EEN SCHREEUW IN (NIEUWJAARS) NACHT

Bron: VOKS-VOX - Auteur onbekend

Die dag was het 31 december. Het land was bedekt met een dikke laag sneeuw en het vroor dat het kraakte. Elf uur `s avonds. Een donkere nacht; dikke wolken hingen in de lucht, zo nu en dan kwamen de maan en de sterren er tussendoor, maar het was van korte duur. Wij lagen toen vooraan met twee tirailleurcompagnien naast elkaar, met elementen van de ondersteuningscompagnie, en hadden ons ter verdediging ingericht op een heuvelring. Links en rechts van ons lagen Amerikanen en tegenover ons..... de Chinezen.
Het was stil op de hill.
In voorste lijn zijn er vaak opeens aanwijzingen of sterke vermoedens, dat er "iets" gaat gebeuren en dat betekent, afhankelijk van de soort aanwijzingen, dat de wachtposten verdubbeld worden, of dat een gedeelte van de compagnie de alarmopstellingen inneemt, een groep per peleton bijvoorbeeld, of zelfs de compagnie in haar geheel. Wat moet je anders? Wachten op bevestigingen? Wachten, totdat er plotseling inderdaad iets gebeurt? Dan is het misschien te laat om het op te vangen en dat moet tot elke prijs voorkomen worden. En zoals vaak het geval is, negen keer is het voor niets en de tiende keer is het raak. 

Er waren nu vage aanwijzingen maar vooral sterke vermoedens, dat de Chinezen bij de jaarwisseling "iets" van plan waren. Dus ging een gedeelte van de compagnie al vast in de bevroren putten, kuilen en loopgraven zitten en wachtte op wat er ging gebeuren. Niemand was meer in het voorterrein, geen patrouilles, geen luisterposten. Ook de Yanks zaten in hun foxholes. Het was een donkere nacht en dit was gunstig voor de Chinezen als ze van plan waren te ageren. Zij zouden ongezien, heel dichtbij kunnen naderen. Onze mannen in hun witte camouflage overalls, tuurden voor zich uit, naar het gedeeltelijk begroeid heuvelterrein, dat zich voor hen uitstrekte.

Het was koud, intens koud. De grond, de sneeuw, de begroeiing, alles was bevroren. De mannen hadden zich zo warm mogelijk ingepakt en een sjaal om hun hals gewikkeld en over hun mond getrokken. Hun voeten hielden zij continue in beweging. Die gingen snel op en neer, wipten van de tenen naar de hielen en terug. Men vroeg zich af wat de Chinezen van plannen waren met oud en nieuw. Een beschieting? Speldeprikken, het aftasten van onze lijn met schijnaanvallen? Een echte aanval misschien? Of alleen maar patrouille-activiteiten in het voorterrein? En de vraag was of dit grootscheeps zou gebeuren of op kleine schaal en alleen bedoeld zou zijn om ons in spanning te houden, of om ons gewoon te sarren en wakker te houden, buiten in de kou tijdens de jaarwisseling. Voor hen was het geen jaarwisseling. Chinees Nieuwjaar valt op 4 februari. Jammer genoeg zouden zij geen vuurwerk afschieten, want dat is altijd grandioos bij hen en schitterend om naar te kijken. Het klassieke vuurwerk wel te verstaan, zoals afgeschoten wordt bij Chinese eettenten en zeemanshuizen op Katendrecht en in Amsterdam en overal waar Chinezen zijn.

Dit zou dus niet gebeuren, maar misschien hadden zij iets anders bedacht voor ons. Er waren aanwijzingen en vermoedens. Daarom hadden wij de vuurtjes in onze onderkomens gedoofd, de "warme" bunkers verlaten en stonden nu buiten te verrekken van de kou in loopgraven en in schuttersputten. Bij de VN troepen was een order uitgevaardigd om niet te schieten bij oud en nieuw en geen licht en seinpatronen te gebruiken tenzij wij aangevallen werden of als het tactisch vereist was. De meesten van ons waren van plan, vr het bekend maken van die order, de jaarwisseling niet onopgemerkt voorbij te laten gaan en een paar keer in de lucht te schieten bij wijze van "Mannen, de beste wensen, het gaat je goed!", maar dat mocht dus niet. 

