STEMMING BIJ VRIJWILLIGERS IN KOREA UITSTEKEND

Luitenant-kolonel W.D.H. Eekhout, commandant van het Nederlands Detachement Verenigde Naties, heeft een brief gezonden aan de gezins-en familieleden van de mannen van het detachement. Hierin zegt hij dat de soldaten momenteel van een betrekkelijke rustperiode genieten. Men is reeds blij met een klein kamertje in een leegstaand Koreaans huisje dat met veel zorg wordt "bijgeplakt" en waarin de weinige bezittingen netjes zijn gerangschikt.
(Noot red. Het NDVN was van 10 maart-7 april gelegerd in Chechon en voerde van daar uit patrouilletaken uit.)

Een eigen "bioscoopje met echte "belastingvrije" kaartjes trekt aller belangstelling. Bij het zelfgefabriceerde lichtpuntje in kamer of tent worden natuurlijk herinneringen opgehaald. Maar ook "sterke verhalen" vertelt. Ja, dit laatste hoort er nu eenmaal bij. Dit zijn dan de ogenblik- ken dat de soldaat eens rustig met zijn gedachten in Nederland vertoeft want Nederland is en blijft zijn land.
Hier zou ook niemand iets ten ongunste van ons land mogen zeggen. Groter verontwaardiging zou niet teweeggebracht kunnen worden. Dit zijn ook de ogenblikken dat hij in gedachten bij u vertoeft, bij u, die hem diebaar zijn. Vaal wordt mij zelfs toevertrouwd, dat het "thuis" echt niet beter kan gaan. een brief van "thuis" daar kan hij imers van op aan. "O nee , overste", krijg ik vaak te horen, "als er een postzak komt, is er ook een brief van thuis, dat kan beslist niet missen". Dat is't ook wat hij steeds hoopt, dat het thuis goed gaat. want zijn belangstel- ling gaat immers uit naar u en uw brieven. Niet altijd is hij zelf in de gelegenheid te schrijven. Maar ook dan is hij u beslist niet vergeten.

Ook zijn dit de ogenblikken dat hij denkt aan een gesneuvelde kameraad, beseffend dat het niet alleen juist voor de nabestaanden een groot en droevig verlies is, maar ook voor ons zelf. Een groot verlies van een kameraad uit ons kleine detachement, een kameraad op wien wij konden bouwen en vertrouwen.
Lt.kolonel Eekhout deelt vervolgens mede, dat de stemming onder de mannen uitstekend is en de gezondheidstoestand zeer goed, mede door de betrekkelijke rust. "Onze medische sectie is momenteel nagenoeg werkeloos."
"De soldaat verricht zonder dralen hier zijn taak, zijn plicht die hij vrijwillig op zich heeft genomen. Hij verwacht hiervoor geen dank van u allen. O neen, zeker niet. Geef hem alleen uw volle belangstelling en blijk van oprecht medeleven tot steun van deze moeilijke taak.

Ik heb uw mannen gezien in de dagen van de moeilijkste strijd van 13 tot 15 Februari j.l. Ik heb ze om en bij heuvel 325 gezien. Op ieders gelaat en elke houding was duidelijk te lezen "Ik kan niet meer" en zij kregen ten antwoord "Mannen, het moet toch weer, het kan niet anders" En ofschoon zij misschien niet allen begrepen, vertrouwden zij. Uw mannen begre- pen en vertrouwden; zij gingen en zij deden. Zij vochten wederom als leeuwen en met succes.
Zij vochten niet alleen voor hun leven maar ook voor uw leven in een wereld waarin vrijheid en vrede, veiligheid en recht moeten kunnen zijn. U allen kunt terecht trots zijn op deze mannen, zoals het een groot voorrecht voor mij is, hun commandant te zijn.
"Je Maintiendrai" onder onze Nederlandse leeuw blijft ook steeds ons devies."

Telegraaf, 13 april 1951


FRONTNIEUWS MAART - APRIL 1951
Een bloemlezing van een aantal artikelen uit de maart-april 1951 periode.

