In Indi hadden wij destijds bij het derde peloton twee honden.
(en twee bruine jongetjes)

Die honden deelden het leven van de jongens. Zij gingen graag mee op patrouille.
Vooral carrierpatrouilles.
Daar waren zij helemaal weg van.
En als de bemanning uitstapte om even poolshoogte te nemen in een kampong of andere bebouwing dan waren zij ook meteen present.
En als er iemand een nadere kennismaking met ons harthollend uit de weg probeerde te gaan dan gingen zij na een commando, "pak em", in galop achter zo,n persoon aan.
En meestal bleven die dan stokstijf staan.


Maar het meeste nut hadden zij 's nachts.
Dan kwam er wel een bij ons in de mitrailleurstelling om de wacht met ons te delen.
Zij (sorry, het waren allebei hij's) lag dan boven op de zandzakken te luisteren.
Vaak met de kop op de voorpoten, zodat je dacht dat hij sliep.
Maar dan ineens kwam die kop omhoog en werden de oren gespitst.
En als hij dan even later zachtjes begon te grommen, dan wist je zeker dat er in het voorterrein iets was wat er normaal niet hoorde.
Dan was je zelf ook ineens klaar wakker en maakte je je wapen schietklaar.
Als er geen kamponghutten voorstonden, sproeiden wij dan soms even met de mitrailleur.
 



De honden van het 3e
peloton

Toen wij, vrij plotseling van Oost Java moesten vertrekken ontstonden er een paar problemen. Allereerst die bruine jongetjes.
En was het zoontje van de oudste baboe. Zij kreeg van de jongens behoorlijk wat geld voor haar en haar zoontje en ook voor de zorg over het tweede jongetje.

Maar die honden, wat moest daarmee gebeuren. De jongens dachten er niet aan hen onverzorgd achter te laten en iemand die er voor wilde zorgen was niet te vinden. Dus moesten zij doodgeschoten worden. Maar een vrijwilliger voor dat karwei was er niet. Maar een van die honden had in die laatste dagen nog een amoureus avontuur midden op de rijweg. Een voorbij denderende legertruck nam de jongens de helft van het lastige karwei uit handen.

De tweede hond liep tot de avond voor ons vertrek nog een beetje verloren rond ons bivak aan de haven Tandjong Perak toen een der jongens een resoluut besluit nam. Hij pakte zijn stengun lokte de hond mee naar de overkant en doorzeefde hem met kogels.
Met tranen in de ogen begroeven zij hem in de berm van de weg.

Aad van Veldhuizen