Alle commandanten op elk niveau moesten er nauwlettend op toezien, want een paar schoten konden een snelle kettingreactie met zich meebrengen. Als er n begint te schieten, wil de maat in de put ernaast het ook doen en voordat je het weet, schieten ze over de hele lijn en dat moest voorkomen worden, want anders konden de Chinezen de mondingsvuren zien en precies het verloop van onze lijn volgen, werd er gezegd. De mannen waren kwaad. Zij mochten niet een paar schoten lossen om het oudejaar uit te luiden en het nieuwjaar "vrolijk" in te gaan en konden zodoende het saamhorigheidsgevoel niet luid en duidelijk kenbaar maken met een paar knallen. Dan maar klaverjassen en toepen of gewoon wat ouwehoeren in de onderkomens, dachten zij toen. Een paar hadden een stompje kaars bewaard om dat om twaalf uur aan te steken in het onderkomen, zodat zij elkaar in de ogen zouden kunnen zien bij het schudden van de handen, maar ook dat kon niet, want zij moesten opeens de bunkers verlaten, omdat de spleetogen waarschijnlijk iets van plan waren. 

De mannen mochten toen buiten gaan zitten in hun schuttersputten, stil zijn, goed waarnemen en vergaan van de kou. Zo werden zij op oudejaarsavond driemaal gepakt: - niet schieten bij de jaarwisseling, - niet in de onderkomens blijven zitten, - buiten op de uitkijk gaan staan in de ijskoude nacht, hoewel er niets aan de hand was. Dat hadden de Chinezen moeten weten; die hadden zich rot gelachen!

"De etters!", dachten de mannen. Als er nu n Chinees zou lopen in het voorterrein zouden ze met z'n allen op hem schieten, vooral om af te reageren op de woede en de frustraties die er waren want zijn begrepen, nu er niet geschoten mocht worden op oud en nieuw en zij toch uit hun "warme" onderkomens waren getrommeld, voor hen de jaarwisseling stil, eenzaam en gemeen koud zou zijn. Het oudejaar zou als een nachtkaars uitgaan en het nieuwe jaar zou niet "leuk" beginnen, voor zover er iets leuks kan zijn in de voorste lijn en dit dankzij die vuile spleetogen, die misschien iets van plan waren. 

Onze stellingen bestonden uit onderkomens, bunkers genoemd. Een bunker was een hol, gedeeltelijk in de grond gegraven en bedekt en gestut met boomstammen en zandzakken. Een zeil hing voor de ingang, Twee, drie man verbleven er. Zij hadden daar hun slaapzakken uitgerold op een paar lege zandzakken, zaten op lege munitiekisten en in een hoek brandde bij tijd en wijle een houtvuur. De rook werd naar buiten afgevoerd door een schoorsteen, gemaakt van een lege granaatkoker of van een rijtje lege blikken, aan beide kanten opengemaakt en op elkaar geschoven of er was gewoon een gat boven het vuur. 

Enkele bunkers op de voorhelling waren verblijf- en gevechtsopstelling tegelijk. De mannen, die daar een groepswapen bedienden, hoefden niet naar een gevechtsopstelling te gaan in geval van alarm. Als zij in hun bunker een zandzak verplaatsten, kwam er een schietsleuf te voorschijn en konden zij vanuit hun onderkomen een terreinstrook met mitrailleurvuur bestrijken.
Maar bij alarm moesten de meeste mannen hun onderkomens verlaten en naar hun gevechtsopstellingen gaan in een loopgraaf of schuttersput of in een aangepaste kuil.

Vr de stellingen hadden wij een dubbele rij prikkeldraadversperringen staan en op enkele naderingen waren tripfares geplaatst en antipersoneelmijnen. De loopgraven liepen niet door. De lengte was afhankelijk van de plaatselijke omstandigheden en van de bodemgesteldheid. Daar waar rotsgesteente was kon niet gegraven worden. Er waren loopgraven van 15 meter lang, maar ook kleinere van 6, 8 of 10 meter. Op de tussengelegen plekken waren dekkingen gemaakt rondom kuilen.

