Hr. Ms. Banckert bijt van zich af

J. M. Kretschmer de Wilde 
marinecorrespondent

Een vaal gordijn van gestaag neerdruppende regen hangt over Sibolga, wanneer Hr. Ms. "Banckert" op 10 Mei 1947 de Baai van Tapanoeli binnen vaart.
Het slanke, grijze silhouet van de torpedobootjager vormt een passende noot in de kleurensymphonie van tere tinten, welke een Jacob Maris zou kunnen inspireeren tot een magistrale schepping: als een meer van vloeibaar zilver strekt de baai zich uit tegen den donkeren achtergrond van Sumatra's dicht beboste oevers, zich verliezend in een bizarre omlijsting van wolkenflarden.

Aan stuurboord verglijden de contouren van het eiland Mansalar., dat uit zee oprijst als een onwerkelijke toneel-coulisse. Een donderende waterval ruist neer langs de kalen steile rotswand. Groots en indrukwekkend is Sumatra met zijn brokkelige natuur en ongerepte schoonheid.

Snel, beslist, onverbiddelijk als een jaguar stuift Hr. Ms. "Banckert" de baai in. Als zich daar een prooi bevindt , zal deze haar niet ontsnappen. Op de brug klinken enkele korte bevelen, het roer wordt aan boord gelegd en scherp buigt het schip naar stuurboord uit, een sierlijke bocht om het eiland beschrijvend.

Dáár ligt Sibolga voor ons. Het zijn echter niet de gebouwen en opslagplaatsen, waarheen onze blik zich richt. Het gaat om de aanwezigheid van schepen, waarvan de lading en documenten moeten worden gecontroleerd op de naleving van de in- en uitvoerbepalingen.

Ja, ginds ligt een kustvaarder geflankeerd door twee laadprauwen. Het schip voert de Britse vlag. Laadboomen zijn uitgebracht, balen zwaaien in de takels, men is, druk bezig met laden. De torpedobootjager heeft intussen vaart geminderd, de ankerrol staat aangetreden, alles is klaar om te manoeuvreeren. Op de brug leidt de Commandant persoonlijk de navigatie en kiest met, zorg een ligplaats voor zijn schip, van waar hij de situatie beheerst en gewapend kan ingrijpen, indien de ontwikkeling der gebeurtenissen dit nodig mocht maken.

Thans is het ogenblik gekomen, waarop de Onderzoekingsofficier zich naar het ter rede liggende schip zal begeven, ten einde zich ervan te overtuigen dat lading en scheepspapieren aan de gestelde bepalingen voldoen, Het is twintig minuten over twee wanneer vlot en snel, gelijktijdig aan bakboord en stuurboord een gewapende motorsloep wordt gestreken. Onder leiding van een luitenant ter zee, is elke sloep behalve de roerganger, een motorist en een seiner, bemand met enige matrozen, die met automatische geweren zijn bewapend. Allen dragen een stalen helm.

Langs een touwladder gaan wij vlug in de sloepen, waarna wordt afgestoken en koersgezet naar de Britse kustvaarder, die in witte letters den naam "NANMEI" op den zwart geschilderde romp draagt.

De verschijning van het Nederlandsche oorlogsschip blijkt te Sibolga groote beroering te hebben verwekt. Er is het gebruikelijke gehol en gedraaf. Manschapppen van de Tentara Repoeblik Indonesia met de bajonet op het geweer bezetten in de looppas verschillende stellingen. Op het steigertje verdringen zich vele A.L.R.I. en T.R.I. machthebbers, die druk sticulerend orders geven en door verrekijkers de ontwikkeling der gebeurtenissen gadeslaan.

Terwijl de sloep van den Onderzoekingsofficier langszij de "Nanmei" komt, houdt onze sloep op en neer tussen het Britse schip en den wal, om ongewenste interventie te beletten. Weldra zal blijken, dat dit geen overbodige maatregel is. In khaki uniformen geklede mannen met stalen helmen springen in een motorsloep, waarin tevens een officier der Angkatan Laoet Repoeblik Indonesia plaats neemt. Ay, jongens, wat heeft dit te beduiden? De gewapende Alri-sloep zet koers naar het Britse schip, kennelijk met de bedoeling tusschenbeiden te komen.

