In
in die tijd hadden we nog gezag. De persoon in kwestie werd gewoon
gezegd :Afbinden en weg wezen.
Doe je het niet dan schrijf ik een verbaaltje en neem je schaatsen
in beslag en die kun je dan later na het dooien ophalen op ons
bureau.
Ik hoefde het maar een keer te doen en het was afgelopen ,want
iedereen wist het. Doe wat die politieagent zegt want hij meent het.
En zo heb ik tien dagen extra genoten van mijn dienst. Natuurlijk
wilden andere collega's dat ook wel maar mijn brigadier had A gezegd
en daar bleef het bij.
Toen wij als agent benoemd werden, hadden we van
de eerste dag af al de rang van agent 1ste klas. Ons werd gezegd dat
dit als een soort beloning was voor onze militaire dienst. Ook ons
salaris was daarmee gelijk gesteld. Zover ik weet was ieder ander
die niet in dienst geweest was een Aspirant Agent totdat hij
zijn landelijke examens had gedaan. (meestal in een jaar).
Op een nacht in het najaar, regende
het en er was een koude wind en ik werd aardig nat. Ik ging even in
het portiek van een huis staan om de bui een beetje af te wachten.
Opeens hoorde ik boven mijn hoofd een raam openschuiven en toen ik
mijn hoofd uit dat portiek stak en naar boven keek zag ik een paar
benen van een kerel uit het raam komen en die op zijn buik over de
vensterbank zich naar beneden liet zakken. I
k stond terug en zag de benen naar beneden komen en ineens liet hij
zich verder vallen. Ik stond gespannen klaar om hem op dat moment te
grijpen.
Toen ik hem met beide armen greep
schrok die vent zich een ongeluk. Hij gaf een schreeuw en zakte
bijna in elkaar. Natuurlijk gaf dat een commotie en de bewoner in
zijn pyjama opende de deur. Ook die schrok zich het apenzuur.
Ondertussen had ik de inbreker in mijn handboei (de "come-along
ketting". )Ik vroeg de bewoner naar ons bureau te gaan voor verdere
informatie en inlichtingen.
Met de fiets in mijn ene hand en de inbreker in mijn andere hand
kwam ik op het bureau, waar hij in de cel gestopt werd. Het bleek
dat hij een oude bekende was. De rest van de wacht bleef ik binnen
om mijn verbaal op te maken en met de eigenaar te praten die
gestolen voorwerpen die wij in zijn zakken gevonden hadden kon
identificeren als zijn eigendommen.
In zekere zin was ik heel blij om
binnen te zijn want de laatste paar uur van die wacht was het honden
weer. En mijn collega's kwamen door en door nat binnen. Later moest
ik naar het Gerecht. Eerst met de Officier van Justitie praten en
toen bij de rechtzaak. Nadat de aanklager de beschuldiging had
voorgelezen was de beschuldigde wijs genoeg toen hij mij zag om
schuldig te pleiten.
Die ging voor een paar jaar de bak in.
Kort daarna werd ik overgeplaatst naar het Hoofdbureau "Het
Paardeveld" in Utrecht.
Door Ray Koot
feb. 2006