Antwoord
:
Wij zijn van oordeel dat het Leuvehoofd een schitterende en unieke plek in de stad is. En dat wij de Rotterdammers en bezoekers van onze stad een dienst bewijzen door hen de gelegenheid te geven om op deze typisch Rotterdamse locatie van allerlei evenementen te kunnen genieten, zoals o.a. van de ijsbaan en het strand. Uiteraard dient dat met respect voor het monument te gebeuren.

Omdat wij de klachten van de veteranen en nabestaanden van de zeevarenden serieus nemen, heeft een ambtelijke vertegenwoordiging een gesprek geëntameerd met de Stichting Koopvaardijpersoneel. In dat gesprek is namens de gemeente aangegeven dat de inrichting van het Leuvehoofd met de ijsbaan, zo pal op “De Boeg” geen schoonheidsprijs verdient. Aan de Stichting is toegezegd dat bij een volgende editie van ‘strand aan de Maas’ (opbouw na 5 mei a.s.) niet alleen met de stichting zal worden overlegd over de inpassing van de activiteiten, maar dat ook rekening zal worden gehouden met de wensen van de Stichting Koopvaardijpersoneel. Tevens is meegedeeld dat het Leuvehoofd is opgenomen in de plannen voor de zgn. ‘4 x 3 ‘projecten.

Er zijn ook afspraken gemaakt om de inrichting van de openbare ruimte bij activiteiten op het Leuvehoofd in goed onderling overleg te bezien. De Stichting toonde zich tevreden met de toezeggingen.

Hieraan voegen wij toe dat vanzelfsprekend ook rekening zal worden gehouden met mogelijke extra herdenkingen die in het kader van 60 jaar bevrijding zullen worden gehouden.

Vraag 3:
Bent u het met mij eens dat het monument, zeker gezien de visie van de beeldhouwer, alleen tot zijn recht komt als er geen semi-permanente obstakels pal op het monument staan?
Antwoord:

Het monument komt vanzelfsprekend het best tot zijn recht op een “leeg” Leuvehoofd. Echter, zoals gezegd, willen wij deze prachtlocatie niet onbenut laten en evenementen met een per definitie tijdelijk karakter toestaan, mits er sprake is van een respectvolle balans tussen monument en activiteiten.


Vraag 4:
Klopt het dat uw College voor durf staat?
Antwoord
:
U vraagt naar de bekende weg.


Vraag 5:
Zo ja: waarom durft u dan niet duidelijk tegen de veteranen te zeggen: in 2005 geen semi-permanente obstakels zoals een ijsbaan en of zomerstrand/discotent pal op het Monument!
Antwoord
:
Wij durven te zeggen dat wij het toejuichen dat er in 2005 wederom activiteiten op het Leuvehoofd zullen worden georganiseerd.

Burgemeester en Wethouders van Rotterdam,

 De Secretaris,                                                                  De Burgemeester,  

A.H.P. van Gils                                                                 I.W. Opstelten

 Behandelend ambtenaar: E.P. van Noort

 


Herinnering

Het zal ongeveer dertig jaar geleden zijn dat ik als invalkracht werkzaam was op een school.
Aan het einde van de dag bracht ik de sleutel van het leslokaal terug naar de conciërge.
Daar zat hij, op een kruk stil in een hoek voor zich uit te staren met een afwezig droeve blik in zijn ogen.
"Most kop koffie hebb'n mien jong?  Eev'n en praotje maok'n", begon hij steevast.
Natuurlijk had ik daar wel zin in.
Ik wist dat hij net als ik bij de koopvaardij had gevaren en deed wel eens een poging om daar met hem over te praten.
Maar iedere keer draaide hij het gesprek zo, dat hij over zijn kinderen en kleinkinderen in Nieuw Zeeland begon te vertellen.
Hij had zijn kleinkinderen nog nooit gezien, maar als hij met pensioen ging dan zouden hij en zijn vrouw voor een lange vakantie naar Nieuw Zeeland gaan.
In ons "praotje" ben ik nooit meer begonnen over "de goeie ouwe tijd op zee" , omdat ik het idee had gekregen dat die goeie ouwe tijd voor hem niet zo best was geweest.
Op de dag van zijn pensionering heb ik hem toegewenst dat hij een "hele dure" voor Vadertje Staat zou worden en dat hij en zijn vrouw een fijn verblijf in Nieuw Zeeland zouden hebben.
Helaas kregen wij twaalf dagen na zijn pensionering het bericht dat hij overleden was.
Na zijn crematie heb ik een tijdlang gepraat met een neef van hem - een leerling van de Zeevaartschool.
Die vertelde me, dat zijn oom in de oorlog als stoker had gevaren. De Duitsers hadden vier schepen onder hem weggeschoten.
Een van die schepen waar hij op voer was in de Ierse Zee door bommen  zwaar beschadigd en zinkende. De in- en uitgangen van de machinekamer waren door verwrongen deuren en ijzer versperd en het aanwezige wachtpersoneel - waaronder zijn oom - zaten als ratten in de val.
Blijkbaar zonk het schip niet snel genoeg naar de zin van de aanvallende Duitsers, want ze gooiden er nog een paar bommen op.
Een bom scheurde de machinekamer open en het wachtpersoneel zag kans om te ontsnappen en zich in veiligheid te brengen.
Echter...tot aan zijn dood was hij elke nacht in zijn slaap bezig om uit de machinekamer te ontsnappen.
 
Ik herinnerde mij weer die starende afwezig droeve blik in zijn ogen en kon dat nu verklaren: Ogen zijn de spiegels van de ziel. De oorlog raasde nog steeds door zijn ziel.
 
Joop, bedankt voor je inzet voor "De Boeg" .

John Goedhart