Herinneringen aan Generaal Spoor
 

Bron: "STUURKOLOM" 1 juli 1949
 
door Iste Lt. vlg.wnr.  M. MERKELBACH

Het ligt allerminst in mijn bedoeling, te proberen wijlen de Generaal Spoor te schetsen als Generaal of als Legeraanvoerder, deze gedachte is verre van mij, want dat zullen de geschiedschrijvers ongetwijfeld beter kunnen doen, maar ik zal trachten U iets te vertellen omtrent mijn persoonlijke ervaringen, opgedaan, tijdens de periode waarin ik als adjudant van Generaal Spoor mocht optreden. 

Een periode, welke niet alleen leerzaam en rijk was aan ervaringen, maar bovenal een periode, waarin ik Generaal Spoor mocht meemaken als mens, een mens met zulke hoogstaande principes, kwaliteiten en eigenschappen, dat deze periode eigenlijk werd, niet tot een diensttijd met een verhouding van meerdere tot mindere, van generaal tot kapitein doch meer werd,  een samenwerking  en ik zou haast willen zeggen een samenwerking tussen vader en zoon.

 Ik moet dan beginnen met uit te leggen hoe het kwam dat de Legercommandant een ML-man en zelfs een vlieger tot adjudant had in de jaren '46, '47 en begin 1948.  Toen Generaal Spoor eind Januari 1946  het Legercommando overnam, behoorde tot de inventaris, niet alleen het leger, een huis, wat auto's en een berg moeilijkheden, maar ook een vliegtuig plus bemanning, bestaande uit een vlieger, een monteur en een telegrafist, welke reeds in 1945 in AustraliŽ ter  beschikking van de toenmalige  Legercommandant Generaal Van Oyen gesteld waren. 

Aangezien ik de vlieger was en verder geen vaste indeling bij een squadron had werd ook ik stilzwijgend als inventarisstuk overgenomen, Aanvankelijk had generaal Spoor reeds een adjudant, nl. de kapitein Tahya, doch deze begon zich vrij spoedig, na daartoe aangezocht te zijn en toestemming verkregen te hebben van de Generaal, op politiek terrein te bewegen, waardoor een behoefte ontstond aan een persoon die verschillende lopende zaken zou kunnen afdoen tijdens afwezigheid van de Kapitein-Adjudant. 

Begin Maart werd een grote oriŽntatievlucht gemaakt naar Borneo, Makassar, Menado en Bali, welke zo gunstig verliep, dat de Generaal er de smaak van beet kreeg" toen zoveel mogelijk per vliegtuig op inspectiereis wilde en een grote belangstelling aan de dag begon te leggen voor alles wat vloog.  Natuurlijk was Generaal Spoor niet totaal onbekend met het vliegwezen. 

Hij had tijdens de oorlog, de Japanse bezetting van ~Ned.-IndiŽ in AustraliŽ vertoefd en daar meermalen, weliswaar als buitenstaander, contact gehad met de Militaire Luchtvaart, maar zijn werkzaamheden als Directeur NE~FIS boden hem geen gelegenheid de moeilijkheden waarmee de ML te kampen had grondig te leren kennen.

Toen in April 1946 de Malino-conferentie een aanvang nam en de Kapitein Tahya uitgenodigd werd deze conferentie bij te wonen als vertegenwoordiger van een speciale bevolkingsgroep, werd tijdens het avondeten even tussen neus en lippen gezegd: "Ja, ga jij maar naar Malino, dan gaat Kees wel "even" op jouw plaats zitten". 

Eerst had ik daar natuurlijk niet van terug, daar ik nog nooit een bureau-job had gehad en het nu uit was met het gemakkelijke en fijne leven als vlieger sadja maar ik moest er toch aan geloven en zo gebeurde het dan dat een ML'er "even" als adjudant van de Legercommandant ging optreden.  Dit "even" werd echter langer dan twee jaar.

 Medio 1946 begon voor mij dus het echte  adjudantsleven.  Eenvoudig was dit niet; er waren geen richtlijnen, de toestanden waren zodanig dat veel geÔmproviseerd moest worden, het gehele leger werd georganiseerd, alles werd op een nieuwe leest geschoeid en dat terwijl de peloppers door de straten van Batavia liepen, mannen, vrouwen en kinderen in zorgbarende toestand nog in interneringskampen verbleven en de Engelse bezetting een vrij twijfelachtige bescherming bood .

 U kunt zich wel voorstellen dat juist toen zeer veel van de Generaal geŽist werd en het is dan ook in die periode geweest, dat ik voor het eerst getroffen werd door de rust en de beheersing welke van hem uitging, ook in de moeilijkste omstandigheden.  Hij had ten allen tijde een vriendelijk woord of een aanmoediging, hij was zich een ieders aanwezigheid bewust, uitte zijn waardering, ongeacht persoon, rang of stand, maar wist op zijn tijd ook. iemand, ongeacht wie, er ongenadig van langs te geven.