Onmiddellijk snuiven beide motorsloepen van de "Banckert" het Alri-vaartuig tegemoet: het is immers aan gewapende strijdkrachten der republiek niet toegestaan buitengaats te komen, hetgeen bij het vorige bezoek van dit schip aan Sibolga reeds aan de Indonesische autoriteiten was medegedeeld. 
De bevelvoerende officier van onze sloep heeft strikte orders dit te beletten.

Intussen is het Indonesische vaartuig ons genaderd. Een korte woordenwisseling volgt. 
De Nederlandsche marine-officier zegt kort en goed waar het op staat en gelast zijn "collega" van de A.L.R.I. koers te zetten naar de "Banckert". Deze weigert echter hieraan te voldoen en probeert met een grote mond door intimidatie zijn zin door te drijven. Blijkbaar heeft hij nog niet geleerd, dat hij daarmee bij een Nederlander niet behoeft aan te komen.

Het is ons niet ontgaan, dat de Indonesiërs onder meer een Brengun en bijbehoorende patroonhouders bij zich hebben. Aan het einde van zijn geduld gekomen gelast de Nederlandsche officier het republikeinsche vaartuig tot driemaal toe te stoppen, maar in plaats hiervan tracht de Alri-sloep plotseling te ontkomen. Luitenant ter Zee B. H. Noë trekt hierop zijn revolver en lost een waarschuwingsschot ......

Het volgende moment is het alsof de hel is losgebroken. Machinegeweren ratelen, Brenguns knetteren met korte, nijdige vuurstoten, geweerschoten knallen van dichtbij zowel als ver af. Op een afstand van honderdvijftig tot tweehonderd meter wordt vanaf de wal van verschillende zijden een levendig mitrailleur- en geweervuur op ons geopend. "Dekken", commandeert de bevelvoerende officier. De kogels fluiten ons letterlijk om de oren, zodat het inderdaad geraden is om zichzelf zo weinig mogelijk bloot te stellen aan het zeer hevige en goed gerichte vuur.

Onze jongens weren zich geducht en maken van de meegebrachte automatische handvuurwapens goed gebruik. Links en rechts van mij knetteren zij er op los. Met een gesmoorde vloek geeft iemand uiting aan zijn spijt over het ontkomen van de Alri-sloep, waar men tijdens de vlucht een automatisch vuurwapen tegen ons in stelling brengt. Maar onze tegenstanders hebben geen kans, een goed gerichte vuurstoot verijdelt deze poging en wij zien hoe iemand getroffen over boord tuimelt.

Hier is de Hollandsche matroos op zijn best! Achteraf er op terugziende waren het kostbare ogenblikken. Een moment om voor altijd vast te houden in de herinnering. Die jongens waren prachtig om te zien. Zij vochten, en hoe vochten zij! Stil, fel, verbeten, zoals 'n Hollandsche matroos vecht. Zo was het in de Javazee, zo was het ook nu, zo zal het altijd zijn.

Een Nederlander verafschuwt nodeloos bloedvergieten, maar men moet hem niet te na komen, dan vecht hij, niet uit lust tot doden, maar met de verbeten woede van een getergd dier.

De situatie heeft iets onwezenlijks door de overrompelende snelheid waarmee de gebeurtenissen elkaar opvolgen en de hevigheid van het vuur. In dergelijke omstandigheden gebeuren er gewoonlijk zoveel dingen tegelijk, dat het practisch ondoenlijk is achteraf alles in de juiste volgorde weer te geven. Dwaze voorvallen ontbreken daarbij meestal niet. Zo herinner ik mij, dat toen wij het vuur openden de meeste Indonesiërs, die op het steigertje verzameld waren, als bij afspraak te water sprongen om het vege lijf te redden.

De T.R.l. schildwacht, die aan boord van het Britse schip op post stond, maakte van de verwarring terstond gebruik zich uit de voeten te maken en zoals de Onderzoekingsofficier naderhand vertelde de roerganger van genoemd schip begon hardop te bidden.

Voortdurend pingden de kogels over onze hoofden en deden kleine waterzuiltjes opspatten, waar zij dichtbij ons insloegen. Minuten verstreken, - het zullen er niet veel geweest zijn sedert het gevecht begon, maar in dergelijke omstandigheden schijnt de tijd te kruipen. Het leek in elk geval een eeuwigheid, voordat de mitrailleurs van de Banckert begonnen te blaffen. In werkelijkheid kan het tussenliggende tijdsverloop nauwelijks enige minuten hebben geduurd. Wellicht meer nog dan de practische uitwerking, was het morele effect ons tot steun.

