Nachtvlucht boven Java
Opleidingsschool M. L. te Kali Djati

WAPENBROEDERS 3 maart 1949 

"Het gaat door!"

 Het is een aardedonkere nacht en we staan op de contróle-toren van de Vliegbasis Kali Djati.
"Gaat het door?", roept de TowerOperator, de luchtverkeersregelaar, naar iemand die onder aan de toren in het donker een sigaret staat te roken.
"Ja, het gaat door! “
Die Tower-Operator moet zorgen dat de nachtlandings-oefeningen van de Centrale Vliegschool Kali Djati ordelijk verlopen en is een KNIL-sergeant van misschien 30 jaar. Zojuist heeft hij met een handomdraai de verlichting van het vliegterrein in werking gesteld en nu vertelt hij:
"De startbaan die we vanavond gebruiken is gemarkeerd door die lange rijen witte lichten. Het begin en het einde van de startbaan -dat heet de drempel- is aangegeven door een gekleurd baken. Alle hoge obstakels in de omtrek van het vliegveld, zoals huizen, hangars en electriciteitsmasten zijn van een rood lampje voorzien".

Terwijl hij nog vertelt over blauwe lampen, die de taxibaan aangeven, verdwijnt de sergeant in een donkere hoek, waar de seinlichten aan het hekwerk van de balustrade zijn bevestigd. Een fel-groene lichtbundel zwaait in de richting van een tweemotorige Lockheed, die nu zijn herkenningslichten aansteekt, rood aan de linker en groen aan de rechter vleugel en langzaam de taxibaan opdraait. De andere toestellen volgen als een klit door elkaar draaiende lichtjes van een stoomcarrousel. Het heeft allemaal zijn eigen bekoring.

Enthousiaste lui

Een paar dagen zijn we nu over deze basis rondgetrokken, onverwacht binnengevallen in de montagehallen, de magazijnen; de grondschool en de cantine. Maar waar al die lui, die iets met een vliegtuig te maken hebben je mee van de wijs brengen, is hun enthousiasme. Die lange vaandrig van de Technische Dienst bijvoorbeeld.
Soms heeft hij er net zo de dood in als een fourier, die alleen maar sokken maat 47 (zeven en veertig) te verdelen heeft. Maar vanavond gaat hij met lange passen over de donkere grasmat, uitgebreid docerend over dingen die niets met de Technische Dienst, maar alles met de vliegerij te maken hebben.

Of die kapitein van de Grondschool: "Er is wel degelijk een principieelverschil in de voor- en naoorlogse vliegeropleiding. Vroeger was het vrijwel voldoende, als een vlieger wist wat hij moest doen om zijn kist heel te houden. De klemtoon viel op de practische opleiding. Wij gaan van het standpunt uit dat een vlieger tot in de finesses het waarom van zijn handelingen dient te weten. Dat vraagt dus naast een uitgesproken vliegaanleg een zware theoretische opleiding met een maximum aan enthousiasme om door te zetten".
De sergeant-leerling die ‘s avonds op zijn kamer met behulp van ingewikkelde tabellen zich op een examen zat voor te bereiden.

"Ik heb er altijd zin in gehad. Na een jaar op een motor de omgeving van Buitenzorg doorkruist te hebben, zag ik de kans om op een Pipercub over te stappen en ik heb er geen spijt van. De opleiding is zwaar, maar het is geen weggegooide tijd. Je leert hier op een grondige manier een mooi vak, waar toekomst in zit".
"Zeker zit er toekomst in dit vak", vertelde het Hoofd van de Centrale Opleidingen, "het is natuurlijk niet de bedoeling om deze mensen op Rijkskosten een dure en goede opleiding te geven en ze dan naar 'n een of andere particuliere maatschappij te laten vertrekken, maar zij verplichten zich door deze cursus tot een driejarige verbandacte in dienst van de Militaire Luchtvaart. Willen zij nog langer blijven, dan zeggen wij: Graag! ,Maar niets houdt hen tegen om dan naar het burgerluchtverkeer over te gaan, waar zij, vooral nu hier een cursus "Navigatie III is ingesteld, ongetwijfeld een goed emplooi zullen vinden".

Vlieg-wetenschap

Iemand zei ons dezer dagen: "Vliegen Is geen vak meer, het is een wetenschap".
In de leslokalen van de Grondschool zagen we kasten vol instrumenten, we zagen de nog kleine, maar uiterst interessante bibliotheek, de laboratorium-achtige seinklas, de ingewikkelde linktrainers, enfin een verzameling van zuiver -wetenschappelijke en nauw-samen werkende instellingen.
,Hier op de donkere balustrade van de contróle-toren zien we de praktijk. De Tower-Operator geeft met zijn seinlamp toestemming voor de start. De zo net nog brullende motoren beginnen rustig te lopen. Eerst langzaam zie je de herkenningslichtjes over de startbaan dansen, dan zwelt het motorgeronk aan en op volle toeren davert de machine langs de toren. Even zie je een flits van het witte gezicht in de cockpit, het blauwe vlammetje van de uitlaat en een vluchtige weerschijn van de grondlichten op de helgeel geschilderde romp.

"You are clear to start"

Voor het zover was, moest de knaap, die daar nu hoog boven het donkere Java hangt, een school doorlopen die het uiterste vroeg van zijn doorzettingsvermogen, moest hij met instructeurs de lucht in, die helemaal niet kinderachtig waren en hem negen-en negentig keer verzekerden, bij alles wat maar vliegen kon, dat hij het nooit zou leren.
Nog een paar uur nachtlandingen en dan gaat hij naar de Jachtschool. Het ideaal, dat hoge physieke eisen stelt en daarom maar door weinigen wordt bereikt. Maar als dan ook eenmaal een beroep op hem wordt gedaan en hij voor zijn eerste operatieve opdracht de lucht in gaat, dan kunnen zij, die zijn hulp nodig hebben, rekenen op een specialist, die voor honderd procent in staat is die steun te geven, waartoe zijn toestel hem in staat stelt.