Het Heilig Kanon van Batavia

Bron: WAPENBROEDERS 8-9-1949

Tal van militairen. die op het punt staan te demobiliseren, maken van de gelegenheid gebruik om de bezienswaardigheden van Batavia 's oude benedenstad eens te gaan bekijken.  Het "Heilig Kanon", niet ver van de Amsterdamse Poort. vormt een belangrijk object van dergelijke  toeristische excursies naar historisch Batavia.  Op verzoek van enkele lezers geven wij hieronder enige bijzonderheden over dit kanon.  De gegevens werden ontleend aan een artikel van Dr. ]L C. Crucq In het "Tijdschrift voor Indische taal-, land- en volkenkunde".
Het heilig kanon kreeg vooral bekendheid door de vreemde vruchtbaarheidscultus, die sinds omstreeks 1810 bij dit wapen is ontstaan.  Vele Indonesische vrouwen maken een tocht naar deze plaats om te trachten zich door bepaalde rituele handelingen nakomelingschap te verzekeren.  De "priesteres" is dan druk inde weer in haar kraampje, dat op enige afstand van het kanon staat.

Zij opent twee pakjes, die beide zeven bloemsoorten en zeven soorten plantten bevatten.  De inhoud van het ene pakje wordt over de loop van het kanon uitgestrooid, de bloemen en planten van het andere in een arangrvuurtje gedeponeerd, dat de hele dag voor de "hand", op de loop van het kanon, brandende wordt gehouden.  De "priesteres" en de vrouw, die hier kwam om vruchtbaarheid af te smeken, knielen voor het stuk neer.  De eerste richt gebeden tot de goden om de bezoekster goed gezind te zijn en haar de kinderen te geven, waarnaar zij zozeer verlangt.  Onderwijl strijkt de priesteres met de hand de welriekende overblijfselen van de bloemen en planten uit het tweede pakje over de loop van het kanon.

Wanneer deze handeling is volbracht gebeurt het nogal eens, dat de bezoekster een kroesje vult met gewijd water, uit een aarden pot en het opdrinkt.  Daarmee is de rite dan afgelopen.  Een papieren pajong, een van de meest opval­ende voorwerpen bij deze cultus, wordt voor het stuk neergezet en na enige tijd toegevoegd aan de grote tros, die zich op de loop van het kanon bevindt.

Uit Malakka

Over de geschiedenis van dit stuk is vrij veel bekend.  Het is afkomstig uit Malakka, dat in de eerste decennia van de 17e eeuw herhaaldelijk door de soldaten van de Compagnie werd aangevallen met het doel de Portugezen hun laatste bolwerk, zo dicht bij de Compagniesbezittingen gelegen, te ontnemen.  In het begin van l641 werd Malakka, het latere Singapore, na een bestorming door de Hollanders genomen.  In de stad troffen zij talrijke stukken geschut aan en een deel hiervan werd naar Batavia !overgebracht.  Het kanon, waarvan hier sprake is, bevond zich  -naar kon worden vastgesteld-,onder deze zending.

Dit stuk geschut heeft nog menigmaal gesproken en het had in die woelige dagen, toen Batavia tegen allerlei aan­vallen moest worden verdedigd, steeds een belangrijke plaats in het verdediginssysteem van de stad.

Toen de VO.C. werd opgeheven, verdween ook dit kanon.  Het werd van zijn affuit gelicht en opgeborgen in een magazijn.  Daendels liet in 1810 -de artillerie overbrengen naar Weltevreden, maar het roemruchte kanon bleek onbruikbaar en bleef daarom voor het magazijn liggen.  Sindsclien ontstond de vruchtbaarheidscultus.  Uit oude geschriften weten wij, dat reeds in 1822 het stuk bekend stond als "Heilig Kanon".

Hoe dit precies in zijn werk is gegaan, is moeilijk vast te stellen.  Dr. Crucq  neemt aan, dat een handig zakenman, die daarin wel brood zag, zichzelf heeft opgeworpen  als regelaar van de "magische krachten", -die het kanon heette te bezitten.  Men moet daarbij in het oog houden, dat in de -voorstellingswereld der Indonesiërs "metaal" zeer vaak is geladen met magische kracht.  In dit verband is het niet onaardig er terloops op te wijzen"dat dergelijke opvattingen ook ons niet geheel vreemd zijn geweest.  Bekend is het voorbeeld van het mes, dat men een vriend cadeau doet.  "Het snijdt de vriendschapsbanden door" zegt men dan en daarom kan men beter zo'n geschenk achterwege laten.  Deze uitleg schijnt echter niet juist.  Waarschijnlijker is 't -dat men met het weggeven van een dergelijk geschenk een hoeveelheid magische kracht meende te verliezen.  Het kwam dan ook vaak voor, dat degene, die het mes ontving, in ruil daarvoor een muntstuk aan de schenker gaf.  Dit had niet tot doel de schenking het karakter van een transactie te geven, zoals de gebruikelijke verklaring luidt, maar om de magische kracht, die de schenker verloren had in andere vorm terug te geven.

Toen achter de Amsterdamse Poort een spoorweg werd aangelegd is het heilig kanon enigszins verplaatst en in 1936  tenslotte werd het op 't betonnen blok geplaatst, waarop het ook nu nog rust.

Javaanse legenden

Het is algemeen bekend, dat er naast het kanon in de benedenstad van Bata­via zich nog een gelijksoortig stuk geschut op Java bevindt.  De Javanen gaven er namen aan en er werden merkwaardige verhalen geweven om deze kanonnen.  Wij nemen over, wat Dr. Crucq hierover vertelt:

"Volgens Javaanse opvatting is de geschiedenis van Kjai Seltama deze, dat zowel Kjaj Setama als Njai Setomi (de namen der beide kanonnen) huldegeschenken zijn van de Portugese Compagnie aan den Pangeran van Jakatra ten tijde dat Demak kraton was (,de hegemonie op Java bezat).  Ten tijde van Kandjeng Soelban Agoeng werden Ki Setama en Njai Setomi overgebracht naar Mataram, waar ze op den Pagerboendi van den kraton werden opgesteld, links en rechts van de poort Bradjanala.  Maar Kl. Setama bleef niet lang in Mataram; hij werd naar Djakarta teruggebracht, aangezien hij telkens in de droom verscheen aan de wachters, en iedere avond vóór Vrijdag- en Dinsdag Kliwon brulde en bulderde hij, en verschrikte de bewakers.  Njai Setomi bleef te Matáxam, en veroorzaakte geen last; zij werd een pu­saka van den kraton.

Nog bekender is het verhaal van de drie Heilige Kanonnen (Ki Amoek, Kjai Setania en Njai Setoma Pantiawoera) door een Hollands koopman geleverd als koopprijs voor Tandoeran Gagang, de prinses van Padjajaran".