Voor hen, die zich niet in de sloepen bevonden, is het misschien interessant iets meer over onze indrukken te vernemen. De bevoorrechten, die een automatisch vuurwapen bedienden, waren hierdoor zozeer in beslag genomen, dat zij voor hun gedachten weinig tijd zullen hebben gehad.

Met een revolver gewapend, kon ik nauwelijks hopen te kunnen bijdragen tot de vuurkracht van onze mitrallleurschutters, terwijl het vanzelfsprekend uitgesloten was om op enkele honderden meters afstand iets tegen de vijandelijke stellingen aan den wal te kunnen uitrichten. Zonder daadwerkelijk aan het gevecht te kunnen deelnemen, had ik dus gelegenheid de situatie in mij op te nemen. Deze had in verband met het romantische element, dat in sterke mate aanwezig was, zelfs voor den nuchtere toeschouwer ontegenzeglijk iets fasinerends, hetgeen door de factor gevaar slechts kon worden verhoogd.

De gedachten van het ogenblik analyserend, herinner ik mij, dat ik door gemengde gevoelens werd overmand, enerzijds enthousiast over de wijze waarop onze matrozen de tegenstander van katoen gaven, anderzijds een gevoel van onbehaaglijkheid, dat voortkwam uit de omstandigheid, dat onze beide motorsloepen op geruime afstand van het Nederlandsche oorlogsschip een eenzame strijd voerden tegen een veelvoudige overmacht aan den wal. Als ik eerlijk mag zijn, moet ik bekennen mij op zeker moment teleurgesteld te hebben afgevraagd: "Waar blijven de kanonen van de Banckert?"

Ik durf deze gedachte nu wel uit te spreken, omdat ik nu in staat ben hier onmiddellijk aan toe te voegen, dat zij fout was. Al ontging mij op dat moment de reden waarom de kanonen van de torpedobootjager bleven zwijgen terwijl hier in de sloepen, een handvol kerels aan hevig mitrailleurvuur was blootgesteld, van één ding was ik vast overtuigd: ginds op de brug stond een Commandant, die de hoogste achting van zijn mannen genoot en die hen nimmer in de steek zou laten!

Naderhand is mij duidelijk geworden, dat de Commandant van Hr. Ms. "Banckert" die bewuste Zaterdag geen gebruik heeft willen maken van zijn hoofdbewapening, omdat hij niet meer schade wilde toebrengen dan nodig was en omdat hij vuren met de lichtere bewapening voldoende achtte. Tevens wenste de Commandant tot het uiterste alles te vermijden, wat de Nederlands -Indonesische samenwerking zou kunnen schaden. Hiermede bewees de Luitenant ter Zee der 1ste klasse G. Koudij niet alleen een bezadigd en verantwoordelijke commandant te zijn, maar eveneen, een trouwe dienaar van den Staat.

Na deze noodzakelijke uiteenzetting keren wij terug naar de gebeurtenissen in de sloepen.
Enige ogenblikken nadat de mitrailleurs van de Banckert hun stem hadden doen horen, begon het mitrailleurvuur van de wal al snel te verflauwen, totdat het tenslotte geheel tot zwijgen was gebracht. Het verspreidde geweervuur ging intussen, zij het in verminderde mate, voorloopig nog door.  

Een kogel versplinterde een spant naas mij. Het water gulpte naar binnen, zodat er een bedenkelijke situatie ontstond. Met onze helmen hoosden wij zo goed mogelijk het water uit, om de sloep drijvend te houden. Geprobeerd werd het gat te dichten, eerst met een zakdoek en vervolgens met een prop poetskatoen, hetgeen echter niet mocht lukken.

Af en toe pingden nog steeds kogels onprettig dicht langs onze hoofden. Voorzichtig manoeuvrerend, zoveel mogelijk dekking zoekend en schietend wanneer zich hiertoe gelegenheid bood, keerden wij naar boord terug. Intussen werd met man en macht gehoosd, maar het water bleef stijgen. In half zinkenden toestand kwam onze sloep langszij de "Banckert' en werd net op tijd in de takels vastgehaakt. Nadat een hand-lenspomp in de sloep was neergelaten kon het water vrij spoedig worden weggepompt en de sloep worden gehesen. Zo eindigde voorlopig een spannend avontuur dat precies vijf-envijftig minuten had geduurd.

