23 JUNI 1951 TWEE JAAR TOUWTREKKEN 27 JULI 1953

Bron: VOKS

In de periode dat het NDVN zich in Korea bevond speelde zich boven onze hoofden vanaf medio juni 1951 tot medio juli 1953 een politiek spel, misschien beter gezegd een politiek drama af, waarvan wij geen benul hadden en waarin de wederzijdse krijgsgevangenen een hoofdrol speelden.


Na het mislukken van het Chinees/Noord Koreaanse voorjaarsoffensief stabiliseerde de voorste lijn van beide strijdkrachten zich in de omgeving van de 38ste breedtegraad waar beide partijen, min of meer oorlogsmoe, zich ingroeven. Aangezien het naar uitzag dat geen van beide partijen een doorslaggevende overwinning kon behalen stelde op 23 juni 1951 Jacob Malik, de Sovjet gedelegeerde bij de Verenigde Naties, voor, de mogelijkheid van een "cease-fire", een wapenstilstand, te bezien. De geallieerden gingen hierop in en Generaal Ridgway, de toenmalige commandant van de VN strijdkrachten, kreeg de opdracht met de tegenpartij contact op te nemen en de mogelijkheid te onderzoeken tot het sluiten van een, al dan niet tijdelijk, bestand. Hem werd tevens de beperking opgelegd géén medewerking te verlenen aan politieke onderwerpen die de tegenpartij mogelijk ter tafel zou brengen.

Ridgway stelde voor de besprekingen te houden op een hospitaalschip dat afgemeerd zou kunnen worden in een Noord Koreaanse haven. Dit werd door de Chinezen afgewezen omdat dat schip, aangeboden door de tegenpartij, door hen als "vijandelijke grondgebied" werd beschouwd. Zij boden aan de besprekingen te houden in Kaesong, de oude hoofdstad van Korea, die een paar km zuid van de 38ste breedtegraad, de grens tussen Noord en Zuid, gelegen was. De geallieerden gingen hierop in en maakten daarmee meteen hun eerste blunder. De frontlijn lag namelijk een aantal kilometers noord van de 38ste breedtegraad met uitzondering van een klein hoekje aan de westzijde waarin het, zuid van de DMZ gelegen stadje Kaesong lag.

De besprekingen vonden dus plaats in dat deel van Zuid Korea dat nog in handen was van de communisten waarbij de Noord Koreaanse troepen zich duidelijk voor het oog van de wereld profileerde als "overwinnaars" aangezien de VN onderhandelaars zich moesten melden op hun gebied waardoor de indruk werd gewekt dat deze kwamen smeken om een wapenstilstand.

De tweede fout was dat van VN zijde vier generaals en een admiraal, allen zonder politieke of diplomatieke achtergrond, als onderhandelaars werden aangewezen. Aan de zijde van de communisten waren dat ook generaals, maar bovendien tevens "doorgewinterde" partijleden met zowel een politieke als diplomatieke achtergrond.

De onderhandelingen begonnen op 10 juli 1951 en duurde twee weken, waarbij men niet verder kwam dan het vaststellen van een agenda. Direct bij opening van de vergadering stelden de communisten hun eisen: herstel van de 38ste breedte graad en het terugtrekken uit Korea van alle vreemde troepen. De geallieerden wezen dit direct van de hand waarna na veel touwtrekken de onderwerpen werden vastgesteld waarover gesproken zou worden, te weten:
1. -vaststellen van een militaire demarcatielijn en een gedemilitariseerde zone,
2. -instellen van een neutrale commissie die moest controleren dat de wapenstilstand correct uitgevoerd werd,
3. -uitwisseling van krijgsgevangenen
4. -aanbevelingen aan betrokken regeringen hoe te handelen na het sluiten van de wapenstilstand.

Er werden vier sub comité's gevormd die ieder één van de 4 punten nader zouden uitwerken.
Al snel na aanvang van de besprekingen bleek wel dat de communisten niet alleen harde onderhandelaars waren maar dat zij ook (over)gevoelig waren op het gebied van traditie, protocol en gelijkwaardigheid. Toen de VN onderhandelaars aan hun zijde van de ruimte waarin de onderhandelingen werden gevoerd een behoorlijk toilet installeerde werd "aan de overkant" een toilet gebouwd dat veel groter en fraai geverfd was. Toen het hoofd van de VN onderhandelaars in een sedan arriveerde werd door de andere partij spoorslags in de Sovjet Unie een overeenkomstig voertuig aangeschaft zodat ook hun top-onderhandelaar in een gelijkwaardig voertuig kon arriveren.

