Sprong boven Djokja

Bron: HET LICHTSPOOR van 5 januari 1949 - april 2000 George J. Visser (IMH)    

Daar staan ze! Vijf uren hebben ze mogen slapen. Er was snert opgediend, en kauwgum. Daar staan ze! Stram in de houding; zij aan zij in het gelid. Ze krijgen een laatste instructie. Het is nacht. Hier en daar flitsen helle lichten over de basis. Mannen rennen af en aan. Motoren slaan aan met een knetterend geluid. Felle blauwe vlammen slaan uit de uitlaatbuizen van de gereed gemaakte „Dakota's". Er is iets op til. De sfeer is gespannen. Dat blijkt nu wel duidelijk. Kleine jagers worden ook al in gereedheid gebracht. Ze staan er nog steeds, die mannen. In witte overall’s met die eigenaardige helmen. Ze dragen een pak op hun rug. Parachutisten! Ze weten wat er gaat gebeuren.

Een commando lost op in het geluid van de daverende motoren. Zij hebben het gehoord. In looppas draven ze naar hun kisten. In groepjes van dertig man. Snel nemen ze plaats. Aan elke .kant van de romp vijftien man. Spanning staat op hun gezichten. Ze rollen al hortend en stotend naar het begin van de startbaan. Uit de verkeerstoren flitst een helgroen licht. Vol gas! Met een vervaarlijke snelheid zet de „Dak" van het twintigste squadron zich in beweging. Nog een en nog een! Ineens zit de lucht vol met rood en groen gekleurde lichtjes en flikkerende staartlichten. In de aether is het ook niet stil.

De mannen zijn los van de grond. Ze voelen het aan de gedragingen van hun kist; dat typisch deinende gevoel van een vliegtuig, wanneer het na de start in horizontale vlucht overgaat.
Even slikken. . Zo, nu voelen ze zich wat prettiger, meer op hun gemak. De stemming is goed. Een enkele „lollige broek" lanceert een kernachtige, humoristische opmerking. Ze lachen even, maar kort. Ze stijgen naar tienduizend voet. Dat wil zeggen: ruim drieduizend meter. De jagers zijn al lang vertrokken; die zitten misschien al „huisje-boompje-beestje" boven.…. Nou ja, je weet wel. Deze actie is opgedrongen, daaraan twijfelt niemand. En zij zal ook goed gebeuren! De morgen breekt aan. Aan de horizon vertoont zich een lichtende streep. De dag begint. Hun dag, dàt weten ze maar al te goed.

Op weg...

Ze zijn thans op weg, onze parachutisten.

Mannen, uit alle delen van het Rijk. Kleurlingen en blanken. Zij zijn de stoottroepen van de lucht, voor geen kleintje vervaard. Zwaar dreunt het monotone geronk van de tientallen Pratt & Whitney's, Pret en Whiskey’s doorgaans genoemd. De „Dakota's" vliegen nu in formatie. Kleven zowat aan elkaar. De jongens kauwen voortdurend. Hun gedachten zijn elders. De generaal is bij hen; in de lucht. Hij zit in een North American „Mitchell" van de Militaire Luchtvaart. Het schitterende Javaanse bergland glijdt gelaten onder hen door. De natuur is overweldigend, majestueus, schijnbaar vol pais en vreê. Ja, hier nog wel, maar een eind verderop? Daar is van rust niet veel sprake. De bewolking wordt minder; het zicht nog beter dan zoeven. Ze naderen Republikeins gebied, het regent. Een ogenblik nog... Plotseling overstemt de microfoon het geraas der motoren. „Gereedmaken voor springen". Ze staan op, het is 6.43 uur. Een laatste blik op de riemen van de parachute. De zaak zit stevig.

6.44 uur; de eerste „Dak" vliegt over de rand van het vliegveld van Djokja... Het laatste commando, De eerste para- troeper springt in de gapende ruimte, onmiddellijk gevolgd door anderen. Zo gauw mogelijk aansluiten Dat is beter en houdt de troep bij elkaar. De lucht boven het veld gelijkt op een onheuse wereld. Sneeuwval in Indonesië. Als machtige sneeuwvlokken dwarrelen ze naar beneden.

Geland!

6.45; de eerste parachutisten voelen vaste grond onder de voeten, zijn geland, ontdoen zich met één handgreep van hun reusachtige paraplu. Schitterend gedropped! Alle komen terecht op het vliegveld, Kan niet mooier; niemand landt op de startbaan! Kapitein W. D. H. Eekhout heeft eer van zijn werk! Het veld ligt bezaaid met grijze valschermen. De "Daks" zijn gedraaid en voeren een nieuwe run uit op de vliegbasis. Achter elkaar vallen nu rode, groene blauwe en andere kleuren valschermen.Een kleurrijk schouwspel. Onze mannen letten er nauwelijks op. Die kleuren zeggen hun alleen, wat er aan hangt. Ammunitie, benzine, voedsel en andere noodzakelijke supplies.