Ergens in zo'n loopgraaf stonden op de oudejaarsavond drie man op de uitkijk, met een onderlinge tussenruimte van een paar meter. Zij hadden een capuchon over hun helm en een sjaal bedekte hun gezichten. Alleen een kleine strook was open gehouden ter hoogte van hun ogen om te kunnen zien. Hun Garantgeweren hadden zij naast zich staan tegen de wand van de uitgegraven stelling. Ook zij zochten zo goed mogelijk het terrein af, maar het was goed donker en zij konden weinig zien. Twintig tot dertig meter vr de stellingen liep de prikkeldraadversperring.

Tot daar konden zij de spaarzame struikjes nog vrij goed onderscheiden, maar voorbij het prikkeldraad was het heel moeilijk nog iets te onderkennen. Zij zagen alleen de lange, witte stroken sneeuw voor zich, afgewisseld met donkere vlekken; dit waren de dennebossen en de schaduwen ervan. Alleen als de wolken voorbij gingen en de maan en de sterren op het terrein schenen konden zij zien in de verte. Die drie tirailleurs in de loopgraaf waren de soldaten van Wijnen, Warringa en Hanegraaf. 

Van Wijnen kwam uit Den Haag, was fietsenmaker geweest voordat hij naar Korea ging. Warringa, een rasechte Groninger was werkzaam geweest in een marktkraam, schuin onder de Martinitoren en deed toen in kaas, boter en eieren. Jules Hanegraaf, de Kippenbaron zoals hij genoemd werd, kwam uit Breda, wat hij voor die tijd gedaan had was niet zo duidelijk; een bureaubaantje ergens. Alle drie stonden nu "lullig" voor zich uit te staren en berustten in het feit, dat het een "klote" oudejaar was en dat de jaarwisseling bijzonder triest zou zijn.

Het was tien voor twaalf, bijna middernacht, de jaarwisseling. Het was doodstil overal. Opeens voelde Hanegraaf zich niet op zijn gemak. Het was alsof hij onraad bespeurde. Hij deed een paar passen naar links en een paar passen naar rechts, boog zich voorover en deed zijn best extra goed in de duisternis te kijken. De sjaal die over zijn oren gewikkeld was nam hij weg om beter te kunnen luisteren. Hij keek omhoog naar de wolken, om te zien of die gauw plaats zouden maken voor de maan en hij nam zijn geweer stevig in beide handen vast. Had hij iets gezien, iets gehoord?

Waarschijnlijk niet, anders had hij zijn maten wel gewaarschuwd. Toch had de Kippenbaron het gevoel, dat er "dingen" op komst waren. Gek, opeens overvalt je zo'n gevoel. Warringa en van Wijnen hadden er geen last van en stonden rustig op wacht in de loopgraaf, zij speelden alleen met hun tenen. Opeens schoot een vuurpijl omhoog, ver van hen vandaan, helemaal rechts bij de Amerikanen. Het was geen munitie, maar een schitterende vuurpijl, heel helder, heel mooi; een vuurpijl zoals die afgeschoten wordt op een feestavond. Een Yank had die op een of andere manier bemachtigd en nu afgeschoten, precies te middernacht. 

Ondanks de strikte order om niet te schieten bij de jaarwisseling had hij het toch gedaan en daarmee aangegeven dat het nieuwjaar was ingegaan en dat het nu tijd was voor de `shake hands". Iedereen had die vuurpijl gezien natuurlijk en er werd zachtjes gefluisterd in de loopgraven, maar vooral geglimlacht en gesmoord gelachen. Een paar honderd man in de sektor keken ernaar en velen schudden elkaar toen de hand en kropen zelfs uit hun put, om de maat ernaast gelukkig nieuwjaar of happy new year toe te wensen. 

De commandanten hielden hun hart vast: "als het sein maar niet overgenomen wordt: het mag beslist geen schiettent worden op de ridge", dachten ze. De eerste seconden zouden beslissend zijn. Er verstreek een tiental seconden.... er werd geen schot gelost! Iedereen had zich gehouden aan de vuurdiscipline. Ineens was er leven in de brouwerij gekomen. Een enkele vuurpijl was voldoende geweest om de stemming erin te brengen. De jaarwisseling was toch niet onopgemerkt voorbij gegaan en die ene vuurpijl, precies op tijd afgeschoten, was hartverwarmend geweest voor de Nederlanders, Amerikanen en voor de Zuidkoreanen, die naast elkaar lagen op de heuvels. 

