Wat ik altijd al wilde vertellen....
door C.Hartsuiker

26 februari 1949 ...

Plaats, kampong Banjoe-Oerip. De kampong ligt in de omgeving van de plaats Padangan op Oost-java. In de kampong waren destijds een aantal huizen gebouwd voor het personeel van de B PM (Bataafsche Petroleum Maatschappij). Tijdens de Japanse bezetting zijn deze huizen verwoest. De omgeving was een oliewingebied van de B PM. Dit gebied moest weer in bedrijf worden gesteld en kort na de 2e politionele actie ging een peloton mariniers het oliewingebied veilig stellen.
Zonder problemen arriveerden de mariniers in het gebied.

Er werd een post gevestigd om het gebied te beschermen waardoor een aantal employé's van de B PM er weer aan het werk konden gaan. Deze moesten de olieleidingen controleren. Veel was er vernield en moest worden hersteld.
Elke dag ging er een mariniers-patrouille op uit om het gebied te controleren of er geen vijandelijke eenheden aanwezig waren. De patrouille reed in een truck, een G MC, de afstand was ongeveer 20 km heen en terug. Het was zwaar geaccidenteerd gebied en het was zwaar bebost met djatibomen. Er was al jaren niet meer gekapt waardoor er veel bomen stonden.
Als de patrouille was teruggekeerd op de post dan gingen de employé's van de B PM aan het werk.

Op bovengenoemde datum kreeg ik de opdracht om een patrouille te rijden. Mijn pelotonscommandant zei tegen mij: "Sergeant, ga jij de patrouille rijden. Neem een paar mensen mee die op de post aanwezig zijn. Ik neem jou geweergroep mee naar Padangan."

De luitenant ging met mijn mensen op de truck (GMC) op weg naar Padangan. Ik liep de post door op zoek naar een paar mensen die mee moesten. In ieder geval moesten er twee stoot-specialisten mee. Dat zijn mannen die een opleiding hebben gehad om bommen, granaten of iets dergelijks onschadelijk te maken. Verder gingen er vier andere mariniers mee.

Er was een 2e truck, ook een GMC, waarmee ik de patrouille zou rijden. Even later vertrok- ken wij. Uiteraard de chauffeur achter zijn stuur in de cabine. Ikzelfzat naast hem. Op de truck de zes mariniers. De twee stoot-specialisten stonden achter tegen de cabine aan. Zij moesten goed zicht hebben op de weg. Zij moesten de weg in de gaten houden om te zien of er iets in de grond was gegraven. De andere mariniers zaten op de truck en dienden als beveiliging van het geheel. Voor allemaal was het een routine-klus. Meerdere malen was deze patrouille gereden. Het was heel warm en vochtig. Het was in de regentijd en er viel veel water.

Tijdens deze patrouille was het droog. Wij reden naar ons einddoel. Dat was een kapotte brug. Verder was ook niet nodig omdat na de kapotte brug ook het oliewingebied ophield.
Bij de brug stopten wij en klommen van de truck om een strootje te roken.

Een kwartier later gingen we op de terugweg. Weer reden wij langzaam over dezelfde weg omdat er geen andere was.

Toen wij ongeveer drie kilometer hadden gereden ontploften er drie granaten of bommen onder de truck. Onmiddellijk daarna werden wij onder vuur genomen. De vijand zat schuin boven ons op nog geen vier meter afstand. De plaats waar wij reden ging door een uitgegraven deel van het bos.
Daardoor waren er wallen ontstaan waarop de vijand goed overzicht had op de weg. Zij hadden ons goed zien komen aanrijden.
Zij wisten dat er maar één weg was en dat wij over dezelfde weg moesten terugkeren. 
In de tussentijd hadden zij granaten of bommen in de zijkant van de weg tussen kreupelhout ingegraven.
Dit was niet zichtbaar geweest voor de twee mensen die daar op moesten letten.
Het was een oorverdovend lawaai zoveel als er door de vijand op ons werd geschoten.
Het was voor de vijand een schiettent. Direct tijdens de aanvang van het schieten viel de chauffeur dodelijk getroffen uit zijn cabine. Twee andere mariniers sprongen direct van de truck en werden eveneens dodelijk getroffen.

Op de truck schreeuwde een marinier: "Sergeant, ik ben getroffen, ik kan me niet bewegen". 
Ik schreeuwde terug dat hij zijn mond moest houden en net te doen of hij dood was.
Ikzelf bleek getroffen te zijn aan mijn linkerhand waar de pink was afgeschoten en ik had een drietal grote scherven in mijn bovenbeen. (Dat bleek later in het hospitaal)
Twee mariniers lagen onder de truck, waarvan er een soort shock had. Hij reageerde nergens op. Rechts achter de truck lag een marinier. Ikzelf met een marinier zaten bij het rechtervoorwiel.