Het bleek, dat de "Banckert" intussen zelf vanaf den wal met mitrallieurs en geweren was beschoten, waarbij een lid van de bemanning was gewond.

Op last van de Commandant was inmiddels het Britse schip ongeveer een mijl naar buiten gestoomd zodat het onderzoek zonder verdere stoornissen kon worden voortgezet. Het 834 ton metende m.s. "Nanmei" bleek afkomstig te zijn van Singapore. Het had te Sibolga textielgoederen, alsmede auto- en fietsbanden gelost, terwijl het zojuist 550 ton rubber had geladen. De eigenaar van de lading was onbekend. Aangezien het schip niet de vereiste vergunningen bezat, werd het naar Emmahaven gezonden.

Een moeilijkheid was evenwel dat tien leden der bemanning van de "Nanmei", die op het moment van het incident aan wal waren, door de Indonesiërs werden vastgehouden. Omdat tijdverlies voor hem geldverlies betekende, verzocht de gezagvoerder van de "Nanmei" meteen naar Emmahaven te mogen vertrekken. Nadat te Padang de gerechtelijke procedure zou hebben plaats gevonden en de overige formaliteiten zouden zijn vervuld, zou het schip naar Sibolga terugkeren om de ontbrekende bemanningsleden aan boord te nemen; het contact met de wal zou, naar men verwachtte intussen zijn hersteld. Tegen dit plan bestond aanvankelijk geen bezwaar, zodat het Britse schip toestemming kreeg om onder toezicht van een Luitenant ter Zee en een paar man personeel van de "Banckert" in den loop van de Zondag naar Emmahaven te vertrekken.

Inmiddels had de torpedobootjager enige mijlen buiten de kust een rendez-vous met een telegrafisch uit Batavia ontboden Catalina-vliegboot van de Marine Luchtvaart Dienst, welke de gewonde Onderofficier binnen enkele uren naar een hospitaal zou vervoeren, waar hij uiteraard een betere medische verzorging zou ontvangen, dan in de ziekenboeg van een oorlogsschip. De moderne middelen van transport maakten het aldus mogelijk een kameraad de beste kans op genezing te geven die hij menselijkerwijs krijgen kon.

De Schipper commandeerde "front maken", toen de gewonde op een brancard langs een haag van matrozen en stokers naar de sloep werd gedragen, welke hem naar de vliegboot zou brengen. Omdat de dokter hem het spreken had verboden, stak hij als bemoedigende afscheidsgroet aan de achterblijvende kameraden zijn duim op. Op het moment dat de sloep afstak, zwom met een forsen zwaai van de staartvin, een haai rondom het vaartuig. De erfvijand van den zeeman kwam blijkbaar eens kijken of er iets van zijn gading was, maar zag het hapje aan zijn neus voorbij gaan.

In den loop van den middag vertrok Hr. Ms. "Banckert" met Noordelijke bestemming. Reeds na enkele uren zou het oorlogsschip echter weer op zijn koers terugkeren. Op telegrafische instructie uit Batavia moest de torpedobootjager het Britse vrachtschip wederom naar Sibolga geleiden, om eerst de achtergebleven bemanningsleden aan boord te nemen.

Aangezien de .Nanmei" geen radio had en niet met zekerheid bekend was welke route de gezagvoerder had gekozen, was het niet eenvoudig om aan de hand der weinige beschikbare gegevens, in een zeegebied vol eilanden en riffen, het Britse schip in de nacht te vinden.

De opdracht, welke op zichzelf een aardig tactisch probleem was, werd door den Commandant van Hr. Ms. "Banckert" door middel van zogenaamde spiraalverkenning uitgevoerd. In de laatste phase van bedoelde verkenning, toen het gezochte schip wellicht in de buurt van de kim, doch niet meer veraf kon zijn, werd gebruik gemaakt van de groote seinlamp. Hiermee werd de naam "Nanmei" in morse-tekens tegen de wolken geschenen. Reeds na korte tijd werden de tekens beantwoord: het contact was tot stand gebracht.

Naderhand vertelde de captain van de "Nanmei" even geaarzeld te hebben, alvorens terug te seinen. Hij had namelijk een ogenblik gedacht aan de mogelijkheid van zeerovers. Je kan tenslotte nooit weten, er gebeuren in dit deel van de wereld soms rare dingen... .