Het was wel van korte duur; gauw werd het weer donker en stil overal, maar....... er gebeurde meer. De vuurpijl was nauwelijks uitgewerkt of van Wijnen, Warringa en Hanegraaf, die nu dicht bij elkaar stonden in de loopgraaf, hoorden afgrijselijke langgerekte kreten, die uit het voorterrein kwamen, net tegenover hun plekje. Zij begrepen het onmiddellijk.
"Er is er n voor onze stellingen", fluisterde van Wijnen. Het klamme zweet brak hen uit, want zij dachten, dat er nu wel handgranaten geworpen zouden worden door die ene spleetoog. Zij gingen goed achter de zandzakken staan, die op de rand van de loopgraaf lagen en zochten het terrein scherp af; hun geweren hielden ze stevig vast. Iemand, onzichtbaar in het terrein, krijste opnieuw op langzame, venijnige wijze een paar woorden. Die woorden waren: Kam Maan L Se-i, Wan Dan! En toen was het stil, maar na een paar minuten begon het weer, dezelfde stem, dezelfde woorden. 

De drie tureluurs luisterden goed naar het geschreeuw, heel goed zelfs en keken elkaar aan, eerst met verbazing en toen met verbijstering. Niet te geloven! Ja, zij hadden het goed gehoord en goed verstaan; de drie woorden die steeds terugkomen met dat geschreeuw kenden zij toevallig. Het waren bekende klanken die zij nu hoorden. De mannen verstonden geen Chinees, maar dat gold niet voor het drietal. De mannen waren al enige tijd in Korea en hadden een paar Kantines woorden geleerd, onder andere van krijgsgevangenen. En drie van die woorden die zij nu hoorden schreeuwen, kenden zij. Wat een toeval!
Het woord "Kam Maan" betekende "vannacht" en "Se-i" was het Chinese woord voor "sterven". 

In hun begintijd bij het Regiment hadden zij eens een babbeltje gemaakt met een Amerikaanse officier, die tolk was inde Chinese taal. Van hem hadden zij ook een woord geleerd, dat was "Wan Dan", het Chinese woord voor "klootzak", jawel! En nu hoorden zij die drie woorden in n zin voor het eerst luidkeels schreeuwen vr hun stellingen en het was tegen hen gericht! "Hij zegt, dat wij gaan sterven vannacht en dat wij klootzakken zijn", zei Warringa, de Groningen, doodnuchter. Het geschreeuw kwam nu uit een andere hoek; de man had zich kennelijk verplaatst, maar hij gebruikte nog steeds dezelfde woorden, die luid en duidelijk overkwamen.

"Hij heeft waarschijnlijk een handmegafoon bij zich, met geluidversterker", dacht de Kippenbaron. Wij hadden van dit soort ode-mans optreden gehoord, dit was Chinese psychologische oorlogvoering; proberen de vijand bang te maken, paniek te zaaien en verwarring te stichten in zijn gelederen door n man hysterisch te laten schreeuwen voor de stellingen en hier en daar handgranaten te werpen. Zij werkten niet met grote geluidsinstallatie vanuit hun lijn en strooiden geen pamfletten zoals de Amerikanen. Zij deden het "live", vr onze stellingen, niet om ons aan te sporen om over te lopen, maar om ons doodsbang te maken. Nu ook weer; de felle kreten "Kam Maar L, Se-i en Wan Dan" weerklonken onheilspellend in de nacht.

En na het geschreeuw volgde hoongelach, maar dat ene woord "Wan Dan" werkte direct averechts. Het beviel de mannen niet, zij waren razend; zij werden voor klootzakken uitgemaakt. Hun gezichten stonden verbeten, grimmig. Wisten ze maar waar die schreeuwen was, dan hadden zij hem het zwijgen opgelegd., maar de man bleef onzichtbaar, verplaatste zich steeds en maakte vast en zeker gebruik van een megafoon. Het leek of hij dichtbij was, maar misschien was hij honderd meter van onze stellingen vandaan en daar was hij helemaal niet te zien. Het geschreeuw hield aan, nu vanaf weer een andere plek. 