De eerste keer dat zich zoiets voor had gedaan was ik nogal wat huiverig om mij in de nabijheid van de Generaal te wagen, maar al spoedig bleek mij dat er niets te duchten viel, want ook hierin betoonde hij zich een groot mens.   Zodra de persoon in kwestie zijn portie beet had, was de zaak afgedaan, scheen Generaal Spoor het incident vergeten te zijn en zo kon het dan gebeuren, dat iemand, die vijf minuten geleden nog een schrobbering in ontvangst had genomen nu een pluimpje kon opstrijken en het onderhoud werd normaal voortgezet.

De Generaal Spoor ging graag op inspectie-reis, dat gaf hem de gelegenheid eens van zijn stoel weg te komen, zei hij altijd en bij voorkeur ging hij dan op weekeinden of feestdagen, want dat hield het werk niet zo op.  De commandanten van de te inspecteren onderdelen hadden dan ook meer tijd voor hem beschikbaar. 

Het was altijd een genot om een rondgang langs de troep in het veld te maken en de reacties van de militairen te horen en te zien als zij hun Generaal daar maar zo doodgewoon in een groen uniform, uit een  jeep of pantserwagen zagen kruipen en recht op de keuken of het hospitaal aan zagen stevenen om eens uit te vissen hoe het met de verzorging van zijn mannen aan de demarcatie-lijn wel stond. 

Na een praatje met verschillende militairen, wat onveranderlijk eindigde met een grap, waarbij zich zijn ongelofelijk gevoel voor humor weer openbaarde, verdween de Generaal weer in de jeep, verbaasd en ongelovig, meestal met open mond, nagestaard door alle daar aanwezige militairen.  Tijdens deze inspectie-reizen werd Generaal Spoor zo ontzettend veel gefotografeerd, dat het wel leek alsof iedereen in Nederland zijn kiektoestel ter beschikking van de militairen overzee had gesteld.  Iedere KL-er was gewapend met een kiekkast.........

Het was in de tijd dat hier op Java de beroemde Highway sigaret reeds lang "veroverd" was, terwijl op Sumatra en de andere buitengewesten nog lustig Players gedampt werden, dat een soldaat in de buurt van Padang klaagde over zo weinig ontspanning.  Ze hadden maar 3x  per week bioscoop en eens in de veertien dagen een cabaret-voorstelling.  Daarbij kregen ze maar 50 Players per week plus 300 per maand en of de Generaal dat nou eigenlijk ook niet een beetje te weinig vond.  Hierop vroeg Generaal Spoor waar de vrager in Nederland woonde en welke ontspanning mogelijkheden daar waren............... maar daar hebben we helemaal geen bioscoop".

"Dat is dan jammer joh", antwoordde de Generaal, "dan moet je hier maar veel naar de bioscoop gaan. want als je terug bent zul je er de kans niet meer voor hebben en steek maar eens op".  Hierbij presenteerde de Generaal hem zijn koker gevuld met de op Java ingevoerde ration-sigaretten "Highway".  Een lekkere Amerikaan verwachtend  greep de militair in kwestie gretig  naar de hem geboden sigaret, het merk ontdekkend betrok zijn gezicht, maar onder grote hilariteit dwongen zijn kameraden hem de Highway op te steken.

Een andere knaap ontving net post toen de Generaal de barak op kwam.  Een 25-tal brieven lagen op zijn tafel, waarop de Generaal vroeg of dit zijn dagelijks quantum was en of het zo wel uit te houden  was.
"Nou Generaal", antwoordde deze OVW-er, "het is eigenlijk maar niks gedaan".  Nou heb ik 30 brieven geschreven en krijg er maar 23 terug.  Die postverbinding is maar slecht, de andere vijf hebben ze zeker weggemaakt of ze zitten ze bij de posterijen zelf te lezen". 

Later bleek dat deze jongeman het brieven schrijven min of meer op de manier van strafregels schrijven uitvoerde, nl. aan een grote tafel met tien vellen schrijfpapier voor zich en op ieder vel onder de aanhef: Beste Dientje, Beste   Hilda of Beste Betje, schreef: Ik maak het goed, ik maak het goed, ik maak het goed ~enz, dan: Hoe gaat het met jou, hoe gaat het met jou, hoe gaat het met jou, enz.

Op een inspectie-tocht zag de Generaal alles en ging bij voorkeur daar naar toe waar men hem niet verwachtte en waar zijn komst niet aangekondigd was of wel zo kort van te voren, dat aan op orde brengen niet te denken viel.

Tijdens de verschillende vluchten in de jaren 1946 en 1947 fungeerde de Generaal dikwijls als tweede bestuurder en op langere trajecten nam hij altijd graag het werk van "George" over.  Dit leverde geen enkele moeilijkheid op zolang er maar wat remous was en concentratie nodig was om de kist recht te houden, doch zodra was het rustig weer en vloog de kist haast als vanzelf dan verslapte de aandacht, een of ander politiek dan wel militair probleem werd uitgedacht of tot een oplossing gebracht, zodat het toestel over ging hangen en een min of meer krachtige rechtzetting nodig was om de aandacht er weer bij te halen.

