TE LAND, TER ZEE EN IN DE LUCHT

Bron: VOKS - Vereniging van Oud Korea Strijders

De strijd in Korea werd niet alleen te land en ter zee maar ook in de lucht gevoerd al vond dat doorgaans buiten ons gezichtsveld plaats. Af en toe zagen wij de Amerikaanse bommenwerpers hoog boven ons
langs trekken, soms werden wij gesteund door jachtvliegtuigen die de door ons te veroveren doelen vooraf "aanvalsrijp" trachten te maken al lukte dat niet altijd zoals wij bij de aanvallen op de Taeusan in juli 1951
aan den lijve hebben ondervonden. Artillerie waarnemers in hun 2 persoons verkenningsvliegtuigjes hingen soms boven de linies voor het leiden van het artillerievuur. 

Wij zagen in mei 1951 bij Inje twee "flying boxcars" naar beneden storten en wij vlogen met bakbeesten van transporttoestellen met R & R naar Japan en terug.
EÚn maal werden we zelfs bij de herovering van heuvel 325 in februari 1951 door twee "eigen" vliegtuigen beschoten.
Voor de rest speelde de luchtoorlog zich ver buiten ons gezichts- en interesseveld af terwijl de luchtmacht toch een belangrijke rol heeft gespeeld in de strijd in Korea.

Na het einde van WOII hadden de Verenigde Staten een groot deel van hun formidabele luchtmacht afgedankt; veel vliegtuigen waren verschroot, een beperkt aantal in "motteballen" opgeslagen. Alle US vliegtuigen waren in 1949 uit Korea teruggetrokken; in Japan bevonden zich aan aantal squadrons oude P-51 (Mustang)propeller jachttoestellen en nieuwe F-80 "Shooting Star" straaljagers, die tactisch gezien een mislukking bleken.

Bij het uitbreken van het conflict beschikte de Z Koreaanse "luchtmacht" slechts over 20 T -6 lichte propeller trainers. NKorea daarentegen beschikte over Japanse lestoestellen en ca 100, door de Sovjet Unie geleverde Vak 7B en Vak 9 jagers, evenals de Mustangs propeller toestellen.
Aangezien het Z Koreaanse leger machteloos stond tegenover de NKoreaanse overmacht verzocht de Z Koreaanse president US toestellen in te zetten tegen de NKoreaanse tanks die een slachting aanrichtten bij de Z Koreaanse-, en de even later ingevlogen US verdedigers. In eerste instantie stuurde de US een 10tal Mustangs naar Taegu die door Z Koreaanse piloten gevlogen moesten worden. De overstap van de T -6 trainers op de Mustangs was veel te groot zodat die binnen enkele dagen verongelukten, waarna besloten werd dat de Amerikanen de zaak zouden overnemen.

In Taegu werd een vliegveld ingericht dat bestond uit een stuk weiland midden tussen stinkende rijstvelden; de "operations-room" was een klein kamertje in een boerenwoning, een vliegveld waarop de Mustang propellervliegtuigen, die bewapend waren met vier.50 mitrailleurs konden landen en opstijgen. De veel moderner maar tevens zwaardere F-80 Shooting Star straaljagers, opereerden vanaf vliegvelden in Japan. Zowel tijdens de NKoreaanse opmars naar het Zuiden alsmede tijdens hun terugtocht naar het Noorden vormden de NKoreaanse Yak's nauwelijks een bedreiging; de US, Britse en Australische toestellen beheersten de lucht en de Amerikaanse B-26 bommenwerper konden ongestoord en zonder dekking van jachttoestellen de NKoreaanse bruggen, wegen en spoorwegemplacementen bombarderen.

Eind oktober 1950 evenwel bleken zich direct noord van de NKoreaanse/Chinese grens een toenemend aantal vliegtuigen van
aanvankelijk onbekende typen te bevinden. Het bleken uit de Sovjet Unie afkomstige moderne vliegtuigen, waaronder een groot aantal MIG's straaljagers, die voor een deel gevlogen werden door Russische piloten die korte metten maakten met de
Mustangs wanneer zij die tegenkwamen.

Volgens de inlichtingendienst beschikte NKorea eind november 1950 over 250 MIG -15, 175 grond-aanvals toestellen, 150 tweemotorige bommenwerper en 75 transporttoestellen. De MIG-15 was beter dan enig toestel waarover de VN strijdkrachten beschikten en het zag er aanvankelijk naar uit dat niet de VN maar de NKoreanen het luchtoverwicht hadden. Vooral de bommenwerpers die bij daglicht bombardementvluchten uitvoerden boven NKorea kregen het zwaar te verduren en leden zware verliezen, waarna de dagbombardementen gestaakt werden en men nog alleen bij nacht bombardeerde.

De VN grondtroepen merkten hier weinig van mede omdat de veelal door de Sovjet piloten gevlogen toestellen, zich niet boven "vijandelijke" gebied mochten begeven, dit voor het geval er een neer zou storen en de aanwezigheid van Sovjet piloten bewezen kon worden. De VN vliegtuigen op hun beurt mochten zich "om politieke redenen" niet boven Chinees gebied begeven, iets waaraan zowel de piloten als MacArthur zich tomeloos ergerden.
Toen de nood het hoogst was, was de redding nabij toen de F-86 Sabre op het toneel verscheen die opgewassen was tegen de MIG's en in dec. 1950 werd de eerste MIG door een Sabre neergeschoten.

In de zgn "MIG ALLEY" speelden zich gedurende het gehele conflict talloze gevechten af tussen de M IG's-15, afkomstig van de vliegvelden op Chinees gebied, en de Sabres, de F-84 Thunderjets en de F-80's. Na de overgang van de "Mobile War' de bewegingsoorlog in een Static War, een loopgraafoorlog, gingen de VN luchtstrijdkrachten, naast het op beperkte schaal steunen van de landstrijdkrachten, voort met het bombarderen van bruggen, opslagplaatsen en spoorwegen in het vijandelijke gebied waardoor de bevoorrading van hun fronttroepen problematisch werd. Naarmate het sluiten van een wapenstilstand
langer op zich liet wachten werden de bombardementen ge´ntensiveerd. Zo werden in juni 1952 vier waterkrachtcentrales in NKorea gebombardeerd waardoor grote delen van NKorea voor langere tijd zonder elektriciteit kwamen te zitten. 

In mei 1953 werden een aantal dammen gebombardeerd en doorbroken, waardoor wegen en spoorwegen werden vernield en rijstvelden blank kwamen te staan. Ook het aantalluchtgevechten nam toe; zo werden op 30 juni 1953 in de "Mig Valley" door de Sabres 16 Mig's neergeschoten zonder verliezen aan eigen zijde.

Wellicht heeft het toenemend aantal bombardement op NKoreaanse doelen en de daardoor toenemende schade de NKoreanen er mede toe gebracht op 27 juli 1953 de Wapenstilstand te tekenen. De verliezen aan beide zijden waren zwaar. Aan NKoreaanse zijde werden ca 800 bruggen, 800 locomotieven, 9.000 spoorwagons en 70.000 voertuigen vernield en 975 vliegtuigen neergeschoten.
In Z Korea werd nauwelijks door de Noordelijke gebombardeerd en er werd dan ook weinig schade aangericht. Wel gingen aan eigen zijde 750 vliegtuigen verloren waarbij 1.841 man sneuvelden of vermist werden.

Ook voor de luchtmacht geldt "Freedom is not Free"