Tijdens de besprekingen trachtte de communisten hun "tegenstanders" te intimideren en tot concessies te dwingen door het gebruik van beledigende, grove en onbeschofte taal (die door de VN vertegenwoordigers niet verstaan werd totdat de tolken het vertaald hadden, waardoor het veel van haar "waarde" verloor). Van het ene moment op het andere konden zij evenwel allerbeminnelijkst worden wanneer zij merkten dat een grote mond niet tot het gewenste doel leidde. De communistische tactiek was hun tegenstanders met een voorstel te laten komen waaruit ze die delen die in hun voordeel waren accepteerden om vervolgens te gaan bekvechten over de andere punten.

Kort na het begin van de onderhandelingen bleek dat de communisten systematisch afspraken negeerden wanneer hen dit uitkwam. Het eerste incident betrof een volledig bewapende Communistische infanterie compagnie die door het gedemilitariseerd gebied, waar dus geen troepen aanwezig mochten zijn, marcheerde waar de conferentie gehouden werd. Als protest hierop braken de VN vertegenwoordigers de bespreking af tot zij na 5 dagen van de tegenpartij de garantie kregen dat dit niet weer voor zou komen.
Om dit "gezichtsverlies" te compenseren beschuldigde de communisten de VN ervan dat een vliegtuig het conferentiegebied had gebombardeerd. Toen de VN vertegenwoordigers voorstelde dit door een neutrale commissie te laten verifiëren braken de Noordelijken de besprekingen af.

Ondertussen hadden de communisten de tijd "nuttig" besteed door hun troepen te versterken en militaire voorraden aan te leggen.
Aangezien vanaf het begin van de besprekingen aan VN zijde geen offensieve acties meer waren gevoerd en de besprekingen dusver niets concreets hadden opgeleverd besloot generaal van Fleet, de commandant van het 8ste leger, medio juli weer tot offensieve acties over te gaan waarbij de Taeusan, de Bloody Ridge en de Heartbreak Ridge veroverd werden waarbij evenwel zware verliezen, ook aan Nederlandse zijde, werden geleden.

Ook in de daarop volgende weken werden de aanvallen van de zijde van de VN voortgezet.
Hoewel enige terreinwinst werd geboekt ging dit met zodanig zware verliezen gepaard dat na 12 november verder afgezien werd van massaal agressief optreden. Beide partijen bepaalde zich tot patrouillegang en "prikacties".

Inmiddels werden op 25 oktober de besprekingen weer hervat maar ditmaal, conform de eisen van de VN vertegenwoordigers, in een "gedemilitariseerd gebied" bij Panmunjom.
Bij aanvang van de besprekingen eiste de communisten dat de voormalige scheidingslijn, de 38ste breedtegraad, in zijn waarde zou worden hersteld. Dit zou betekenen dat de VN troepen het veroverde gebied noord van de 38ste breedtegraad zou moeten prijsgeven en zich terug moesten trekken tot zuid van de 38ste breedtegraad.
Zoals te verwachten werd dit door de VN onderhandelaars met kracht van de hand gewezen waarbij zij aankondigden dat hierover niet gediscussieerd kon worden. Noodgedwongen moest de tegenpartij zich hierbij neerleggen.

Op 27 november groeven beide partijen zich in op de plaats waar zij zich bevonden.
Het derde punt van de agenda:"het instellen van een commissie die erop moet toezien dat de wapenstilstand op de juiste wijze uitgevoerd wordt" was het volgende twistpunt bij de eerstvolgende vergadering in december 1951. Hieraan waren 3 sub-onderwerpen gekoppeld, te weten:
a. wie moet de inspecties achter de frontlijn uitvoeren en de eventuele overtredingen melden
b. hoe vaak moeten deze inspecties uitgevoerd worden
c. is het geoorloofd tijdens de wapenstilstand vliegvelden te herstellen of te bouwen.

Wat punt a: de inspecties betreft kwam men overeen dat deze inspecties door neutrale landen moesten worden uitgevoerd. Prompt stelden de communisten de Sovjet Unie voor als "neutrale" waarnemer.
Aangezien de S.U. voor en tijdens de strijd Noord Korea van wapens had voorzien en Russische piloten t.b.v.Noord-Korea MIG's hadden gevlogen trapte de VN daar niet in en uiteindelijk stelde de communisten Polen en Tjechoslovakije voor. Hoewel beide landen onder communistische invloed stonden gingen de VN vertegenwoordigers daarmee akkoord. De VN stelde Zweden en Zwitserland voor; hoewel Zweden een hospitaalschip had geleverd stemde het noorden hiermee in.

Punt b: Het aantal inspecties en de plaats waar geïnspecteerd zou worden leverde geen problemen op. Deze Military Armistice Commission zou vanuit Panmunjom hun werkzaamheden uitvoeren waarbij werd overeengekomen dat 20 teams de inspecties zouden uitvoeren terwijl aan iedere zijde 5 teams de havens onder controle zouden houden.
Overigens: toen in de 90er jaren Polen en Tjzechoslovakije het communisme afzwoeren werden zij door NKorea afgedankt en de teams Zweden/Zwitserland de toegang geweigerd in de gebieden noord van de DMZ.