Overste Den Ouden in Pusan begraven
Luit-kol Den Ouden, de gesneuvelde commandant van de Nederlandse troepen in Korea, is vandaag 8 km ten oosten van Pusan op het kerkhof van de V.N. begraven, Het Achtste Leger legde een krans op het eenvoudige graf, waarboven de vlaggen van Nederland en van de VN halfstok hingen.

Luit. Gen. Ridgway, commandant van het Achtste Leger. mr A.H.C. Gieben, de Nederlandse vertegenwoordiger bij de VN commissie voor Korea, luit-kol. Eekhout, commandant van de Nederlandse troepen in Korea, John Muccio, de Amerikaanse Ambassadeur in Korea, de plaatsvervangend Koreaanse Minister van Defensie, en andere Koreaanse regerings vertegenwoordigers waren aanwezig. Een Amerikaanse erewacht vuurde een salutsalvo af. Een negerorkest speelde het Wilhelmus.
De heer Gieben roemde de dapperheid van overste Den Ouden en bracht het Achtste Leger dank voor het feit dat de rouwdienst in de Nederlandse taal kon worden gehouden.
Generaal Ridgway sprak woorden van lof over de kwaliteiten van de Nederlandse troepen en sprak tot overste Eekhout "Ik heb de moed van de Nederlandse troepen bij hun actie bij Hoengsong gewaardeerd en ik betreur de dood van uw vroegere commandant.
Aalmoezenier van der Vrande leidde de rouwdienst, waarna de kist door een Nederlands pelo- ton in het graf werd neergelaten.

Telegraaf, 8 maart 1951


DE NACHT IS HET ERGSTE
"Een paar dagen rust en dan weer naar voren, de foxholes in".
"De nacht is het ergste wat er bestaat"

De eerste luitenant W.Dussel schrijft d.d. 23 Februari (1951) uit Korea:

"Onze commandant, onze dominee en nog vijftien gesneuveld, tientallen gewond, vele auto's en nog veel meer persoonlijke uitrusting en eigendommen zijn we kwijt geraakt in de dagen van Hoengsong en Man-jong. De meeste hebben alleen nog dat, wij zij aan hebben- en dat is vuil, kapot en nu, vandaag nat. Want het is gaan regenen, het eerste teken van de naderende lente.
Bij het vallen van de eerste druppels hebben wij elkaar aangekeken zonder iets te zeggen. Maar onze ogen zeiden genoeg: weg sneeuw, weg bittere kou, weg keiharde grond, waarin wij met onze houwelen onze "foxholes" moesten hakken. De regen is gekomen en wij zijn er zeker van dat Pluvius in dit land van grote teleurstellingen een nieuw moeilijkheid zal vormen. Een dag regen veroorzaakt een watersnood op de smalle, gevaarlijke bergwegen, een dag regen verandert valleien in bergmeren, wegen in moddermassa' s, waarin elke truck zich grommend en sputterend en glijdend een weg moet zoeken.

En nog humor en grappen.
Ja. onze truck, want we zijn weer "gemoved". Eindelijk. eindelijk hopen we wat rust te kun- nen vinden. enkele mijlen achter de lijn. Rust en warmte hebben deze mannen nodig na al die dagen en weken van spanning. dagen die niemand ooit zal vergeten. Rust en warmte hebben zij nodig. maar helaas behoort dat bijna tot de onmogelijkheden.
Twee dagen van die zogenaamde "rust" hebben wij al gehad. enkele mijlen achter de lijn in een verlaten kampong waar de artillerie dag en nacht heeft staan donderen. Hier was de rust: de rust van de kou, de rust in vuile kleren, late maaltijden die van heinde en ver moesten worden aangevoerd. De rust ook te midden van geruchten die hardnekkig zeiden "dat we weer gauw naar voren zouden gaan."
 
