De
treinkaping bij Wijster en het optreden van de luchtdoelartillerie.
Vrij vertaald naar op waarheid gebaseerde gebeurtenissen.
2 december 1975
I
“Er wordt gebeld” zeg ik slaperig tegen mijn vrouw. Het is half drie
in de ochtend.
“Onmiddellijk naar de kazerne komen”. “Waarom” wil ik nog zeggen.
Maar hij is al weer weg de motorordonnans. Ik bel de officier van
kazerne dienst : “Zeg d’r was hier net een motorordonnans aan de
deur die zei dat ik onmiddellijk moest komen opdraven, klopt dat
wel?” “Als de donder hierheen!” “Ben jij besod!” zegt de stem
getergd. Gelaten ga ik op pad om me te melden.
De kazerne ligt er verlaten bij. Alleen de wacht roert zich. De
meeste dienstplichtigen zijn nu thuis met weekend verlof. |

Jan Willem Zweers |
|
“Zeg Jan je moet naar
Wijster met je radar”. De officier van kazernedienst drukt zijn peuk
onheilspellend uit in de asbak. Het begint te dagen. Had ik de avond ervoor
niet iets op het journaal gezien? Wijster? Kapers? Molukkers?
Maar wat moet ik daar in vredesnaam met een radar beginnen?
“Waar is mijn chauffeur en mijn radar bediening” vraag ik kortaf. “Daar
staan ze toch?!” De officier van kazernedienst wijst geprikkeld opzij.
Verbaasd en verdwaasd van het bed geplukt staan daar twee onderofficieren en
een luitenant beteuterd te kijken. De duurste radar bediening ooit is een
feit.
II
Rijden met die handel! Krak- krak. Het schakelen met tussengas op een YA328
ben ik nog net niet verleerd. De 6tons aanhanger scheert rakelings langs de
stoepranden. Een koude wind blaast ons verder richting onbekend .
Busjes van de TV rijden geagiteerd rond. Wijster in het nieuws. “Volgen!”
roept iemand. Als een onheilspellende gele sphynx ligt daar de trein in het
voorterrein. Alle ramen zijn met kranten afgeplakt. Zouden de kapers ons ook
zien? De mariniers liggen vlakbij. We gaan in stelling.
Daar komt met reuzen stappen de overste K.mlink aanlopen. “Luister- elk
radio contact van de kapers moet de de kop ingedrukt worden!” ‘“Het
crisiscentrum in den Haag heeft het zo bedacht”. “We gaan ze volledig
afschermen met onze volgradar”.
De overste K.mlink boezemt plotseling ontzag en vertrouwen in. Waarom
noemden we hem eigenlijk altijd met een lachje ‘krom-en-link’ ?
III
180 Kilowatt straalt richting trein. Geen mens die het merkt. “Je kunt er
impotent van worden” grapt iemand.
Tussen ons en de trein is een weiland. Geen koe te zien. Iemand begint
driftig te zwaaien . In z’n hand houdt hij een klein zak radiootje. De lange
regenjas van de man wappert vervaarlijk. Hij rent van links naar rechts en
van voren naar achteren. Het is de overste K.mlink die alvast de proef op de
som neemt. “Richt op mij en blijf mij volgen !” roept hij. De man op het
radarrichttoestel begint de wereld voor een doedelzak aan te zien- de
volgradar begint rond te tollen. “Radar doel kwijt!”klinkt het
routineachtig. Zou den Haag zich vergist hebben?
De tijd kruipt voorbij. We beginnen de stapel bieten te ruiken die voor onze
voeten ligt opgestapeld.
In de verte hoor ik vaag het radiootje kraken: “Hilversum 1 – hier zijn de
nieuwsberichten van negen uur”. “De treinkaping in Wijster…”.
Het driftige mannetje houdt op met zwaaien. “Het werkt niet” roept de
overste terneergeslagen . Het zweet gutst van z’n voorhoofd. “Jullie worden
bedankt-- gegroet!”. “Den Haag wordt geinformeerd!”
Daar staan we dan. Een dag later mogen we naar huis.
En zo eindigt de meest merkwaardige inzet van de Luchtdoelartillerie.
Epiloog:
Aan het eind van maart 1951 ben ik in Nederland aangekomen. De regering
zei dat het tijdelijk was, maar kwam later met het excuus dat terugkeer niet
mogelijk was omdat het niet veilig zou zijn, en we daar onder een dictatuur
zouden leven. ( Dhr. Balach- een Molukker)---
Maar dat begreep deze stip pas veel later.
Jan Willem sr.
Adjudant b.d. der luchtdoelartilerie
Juli 2006