Vele vluchten heb ik met de Generaal gemaakt, zowel binnen als buiten de Archipel; waarbij vluchten naar Nederland toen hij met spoed opgeropen werd door de Nederlandse Regering. Het getuigde wel van een groot vertrouwen in de Militaire Luchtvaart dat hij beide vluchten naar Nederland door een B-25 liet uitvoeren. hoewel hele Skymasters te zijner beschikking werden gesteld. Nee, hij moest en zou met een militair toestel in anderhalve dag in Nederland zijn en toen het gelukt was en men hem op Valkenburg feliciteerde lachte hij trots en zei: "Och, dit is ook te verwachten van MIJN luchtmacht".  Op de vraag van H.M. Koningin Wilhelmina of hij de terugreis wat kalmer aan zou willen doen antwoordde hij bevestigend en liet er op volgen: "Misschien wel in drie dagen".

Ook voor de Militaire Luchtvaart is het overlijden van Generaal Spoor een groot verlies, want niet alleen dat hij ontvankelijk was voor luchtvaart-ideeŽn, hij streefde ook naar een eenheid in de luchtvaart, nl. de verwezenlijking van de Rijksluchtmacht als component van de Weermacht naast het Rijksleger en de Marine.  Van primair belang vond hij echter, dat de man militair was of werd, alvorens later een gespecialiseerde opleiding te kunnen ontvangen.

De levenswijze van Generaal Spoor was een zeer sobere en bestond voornamelijk uit veel en hard werken. Hij maakte werktijden, welke een normaal mens nog geen week zou kunnen volhouden, doch hij deed dit al jaren, totdat het ook hem op de fatale dag van 23 Mei te veel werd en hij het werk neer moest leggen. 

Kunt U het zich voorstellen: iedere dag, week in week uit, Zon- en feestdagen van 's morgens acht tot 's middags twee, van 's middags vier tot zes uur en na de avondboterham nog van negen uur tot twee uur in de ochtend.  Dit waren zijn normale werktijden, nog builen beschouwing gelaten de talloze conferenties, cocktailparty's en toespraken welke hij moest bijwonen of houden.  Cocktailparty's verfoeide hij, daar ging altijd zoveel tijd inzitten, wat later weer ingehaald moest worden en  hij bleef dan ook altijd zo kort mogelijk. 

Slechts bij zeer hoge uitzondering wanneer het absoluut niet anders kon, dronk hij jenever of bier, maar wel dronk hij op zijn tijd graag een goed glas sherry of port.  Vooral in de October-maand van het jaar 1946, toen de Engelse bezetting naar "Old home" terug ging, waren de party's niet van de lucht.   Iedere scheidende opperofficier hield een receptie.  Dit werd zelfs zo veel dat het iedere avond van de week prijs was en er op vele avonden zelfs twee of drie recepties gehouden werden.  Een waar festijn voor Bachianen, doch een beproeving voor de Generaal Spoor.

Een andere bijzonderheid, welke ik even de moeite van het vermelden waard vind, was het ongelofelijk gemak waarmee Generaal Spoor sprak.  Hij had de gave van het woord en slechts zelden had hij een te houden toespraak op papier gezet tot groot ongerief van journalisten en verslaggevers die nu het gesproken woord letterlijk moesten trachten over te nemen.  Natuurlijk kostte iedere toespraak wel enige voorbereiding doch deze geschiedde tijdens de rit naar de plaats der plechtigheid.  Ik moest dan in de auto een minuut of vijf mijn mond houden. 

Ter plaatse aangekomen, het ogenblik van spreken aangebroken trad Generaal Spoor naar voren en een prachtig woord werd gesproken.  Werkelijk een woord met inhoud, iets waar men wat aan had en waar men met belangstelling naar kon luisteren.  Alleen bij radio-uitzendingen moest de tekst op papier gezet worden teneinde de lengte en tijdsduur te kunnen bepalen.

Boekdelen vol zijn te schrijven over de korte periode waarin Generaal Spoor Legercomman- dant heeft mogen zijn ťn een bibliotheek vol is te schrijven over zijn leven.   Hopelijk gebeurt dit nog eens.

De bedoeling van mij was alleen U in korte trekken het een en ander te vertellen omtrent de laatste levensjaren van een groot Generaal, een eminent Legeraanvoerder en een goed mens. 

Vele episoden zijn niet aangeroerd: de moeilijkheden bij de reorganisatie van het leger in 1946, de gevechten geleverd op politiek terrein, de beslissingen te nemen tijdens de politiŽle acties, de demobilisatie, het vervoer, de aankoop, het verschijnen en optreden van de Commissie van Goede Diensten enz. enz.; dit alles en nog veel meer zweefde mij voor de geest, toen ik op de betreurenswaardige nacht van 26 op 27 Mei de erewacht betrok bij mijn Generaal en tijdens de ter aarde bestelling op 28 Mei.

Vrijwillig zou hij zijn post nooit verlaten hebben.  Hij ~blťťf, om samen met anderen ervan te maken wat er van te maken was en te redden wat er te redden viel.   Velen met mij betreuren het grote verlies dat ons leger geleden heeft, het is onverwacht geweest, het is snel gegaan, het heeft zo moeten zijn.

 Generaal Spoor,   REQUIESCAT  IN   PACE.