Maar de zon scheen, de zon die warmte gaf. waarin je je weer even kon koesteren. Een vuur waar omheen je kon zitten. een paar oude borden of de schaal van een of andere vrucht, waaruit je kon eten. Een paar brieven van thuisgebracht door een facteur die er een dag en een nacht mee onderweg was geweest. Wat kan een mens rijk zijn! Rijk met de zon, rijk met wat droog stro, rijker dan rijk met een paar brieven. En er werd weer gezongen met hele koren tegelijk. dat het schalde tegen de bergen.
En dan zegt U:'. Wat zeggen jullie. zingen? Zingen nu? met al die gesneuvelde kameraden. met al die gewonden?'. Het antwoord is :"Ja. wij zingen. wij moeten wel zingen om er door- heen te komen. om ons zelf voort te stuwen door de grote moeilijkheden van deze dagen".

Vraag de soldaten waarom zij zingen- waarom zij vrolijk kunnen zijn en zij zullen antwoorden "Omdat wij leven".
En zo is het; zij juichen en lachen weer. Zij vertellen weer grappen en steken de draad met alles. ook al schreit het hart om hen die wij verloren.
Grote sterke kerels kijken je aan wanneer je ze een paar velletjes postpapier geeft en een goedkope ballpointpen. En in hun gescheurde vuile kleren en ruwe en vuile handen schrijven zij naar de ouders van gesneuvelde vrienden en een briefje naar huis: "Alles OK, Maak je niet ongerust". De brieven zijn naar huis gegaan met de truck, die naar voren gingen, weer in de "foxholes", weer dagen van onafgebroken, ja zelfs versterkte waakzaamheid.

Op een van die nachten kwam het bericht: "Alarm". Er is paardengetrappel gehoord en hoorn- geschal en er is gepraat in het voorterrein. De harten hebben weer sneller geklopt, de spanning is weer gestegen, het wapen werd weer in de hand genomen, klaar om te schieten. Een half uur heeft de grote spanning geduurd voor de geruststelling kwam:" Alles veilig, het was een loslopend paard. Het hoorngeschal kwam van een autoclaxon in de verte en het gepraat
van een ROK patrouille in het voorterrein. Ze hadden ons niet van te voren gewaarschuwd".
En zo konden we dus weer gaan slapen. Slapen noemen ze dat, met alles aan op de grond liggen, met de ogen en de oren als het ware open, geweer en handgranaten in de onmiddellijke nabijheid, zo niet in de slaapzak. Want, 0, we hebben zoveel geleerd. Ik heb het ge- vraagd aan officieren en manschappen: " wat denken jullie van de nacht? en dan zeiden ze dit " de nacht is het ergste wat er bestaat tegenwoordig. De dag komt als een verlossing, want dan kun je slapen. ' Nachts kijk je op je horloge. Twee uur, wat kan er nog veel gebeuren. Ze kunnen nog komen. Je hoort elk geluid, je luistert in je slaap en je kijkt in de duisternis. Als er tegen de dageraad niets is gebeurd kijken we elkaar aan en dan weten we genoeg: Gelukkig het is weer dag. vandaag is er weer licht en misschien zon.

Zo is de mens. zo zijt gij en zo zijn wij. De dapperen die hier vechten op leven en dood, de kerels die geen duimbreed wijken zonder uitdrukkelijke opdracht. die elkaar meesleepten uit de hel van Hoengsong en Man-jong, Nu zijn wij weer op rust. sedert gisteren. Twaalf uur lang hebben zij op vrijwel open trucks in een stromende regen gezeten. alvorens zij op de plaats van bestemming aankwamen. Op rust, op rust in een stel gebouwen zonder een raam of
deur, zonder een kachel want we waren de twintig kachels die wij eerder gekregen hadden. natuurlijk verloren. zonder schoon of droog goed, kaal en berooid. Maar de humor laat ons nog niet in de steek. Want nog maken wij grappen over onze "voorraad" trucks. over onze enorme hoeveelheid bagage. over het feit dat zij op de order "we gaan moven" slechts behoeven op te staan en te zeggen: "klaar voor vertrek sergeant".
O Nederland. o volk. wat kunt gij trots zijn zulke mannen hier te hebben.