Het schieten bleef aanhouden en wij konden niet terugschieten. Alle wapens lagen op een plaats waar je niet meer kon komen. Mijn eigen karabijn was kapot geschoten. Alleen de marinier die naast mij zat had zijn wapen nog. Een zgn. Tommygun.
Even later roept de marinier achter de truck: "Sergeant, ik ben geraakt". Ik schoof op mijn buik naar hem toe om hem te helpen. Maar de marinier wist dat hij ging sterven en zei: "Ik ga dood, sergeant." Op hetzelfde moment stierf deze marinier in mijn armen.

Het schieten ging door, uren lang. Het is ongelooflijk zoveel als er werd geschoten. De marinier onder de truck stierf met een vreselijk gegil. Hij werd door meerdere kogels getroffen.
De andere marinier onder de truck, er waren toen al een paar uur verstreken, begon zich te bewegen en keek om zich heen. Onmiddellijk daarna sprong hij onder de truck vandaan en zette het op een lopen. Hij werd achtervolgd door de vijand. Maar hij kwam wel levend aan de post.
Wat moest ik nu met deze man. Was hij gevlucht en ons in de steek gelaten? De marinier die naast me zat, vloekte hem na.

We waren nog met twee man over en wachten afwat er zou gaan gebeuren. In mijn beetje maleis schold ik naar de vijand, waarna er dan weer een extra salvo op ons werd afgevuurd. Maar ik bleef schelden. Ik dacht hiermee de vijand bij ons weg te houden. Als ze naar beneden waren gekomen dan hadden ze ons afgeslacht.
Bij het proberen een wapen te bemachtigen kreeg ik een schot in mijn voet en was ik bijna helemaal uitgeschakeld.

Na bijna zes uur werden wij ontzet. De gevluchte marinier had alarm geslagen. Er waren vier mariniers gesneuveld. De andere min of meer ernstig gewond. Nadat wij ontzet waren werden we naar de post gereden en verzorgd. Kort daarna gingen wij naar Padangan. Er waren twee ambulances aangekomen. In één gingen de gesneuvelde mariniers en in de ander ging de marinier die op de truck had gelegen en er levend vanaf was gekomen, en ikzelf. De gevluchte marinier heb ik niet meer gezien en de andere marinier met zijn Tommygun hoefde niet naar het hospitaal.

In Padangan werden wij door de gehele bemanning van de commandopost opgewacht.
De eerste officier stond te wachten met een fles jenever in zijn hand. Het was een hele constellatie.
Kort daarna verschijnt de postcommandant, hij loopt naar de rand van zijn terras. 
Ik zie hem nog staan. In bloot bovenlijf. Zijn voeten in slippers en hij droeg een dungaree-broek.
Met zijn handen op zijn rug keek hij naar de geopende achterkant van de ambulance.
De kapitein der mariniers, postcommandant, riep vanaf een meter of vier: "Sergeant, heb je je wapens meegebracht."

Ik ontplofte bijna en het huilen stond mij nader dan het lachen. Deze kapitein der mariniers had geen enkele interesse voor zijn gesneuvelde mariniers en voor de twee gewonde mari- niers had hij evenmin een opbeurend woord.

Ik zal niet schrijven wat men deze man heeft gewenst.
Veel goeds was het niet.

Na zes weken hospitaal moest ik mij terugmelden bij mijn compagniecommandant.
Direct viel hij over mijn slippers die ik aan mijn voeten droeg omdat ik nog geen schoen kon dragen.
"Als je bij je commandant komt, dan draag je schoenen, sergeant." Mijn antwoord dat dat niet kon ging hem niet aan.
Hij weigerde mij ziekenverlof te geven. Het was een gewoonte dat mensen die gewond waren geraakt met ziekenverlof gingen.

In het hospitaal heeft mijn commandant me niet bezocht. Wel kwam de bataljonscommandant op bezoek. Hij zei mij: "Sergeant, ik zal je voordragen voor een dapperheidsonder- scheiding. Ik ben wezen kijken op de plaats waar het is gebeurd. Het is een wonder dat je er nog levend vandaan gekomen bent. Door jou moed is er niets gebeurd met de gesneuvelde mariniers en zijn er geen wapens verloren gegaan."

De onderscheiding heb ik nooit gekregen, waarom niet?
Daar zijn veel geruchten over.
Dezelfde compagniescommandant was na Indië stafofficier personeelszaken op het Hoofd kwartier van het korps mariniers te Rotterdam.

Over de onderscheiding kan ik nog veel meer schrijven maar laten we dat maar laten zitten.

C.Hartsuiker