HISTORIE EN TRADITIE VAN HET GARDE-REGIMENT JAGERS

Door: Loebas Oosterbeek.

"Bij het lezen van het hiernavolgende zult Gij kennis nemen van zowel blijde als droeve tijden, maar bovenal zal bij U het besef groeien, dan wel bestendigd worden, dat U een grote eer te beurt viel toen Gij Uw dienstplicht mocht vervullen bij de eerste regimenten van ons land, de Garderegimen- ten Grenadiers en Jagers."
Deze regels, emotioneel bewogen geschreven door Luitenant-kolonel b.d. van Holthoon, voorzitter van de stichting "Fonds tot handhaving van de traditiën der Grenadiers en Jagers", maken duidelijk dat het regiment Jagers een der oudste en meest traditievolle onderdelen van het Nederlandse Leger is. De oprichting van de Garderegimenten Grenadiers en Jagers geschiedde op 7 juli 1829, door Koning Willem I die afwisselend te Brussel en 's-Gravenhage verbleef, in welke plaatsen ook de nieuwe regimenten gelegerd werden. Ook de geschiedenissen van de Grenadiers en Jagers zijn nauw met elkaar verweven. Dat vooral de eerste Jagers hun naam eer aandeden, wordt duidelijk uit het Koninklijk Besluit ter oprichting van de regimenten.

Hierin lezen we ondermeer: "De miliciens bij de Jagerbatallions in te delen, zullen worden gekozen uit de contingenten dier landstreken alwaar meer dan in andere oorden, de gelegenheid tot jagen bestaat."
Voor de officier, aan welke de eer te beurt zou vallen bij de Jagers te worden ingedeeld, was dit volgens het Koninklijk Besluit op prijs te stellen. Tevens bepaalde de Koning, dat tot de staf van de afdeling Grenadiers 18 muzikanten zouden behoren. Uit deze muzikanten is de huidige Koninklijke Militaire Kapel ontstaan.

Op 22 september 1829 ontving Jhr. Klerck uit handen van Prins Frederik op de Koninklijke Plaats te Brussel een vaandel en na ontvangst van dit symbool van alle militaire deugden marcheerden het 1e en 3e bataljon Grenadiers van Brussel naar 's-Gravenhage, waar zij met het 1e bataljon Jagers hun intrek namen in de Oranjekazerne.
Het gemeentebestuur van 's-Gravenhage had de Koning voorgesteld de kazerne Willemskazerne te noemen. In de voorgevel van het gebouw waren reeds "W"s in kransen aangebracht. De Koning besloot echter dat de naam Oranjekazerne zou zijn. Maar de "W" is altijd gebleven. in 1919 ging de kazerne in vlammen op. De naam Oranjekazerne is inmiddels bij Schaarsbergen herleefd. Het gebouw A alhier, rechts naast de hoofdpoort, is getooid met een gekroonde "W" (de "W" is nu vervangen door de "J" van Koningin Juliana).

In Brussel waren het tweede bataljon Grenadiers en het tweede bataljon Jagers achtergebleven.
Nu groeide hier de beweging die afscheiding van Nederland wilde. De eerste openlijke uitbarsting van het oproer had in augustus 1830 plaats na de operavoorstelling "De stomme van Portici" in de Muntschouwburg. Wapenwinkels werden geplunderd en weldra knalden de eerste schoten door Brussels straten. De Jagers haalden hun eerste slag binnen op de Grote Zavel te Brussel, waar zij de orde herstelden.

Op 23 september 1830 trok op bevel van Koning Willem I, een legerkorps van 14.000 man Brussel binnen, onder aanvoering van de Grenadiers en Jagers. Men stuitte op heftige tegenstand. Huis na huis, barricade na barricade moest worden veroverd. Pas toen de avond viel luwde de strijd.
De volgende ochtend werd een rood-geel-zwarte vlag van de oproerlingen veroverd, welke vlag zich nog in het Historisch Museum der Grenadiers en Jagers bevindt.

