Ik denk aan Djokja                                                                                                           ©  Veteranen-online

Verslag van paratrooper vaandrig W. Rey over de luchtlanding op MAGOEWO 18 december 1948.

De verbeten, maar misschien toch al iets triomfantelijke trek om de blanke  en bruine snuiten, verried de sfeer waarin zij maanden, en verschilllenden al jaren, geleefd hebben, gaven een uitdrukking van de korpsgeest, de samenhang tussen officieren en soldaten, die (nu samen, onder dezelfde moeilijke omstandigheden, de eer van hun Korps zouden gaan hoog houden.

Tussen deze mensen zwierven mannen van de luchtvaart, vertrouwde gezichten, die zo nu en dan voor de Paratroepen op de bres staan, die niet hier waren uit louter nieuwsgierigheid of omdat zich dit alles op hun terrein afspeelde, maar die altijd bereid zijn om te helpen bij onze experimenten, die nooit iets teveel gevraagd wordt, die met hun ervaringen helpen waar nodig.  De kerels die altijd belangstelling tonen voor dit nieuwe wapen, dat zo nauw verwant is met HUN vliegerij.

Eén moment zag ik de formatie-leider en de Cdt.-Para's met elkaar staan praten, ergens, op een kleine verhoging.  Onder hen krioelden de parachutisten en vliegers door elkaar, pasten de para's hun pajong en discuteerden de ML-ers over hun problemen.
De een zou ze brengen boven...... de andere naar het doel. Intussen was het tijd geworden voor de laatste briefing. 
Een kort resumé, een uitgebreide weervoorspelling door de meteo, die eerst met grote kaarten rondliep om tenslotte alles voor te lezen van een klein papiertje.  Het was vast heel belangrijk, tenminste iedereen schreef!

Toen kwam op ons verzoek nog eenmaal het "belletjeverhaal", vast zeer onbelangrijk moesten we constateren, want...... niemand schreef!  En toen kwam de Legercommandant met nog een Opper-officier even zijn belangstelling tonen en even later verdween ieder naar zijn eigen toestel.
De parachutisten stonden inmiddels al aangetreden en werden op de normale wijze op uitrusting en parachutes gecontroleerd.
Naast het blijvende gevoel van spanning, kwam toch een opluchting naar boven, toen even later, ondanks het bezorgde gezicht van de eerste bestuurder, toen hij bij het instappen het aantal mensen en supplycolli bekeek, onze C-47 zich als eerste van de 16, brullend losmaakte van de startbaan en boven Tjimahi, boven het vertrouwde springveld, rondjes begon te trekken om de opgegeven hoogte te bereiken.

Los van Moeder Aarde en...... er niet op terug vóór Djokja.
Onder ons kwam beurtelings Bandoeng en Tjimahi, eerst groot met nog betrekkelijk weinig verlichting, steeds kleiner wordend met overal opflikkerende lichtjes van in hun slaap gestoorde burgers en militairen, die zich verwonderd afgevraagd zullen hebben wat deze nachtvliegerij te betekenen moest hebben.  Enkele lichtjes moeten ons een laatste succes toegewenst hebben van hen die moesten achterblijven.  Onze vrienden op de bureaux, op de School, de vrouwen en verloofden, zij, die de laatste dagen hebben moeten merken dat er wat "was" of "komen" moest.

Vanuit de open deur naar beneden kijkend op diverse hoogten de navigatie-lichten van andere vliegtuigen.  Op de steeds vager zich aftekenende rui-way een laatste krachtig wegschieten van gekleurde lichtjes.
Ik herinnerde me uit de Crew-briefing: - met zoveel meter hoogte klimmen tot 9000 ft, na zoveel minuten koerszetten...... Het was prettig de jongens in de plane te kunnen uitleggen waarom we maar rondjes bleven draaien en waarom het steeds kouder werd.

