Verlofcentrum "De Vuurvlieg"

A. Nijman, Mariniers-correspondent.  

Me Gane.
Ergens tussen Bodjonegoro en Babat rolt een convooi over de weg.  Een convooi van G.M.C.'s met hoopjes mariniers, gezeten op de met balken beladen trucks. 
Het Pionierspeleton of de Amphibie Technische Dienst, die bruggen gaan slaan?
Nee, 't zijn mariniers van de infanteriebataljons en het artillerie-bataljon, die Soerabaja- waarts trekken om daar hun paar dagen zo lang verwacht verlof te gaan genieten. Vanwaar die balken?  Och, de heren pelopors hebben 't weer 's nodig gevonden 'n brug te ruimen.  Gelukkig hebben ze 'm niet opgeblazen.  De ijzeren binten zijn nog in orde.  En om nu je verlof te laten schieten voor 'n brug waarvan de balken zijn gerampokt?  Neen!  En daarom hebben ze, voor ze weggingen, even 'n lading dekbalken van station Bodjonegoro gehaald, om die brug dan meteen maar even te fiksen, wat bij het genoemde obstakel dan ook even gauw gedaan wordt.  Vele handen maken licht werk; binnen een half uur is de brug weer zover hersteld, dat alle truck's veiling en wel aan de overkant komen.

Zo gaat 't dan verder op Babat aan.  Half elf zijn ze al op 't station en om n uur zal de trein pas vertrekken.
Wachten.  Maats opzoeken, die je in lange tijd niet meer hebt gezien, elkaar sterke verhalen vertellen, ijsthee met nu veel suiker drinken, ajam schaften..... tot iedereen begint te hollen, omdat de trein over "10 minuten" zal vertrekken.

Goed, na een half uur dan beginnen er overal fluitjes te fluiten, de stationschef steekt z'n bruine hand omhoog, 't boemeltje begint te piepen, te steunen en te stoten en juist als men van plan is 'n handje te helpen duwen, komt er beweging in 't geval. "Me gane".
't Gaat langzaam, heel langzaam en iedere wissel schijnt een experiment te zijn, zodat er telkens moet worden gewacht.  Maar via Lamongan, waar nog mensen van het 5de bataljon bijkomen en Tjermee, ben je dan toch tegen half vijf "al" in de krokodillenstad.
 Wat 'n service.  Daar staat-ie al afwachtend te ronken, die goeie ouwe lintworm, waarin we "vroeger" zo vaak door de bekende straten van Soerabaja zijn gedenderd ' In looppas wordt-ie geattaqueerd en dan met 'n 20-mijls vaartje op naar het Merkusplein. 
Dat is de kazerne, 't verlofcentrum, waar we 2 dagen zullen verblijven.

Verlof! 2 dagen geen wacht; 2 dagen geen patrouille lopen, 2 dagen geen truckbeveiliging, 2 dagen uitsnurken...... 2 dagen genieten van alles wat er te genieten valt.  Maar je kent niet het verleden van je verlofcentrum.  Je weet niets van die korte geschiedenis, waarin zich zoveel heeft afgespeeld, voordat je de Vuurvlieg binnenstapte.

Hier werd gewerkt.
't Was, op de 24ste Maart, toen de Bn-4 Dept Troepen, de kapitein der mariniers Willems de opdracht kreeg: "Maak van de Vuurvlieg een verlofcentrum, dat per 1 April gereed moet zijn".
Proost!
 "n Tangsi, uitgeleefd door verschillende onderdelen en in de laatste 2 jaar totaal verwaarloosd maak daar in 'n week tijd maar even 'n verlofcentrum van.
 Maar er werd niet bij de pakken neergezeten.
't Was de constructie-afdeling, 't technische peleton van de centrale werkplaats, die onder leiding van de luitenant Bangma aan het werk sloeg.  Met medewerking van de majoor de Hond, die 'n overvloed van materiaal leverde, werd er geverfd, gewit, gepleisterd, een aantal tenten opgezet en muren gebouwd, zodat 'n ieder, die er dagelijks langs kwam, "met z'n oren stond te klepperen".
Maar er kwam nog meer bij kijken.
 De Amphihie Technische Dienst Oostn -onder commando van de Ltz. der eerste klasse J. J. van Gronongen verleende hulp en ook de gemeente gaf haar medewerking.  Het werd een keurig verlofcentrum!

 Er zijn, om te beginnen, de practisch ingerichte en fris gewitte slaapzalen ' en omdat er zalen te kort zijn - tenten, waarin de kooien genummerd en wel staan te wachten.
 Dan is er de wapenkamer, waar alle wapens worden ingenomen om, als alles weer naar voren gaat, schoongemaakt, geolied en opgepoetst teruggegeven te worden.

t Magazijn met matrassen en hagelwitte overtrekken - een genot man als je gewend bent altijd op de bezwete deken van je veldbed te snurken.   En bij dit alles te rekenen, dat zo'n 300 man in een half uur klaar zijn met wapens inleveren en bedden ophalen, hetgeen toch wel 'n bewijs is, dat alles, hier prima was georganiseerd.
 De keuken.  Ja, die keuken van het verlofcentrum, da's iets aparts.  Nee, niet de kombuis zelf natuurlijk, die is als iedere andere.  Maar de pot, die daar door een keurkorps koks wordt klaargemaakt, daar valt niets van te zeggen, want die is af.

Rest ons nog te noemen de cantine met z'n gezellige bar, zijn aardige wandschilderingen en zowaar zelfs 'n terrasje buiten, waar je voor 'n zacht prijsje 'n "pikketanesie" kan genieten.
 Ook de officieren zijn niet vergeten.  Aan de overkant van de Vuurvlieg ligt een prachtig hoekhuis, waar 'sergt. Basjes de scepter zwaait.  Ook dat is keurig opgeknapt.  Een gezellige zit- en eetsalon en -netjes ingerichte slaapgelegenheden verschaffen de officieren, die 'het buiten heus niet gemakkelijk hebben, een paar dagen welverdiende rust.

600 man per week.
Zo is 't verlofcentrum.
 Nog niet helemaal klaar is 't; dagelijks nog zijn de gemeentewerklui aan het werk, om de omgeving van de Vuurvlieg te verfraaien.  Aardige plantsoenen worden aangelegd, afgezet met witte paaltjes, zowel rond d kazerne als op het terrein er achter; de inloop nu nog van sintels - wordt verhard en geasphalteerd.  Juist dezer dagen is men zover gekomen dat alles, zowel binnen als buiten, up-to-date is.

n Verlofcentrum" dat iedere week zo'n 600 man kan bergen en dat draait onder leiding van de luitenant Ferrier en z'n chef d'equipage, de sergt. maj. der marns.   Seegers, die steeds hun uiterste best doen om aan alle wensen en verlangens van de verlofgangers zoveel mogelijk tegemoet te komen en tot wie iedere marinier, die tips of klachten heeft, zich gerust zal kunnen wenden.
 De Vuurvlieg, waaraan kosten noch moeiten zijn gespaard en waarvan iedere marinier kan zeggen: "Da's z gefikst daar!  Was de maand maar vast om, dan gaan we weer 2 dagen naar de stad ...