UIT DE OUDE DOOS - Korte verhalen over het NDVN

Bron: Voks

Ouwejongens
In "Stars and Stripes" lazen wij wederom over de Nederlanders inKorea. "Stars and Stripes" is het Amerikaanse blad voor de soldaten;
het is hetzelfde wat Wapenbroeders voor ons in het goede oude IndonesiŽ was.
Onder de bittere koude van Korea lezen wij zo of en toe eens in Hollandse courant doch wat onze mensen daar eigenlijk presteren, dat weten de meesten daar helaas niet. Een Amerikaanse correspondent bezocht de Nederlanders en hij schrijft het volgende:


"Het zelfbewuste puikje van de Hollanders vecht met de vijand."
Bij het Net.bat. 24 sept.

De Hollandse infanteristen, die een buitenpost op het Westelijk front bezetten worden met de dag doller. Sinds twee weken hebben zij niets anders gedaan dan aan de neuzen van de Chinezen getrokken, die een paar honderd yards verder zitten.
"Zij willen niet met ons vechten" zei een korporaal vanmorgen en hij spuwde vol afkeer op de grond, "wij weten niet waarom". De hele Nederlandse sectie ziet deze rustig sector als een persoonlijke belediging. De mannen zijn heimelijk afgunstig op de vlammende actie aan hun linkerkant.

De laatste Nederlandse tactiek om een gevecht met de Chinees uit te lokken is scherpschutters uit te zenden om ver vooruitgeschoven rode posten te verrassen. Als dan een vijand zijn hoofd opbeurt heeft de sluipschutter hem te grazen. "Ik gebruik mijn sluipschutters steeds op een speciale manier" vertelt de Hollandse commandant Lt.Kol. C. Schilperoord uit Rotterdam mij. Hij meent dat de jongens elkaar gebruiken als lokaas voor de Chinezen om ze te prikkelen uit hun bunkers te komen zodat ze hen kunnen beschieten. De Nederlandse verbindings-officier zei dat iedere sluipschutter uitgezonden wordt met de directe order om iedere dag minstens ťťn Chinees te pakken te krijgen.

Soldaat Crebas uit Alkmaar vertelde hoe hij met zijn ploegmakkers op een dag twee Chinezen te pakken kreeg." Wij verborgen ons in het bos aan de kant van die Chinese heuvel"zet hij ". "Wij wachten er al vier uur lang maar zagen geen Chinezen. Dus zei ik tegen Jan wij gaan naar de heuvel toe". Crebas metgezel, Jan Zichem uit Nieuw Guinea, kon niet in het Engels tegen mij spreken maar hij probeerde zijn afkeer van de Chinezen voor hun tekort aan vechtlust duidelijk te maken.

Crebas vertelde dat hij met zijn maat naar de heuveltop toe holden elkaar dekkend, het geweer gereed houdend om te schieten.
"Eerst hij vooruit, dan weer mij dekkend, en zo wisselden wij steeds elkaar af." Toen de twee mannen de heuvel naderden, bijna midden in de weerstandslijn van de vijand, keken de Chinezen in opperste verbazing uit hun bunkers naar een Hollandse soldaat die op klaarlichte dag op hen toeliep.
"Ik heb ťťn van hen doodgeschoten" zei Crebas. "Toen greep een ander zijn machinegeweer maar ik schoot ook al op hem maar ik geloof niet dat ik hem gedood heb". Toen vluchtten de twee mannen terug de bossen in en kropen in een paar uur terug naar hun eigen linies.

De laatste week hebben onze scherpschutters zes Chinezen te pakken gehad. Hun commandant vertelde dat de mannen vermomd waren en hun gezicht voor het karweitje van 24 uur zwart maakten. "Wij gebruikten hier de zelfde tactiek als in IndonesiŽ" zei de Hollandse commandant; het gevolg is dat de Chinezen ons niet meer besluipen. Twee sluipschutters zijn geplaatst op een post 250 yards van de Chinese loopgraaf. In de eerste dagen nadat de Nederlanders er kwamen woede er een sluipschutters-duel op korte afstand. " ik denk wel dat onze sluipschutters de beste zijn" aldus de commandant" dit is een bijzondere oorlog, Je kunt hem niet voeren met een boek in de hand. Je moet hier dingen doen die de vijand niet verwacht",