Over de Leg-bags en de inmiddels uitgestrekte benen was het een hele toer in de cockpit te komen. Hier een voltallige bezetting.  Direct om de hoek rechts de man die alle kanalen moest bedienen, een grote lijst met cijfers voor zich, aantekeningen makend op de omslag van een boekje, links daarvan de mecano, dure staten invullend en leunend op een grote ijzeren kist met gereedschap.  Voor in de neus, kaarten, losse aantekenblaadjes aan de ruitenwissers bevestigd en verder niets dan groene cijfers en wijzers, met als enige uitzondering de rode lampjes van het landingsgestel, die echter om de rustige sfeer niet al te wreed te storen, afgedekt waren met een stukje papier.

"Hoe is het achter?  Koud zeker he?" was de vraag van de eerste bestuurder en rustig bromde de C-47 door de donkere nacht.
Voor zover de parachutisten niet sliepen hadden zij zich een gemakkelijk plaatsje gezocht, zoveel mogelijk beschermd tegen de kou.  De parachutes lagen met de uitrusting verspreid door het toestel.  Ergens tussen de supply stond een ketel met koffie, die in Andir lekker warm maar nu inmiddels koud geworden was, trouwens men was vergeten ons bekers mee te geven en dus schepte ieder naar behoefte met de ene beschikbare mok.

Langzaam daagde het, een imposant schouwspel, de eerste lichtstralen zich tussen de wolkenslierten te zien trekken.  Diep onder ons was water en heel in de verte de vage contouren van de kust. In de cockpit was na een periode van rust weer een en al bedrijvigheid.  Weerberichten kwamen binnen gelukkig gunstig -. Plotseling wees de gezagvoerder naar beneden: "Daar ligt de Torenvalk".  Dit schip was het laatste rendez-vous.  Hierboven zou de luchtvloot geformeerd worden.

We gingen weer rondjes trekken en langzaam werd de temperatuur aangenamer nu we per ronde zoveel meter zakten. Nu moest uitkomen of de piloten met hun gegevens, met hun meters en met hun kaarten in staat geweest waren dit plekje te vinden.  Hier was het geen "tjotjehuisje-boompje"-vliegerij.  Hier moest genavigeerd worden, en er was genavigeerd want ruim tien minuten voor de gestelde termijn was het rondom ons een gebrom van belang.

De gezagvoerder moet van het enthousiast heen en weer gespring van de inmiddels volledig wakker geworden parachutisten, wel menig druk op zijn stuurknuppel gevoeld hebben.   "Kijk daar heb je er twee, en daar........ en dan hing de hele bezetting weer naar links en dan weer naar rechts om gezamenlijk een "nieuwe" te ontdekken, dikwijls nog met de navigatie-lichten aan. Steeds maar draaiend schroefden we naar beneden.  De Torenvalk werd groter en groter.  

Veel mensen in witte pakken stonden op het dek, enthousiast met beide armen zwaaiend.  Het moet inderdaad een machtig schouwspel geweest zijn de glinsterende vogels met de kleurenbanden op de staartstukken zich te zien formeren, rood bij rood - blauw bij blauw en dan te weten dat het einddoel Djokja was.

Nu werd het menens!  Iedereen telde, de Hollandse jongens hardop en enthousiast, de Indonesische jongens, hun neuzen platdrukkend tegen de te kleine ruitjes van de Dakota, mompelend - "dua-tiga-ampat" en als ze een andere formatie in de volgende bocht zagen - "Satudna enz." terwijl hun ogen fonkelden. Een enkeling raapte reeds zijn stukken bij elkaar.

Tussen alle bedrijvigheid wist ik me nog even naar de cockpit te werken.  Hier stond de kapitein-parachutistvlieger-waarnemer, die mee zou springen om de startbaan te controleren en een bekende figuur is bij de Paratroepen, het laatste weerbericht te ontcijferen.  Dat het gunstig was, moge de ferme klap op mijn schouder getuigen en "nu moet het lukken" mompelend verdween hij weer uit de cockpit.  "En Captain, alles al bij elkaar?" vroeg ik de eerste bestuurder, die nu meer oog had voor de buitenwereld dan voor zijn meters en toerentellers.  "Ik geloof van wel, maar we hebben ook alle tijd", bromde hij en zocht de omgeving af met arendsoog. Even later meldde de tweede: "Alle 16 aanwezig".  De gezagvoerder keek even op zijn horloge en gromde zoiets van: "Dan gaan we maar".