Zo brak Maandag 12 Mei aan, die een veelbewogen dag zou worden. Varieerende koersen sturende, liet Hr. Ms. "Banckert" te 08.19 uur opnieuw voor Sibolga het anker vallen. Nadat de Nanmei" even later in de nabijheid ten anker was gekomen, begaf de Commandant van de torpedobootjager zich aan boord van het Britse schip voor een bespreking met de gezagvoerder.

Het was ons opgevallen, dat sinds den vorige dag het aantal mitrailleur-opstellingen aan den wal aanzienlijk was toegenomen. Blijkbaar hadden de Indonesiërs in allerijl versterkingen aangesleept en de gehele kuststrook in staat van verdediging gebracht. Hoewel deze versterkingen nauwkeurig werden verkend en de juiste ligging van de verschillende posten zorgvuldig was opgetekend, scheen de dreiging van een onverhoedse aanval niet waarschijnlijk. Het lag inderdaad meer voor de hand bedoelde versterkingen te beschouwen als een voorzorgsmaatregel der republikeinen in verband met de mogelijkheid van verdere actie.

Nadat de Commandant van zijn bezoek aan het Britse schip was teruggekeerd, had op de campagne de gebruikelijke parade plaats. In verband met de belangrijke gebeurtenissen, welke zich als een volkomen verrassing in de volgende minuten afspeelden, kan het nuttig zijn deze op den voet te volgen.

De parade was juist afgelopen, de Commandant stond aan stuurboordzijde van kanon-4 met de Eerste Officier nog enkele dingen te bespreken, terwijl ik mij op enkele meters afstand van hen bevond. Volkomen onverwacht klonk van de wal het geluid van een explosie, als die van een stuk klein kaliber geschut. Er kunnen nauwelijks 5 seconden zijn verlopen, toen vervolgens over het gehele waterfront van Sibolga een zeer hevig mitrailleur- en geweervuur op de "Banckert` werd geopend, zonder dat hiertoe van onze zijde enige aanleiding was gegeven.

Ik zal nooit de uitdrukking op het gezicht van de Commandant vergeten, het was er een van uiterste verbazing. Het was inderdaad zo onverwacht en onwaarschijnlijk, dat wij onze ogen en oren nauwelijks konden geloven. Na het bevel tot alarm te hebben gegeven, snelt de Commandant naar de brug.

Lang en nadrukkelijk rinkelen de alarmschellen over het gehele schip. Snel begeeft alle hens zich naar hun alarmposten. Aangezien de kogels over het dek fluiten, zoeken de mannen hierbij zoveel mogelijk dekking door hun weg te kiezen langs de van den wal afgewende stuurboordzijde. Overal hoort men de kogels inslaan op het metaal.

De kanon- en mitrailleurbemanningen hebben weinig beschutting tegen den kogelregen, evenmin als het personeel van de ankerrol, dat onder de kalme leiding van de Eerste Officier, de Luitenant ter Zee 1ste klasse P. van Willigen, en van Schipper J. van der Knoop zonder enige dekking zijn werk doet.

Zonder aarzelen zijn de bemanningen van de kanonen, die in allerijl de zonnetenten moeten wegsnijden terwijl zij eveneens zonder dekking aan een hevig vuur zijn blootgesteld. 
Uit de omstandigheid, dat van de helft van de hoofdbewapening de zonnetenten tevoren niet verwijderd waren, blijkt overigens duidelijk, dat de Commandant van het allerminst het voornemen had om actie te ondernemen en dat hij hiertoe gedwongen werd doordat de Indonesische kustbatterijen en mitrallleuropstellingen het vuur hadden geopend.

Intussen had de pom-pom van Hr. Ms. "Banckert", die door de omstandigheden eerder vuurgereed was dan de kanons, het vijandelijke vuur beantwoord. Als psychologisch verschijnsel is het wellicht vermeldenswaard, dat het een mens goed doet in dergelijke hachelijke ogenblikken de stem van het eigen geschut te horen: een goed en vertrouwd geluid, waarvan een weldadige en kalmerende invloed uitgaat.