Babels peloton
Als Eisenhouwer, Foster-Dulles, Ridgway of welke hoge persoonlijkheid dan ook een plechtigheid in Korea bijwonen, staat strak in de houding aangetreden het Erepeloton van de "Honour Guard" dat bestaat uit dertien nationaliteiten.
De Nederlandse Koreavrijwilliger Sjaak van Wuykhuyse uit Rotterdam, sergeant eerste klasse, voert het bevelover dit peloton waarin zijn opgenomen Engelsen, Canadezen, AustraliŽrs, Nieuwzeelanders, Belgen, Fransen, Nederlanders, Turken, Grieken, EthiopiŽrs. Thailanders, Columbianen en Philippino's.
Behalve sergeant van Wuykhuyse bevinden zich in dat allegaartje nog drie andere landgenoten: de korporaals Methorst en van Strien en de soldaat Kaspers. De lange sergeant met zijn zwarte snorretje en kaarsrechte figuur is bijzonder trots op zijn uitverkiezing, die mede te danken is aan zijn talenkennis: Engels, Frans en een beetje Spaans en verder wat koeterwaals dat bestaat uit Koreaans, Turks en Grieks. En als het echt niet anders kan spreekt de sergeant Nederlands. En verder converseert iedereen in de Bubbels peloton met handen en voeten.

Van Wuykhuyse ging rechtstreeks uit de bunker naar dit peloton. Zijn taak is niet gemakkelijk. Hij moest volgens de Engelse instructiemethode te werk gaan en dient er voor te waken dat iedere soldaat- op uitdrukkelijk bevel van de opperbevelhebber in Korea- de geweergroet brengt zoals in zijn land gebruikelijk is. Het is gelukt en zo vindt dit peloton over de gehele wereld niet zijn weerga. Enig door de samenstelling, enig door de veelkleurige uniformen. De Amerikaanse cineast Tregakis heeft er al een film over gemaakt met de Nederlandse sergeant in de hoofdrol.

Bron: VOKS

Het paradijs voor Korea-strijders.
Ik ben dezer dagen van mijzelf geschrokken toen ik op rust in Japan een spiegel tegenkwam.
"Wie is deze struikrover" vroeg ik mij ontzet af.
Was zo een bed? vroeg ik een paar uur later toen ik heerlijk gebaad en fris gekleed wegzonk in iets wolligs wits in Tokyo.
Vijf dagen en vijf nachten lang heb ik als dromend in een paradijs geleefd, toen ging het er weer op los.

Terwijl wij in Amerikaanse trucks vier uren lang voortjoegen, midden in de nacht, naar het vliegveld Chuneken, bestemming Japan, gingen onze jongens net in de aanval. Gelukkig hoorde ik later dat zij geen verliezen hadden geleden. In grote viermotorige kisten vlogen wij naar een vliegveld in de buurt van Tokyo; de reis duurde vier en een half uur. Ik wist niet wat mij gebeurde toen ik plaats nam in de prachtige luxe autobussen, die ons door een rustige en normale wereld naar ons verlofcentrum reden.

Een uur later stapten wij uit, opgewacht door een heel leger kamppersoneel, dat onze wapens en bagage in ontvangst nam en ons vervolgens een luxe lunch serveerde, zo heerlijk en overdadig dat ik niet wist of ik waakte of droomde.
En daarna de zaligheid van een echt bad! Vervolgens kregen wij schitterden nieuwe uniformen, de kapper stond te wachten, anderen poetsten onze nieuwe schoenen, wij kregen geld en een verlofpas en de boodschap dat wij vijf dagen konden gaan en staan waar wij wilden.