Uit de laatste bocht kwamen we weer normaal te liggen, koers landwaarts.  Links ergens moest Djokja liggen.  Ik draaide me om, wilde de jongens vast hun parachutes laten omdoen, toen plotseling de tweede 'bestuurder me bij mijn arm pakte.   "Zeg, vertel me nog eens even, hoe zit dat ook weer precies met die belletjes".
Het verbrak even de stilte, even realiseerde ik me, dat wij parachutisten vanaf dit moment de volle aandacht van de piloten hadden en dat was een prettig idee, want zo zou het in alle kisten wel zijn. "Laat het belletje van 10 min. maar vervallen, geef ongeveer 5 min.

Voor droppen drie tikken, twee tikken wanneer je gaat invliegen en de laatste wanneer je wilt droppen; ik ga, zelf direct achter de stick aan". "Rotje, veel succes", was het antwoord.
In de plane was het een drukte van belang, parachutes werden aangedaan en ondanks de zee van beschikbare tijd begonnen we maar vast met de contróle.  Geen statticlines tussen de harnassen, alles goed vastgesjord, en eigenlijk veel te vroeg werd er al aangehaakt.  Natuurlijk liet een van de jongens zijn safety-pin vallen, die met geen mogelijkheid meer te vinden bleek, maar ondanks dat, waren we al klaar voordat het belletje "vijf minuten" aangaf.

In het vliegtuig waren inmiddels de jagers ook al opgemerkt en toen ik me na de laatste contróle opstelde naast de deur, zag ik de P-40's en P 51's hun dartele spel van duiken en omgooien spelen.  Rauw klonk het mitrailleren en soms een doffe knal van een rocket, die sneller dan de afvurende jager, onder achterlating van een blauwe rookstreep, zijn doel zocht en vond, gezien de opstuivende rook- of gruiskolom.

"OP UW POSTEN".  De gezichten verstarden.  De deur van de cocpit was open en het gedeelte van de crew, nu niet direct nodig, wilde het verdwijnen van hun passagiers uit de deur niet missen en boden zich vrijwillig aan straks bij de supply-dropping te helpen.

06.44 uur.  Boven ons zweefde statig een B-25, de LegerCommandant, die van boven het eerste werkelijke optreden van zijn specialistentroepen wilde gade slaan.  Aan de zijkanten, vielen de jagers feller en feller in onafgebroken duikvlucht de zijkanten van het nu voor ons oog nog onzichtbare vliegveld aan.  Steeds duidelijker tikten de mitrailleurs.  Uit de in hoogspanning verkerende "stiek" hoorde ik mompelen: "Dat is muziek jongens".

RING-RING, nog 10 seconden...... even een duimpje naar de tweede bestuurder die naar achteren keek: "Wij zijn klaar".
"STAAT IN DE DEUR", een laatste stap.  De lichamen spanden zich tot het uiterste; starende, niets zeggende ogen onder de fantastisch groot lijkende helmen, slikkende bewegingen.

In de deur stond de Cdt. van de Springschool van de  S.0. P., de man die ons allen zo dikwijls het vliegtuig uitgetikt heeft bij de trainingssprongen, de man aan wie de legerleiding voor een groot deel te danken heeft, dat hier thans ruim twintig parachutisten staan, die de sprong in de ruimte niet meer vrezen en zich dus volledig kunnen instellen op de taak die dadelijk beneden wacht.