Op 26 september besloot Prins Frederik de strijd te staken. Bij de Jagers waren 1 officier, 17 onderofficieren en soldaten gesneuveld tijdens deze vuurdoop voor het regiment.
Tijdens de strijd had het muziekkorps stand gehouden in de omgeving van de Schaarbeekse Poort. Na het verlaten van de stad voegde dit korps zich bij de overige Grenadiers en Jagers zonder één man of instrument te missen.
Toen op 21 juni 1831 Koning Leopold in België in zijn nieuwe waardigheid werd bevestigd, beloofde hij Limburg bij België te doen inlijven. Koning Willem I besloot hierop opnieuw de wapens te doen spreken, hetgeen leidde tot de Tiendaagse Veldtocht. Diest werd bezet, waardoor het Belgische Maas- en Scheldeleger van elkaar werden gescheiden. Door tussenkomst van de grote mogend- heden Engeland en Frankrijk werd de strijd gestaakt. De Jagers telden 9 gesneuvelden en 6 vermisten.

Hierna viel Nederland het genoegen te beurt om ruim 100 jaar in vrede te leven. Het leger hield zich voornamelijk bezig met exercitie, marcheren, poetsen en inspecties. Omdat veel steden toen nog poorten hadden, was wachtlopen ook aan de orde van de dag. In het Reglement van de Inwendige Dienst staat o.a.: "De commandanten der poortwachten zullen des avonds een half uur voor het sluiten der poort, tegelijkertijd als zij het avondrapport zenden, de sleutels en het parool van de hoofdwacht laten halen door eenen onderofficier of korporaal, den portier en twee soldaten; bijaldien er geen portier is door een derde soldaat zonder geweer om de sleutels te dragen. De plaatsmajoor zal zich tegen dien tijd aan de hoofdwacht moeten bevinden om het parool en de sleutels uit te geven (...) De kring geformeerd zijnde, zal de plaatsmajoor den hoed afnemen om het woord te geven, dat in het oor gefluisterd zal worden."

Ook in deze tijd moest er bezuinigd worden, het leger kreeg zodoende harde klappen toegediend. In 1843 werden de regimenten Grenadiers en Jagers samengevoegd tot één regiment Grenadiers en Jagers.

In 1913 werd het leger wederom uitgebreid onder invloed van internationale spanningen.
Het regiment Grenadiers en Jagers werd een brigade, bestaande uit een regiment Grenadiers en een regiment Jagers, zodat de Grenadiers en Jagers wederom waren gesplitst. Gedurende de mobilisatie van 1914-1918 bleven de Jagers grotendeels in en om 's-Gravenhage gelegerd. In de meidagen van 1940 werden de Jagers ingezet bij de verdediging van het vliegveld Waalhaven te Rotterdam, het vliegveld Ockenburg bij 's-Gravenhage en de Grebbeberg. Vooral op en rondom Ockenburg is door de Jagers dapper gevochten, waardoor de vijand in eerste instantie werd belet in 's-Gravenhage te infiltreren en het regeringscentrum te bezetten. In deze eerste oorlogsdagen zijn in totaal 145 man van het regiment Jagers gesneuveld.

Eind 1944 is het gedeelte van ons land ten zuiden van de grote rivieren door de geallieerden bevrijd. Vele oorlogsvrijwilligers wilden zelf hun aandeel leveren in het voortgezette offensief tegen de vijand. De grondslag voor het eerste bataljon Jagers wordt gelegd. In de barre winter 1944-'45 wordt dit bataljon gelegerd in Pournes, Noord-Frankrijk, waar de eerste militaire opleiding wordt gegeven. Hierna worden stellingen ingenomen in Zeeuws-Vlaanderen. Toen H.M. Koningin Wilhelmina op 14 maart 1945 weer Nederlandse bodem betrad, waren het de Jagers, die haar verwelkomden.
In verband met de onrust, in het toenmalige Nederlands Oost-Indië, kwamen begin 1946 de eerste Jagers te Batavia aan, later gevolgd door andere bataljons. Zij namen aan de eerste en tweede politionele acties deel. In de zomer van 1950 keerden de laatste Jagers naar Nederland terug. 103 Man van het regiment Jagers zijn in Indonesië gesneuveld.