Onze volgende ervaring was het Holland House, een paradijs waar je slechts behoefde te denken en je had wat je wilde (red: een tikkie overdreven; er waren grenzen!). Alleen de muziek die wij nodig hadden ontbrak. Ik durfde de eerste nacht haast niet in dat zachte witte geheel te liggen, dat mij als bed was aangewezen.
De volgende dag bekeek ik vanuit een luxe auto Yokohama, waarbij ik met verbazing vaststelde hoe klein Nederland eigenlijk was. Wij reden door een winkelstraat die slechts 45 mijl lang was Dat is nog meer dan van Apeldoorn naar Amersfoort en wat was het er keurig schoon!
Van Yokohama toerden wij naar Tokyo maar wij merkten, ondanks een rit van twee uur, niets van een overgang. De beide steden zijn volkomen tegen elkaar aangebouwd. Wat een stad en wat een boulevards. Ik geloof dat Amsterdam er wel vier keer in kan.

Helaas waren die vijf heerlijke dagen maar zo weer om en ik moet u zeggen dat ik met lood in de schoenen terug ging. Enfin, om acht uur 's avonds was ik weer bij het NDVN. Gelukkig was alles rustig aan het front en vertelde de knapen dat er niets gebeurd was.

Bron: VOKS


Een Nederlandse vlag voor ons Korea Detachement.
Aan de vooravond van het vertrek van het aanvullingsdetachement voor het Ned.bataljon in Korea, had in het restaurant van het Gemeentemuseum in Den Haag) een korte intieme plechtigheid plaats. Hier werd n.l. in bijzijn van de dochter van wijlen generaal Van Heutsz en diverse genodigden van de afd. Den Haag van het Veteranen Legioen Nederland, een Nederlandse vlag overhandigd aan de sergeant B. Middelman, lid van het Legioen, die vandaag voor de tweede maal naar Korea vertrokken is.

Sergeant Middelman heeft op diverse avonden van het Veteranen Legioen gesproken over het wel en wee van ons bataljon op Korea, en hierin laten doorschemeren dat er grote behoefte bestaat aan een vlag met de Nederlandse driekleur. De afd. Den Haag van het Veteranen Legioen Nederland heeft toen gemeend in deze behoefte te moeten voorzien door deze vlag, compleet met een stok van drie meter lengte, aan de sergeant Middelman te overhandigen.
Na aankomst in Korea zal hij de vlag officieel overreiken aan de detachementscommandant.
De dochter van wijlen generaal van Heutsz, mevrouw v.d. Weiden, sprak enkele sympathieke woorden. Zij zeide dat de geest van van Heutsz is met de mannen in Korea. Tot slot werd door de afd. Den Haag aan de sergeant het Legioen-embleem uitgereikt.

(Artikel uit de Nieuwe Haagse Courant van 28 augustus 1952.)
Noot: Het Veteranen Legioen Nederland was de "voorloper" van de Bond van Wapenbroeders.


Hongeraanval van Chinezen.
"Men was er in het nieuwe Detachement V .N. allang over eens, dat vechten een riskante onderneming is, maar dat de oorlog altijd nog verschrikkelijker is dan men zich kan voorstellen, hebben vooral de jonge knapen beslist niet begrepen. Oorlog is een zeer onnatuurlijke en onwerkelijke bedrijf wanneer het gaat om de heiligste rechten van de mens, maar zonder het geringste sportieve element. Wie dit nog niet wist heeft het begrepen die eerste twee dagen bij Inje"

Als een kat in 't nauw.
" Donderend artillerievuur, dat plotseling losbarstte, wekte ons die middag uit een zware slaap in de natgeregende greppels. Een loodgrijze lucht, waaruit gestaag de regen viel, droeg er niet toe bij een gevoel van naderend onheil te doen verdwijnen, maar het bericht dat de keukens inmiddels weer waren opgebouwd, verbeterde de stemming.
Tegen de avond verscheen er een Amerikaanse groep infanteristen. die order hadden zich in te graven op de heuvelrug, waarover de nacht te voren drommen Chinezen naar beneden waren gestormd. Er werd namelijk een tweede aanval verwacht, aangezien verderop duizenden Chinezen en Noord Koreanen hermetisch waren ingesloten. Half uitgehongerde benden, die in dagen niets te eten hadden gekregen (zoals later bleek).

