Uit mijn inmiddels toch al lange leven kan ik mij maar twee kerstvieringen herinneren. Een uit mijn kinderjaren toen ik bij de buren onder de kerstboom hun kerst mee mocht beleven. De tweede is de kerst in 1948 toen de tweede politionele actie net zes dagen oud was. Maar ik had in die paar dagen al vier jongens verloren. En dan is het KERSTFEEST. Uit mijn dagboek van die dagen diep ik herinneringen daaraan op.

door: Aad van Veldhuizen.

Kerst 1948

Zo brak zondag, de eerste Kerstdag aan Dominee Rienks afkomstig van De Glind (Rudolph Stichting) te Barneveld leidde een kerstdienst voor protestanten en katholieken beidde. De dominee en de aalmoezenier probeerden op zo zoveel mogelijk buitenposten een kerstdienst te houden. Ieder van ons die even kon ging naar deze diens en zelden sprak ons het oude Kerstevangelie ons zo aan en nimmer ontroerde het 'Stille nacht, heilige nacht' ons meer dan nu. We voelden de grote tegenstelling tussen het 'Vrede op aarde, in de mensen een welbehagen' en ons leven in deze tijd van oorlog die in de voorbije week aan vijf kameraden het leven kostte als een bijna fysieke pijn. Midden onder de korte dienst werden de jongens van het eerste peloton dat ook hier gelegerd is, weggeroepen om uit te rukken. Een paar minuten later hoorden wij hen met oorverdovend kabaal wegscheuren naar een brug, waarover de Tni. optrok. Niet lang daarna sloot de dominee de korte dienst met een indringend gebed en vertrok haastig naar een volgende buitenpost.

Het waren drukke dagen voor soldaten maar ook voor onze zielenherders, onze Laatste Hulp.
De dominee deelde een kamer met de dokter en jongens van ons Stafpeloton hadden op de deur een bord aangebracht met het opschrift:

Eerste en Laatste hulp

Tweede kerstdag starten wij voor een tweedaagse verkenningspatrouille in vijandelijk gebied. Enige zware mitrailleurs moesten ook mee. Voor het dragen daarvan waren enige koelies gecharterd want de carriers bleven thuis. De totale strekte bedroeg omstreeks een compagnie. Veel hadden wij niet in deze onderneming want in het vijandelijk gebied zouden zich 3 bataljons Tni. ophouden. Dat was 1 tegen 20. En om dan een nacht daartussen te bivakkeren leek ons niet aanlokkelijk.

Ik werd met mijn groep een paar honderd meter vooruit gestuurd om de route te verkennen. Na een uurtje overliepen wij een paar peloppers. De brenschutter schoot er een dood en omzichtig gingen wij op zoek naar de andere. Die kwam opeens met de handen omhoog uit het struikgewas. Bij fouillering vonden wij een handgranaat en tussen de struiken vonden wij een karabijn met een geketste patroon in de kamer. Hij had dus geprobeerd een van ons neer te schieten. De jongens waren woest en wilden de franc-tireur liquideren. Maar ik verbood dat en liet hem wegbrengen naar achteren.

Ondertussen kregen wij van meerdere kanten vuur, reden voor de koelies om de modder in te duiken. De mitraillisten waren bezig met geschreeuw en hier en daar een schop de koelies weer overeind te krijgen.

Dan klonk er een salvo, de Tni-er was doodgeschoten.

We rusten enige tijd en gaan weer verder als de koelies de mitrailleurs weer hebben opgenomen.
Maar dan begint de Tni weer te schieten en duiken de koelies weer in de modder van de sawahs.

Ondertussen zijn wij bedenkelijk ver voor geraakt op de hoofdmacht en de vijand begint ons behoorlijk onder vuur te nemen. Ik besluit terug te trekken uit de kampong waarin wij ons bevinden, korter bij de hoofdmacht.

Daar ploeteren de jongens om de mitrailleurs opgesteld te krijgen om de alom aanwezige vijand onder vuur te nemen. Als dat gebeurd, zwijgt het vijandelijk vuur en de jongens beginnen de mitrailleurs weer in delen uit elkaar te halen en de koelies uit de sawahs te plukken. Als die kwaadschiks weer hun last opgepakt hebben begint het vijandelijk vuur weer. De koelies.......... de jongens........ het zweet loopt hen aan alle kanten met straaltjes van het lijf.

De jongens beginnen woest te worden op alles en iedereen, 't meest op de koelies maar geef die eens ongelijk. Wij willen zo vlug mogelijk van dit vlakke traject af, want de Tni. Schiet akelig precies.

Ik en mijn groep worden hinderlijk beschoten uit de kampong waar wij ons uit teruggetrokken hebben. Ik besluit er een paar Piat-bommen in te laten schieten en tot mijn verbazing is het dan meteen stil.

Het lukt ons tenslotte de vijand terug te dringen en wij kunnen weer wat optrekken. Maar dan begint het weer. Vijandelijk vuur, de koelies, de jongens. Zij zijn doodmoe en hebben danig de pest in. Bovendien raken de veldflessen leeg en doet de dorst zich gelden.

Ik spreek jongens van een andere groep die zojuist in de kampong zijn geweest waar ik de Piat-bommen in liet gooien. Zij vonden daar zeventien dode peloppers die bijna geen verwondingen vertoonden. Kennelijk waren zij door de luchtdruk gedood.

Daar het ondoenlijk bleek op deze manier ons doel te bereiken werd besloten maar terug te keren, ook al omdat een enkele koelies hem gesmeerd waren. Doodmoe aanvaarden wij de terugtocht zonder dat er nog een schot gelost werd.