Geld voor de veerman

De huidige marine kent nog steeds het gebruik dat de as van overleden marinemensen op zee wordt uitgestrooid.
Vroeger mocht de familie op eigen verzoek bij de plechtigheid van de asverstrooiing zijn.
Sinds enkele jaren is dat niet meer toegestaan, maar wordt de as op zee verstrooid vanaf n van de mijnenjagers zonder dat de familie daarbij is.


Dat gebeurd tijdens een stijlvolle ceremonie, met passende eerbewijzen.

Toen ik op een keer met Hr.Ms. Urk meevoer zou er ook een asverstrooiing plaatsvinden. De familie van een overleden bootsman had op diens uitdrukkelijke verzoek beloofd zijn as te verstrooien op de plaats waar op 14 mei 1940 Hr.Ms. Johan Maurits van Nassau was vergaan ten gevolge van een aanval van Duitse vliegtuigen.
Deze bootsman was toen als kanonnier aan boord en heeft het schip met zijn volledige inzet helpen verdedigen.

Hij sloeg overboord na een aanval, klom weer aan boord en ging door met vuren. Hoewel het schip uiteindelijk zonk en veel opvarenden daarbij omgekomen zijn, heeft hij toch veel mensen kunnen redden.
Zijn moed en inzet zijn later gewaardeerd met het bronzen herinneringskruis en het draaginsigne gewonden.
De familieleden ven de bootsman wilden zijn as door de marine op zee laten uitstrooien. Ze huurden een kotter, die op afstand van Hr.Ms. Urk meevoer om de asverstrooiing te kunnen gadeslaan.

Op de juiste positie aangekomen ging ik met de rubberboot naar de familie aan boord van de kotter, hield daar een korte overdenking en bad het Onze Vader.
Vanaf Hr.Ms. Urk werd vervolgens der as verstrooid en de familie gooide een krans op het water. Maar ook een fles drank, een pakje shag en een bril gingen overboord. En nog een pakketje waarvan ik de inhoud niet kende.
Toen ik ernaar vroeg, zei de weduwe:"Dat is het geld voor de veerman!"
Ik kende dit gebruik niet en ging op zoek naar de herkomst van dit opmerkelijke zeemansgebruik.

Een verklaring voor de herkomst van dit gebruik kan wellicht in de Griekse mythologie worden gevonden. Daar is een verhaal over de veerman Charon die de schimmen van de overledenen over de Styx, de rivier tussen boven- en onderwereld, zet.
Voor de overtocht diende een munt betaald te worden. Het schijnt zo te zijn dat het kinderspel "Schipper mag ik overvaren?", waarbij de kinderen zingen: "Moet ik dan ook geld betalen, ja of nee?", zelfs nog te maken heeft met dit oude verhaal over de veerman.

Ook in de christelijke geloofstraditie wordt er verteld over de samenhang van water en dood, over het leven dat godsonmogelijk leek te zijn, op niets uitgelopen, maar desondanks doorgaat.

Er zijn verhalen over Noach en de ark, Mozes in het biezen mandje, het volk Isral dat door de Schelfzee trekt.
De rivier de Jordaan is een grensrivier.
Daarin gaat Jezus kopje-onder als hij de doop ontvangt.
Ook hij gaat het diepe in en komt daaruit weer boven. Maar hij is een merkwaardige veerman, want uiteindelijk betaalt hij zelf de tol om aan de overkant te komen, met zijn eigen leven.
Gelukkig hoeven wij hem dan niet na te doen en kunnen wij ons in zijn Naam veilig laten overzetten.

VLOP J.G.Majoor
Eerder gepubliceerd in "de Peiling" Jubileumnummer van mei 1996.