Het was voor iedereen vanzelfsprekend dat hij thans de eerste zou zijn, die boven Djokja de "actie"- sprong (zijn 167ste sprong) een stille waardering voor een bescheiden werker.
 Langzaam gaat de staart iets naar boven, duidelijk merkbaar is het verminderen van snelheid, onder ons schuift het vliegveld langzaam voorbij. RINGGGGGG GO De expansie van jaren trainen, van maanden voorbereiden en dagen van spanning voltrekt zich.

De ringen aan de static-lines slaan tegen de wand van de plane, het belletje ringt rusteloos verder.  Zeventien, achttien, negentien doelbewuste stappen tot er niet meer is, twintig, een en twintig, driftig blijft het belletje doorgaan, de laatste hak verdwijnt en laat alleen de trillende statticline achter de vrije val het bekende rukje en de parachute-pakafdeling boekt weer een groot succes, wanneer de honderden parachutes zich ontplooid hebben en met hun last langzaam naar de aarde zweven.

De lichtgebouwde paratroepers, die anders het zweven zo lang mogelijk rekken, trekken nu aan alle mogelijke koorden, een minder zachte landing voor lief nemend.  De onbeschrijfelijke stilte, anders zo typerend bij het zweven. wordt nu wreed verstoord door het getetter van machinegeweervuur.

Daar hang je dan, weerloos, en het is heel moeilijk te bepalen of de jagers schieten of dat het vijandelijk vuur is van beneden.
Nog maar nauwelijks op de grond, terwijl ik nog alle mogelijke moeite doe om uit het harnas te komen, rennen verschillende jongens van alle kanten komende in een schijnbaar ordeloze run weg.  Staande echter zie je de punten van samenkomst die door iedereen gevonden worden, hoe verspreid ze ook neer gekomen zijn. 

Een klein gekleurd vlaggetje geeft het Rendez-vous aan, vandaar zullen ze troepsgewijs de opgegeven punten gaan bezetten.
Boven ons wordt de blauwe lucht weer bedekt met de zilveren vogels, die nu de laatste parachutisten aan de khaki-kleurige parachutes en de eerste supply aan hel rode-witte-en-blauwe chutes uit het donkere gat aan de linker-zijde braken, mensen, munitie, wapens en medicamenten in één run. 

Boven in de planes zwoegen overgebleven para's met mannen van de Militaire Luchtvaart samen om ons van het direct hardnodige te voorzien.  Dat is samenwerking, dat is kameraadschap in de engste betekenis!
Intussen hebben de gelande Para's hun verzamelplaatsen bereikt en rukken al sprongsgewijze op haar de opgegeven doelen.  Hier en daar valt een schot. 

Dan plotseling heftig vuur; Brens, Jungle carabines, Viekers dan wordt het weer stil. Onvermoeid komen de Dakota's terug met supply. Ondertussen is ook de Commando-post ingericht en de Commandant kan niet snel genoeg antwoorden op de via verschillende radio's binnen komende vragen.

De jagers, eerst zo actief, vragen om meer werk, zij zweven nu maar wat rond en dat is niet de bedoeling menen zij, een troepencommandant vraagt mortiersteun en een andere of hij de in de nabijheid liggende fabriek ook maar meteen kan bezetten.
Ergens in een hoekje van een hangar, waar twee met blik beplakte jagers van de Rep. Luchtmacht staan, benevens een zweefvliegtuig en een onbekende viermotorige, die er nogal degelijk uitziet, zit ook de dokter met zijn staf, maar er is geen werk voor hem.   Juist is hij terug gekomen van een kleine verkenning in de huisjes in de naaste omgeving, waar hij een bom ontdekt heeft. Radiobericht voor de Commandant demolitie, - en zo gaat het maar door.

Intussen steeds maar vragen van het groter wordend aantal C-47's, die al in de omgeving van het vliegveld cirkelen met aan boord landingstroepen enz., zij willen naar beneden.   De vlieger-kapitein die de startbaan aan het controleren is en al enkele bommen heeft moeten onschadelijk maken vraagt nog 10 minuten tijd, wat maar node gegeven wordt.   De regelmatige baan van de jagers wordt zo nu en dan via een radiobericht even onderbroken, dán om steun te verlenen, dán weer om een kleine verkenning in de omgeving te doen.

