T.E.S. Thelidomus     BRON: IMH George Visser.

T2 tanker uit WO.II en zusje van de Liberty.
T.E.S. staat voor Turbine Electric Ship.
bouwjaar 1944 - 10643br.ton
1955 aangekocht door La Corona
Dit was de reder die voor de Koninklijke Shell Groep Shell Tankers 's-Gravenhage voer.
Vorige eigenaar: Anglo Saxon Petr.Co. London
1960 gesloopt in Gr. BrittaniŽ

 

Een tanker in de storm.
Ben Bekkenk  5 december 1958

5 december, St.Nicolaasavond roept bij mij altijd een herinnering op die een diepe indruk op mij heeft nagelaten.
Voor die belevenis moeten we even terug naar 5 december 1958.
Zoals alle vlootbalen van het eerste uur weten, ben ik na mijn marinetijd naar de koopvaardij verhuisd.
Dit verhaal voltrok zich in die tweede periode.

Ik was op genoemde datum kabelgast a/b van de Thelidomus een Shelltanker.
Wij vertrokken uit Miri (Engels Serawak op Borneo) met een lading voor Anna Cortez U.S.
Het agentschap had de kapitein het advies gegeven om via de Noord te gaan want rond de Philipijnen spookte het nogal.
Dus wij voeren aanvankelijk met prachtig weer langs de kust van China naar het noorden.
Op de hoogte van Japan kwam daar echter snel verandering in en de voorspelling luidde dat we een Taifoon
van ongekende kracht tegemoet gingen. Die dame luisterde naar de naam Ruth.
In de volgende dagen werd het steeds donkerder. terwijl de wind stormachtig werd.

Ter hoogte van de Aleoeten werd het een heksenketel, midden op de dag die meer op een nacht leek was de storm aangewakkerd tot 12 met stoten van ruim 160 km/u.
Het navigeren werd hierdoor ernstig bemoeilijkt, zodat er werd besloten om te gaan tornen.
Dat is de zee op de kop van het schip houden. Vooruitgang zat er nauwelijks in, alleen overeind blijven.


Even een toelichting; normaal is de zeegang op de Pacific al lekker hoog, maar omdat een golf een lengte heeft van c.a 300 meter is daar weinig van te merken, een schip duikt rustig van het ene golfdal in het andere. Bij storm wordt dat anders, dan krijg je op die lange golfslag weer kleinere en dan gaat het pas goed mis.

Het water had een onvoorstelbare kracht.
Een brandkist gevuld met zand was van zijn las geslagen en richtte enorm veel schade aan.
Doordat dat ding telkens van voor naar achter schoof, braken leidingen af als luciferhoutjes.
Hoewel de storm een niveau had bereikt die niemand ooit had meegemaakt, waren we nog niet echt benauwd.
Dat veranderde een beetje toen wij een s.o.s ontvingen van een Liberty die op 60 mijl afstand in doodsnood verkeerde.
Wij konden geen poot uitsteken om hen te helpen, want het schip was nauwelijks manoeuvreerbaar.

Later hoorde wij dat het met man en muis is vergaan.
Inmiddels was het Sinterklaasavond geworden en dit werd met een borreltje gevierd.
De stemming zat er ondanks het rot weer toch in.
Om omstreeks 11 uur s' avonds kwam de eerste stuurman naar achteren en deelde ons mee dat er ruimte was ontstaan in het voorstag.
Als daar niets aan werd gedaan zou de voormast overboord gaan.
Zo'n stag wordt op spanning gehouden door een flinke spanschroef.

We besloten om met drie man de klus te klaren, ik zou een koevoet halen om beweging in dat ding te krijgen.
En zo gingen wij via de kippenloop ( loopbrug van voor naar achter op tankers) naar de bak.
Een avontuur apart, want onderweg moesten we allerlei rotzooi ontwijken wat door de de lucht vloog.
Praten was onmogelijk want je kwam niet boven het lawaai uit, dus gebruikten wij gebarentaal.
Op het voorschip aangekomen staken wij de koevoet in de schroef en begonnen het ding aan te draaien,
wat wonderwel lukte. De timmerman beduidde dat hij bij de ankerwinch ging kijken of daar alles in orde was en even later gebeurde het.
Het voorschip dook finaal onder water en vanaf dat ogenblik worden de gebeurtenissen verteld uit de derde hand, want ik weet daar niets over.