Zoals naderhand bleek, was het eerste vijandelijke schot een treffer in het achterketelruim. Het springgranaatje, dat vermoedelijk afkomstig was van een stuk Japans veldgeschut kaliber 4 cm, was na door twee spanten te zijn gedrongen, zonder evenwel tot explosie te zijn gekomen in de bekleding van een stoomleiding blijven zitten.

Het mag een bijzonder gelukkig toeval heten, dat het projectiel geen noemenswaardige schade aanrichtte: als er een stoomleiding was stukgeslagen, zou de ontsnappende hete stoom voor de op de achterplaat aanwezige stokers ernstige gevolgen hebben gehad.

Inmiddels is het projectiel gevonden.Het wordt voorzichtig uit de bekleding van de stoomleiding losgesneden. Bij aanraking blijkt het nog gloeiend heet te zijn. Aangezien een afgevuurde en niet geëxplodeerde spring-granaat nog steeds tot ontploffing kan komen, levert de aanwezigheid van het projectiel in het ketelruim gevaar op. De Majoor Konstabel C. van den Brink realiseert het gevaar, grijpt de granaat, loopt er snel mee naar boven en werpt haar over boord.

Voor zover vanaf de "Banckert" kan worden waargenomen, heeft het vijandelijke geschut hierna nog twee schoten gelost, waarvan er één over en één naast het schip terecht komt. Het vuur uit de lichtere stukken blijft echter onvenninderd doorgaan.

Enkele minuten na de pom-pom, is de hoofdbatterij van het schip vuurgereed. Omdat het vijandelijke vuur goed gericht en bijzonder hardnekkig is, ziet de Commandant van het Nederlandsche oorlogsschip zich tot zijn spijt genoodzaakt, voor het tot zwijgen brengen daarvan ditmaal krachtige maatregelen te nemen. Heeft hij twee dagen tevoren tijdens het incident met de sloepen niet reeds bewezen, ten aanzien van de Indonesiërs uiterst tolerant te zijn?

Waar hier sprake is van een onuitgelokten, tevoren georganiseerden, grootscheepse Indonesische aanval over het gehele waterfront van Sibolga, zijn krachtige maatregelen niet alleen gewettigd, maar onvermijdelijk. Uit tactische overweging is krachtig optreden bovendien noodzakelijk, om verlies van mensenlevens tot een minimum te beperken.

Deze overwegingen doen den Commandant van Hr. Ms. "Banckert" besluiten, met gebruik van de centrale vuurleiding de hoofdbewapening in te zetten.
Bij de kanonen heerst koortsachtige bedrijvigheid. Iedereen is op zijn post. In snel tempo voeren de munitieliften de projectielen en de hulzen aan.
In den commandotoren is de vuurleider, de Luitenant ter Zee der 2de klasse Jhr. F. N. van Kretschmar van Veen, op zijn post. Enkele dagen geleden heeft hij deze functie van zijn voorganger overgenomen en krijgt nu de onverwachte kans zijn bekwaamheid te tonen.

Op de brug geeft de Commandant voor de microfoon van de artillerie omroep zijn bevelen. Duidelijk, rustig, beheerst klinkt zijn stem over het gehele schip. Zij, die evenals de schrijver van dit verslag het voorrecht hadden de Commandant gedurende de gehele actie op de brug van nabij te observeren, bewaren een onvergetelijke herinnering aan de wijze waarop Luitenant ter Zee der 1ste klasse G. Koudijs de operatie leidde.

Vanaf zijn hoge standplaats overziet hij zijn gehele schip, maar heeft tegelijkertijd een open oog voor hetgeen zich aan de wal afspeelt, terwijl hij de uitwerking van het vuur op de door hem opgegeven doelen met nauwlettendheid gadeslaat. Er is letterlijk niets wat aan zijn aandacht ontsnapt. Gedurende de actie, welke ongeveer een uur duurde, gebeurt het éénmaal dat ten gevolge van een in de hitte van het gevecht gemaakte fout een der kanons niet gelijk gericht staat. De Commandant ziet het onmiddellijk en de fout wordt hersteld.

Leiderschap is een gave, die slechts aan weinigen is gegeven. De Commandant van Hr. Ms. "Banckert" bezit deze gave in bijzondere mate. leder, die hem dien gedenkwaardige 12de Mei voor Sibolga in actie mocht zien, zal hiervan doordrongen zijn.