Er is zo vreemd weinig tegenstand, zo heel anders dan verwacht werd na de laatste berichten en eigenlijk verontrust ons dat.
Even later zijn de jagers weer terug.  "Hier mike 1, hier mike I, weinig vluchtelingen, verder alles OK-overrr".
Boven ons op een waterreservoir zit een dubbele uitkijkpost en fier wappert hier het Rood-Wit-Blauw nu al bijna weer een uur, na jaren verbannen geweest te zijn.  Het rood-witte vlaggetje zal wel door een van de Stafmensen gesouvenierd zijn.

Eindelijk dan komt het bericht dat de Dakota's kunnen landen op een met seinlappen gemarkeerd deel van de startbaan.  Uit puur enthousiasme duiken de nu reeds in een aantal van 7 rondcirkelende Dakota's naar beneden en stuiven de startbaan op, het is dan precies 08.14 uur.  De eerste invlieger wil waarschijnlijk om de achter hem komende collega's ook een snelle landing te verzekeren doortaxiën tot het einde van de baan en met veel moeite kan de man met de gele vlaggetjes hem nog juist voor de markeerlappen tot stilstand brengen. 

Achter deze gele lappen is mogelijk nog gevaar en zwoegen de demolitie mensen om meters meer te krijgen. De eerste kist, mannen van de ML met radio-towermaterieel, de tweede met de bekende rode brandweerjeeps, de derde met medisch personeel en toen luchtlandingstroepen met groene baretten op, en jeeps en trailers en materieel, de luchtbrug met Semarang is geopend Ergens op de runway staan Paratroepers, die niet direct ergens anders nodig waren, met gele vlaggetjes te zwaaien en dirigeren de toestellen verder.  Dikwijls echter verkeerd, maar voordat de hijgende ML officier woest kan uitleggen dat die kist daar niet kan blijven staan, draait de linker-motor alweer en even later stuift hij alweer weg...... naar Semarang.

Het eerste halfuur. iedereen tracht te helpen de vliegtuigen een losplaats te geven; de kapitein-vlieger "towert" zonder radio en moet soms de wanhoop nabij zijn en een overste van de ML, prominente figuur, die altijd aanwezig is wanneer er wat "opgeknapt" moet worden, regelt het lossen, grijpt soms zelf enkele kisten comporations beet en geeft instructies bij het ontladen van de eerste jeeps.

Op de commando-post bij de Para's, wordt het rustiger, enkele berichten van de troepen en gelukkig meestal erg gunstig: "Fabriek onbeschadigd in handen - twee jeeps van Comm. van Goede Diensten voor de dokter gepikt, inzittenden komen direct naar commando-post - hier volgt opgave van buitgemaakte wapens: twee vliegtuig mitrailleurs, een twee centimeter kanon met munitie, twaalf klewangs, enz. enz."  Op diverse plaatsen zit de Inlichtingen dienst gevangenen te verhoren, overal nog wel bedrijvigheid, maar dit werd routine-werk.

De eerste per luchtbrug aangevoerde jeeps rijden al over het veld, wel niet voor ons, maar het is toch een kleine moeite er een even te bemachtigen en een kleine verkenning te plegen.  We stoppen bij wat eens de Towër van Magoewo was. 
Hier wordt naarstig gewerkt aan een kluwen gekleurde draden, hier zitten in de overgebleven resten van rottan-stoelen twee burger-militairen, een aalmoezenier en een veldprediker. 

Zij kwamen met de eerste toestellen, maar er is gelukkig voor hen geen werk.  Ergens onder een afdakje heeft de medische dienst haar koffers en kisten ontpakt, na ruim twee uur zijn ze blij wanneer een schram met de jodium-kwast bewerkt kan worden.
Hoog in de bomen hangt een witte parachute, symbool van orde, vrede en rust.