Joop, de derde man zag het gebeuren en schreeuwde doch ik hoorde het niet.
Hij ging plat op de grond liggen en greep zich aan een rooster vast. De kracht van het water bezorgde hem toch nog vier gebroken ribben.
De timmerman en ik waren zoek dus Joop ging naar de brug om verslag te doen.

De eerste stuurman besloot om een onderzoek te gaan doen om ons eventueel op te sporen.
De kapitein verbood dat, behoud schip en lading hadden zijn prioriteit. Er ontstond een woordenwisseling die eigenlijk uitdraaide op muiterij.
De kapitein werd van zijn functie ontheven door de eerste wegens het nemen van foute beslissingen, waarmee de andere stuurlui instemden.
Hij is voor de rest van de reis onze kapitein gebleven. (Later werd de eerste stuurman door het kantoor in zijn gelijk gesteld)

Ik kwam bij kennis en merkte dat ik heen en weer geslingerd werd door het water. Mijn linker been deed pijn en ik zat met mijn hiel vast tussen twee steunen van de kippenloop.
Ik lag er onder tegen de voorkant van het centercastle ( de voorkant van de brug) en dus een reisje gemaakt van zo'n 30 meter.
Ik maakte mijn beknelde voet los en begon te kruipen, totaal gedesoriŽnteerd kroop ik naar de reling en zou zo over boord zijn geslagen als men mij niet op dat moment in het licht van een schijnwerper had ontdekt.

Spoedig had men mij te pakken en er werd nu een onderzoek naar de timmerman gedaan.
Op het moment dat het schip onderdook stond hij gebukt om de borg van het anker te checken.
Door de kracht van het water was hij het kluisgat ingedrukt en zat daar klem, met zijn hoofd naar beneden.
Zijn heupen hielden hem tegen zodat hij niet verder naar beneden kon schuiven. Ook hij werd gered.

De eerste hulp bestond uit zo'n 30 zilveren krammen die de derde stuurman overal in mijn lijf prikte om de gaten te dichten die ik tijdens mijn onvrijwillig transport had opgelopen.
Feitelijk is dat de job van de eerste stuurman, maar de derde was verloofd met een verpleegster en er werd aangenomen dat hij er het meeste verstand van had.
Ja zo gaan die dingen aan boord.

De andere dag werd het iets beter, de storm was iets afgezwakt tot beheersbaar. Men besloot om te keren naar Japan want al onze bunkers waren leeg door het tornen, er was geen fuel genoeg om de oversteek af te maken.
Wij werden in Sapporo ontvangen door de burgemeester ( toen nog de omvang van een vissersdorp) er was nog nooit zo,n groot schip geweest. De timmerman en ik werden het hospitaal ingewerkt. De derde stuurman kreeg een compliment van de dokter dat hij de krammetjes zo netjes had ingezet en daar was ik natuurlijk ook blij om.

De timmerman is per vliegtuig naar Holland vervoerd en is voor de rest van zijn leven invalide gebleven. Ik heb hem daarna nog opgezocht. Ikzelf ben vertroeteld in het ziekenhuis, men moest een groter bed maken, want die Japanners zijn een maatje kleiner als wij.
Ik was een bezienswaardigheid daar, want iedereen wou die gekke Olanda San wel eens zien in zijn rode kimono. Daarna ging ik per vliegtuig naar Anna Cortez om weer aan boord te gaan en de draad op te pikken.

Het schip had dermate averij opgelopen ( er zat een knik in) dat we haar aan het einde van die reis hebben weggebracht naar haar laatste rustplaats Loch Shwelles in Ierland. Daar ligt ze weg te roesten aan een ketting.
Gelukkig heb ik er zelf niet veel aan overgehouden, maar het is een avontuur waar ik altijd op Sinterklaas aan terug denk en blij ben dat het einde nog niet in zicht was.