Op het platform verschijnt een rood-wit-blauwe vlag, De vliegbasis van de Republiek is bezet!
Langs de startbaan wordt een z.g, landings T opgesteld. Nu weten nakomende vliegtuigen hoe de windrichting is. Op de basis wordt alles snel in gereedheid gebracht. Een radio-installatie opgesteld. Er gaan een paar uur voorbij. De „Mustang"- en "Kittyhawk" -jagers hebben in scheer- vluchten boven Djokja gevlogen. Geen luchtafweer.

Tegen negen uur begint het in de verte weer te dreunen. De transportvliegtuigen! Om precies 9.08 uur zet de eerste "Dak"van het 20e squadron zijn wielen aan de grond. Achter elkaar landen nu de andere ,Dakota's" en brengen tientallen luchtlandings-soldaten. Binnen zeven minuten is de eerst gelande al weer de, lucht in. Het gaat alles razend snel. De zaak zit goed in elkaar; klopt op de minuut. Het is zelfs zo snel gegaan dat de Republiek geen gelegenheid meer had om een komende „Catalina"-amphibie, die leidende figuren daar zou halen om naar India te brengen, te kunnen waarschuwen. Prompt landt de „Cat' op de inmiddels van eigenaar verwisselde basis. Onze jongens grinniken, is ie even voor de bakker? De eerste klap is een daalder waard: deze zeker het tienvoudige!

Waar komen ze vandaan?

Tot voor kort had menigeen in den lande nog nooit gehoord van onze Nederlandse parachutisten. En het is daarom, dat wij tot slot nog enkele bijzonderheden over deze mannen willen zeggen. Zij zijn allereerst herkenbaar aan hun rode baretten en uitgeslagen valscherm „parachutistenwing" op de linker borst. De S.O.P., waar zij worden opgeleid, bevindt zich op Tjimahi, enkele kilometers gaans van Bandoeng. Sinds Augustus is zij daar gevestigd, na eerst op Hollandia, op Nieuw Guinea, te zijn gestationneerd.

De opleiding van deze mannen is slechts voor een gering deel gewijd aan het eigenlijke springen of „jumpen", zoals het ook wel heet. De spring-training neemt bijvoorbeeld maar drie weken in beslag. In die tijd maken zij acht sprongen en dan zijn zij gerechtigd de „parachutisten-wing" te dragen. Gesprongen wordt uit Douglas C-47A "Dakota's" op hoogten van ongeveer driehonderd meter.
De val duurt tussen de veertig en vijf-en-veertig seconden. Uit de „Dak" is dan de deur verwijderd. Het vliegtuig cirkelt boven het afwerpterrein en de mannen springen stuk voor stuk naar beneden.

Later leren zij het springen in „sticks", dat wil zeggen: in groepjes van vier, vijf, tien enz. tegelijk. De laatste sprongen worden gemaakt met volledige uitrusting. De sprong zelf is weer onderverdeeld in drie phasen: A. de „exit"; B. de „flight" en C. de „landing", Elk van deze phasen kent zijn eigen regels en voorschriften. De mannen moeten bepaalde bewegingen en houdingen van hun lichaam leren. Een „beachmaster", zo genoemd naar de harde luidsprekers, die men bij landingen van de zee uit gebruikt spreekt ze tijdens de sprong toe. Bij de landing moet de parachutist niet staande blijven doch zich als het ware rollen.

De parachutes, welke worden gebruikt, zijn van het fabrikaat Irving en van het z.g. verbonden type. Dat betekent, dat zij met een lijn zijn vastgemaakt aan een staalkabel die aan de stuurboord- binnenkant van de romp loopt. Door de val trekt die lijn de parachute open.
De paratroeper hoeft er dus niets aan te doen. Het voorkomt mislukking van sprongen. 
Verstuikte enkels of gebroken benen komen wel eens voor, maar vormen uitzonderingen.
De S.O.P. staat onder commando van de kapitein W. D. H. Eekhout; de vorige, thans gedemobiliseerde, commandant was de kapitein Sisselaar. Het zijn deze mannen, met hun instructeurs, die onze paratroepers hebben opgeleid. Het resultaat van deze opleiding is met het nemen van de vliegbasis van Djokja wel duidelijk geïllustreerd.