Silverstar Hill

Bron: VOKS

De stellingoorlog

In oktober 1951 was de gevechtskracht verhouding tussen de VN troepen en de communistische tegenstander zodanig beide partijen geen of nauwelijks terreinwinst meer boekte.
De in juni 1950 begonnen "manoeuvre oorlog" waarbij divisies, regimenten en bataljon over een grote diepte tegen elkaar vochten, verzande in een stellingoorlog. Beide partijen richtte zich in een grotendeels noord van de 38ste breedte gelegen lijn ter verdediging in. In deze "loopgraafoorlog", waarbij de hoofdweerstandslijnen ca 3-4 km van elkaar verwijderd lagen, werden slechts beperkte acties over een geringe diepte uitgevoerd door pelotons en compagnieen.

Terwijl in de eerstgenoemde periode over en weer honderden krijgsgevangenen werden gemaakt was het in de tweede nauwelijks nog mogelijk krijgsgevangenen to maken.
Nadat het NDVN van 26 oktober tot 27 november 1951 uit de lijn was genomen voor een rustperiode werd het op 28 november verplaatst naar de omgeving van Hwachon voor verdere training en het houden van oefeningen.
Midden december werd de 2nd Divisie ingezet in de zgn "IJzeren Driehoek" in de lijn Chorwon-Kumhwa, ca 30 km noord van de 38ste breedtegraad in sterk geaccidenteerd terrein.

Op 17 december kreeg C-NDVN opdracht een frontsectie van de Turken over te nemen.
Hierbij bleek dat de Turken er lichtelijk "met de pet naar gegooid" hadden; de loopgraven stelde niet veel voor, de bunkers hadden een veel te zwakke bovendekking, prikkeldraad versperringen waren nauwelijks aanwezig. Bovendien hadden zij weinig gepatrouilleerd dus waar de vijandelijke voorposten zaten wisten zij ook niet. Stellingbouw en patrouilleren werd door het NDVN direct aangepakt.
In de nacht van 19 op 20 dec. werden de stellingen overgenomen en op 21 dec. ging de eerste patrouille eruit met o.a. de opdracht van de divisie om krijgsgevangenen te maken, wat evenwel niet gelukte.

De bataljonscommandant besloot daarom de volgende dag opnieuw een patrouille uit te sturen langs een andere route en naar een ander object. Nog in de middag wees hij vanuit zijn vooruitgeschoven waarnemingspost, de voor de nieuwe raid uitgekozen luitenant van de ACie diens doel aan: Silverstarhill.

( Noot: Silverstarhill, Manusamaheuvel etc zijn namen die pas na acties aan bepaalde heuvels gegeven werden.)

De patrouille zou vanuit die waamemingspost met vuur worden gesteund en beschermd. De patrouille zou bestaan uit een peloton met een mortierwaamemer en versterkt met een vernielingsploeg, een terugstootloze vuurmond van 57 mm en een groep (3 stuks) tanks. Deze tanks zouden zich bij Sagimak bij het peloton voegen, de opgezeten infanterie zover mogelijk de tjot oprijden en dan de vijand uit zijn holen knallen. Verder moesten zij de Manusama heuvel goed in de gaten houden want die kon wel eens door de vijand bezet zijn. De daarna ontboden groepscommandant van de tanks bleek een jong sergeant to zijn die voor het eerst in het vuur ging. Hij was zo vol zorg over zijn materiaal dat hem duidelijk werd gemaakt dat mensenlevens heel wat belangrijker zijn. Deze sergeant ontmoette de luitenant, toevallig zelf ook een "tank-boor" pas toen het donker was zodat nader overleg aan de hand van de kaart moest geschieden.