Na de actie voor Sibolga heeft de Commandant van Hr. Ms. "Banckert" getuigd, dat de houding van zijn bemanning "voorbeeldig" was. Ik moet hieraan toevoegen, dat deze voorbeeldige houding waarmee iedereen zijn werk deed, niet in de laatste plaats te danken was aan de uitmuntende verstandhouding, welke er bestond tussen de Commandant en ieder lid van de bemanning.

De monteur-oorlogsvrijwilliger, die naast mij op de brug door een ricochetschot licht gewond werd en die, na voorlopig verbonden te zijn, verder normaal aan de actie deelnam, zal dit naar mijn vaste overtuiging in de eerste plaats hebben gedaan uitoverlevingsdrang van hemzelf en zijn maten.

Commandant Koudijs verstond de kunst om ondanks de enorme verantwoordelijkheid, welke hij als bevelvoerend officier droeg, en ondanks de honderden-een dingen die hij op dat belangrijke ogenblik aan het hoofd had, midden in de actie tijd te vinden voor een kwinkslag, een prijzend of aanmoedigend woord, een opgestoken duim, een blik van verstandhouding, welke zoveel wilde zeggen als: "wij klaren het wel!"

Een modern oorlogsschip zoals Hr. Ms. "Banckert", waarin de laatste snufjes van mechanische oorlogvoering zijn toegepast, is een wonder van techniek. Het is uitgerust met tal van vernuftige instrumenten, waarbij rekening is gehouden met de in de laatste oorlog opgedane ervaringen en waarvan de uitkomsten in weinige seconden de grootst mogelijke nauwkeurigheid waarborgen.

De afstandwaarneming en de berekening van de verschillende artilleristische gegevens grijpen in elkaar als het raderwerk van een horloge. Ondanks een hoge graad van techniek blijft in de samenwerking van mens en machine, de eerste belangrijke en onmisbare factor.

Met rustige, duidelijke stem geeft de Commandant door de microfoon de onder vuur te nemen doelen op aan de vuurleider, die deze doorgeeft aan het seinstation. Hier worden de gegevens verwerkt op de rekentafel - op zichzelf een wonder van vernuft - en vervolgens doorgeseind naar de kanons. Door wijzers onderling in dekking te brengen, zijn thans de kanonen op het doel gericht.

Wanneer daarop over den artillerie omroep de stem van den Commandant zegt: "Batterij laden met springranaten!", grijpen bij de kanonen vaardige handen de projectielen en de hulzen en leggen deze in de laadbak. Na de order "Salvo,vuur!" worden de kanons geladen. Het afvuur-circuit, dat de commandotoren met de kanonnen verbindt, is klaar voor actie.
Tevens gaan de gereedheidslampjes in het seinstation en de commandotoren gloeien. Dan klinkt tweemaal helder en nadrukkelijk de salvoschel: Ping-ping! En met een oorverdovende explosie worden de vier kanons van de hoofdbatterij gelijktijdig, afgevuurd.

Een trilling gaat door het gehele schip. Het ranke, slanke lichaam van de torpedobootjager siddert en schijnt enkele centimeters uit het water te worden opgeheven.
Merkbaar neigt het oorlogsschip na elke explosie enkele seconden over naar het andere boord en veert daarna terug in de normale positie.
Machtig en indrukwekkend rolt de donder van het scheepsgeschut wijd uit over de Baai van Tapanoeli. Meervoudig weerkaatst door den hoge Sumatrawal.

Huilend gieren de granaten door de lucht, onverbiddelijk naar het doel. Dan volgen na enkele seconden de inslagen op het heuveltje waar in een onschuldig uitziend atap huisje, een machinegeweer is opgesteld. Reeds twee dagen is deze mitrailleur-opstelling de bemanning een doorn in het oog geweest, sinds zaterdag naar met vrij grote zekerheid kan worden aangenomen - is van die heuvel het noodlottige schot gelost, dat Sergeant Konstabel T. Ruiten heeft getroffen.

Nadat de wolk van rook en stof, waarin de voltreffer het heuveltje enkele ogenblikken heeft gehuld, is opgetrokken blijkt het gebouwtje te zijn verdwenen: de mitrailleur-opstelling is volledig weggevaagd.