Niettemin verliep de nacht vrij rustig en wij hadden ons zelf al uitgelachen om het vreemde gevoel van binnen, toen het om vier uur in de morgen ineens volop "feest" werd. Op het laagste gedeelte waar de infanterie in stelling zat, kwam een zo felle aanval dat de reserve compagnie onmiddellijk moest ondersteunen. Als ratten rende de Chinezen naar beneden, schreeuwen, schietend en stekend, of beter: "als katten die in het nauw zitten en dan de gekste dingen doen".

Constante spanning
" Om zes uur hadden wij de aanval afgeslagen, maar erg overwinnaar voelden wij ons niet.
"t Was erg geweest: 17 Hollandse jongens waren gesneuveld en onder de vijftig gewonden die wij wegdroegen, waren heel wat nieuwelingen, uit wier lichamen wij Russische bajonetten moesten trekken Onze nieuwe compagnieŽn waren wel heel erg "ontgroend".
En de regen druilde maar door en rondom ons was het beklemmend stil geworden. Zwijgend werkten wij om de honderden gesneuvelde vijanden een rustplaats te geven. Wij waren nog niet gereed, toen precies om 4 uur weer een aanval kwam, niet minder hevig dan de eerste.

Maar ook nu moest de vijand weer terug en ook nu waren er aan onze zijde elf doden en vele gewonden, gevallen in een vreselijk gevecht van man tegen man. Wij bleven waar wij waren, de spanning bleef constant, maar een derde aanval kwam niet meer die dag.
Die tweede ontzettende dag bij Inje"
Bill Carmiggelt.

(Artikel uit "Wapenbroeders" 3 October 1952.)
Noot: De 1ste aanval van de vijand bij Inje vond plaats op 31 mei, de 2e op 1 juni 1951.
Bij de 1e aanval sneuvelden 14 Nederlanders, 1 US waarnemer, 3 Roks en raakten er 27 gewond.
Bij de 2e aanval zijn 6 man gesneuveld en 11 gewond.
Van het begraven van honderden gesneuvelde vijanden kan ik mij niets herinneren!


Heuvelruggen in Korea
Monumenten van soldatenmoed door Bill Carmiggelt

Naar aanleiding van de in deze dagen weer fel oplaaiende strijd in de Koreaanse Capitolbergen , vraagt menigeen zich wellicht af wat voor nut zo'n doodkale berg heeft. Tragisch was b.v. dat enige dagen geleden een Grieks bataljon dat met zware verliezen een berg-of heuvelrug veroverd had, met nog zwaardere verliezen door eigen geallieerde werd teruggeslagen. (Na beschieting door eigen vliegtuigen). In de hardheid van de oorlog wil zoiets zich nog wel eens voordoen.

Momenteel wordt weer verbitterd gestreden om bergen die aangeduid worden met hun hoogte in meters. De "1100" werd eenmaal door de Nederlanders bezet, evenals de "1150"en ook thans zijn onze troepen weer bezig vaste voet op de bergreeks te krijgen, die "De Capitool" wordt genoemd. Bovenop zo'n rug staande kijkt men links en rechts in een afgrijselijke diepte. Een en al rots met zo hier en daar een boompje. Vele goed aangelegde bunkers herinneren nog aan de strijd van de Russen tegen de Japanners. Bunkers van welke nu zowel de roden als de geallieerden een dankbaar gebruik maken.
De eerste maal dat de "1100" in onze handen kwam hadden onze vliegtuigen haar drie etmalen achtereen onder vuur genomen. In de vierde nacht ging de infanterie naar boven. Zich vastgrijpend aan elk boompje de glibberige berg onder een regen van vijandelijk vuur beklimmend. Soms duurde zo'n aanval dagen, met wisselende kansen.
Dan is het vaak uren kruipen, lopen en liggen en wee degene die uitglijdt! En wanneer dan met vele verliezen de top wordt bereikt en de vijand buitelend en vallend aan de andere kant naar beneden vlucht, vallen de mannen vies en uitgeput in de achtergelaten bunkers, waarin van de vijand alleen het ongedierte achter bleef.
Heuvelruggen in Korea: zwijgende getuigen, ook van Nederlandse moed.
Bron: Wapenbroeders, 17 oktober 1952.