De 22ste om 07.00 uur gaat het peloton de stelling uit. In Sagimak blijkt het terrein to glad en te stijl te zijn om de infanterie op de tanks te vervoeren. Zij lopen daarom tussen de tanks in naar boven en bereiken na drie kwartier het zadeltje zuid van Manusamaheuvel. Terwijl het geheel hier halt houdt met het kanon van twee der drie tanks op die heuvel gericht, gaat de pelotonscommandant met zijn plaatsvervanger op verkenning naar het noorden. Zij ontdekken een vijandelijke stelling, weten die tot op 80 m. te naderen, doch worden dan door geweervuur afgewezen. Omstreeks 09.00 in het zadeltje teruggekeerd, meldt de luitenant zijn bevindingen op "Silverstarhill". De bataljonscommandant, die van zijn waamemingspost het met toppen en ruggen bezaaide terrein beter overziet, corrigeert hem: de verkende positie is Leuringschans.

De PC zendt nu een groep naar Manusamaheuvel om daar een vuurbasis in te richten en gelast de tanks, op te rijden naar punten van waar zij de aanval van de rest van het peleton op Leuringschans kunnen steunen. Vuurbasis en tanks mogen eerst op zijn bevel vuren. Vervolgens rukt hij met de aanvalsgroep op en zet, als vuurbasis en tanks zich omstreeks 09.45 gereed hebben gemeld, de aanval in; de tanks staan nu een 50 m. noord van het zadeltje.
Al spoedig houdt de zich op Bunkerhill bevindende Chinezen met vuur van automatische wapens de aanvallers tegen. Onder achterlating van een groep die het doel uit het oosten zal aangrijpen, brengt de luitenant de andere groep, de ondersteuningsgroep en de 57 mm naar een ca. 80 m. zuidwest van Leuringschans gelegen bosje. Nadat daar een vuurbasis is ingericht, attakeert de eerstgenoemde groep. Zij wordt good gesteund, maar zet onvoldoende door en keert terug. De pelotonscommandant laat nu de tanks schieten, snelt naar de teruggekomen groep en valt er opnieuw mee aan. 

Als de stelling bijna is bereikt, zwelt `s vijands vuur uit allerlei wapens zodanig aan dat de mannen weer terug moeten. Een blijft echter achter; hij stelt drie of vier zich blootgevende Chinezen buiten gevecht. Dat mist zijn uitwerking niet. Wanneer de luitenant de groep ten derde male ten aanval leidt, dringt zij de positie binnen (10.45). Buiten de uit steen en aarde opgetrokken bunkers vindt zij vier doden en hun wapens. Op het werpen van handgranaten door de luchtkokers der schuilplaatsen komen echter twee levende Chinezen te voorschijn. De plaatsvervangend pelotonscommandant, die wegens een schampschot aan het hoofd terug moet, voert hen af.

Na de doorzoeking treft de luitenant de in het bosje liggende groepen aan. Gezamenlijk gaat het op Silverstarhill af. De tanks krijgen bevel op te rukken. Zij melden na enige tijd te zijn vastgelopen en het nieuwe doel niet meer te zien. Dan maar zonder hen! Halverwege de "hill" plaatst de pelotons commandant de groep die Leuringschans had ingenomen, tezamen met de ondersteuningsgroep in een nieuwe vuurbasis. Met de andere groep trekt hij verder langs de rug. Maar die kan niet op tegen het vlakbaanvuur en de handgranaten van Silverstarhill en het mortiervuur van Bunkerhill; hoewel de vuurbasis uitstekend steunt zijn de middelen ontoereikend. Daarom vraagt de PC steun aan van de zware mortieren, wijst hun met een rookgranaat uit de 57 mm. hun doel, trekt de op Manusamaheuvel liggende groep aan en plaatst haar rechts van de rug. De bataljonscommandant legt artillerievuur op Bunkerhill.