Van 1950 tot 1953 was een, geheel uit vrijwilligers bestaand, Nederlands Detachement Verenigde Naties in Korea. Het telde vele Jagers in haar gelederen. Naast overste den Ouden zijn nog enkele Jagers daar gesneuveld.
In 1948 werden de regimenten Grenadiers en Jagers, alsmede het regiment "Prinses Irene", tot Garderegimenten verheven, met het doel uitdrukking te geven aan de bijzondere betrekking waarin deze regimenten staan met het Koninklijk Huis. Het vaandel van het Garderegiment Jagers symboliseert de verbondenheid van het regiment met het Koninklijk Huis en Vaderland. Z.K.H. de Prins der Nederlanden zei bij de uitreiking van een nieuw vaandel in 1955:

"In vroeger tijden ging het vaandel mee ten strijde, het ging zelfs vooraan in de strijd. In de moderne oorlog blijft het vaandel thuis, maar in wezen is er toch niets veranderd. Want het vaandel was en is van de hoogste waarden van het regiment: de wil tot behoud van onze geestelijke vrijheid, de liefde voor ons Koningshuis en Vaderland, de bereidheid ons grondgebied te verdedigen, de gehoor- zaamheid aan de wetten en de onderlinge kameraadschap. Door het in de duinen in te graven, is het vaandel tijdens de bezetting van 1940-'45 uit handen van de bezetter gebleven.

In 1849 werd aan de Jagersbataljons een bataljonsvlag uitgereikt. De bataljonsvlag verschilt duidelijk van het vaandel. De stok is voorzien van een versierde zilveren lanspunt. Op het doek is aan beide zijden een gekroonde zilveren W geborduurd met in de hoeken een jachthoorn. Tot op heden wordt de bataljonsvlag nog altijd gevoerd door het 12 Pantser- infanteriebataljon Garde Jagers. Het Historisch Museum der Grenadiers en Jagers is thans gehuisvest in het voormalige militaire hospitaal "Onder de Linden" te Arnhem.

Aan de Hofweg te 's-Gravenhage is een monument voor Grenadiers en Jagers opgericht. Ook in de Oranjekazerne te Schaarsbergen staan twee eenvoudige monumenten, één voor de Jagers en één voor de Grenadiers. Op 7 juli is de verjaardag van het Garderegiment Jagers, dan worden tijdens een korte plechtigheid de gevallenen van het regiment herdacht.

Reeds in de vorige eeuw was de bataljonsadjudant uitgerust met een stok, bijgenaamd "de stip". Deze stok was in de eerste plaats een teken van waardigheid, maar had tevens een praktische functie. Er waren namelijk voorzieningen op aangebracht om met krijt een stip te zetten op het exercitieterrein om de plaats van de rechtervleugelman aan te geven. In de nieuwe stipstok is een smeerkoker aangebracht, zodat de bataljonsadjudant zo nu en dan zijn keel kan smeren.

Het Garderegiment Jagers wordt thans gevormd door het 12 Pantserinfanteriebataljon Garde Jagers. De bataljonscommandant, de Luitenant-kolonel der Jagers (GSB) A.L. Hijmans, is tevens regimentscommandant. Het bataljon is sinds november 1954 in de Oranjekazerne gelegerd en maakt deel uit van het parate Eerste Legerkorps. In 1965 kreeg het bataljon de beschikking over de pantservoertuigen DAF YP 408 en heeft thans de meest moderne wapens en uitrusting.

Het bataljon bestaat uit:
1 Stafverzorgingscompagnie
1 Pantserondersteuningscompagnie
3 Pantserinfanteriecompagnieën
Het is gelegerd in de gebouwen C en H, terwijl de staf in het lesgebouw is gehuisvest.

Hetwelk doende doet dat wel en zegenen zullen u de engelen.