Grootste reddingsoperatie in
archieven verdwenen
Voor de kust van Brazilië verging in 1927 een Italiaans schip met emigranten.
De bemanning van het Nederlandse koopvaardijschip Alhena onder leiding van
kapitein Hendrik Smoolenaars redde 536 mensen van een wisse dood. Hendrik was de
vader van Bep Veldkamp - Smoolenaars.
‘Mijn vader was een en al bescheidenheid. Heeft ons eigenlijk nooit verteld hoe
het allemaal gegaan is op die 25 oktober 1927. We zagen hem ook maar weinig en
ik wist zelfs niet precies hoe hij met de voornaam heette. In die tijd sprak je
je vader alleen met u aan.“
Toch weet mevrouw Veldkamp (81) uit Bredevoort vrij veel van het gebeurde, want
ze heeft er veel boeken, foto’s, artikelen en beelden van. „Vader is destijds
ruimschoots geëerd. Werd ereburger van Buenos Aires en kreeg 6000 pesos. De
wereldpers dook erop.“ Een scheepsescorte voer vanuit de Lekhaven om de Alhena
in te halen en Prins Hendrik decoreerde de kapitein na terugkeer in Nederland.
Bep Veldkamp heeft ook de echte Polygoonfilm met de massale huldiging in
Rotterdam.
Maar nu, bijna tachtig jaar later, is zelfs de grafsteen van Hendrik Smoolenaars
in Bilthoven er niet meer. De ‘grootste reddingsoperatie die door de bemanning
van één schip is uitgevoerd’, is bij veel mensen nauwelijks meer bekend. En dat
vindt mevrouw Veldkamp onterecht. Als jongste en enig overlevende van de acht
kinderen vindt ze dat ze het verhaal moet doorgeven. „Je hoort en leest altijd
over de ramp van de Titanic (1912), die verhalen zijn helemaal geromantiseerd en
verfilmd. Maar de grootste reddingsoperatie op zee is in de archieven
verdwenen.“
Tekenend voor de bescheidenheid van vader Hendrik was dat die na de
reddingsoperatie naar de rederij Van Nievelt Goudriaan in Rotterdam liet seinen
dat men later aankwam omdat er ‘oponthoud’ was.
Hendrik is omschreven als een korte gedrongen man met vastberaden uitdrukking,
vriendelijk maar ook streng als het moest. Hij was als twaalfjarige jongen al
naar zee gegaan. Toen de ramp met de Italiaanse Principessa Mafalda zich
voltrok, was hij 48 jaar.
De Italiaanse overheid heeft de ramp bij Bahia naderhand in de doofpot gestopt.
Geen wonder, er was van alles mis op de Mafalda. Of het echt de laatste vaart
van het luxe passagiersschip uit Genua was, zoals Italië beweert? Het vaartuig
was helemaal afgekeurd en in plaats van de toegestane duizend mensen waren er
wel 1300 aan boord; het aantal verdronkenen van 300 komt treffend overeen met
het teveel aan opvarenden. Naar later bleek, was van het schip een schroefas
afgebroken en het water liep door de astunnel naar binnen, waar de deur naar de
machinekamer niet dicht was of niet waterdicht bleek.
Op het langzaam zinkende schip was geen enkele discipline en de bemanning
probeerde zich als eerste het vege lijf te redden, het massale gegil van de
passagiers ten spijt.
Toen de Alhena op de terugtocht naar Nederland de Italiaan passeerde, had de
bemanning eigenlijk al in de gaten dat het iets scheef hing. Maar de
telegrafisch gestelde vraag of er iets aan de hand was, werd beantwoord met:
‘alles wel’. Echter, even later zag marconist Wentzel in de verte dat het schip
overdwars lag. Toen hij de radio aanzette, klonk volop het SOS-signaal. Op de
vraag hoeveel mensen aan boord waren werd slechts geantwoord: ‘veel, kom
langszij.’ Smoolenaars liet direct omkeren en binnen een half uur lag de Alhena
vlak naast het zinkende passagiersschip. Wat men er aantrof, was ronduit
verschrikkelijk. De mensen waren wanhopig en verdrongen elkaar om als eersten in
de sloepen te komen. Die waren zo overvol dat ze meteen omsloegen. De bemanning
van de Alhena, bestaande uit 27 Nederlanders en 19 Chinezen, haalde de
drenkelingen massaal met reddingsboeien uit het water.
Nog waren er mensen aan boord die, zelfs onder bedreiging van vuurwapens, niet
te bewegen waren in de slechte sloepen te gaan. Tot in het donker duurde de
reddingsoperatie, waarbij ook nog vijf andere zeeschepen betrokken waren.
Dat de Nederlanders de meeste mensen konden redden kwam omdat ze grote risico’s
namen door heel dicht bij het zinkende gevaarte te gaan liggen. ‘Voor opoffering
en moed’ staat op het wandbord, dat de mensen van de Alhena allemaal kregen.
Bron: De Gelderlander
Door HENK HARMSEN,
feb. 2006
| |