Als de mortieren tien minuten hebben geschoten gaat het opnieuw vooruit. De verspreid oprukkende groepen lopen weer vast. Alvorens nogmaals to attakeren wil de pelotonscommandant zich overtuigen dat de tanks inderdaad niet kunnen helpen. Hij gelast beide groepen uitdrukkelijk ter plaatse te blijven, snelt naar de tanks en weet dank zij zijn ervaring met die wapens, een daarvan zodanig op te stellen dat zij Silverstarhill kan beschieten.
Omstreeks 12.30 bij de aanvalsgroepen terugkerend, merkt hij dat die tegen zijn bevel in toch hebben aangevallen. Zij zijn tot vlak bij de bunkers gekomen, doch daar teruggeslagen. De sergeant die de leiding had genomen is gesneuveld, een soldaat vermist, vijf man zijn gewond geraakt, waarvan een zwaar. De gewondenverzorger helpt hen onder `s vijands aanhoudend vuur.

Ondanks deze tegenslag tracht de luitenant nogmaals het doel te nemen. De ene tank steunt uitstekend, maar moet het vuren wel staken als de infanterie de bunkers op een 30 m. is genaderd. Toch lukt de aanval bijna. Gedekt door een uiterst koelbloedige mitraileurschutter bereiken twee man de stelling. De verdedigers weren zich echter al even verbeten als de aanvallers attakeren. Zij ontketenen een nieuw mortiervuur en daarin strandt ook deze poging.
Het is nu omstreeks 13.00. De troep is uitgeput, de munitie raakt op. Daarom vraagt de luitenant toestemming terug te gaan. Zijn verzoek kruist het bevel daartoe van de bataljonscommandant die, ter dekking van de afmars, een rookscherm laat leggen op Silverstarhill.

Doordat het peleton zich terugtrekt voordat dit scherm goed is gevormd, onderkent de vijand de manoeuvre en legt hij opnieuw mortiervuur op de troep; het bezorgt haar vijf gewonden. Rond 13.30 zijn de tanks bereikt. Daarop gaat het verder. Drie kwartier later is de afdeling in de eigen stelling, waar de divisiecommandant haar opwacht en vijf Silver Stars benevens vier Bronze Stars toekent, van elk een aan een Roksoldaat. Want ondanks de tegenslag op Silverstarhill heeft het NDVN als eerste bataljon van de divisie aan de opdracht voldaan, ten koste van 1 gesneuvelde, 1 vermiste en 11 gewonden.

Het persverslag
Bij het bataljon was een Nederlandse oorlogscorrespondent ingedeeld; Kapitein Koster, die uit Korea een verslag over deze actie toestuurde aan de Legervoorlichtingsdienst. In tegenstelling tot bovenstaand verslag werden hier ook namen van deelnemers genoemd wat het geheel wat interessanter maakt; hieronder zijn verslag:

" De jonge commandant van de ACie van het Nederlands bataljon der Verenigde Naties dat in Korea vecht, de 23 jarige Kapitein J. Antonietti uit Eindhoven heeft op die gedenkwaardige dag even voor de Kerst (1951), zitten duimen toen een van zijn pelotons de opdracht kreeg "Krijgsgevangenen maken". Dat staat zo gemakkelijk, dat komt ook zo gemakkelijk uit de mond "Krijgsgevangenen maken want we hebben niet voldoende inlichtingen" Het tweede peloton onder commando van 2e luitenant C. Leuring uit den Haag rukte uit en ....!