Dit was een Aziatische methode van oorlogvoering, die de Jappen destijds ook toepasten tegen de Amerikanen, in de Stille Zuidzee. Zij probeerden toen ook `s nachts dichtbij de posten te komen om paniek te zaaien met dat geschreeuw. De verhalen daarover zijn bekend; er is zelfs een boek verschenen over de wijze waarop de Jappen de U marinier `s nachts beslopen met kreten: "Marine, a die!", om ze bang te maken. Toentertijd schreeuwden de Jappen het in het Engels en de Ank werden netjes met "Marine" aangesproken. Dat klonk beter in ieder geval dan "klootzak" in het Chinees.

De man schreeuwde weer zijn verwensingen en de mannen werden nog steeds op dezelfde wijze minachtend aangesproken. "Daar zal hij spijt van hebben, om ons zo aan te spreken", dacht de Kippenbaron. Iedereen in de stellingen hoorde het geschreeuw, maar niemand reageerde. Men wist gewoon niet waar die onruststoker zich bevond, anders had hij de volle laag gekregen. Het geschreeuw kwam dreigender over. De mannen hielden zich goed, maar er waren er, die het toch benauwd kregen en misschien bang waren. Niet zo zeer voor die schreeuwen, maar zij dachten dat er wellicht heel wat Chinezen in het verduren lagen te wachten op een seintje om op ons af te stormen. Het was een tijdje stil; de schreeuwerd had zich al een kwartier koest gehouden. Op de ridge was de spanning voelbaar. Men dacht: hij verplaatst zich nu dichterbij om als slot van zijn optreden een paar handgranaten naar ons toe te slingeren.

Opeens een felle lichtflits vr onze stellingen en een harde knal, gevolgd door een wanhoopsgil. "Hij is op een mijn gelopen!", riep van Wijnen opgewonden en met een tinteling in zijn ogen. "Einde van de one-man show. Jammer, het werd spannend",zei Warringa.
"Hij zal wel dood zijn. Hij had ons niet voor klootzakken moeten uitmaken; dat is de prijs", vond de Kippenbaron.
En zo moet het ook gegaan zijn, want de schreeuwer schreeuwde niet meer en er was ook geen gekerm te horen. Het was weer stil. Niemand ging kijken of die Chinees inderdaad ergens lag, want wie weet, misschien was het een truc en lagen een paar anderen gereed om ons op de korrel te nemen. 

De mannen gingen weer naar hun onderkomens, de vuurtjes werden aangestoken, die de verkleumde lichamen snel weer verwarmden; er werd koffie opgewarmd, wat gepraat en gelachen en toen doken de mannen in hun slaapzakken. Er gebeurde niets meer die nacht, maar al met al, de jaarwisseling was toch niet zo saai geweest. De Kippenbaron had het goed aangevoeld, dat er "dingen" op komst waren en ook al diegenen die sterke vermoedens hadden gehad. Het was uitgekomen.

De dag brak aan, koud en grijs. Toen het weer licht was gingen een paar man kijken nabij de strook waar de mijnen lagen en zagen meteen, net op de rand van de strook, een Chinees op zijn rug liggen. Hij was dood. De schreeuwer lag daar, met een afgerukte voet en met verwondingen aan zijn borst en aan zijn keel. Hij was waarschijnlijk, diep voorovergebogen lopend, op een mijn gelopen. Een tas met tien handgranaten erin had hij op zijn rug; die waren niet ontploft. Een megafoon en een pistool-mitrailleur lagen naast hem. Hij moet inderdaad op weg zijn geweest naar onze stellingen, om zo dicht mogelijk zijn handgranaten naar ons toe te werpen. Dit is hem noodlottig geworden; hij trapte op de allereerste mijn.

Naderhand hebben wij gelachen om dat geschreeuw in de nacht. Wat een flauwe kul om zo hysterisch te schreeuwen voor de stellingen, werd er gezegd. Jawel, maar ......... als je midden in de nacht alleen in je schuttersput zit te verrekken van de kou en je hoort opeens fanatieke kreten, die van dichtbij komen en je denkt, dat elk ogenblik een handgranaat in je put kan neerploffen, dan krijg je toch echt koude rillingen over je rug.