Nieuw doel, nieuwe explosies, die het schip doen dreunen. Op de brug valt door de trilling een drinkglas van bet richeltje en slaat rinkelend aan scherven. Intussen duurt het vijandelijke vuur, dat zich kenmerkt door bijzondere hardnekkigheid, practisch onverminderd voort. Het is duidelijk, dat hier krachtige maatregelen noodzakelijk zijn.
Salvo vuur! De donder van het geschut rolt over het water, tot de lucht ervan is vervuld. Nieuwe aanslagen, nieuwe waarnemingen. De vuil-gele rook van de springgranaten verduistert af en toe het doel.
Kort, kalm, zakelijk klinken afwisselend de stemmen van de Commandant en de vuurleider over den artillerie omroep:
- ' , Vuurleider, hier de brug. Gebouw links van den steiger onder vuur nemen. Over".
- ' Hier Vuurleider. Dat is begrepen. uit".

Krakend scheurt het salvo door de lucht. De gevel van het gebouw, waarin een troepenconcentratie werd waargenomen, vertoont een gapende donkere leegte.

-"Vuurleider, hier de brug. Dat vuur lag uitstekend. over" *
- "Hier Vuurleider. Dat is begrepen. uit!"

Een gelach gaat over het hele schip. Iedereen schept genoegen in het onaandoenlijke, correcte antwoord van de vuurleider, die altijd model is.

De pluimp van de Commandant prikkelt de jongens tot nog grotere inspanning. Hr. Ms. "Banckert' geeft 'n nummertje snelvuur te zien, zoals zelfs in den laatste wereldoorlog door een torpedobootjager slechts zelden vertoond zal zijn geweest.

Nòg fluiten de mitrailleurkogels van den wal over de, brug. De tegenstanders zijn wel bijzonder hardnekkig.

Doel na doel wordt onder vuur genomen, waarbij er zorgvuldig voor wordt gewaakt, dat uitsluitend vurende kanon- en mitraillieur-opstellingen worden beschoten en niet militaire objecten worden gespaard. Doordat de republikeinse stellingen zich in de onmiddellijke nabijheid van de bebouwde kom bevinden, kan echter niet worden voorkomen dat vele granaten op goedangs en huizen terecht komen.

Er wordt zo goed geschoten, dat het vuur van de hoofdbatterij soms na een enkel salvo reeds naar een nieuw doel wordt verlegd.
Na een voltreffer op een pakhuis, breekt te Sibolga brand uit, die snel om zich heen grijpt. Vlammen lekken gretig op en verspreiden een rosse goed In de koolzwarte rookwolken. Blijkbaar is een olie-opslagplaats getroffen. De landwind drijft weldra de reuk van brandende rubber naar ons toe. Een reusachtige rookkolom stijgt hoog ten hemel.

Langzamerhand verflauwt het vijandelijk vuur, om tenslotte geheel op te houden. Precies een minuut nadat van den wal het laatste schot is gelost, wordt aan boord van het Nederlandsche oorlogsschip het vuren gestaakt. De fanatici in de rood-witte stellingen hebben blijkbaar eindelijk genoeg gehad. Zij hebben een gevoelige afstraffing gekregen, er is grote materiële schade aangericht aan opslagplaatsen en loodsen terwijl vermoedelijk velen zullen zijn gedood of gewond. Maar onze tegenstanders hebben er zelf om gevraagd: nog steed kan een Nederlandsch oorlogsschip niet straffeloos worden beschoten!

Na de actie verzamelt de bemanning ijverig vijandelijke kogels, die over het hele schip verspreid liggen, als souvenir van de strijd.

De ten gevolge van den luchtdruk van eigen vuur aan flarden gescheurde tentzeilen, welke niet meer tijdig konden worden weggenomen, herinneren er nogmaals aan, dat de jager niet op vijandelijkheden was voorbereid en door de tegenpartij werd gedwongen in actie te gaan.

In de loop van de nacht worden de aan de wal vastgehouden leden der bemanning van de "Nanmei" door de Indonesiërs vrij gelaten en naar het Britse schip terug gezonden.

Nog enkele dagen blijft de torpedobootjager op de rede van Sibolga, om te verzekeren dat rust en orde inderdaad zijn her steld. Dan wordt het anker gehieuwd en zet Hr. Ms. "Banekert" haar patrouillevaart voort.

Het grijze silhouet van het slanke oorlogsschip glipt weg naar de wijde ruimte van den Indische Oceaan, als het nodig mocht zijn, gereed voor verdere actie.
Bij de handhaving van veiligheid en recht ter zee heeft de Koninklijke Marine het laatste woord.