De tol was hoog
Ondersteund door het vuur van drie tanks gaat het peloton naar voren naar de heuvel waarop in enkele stellingen de vijand zich schuil houdt. In de nabijheid van die stellingen kreeg een groep de opdracht te stormen nadat eerst onder dekking van het vuur dat gegeven kon worden het terrein stormrijp was gemaakt. Het werd een hel, doch de luitenant Leuring en de zijnen hielden het hoofd koel.
De Chinezen gooiden handgranaten, naar het schoen evenveel als er sneeuwvlokken vielen in de Kerstdagen. De troep kwam bij de bunker. De sergeant Theunissen en de soldaat eerste klas Lambrechts kwamen na een omtrekkende beweging achter de bunker maar de Roden hielden alleen rekening met hen die voor de stelling lagen. Lambrechts wierp een handgranaat in de bunker.
Toen werd het stil. De moed zonk blijkbaar in de schoenen van de communisten temeer omdat misschien op zo'n 50 meter afstand de groepscommandant van de punt dertiger, de tot sergeant bevorderde sergeant W. Rogaez uit Utrecht met schutter en helper ter ondersteuning van de stormers een strot vuur stond of te blazen om U tegen to zeggen, zoals dat bij ons heet.

De bunker werd genomen; een aantal Chinezen lagen dood in hun stelling en twee, waarvan er een gewond, kwamen er uit: twee krijgsgevangenen. De lichtgewonde sergeant J.C. Nuts uit Ridderkerk nam de twee mee naar beneden om ze of te leveren en zichzelf te laten verbinden. Doch de andere jongens van dit peloton van de ACie maakten zich gereed om het tweede doel te attaqueren. Van een heuvel of coordineerde kapitein Antoinettie het ondersteuningsvuur. De spanning steeg; zouden zij het weer klaren?
De verbindingen werkten uitstekend. De knapen van de 4 punt 2 mortieren schoten vaak en raak. Al eerder was door een 8 inch houwitser een mitrailleur, die van links op de onzen schoot. tot zwijgen gebracht. De stemming onder de jongens was uitstekend want onder geroep van.... ..Tokyo .... van Heutsz" stormden de mannen tegen de heuvel op. Een orkaan van vuur viel neer.

De Chinezen kregen het benauwd en vroegen, als een laatste redmiddel, vuur op de eigen stellingen aan. De Nederlandse 57 mm recorders (Noot: vermoedelijk wordt bedoeld recoilness) terugstootloze vuurmonden hadden al eerder van zich afgespuwd.
Toch werd het te gortig. Het was onverantwoord het nog een keer te proberen. "Terugtrekken" commandeerde luitenant Leuring.
Bij deze terugtocht werden de Nederlanders hevig bestookt met mortiervuur. Er kwamen nog meer gewonden. Maar wat anderen was mislukt gelukte de onzen. Aan de opdracht was voldaan. Doch de tol was hoog. Een dode, een vermiste en 13 gewonden.
Het peloton keerde terug onder de indruk van het verlies.

Het werd ontvangen door de divisiecommandant, luitenant generaal Young, de regimentscommandant Rowny en de bataljonscommandant luitenant kolonel Christan die de Nederlanders aanvoert.
De Regimentsvlag en vaandel en de bataljonsvlag brachten de eerbewijzen en.... er kwamen een aantal zeer hoge Amerikaanse onderscheidingen en bevorderingen.
Onderscheiden werden met de Silver Star: sergeant Theunissen (postuum)uit Bandung, 2e Luitenant C.M.C. Leuring uit den Haag, soldaat 1e klasse K.Lambregts uit Overschie, soldaat B.H.T. Fievez uit Arnhem en ROK soldaat Kim Yung Ha.

Met de Bronze Star korporaal `t Hart uit Zwolle, soldaat P.J.Kruys uit Bondowoso, soldaat T. Migalski uit Utrecht en ROK soldaat Kosk Kyong Chan.

Tot sergeant werden bevorderd F.Foree uit Grouw (Fr), T.J. van Maanen uit Woudenberg en W.Rogaes uit Utrecht.
De tol was, zoals reeds gezegd, hoog. Doch Nederlands naam en faam werden opnieuw bevestigd in United Nations verband. 

(Noot: later bleek de vermiste soldaat T. Deegmulder gesneuveld te zijn. Zijn stoffelijk overschot kon evenwel niet geborgen worden.

Na deze actie werd de betreffende heuvel omgedoopt tot SILVERSTAR HILL.