Over punt c: "het al dan niet herstellen of bouwen van vliegvelden" werd men het, na het gebruikelijke steekspel, uiteindelijk eens.
Punt 1 en 2 van de in juli 1951 vastgelegde overeenkomst waren hiermee tegen het einde van 1951 afgehandeld.

Punt 4 " de uitwisseling van krijgsgevangenen" bleek, zoals verwacht, het hete hangijzer .
Hoewel noch de USA, noch Noord Korea de Conventie van Geneve van 1949, handelend over krijgsgevangenen, ondertekend hadden, hadden beide landen beloofd zich hier wel aan te zullen houden. Toen eind 1951 dit onderwerp in bespreking kwam ontstonden al direct problemen bij het uitwisselen van de wederzijdse lijsten van krijgsgevangenen.
De VN lijsten bevatten op dat tijdstip de namen van 169.000 Noord Koreaanse en Chinese krijgsgevangenen, d.w.z. 90% van de 188.00, het aantal dat door de communisten als vermist was opgegeven.
Hoewel de tegenpartij had beweerd dat zij 65.000 Zuid Koreaanse/ VN militairen krijgsgevangen hadden gemaakt bleken door hen ingediende lijsten slechts namen van 7.100 Zuid Koreaanse en 4.400 VN militairen te bevatten, in totaal dus 11.500.
Volgens de VN waren er evenwel 88.000 Zuid Koreanen en 11.500 VN militairen, in totaal dus 99.500 man, vermist.
Volgens de communisten kon dit enorme verschil verklaard worden omdat dat zij krijgsgevangen Zuid Koreaanse tegenstanders "heropgevoed" hadden en vervolgens hadden vrijgelaten, een sprookje dat niemand geloofde. Zij ontkenden dat zij krijgsgevangen Zuid Koreanen gedwongen hadden in het Noord Koreaanse leger te dienen hoewel bewezen was dat dit wel het geval was.

Aan geallieerde zijde werd gevreesd dat een groot deel van dit verschil te verklaren viel uit het hoge sterftecijfer onder de krijgsgevangenen als gevolg van de erbarmelijke behandeling door hun Noord Koreaanse/Chinese bewakers.
Bovendien kon een groot aantal gesneuvelden niet geborgen worden; ook zij behoorde tot de "vermisten".
Dit verschil in aantallen bleef, totdat medio 1953 de uitwisseling plaats vond, een zaak van "welis- nietis". (Noot: uit latere reconstructies bleek dat het aantal vermisten, inclusief de krijgsgevangen, aan"onze" zijde bijna 76.000 man bedroeg waaronder ca 7000 VN militairen waarbij 3 Nederlanders nl sgt. van der Snepscheut en de sldn Moonen en Knaap).

Het volgende "strijdpunt" van punt 3 was de kernvraag of deze uitwisseling voor de betrokkenen vrijwillig, dan wel verplicht was.
De communisten stonden erop dat alle krijgsgevangenen, zelfs tegen hun zin, zouden worden uitgewisseld. De VN onderhandelaars voelden daar niets voor. Er was namelijk gebleken dat een groot aantal Koreaanse en Chinese krijgsgevangenen er niets voor voelden naar hun communistische moederland terug te keren. Onder de Koreaanse krijgsgevangen bevonden zich o.a. een groot aantal Zuid Koreanen die aan het begin van de strijd tegen hun zin door Noord Korea waren "ingelijfd". Bij de Chinese "vrijwilligers" bevonden zich een groot aantal aanhangers van Chiang Kai-shek, die, eveneens tegen hun zin, gedwongen waren geweest dienst te nemen in het communistische Chinese volksleger.

De gevechten die in het krijgsgevangenkamp op Kojedo herhaaldelijk uitbraken hadden de tweespalt tussen pro- en anti communisten duidelijk aangetoond. Zouden de anticommunistische krijgsgevangen tegen hun zin worden uitgewisseld dan stond hun weinig goeds te wachten en moest voor hun leven worden gevreesd.
Van VN zijde stond men erop dat de uitwisseling vrijwillig was: wie niet wilde zou niet worden uitgewisseld! Om hoeveel personen dit ging was onduidelijk. De communisten hielden vast aan hun standpunt: alle krijgsgevangen uitwisselen, ook zij die niet wilden.
Beide partijen bleven hardnekkig op hun standpunt staan; alle voorstellen van de VN zijde om tot een oplossing te komen liepen op niets uit en leidde soms tot woede uitbarstingen aan communistische zijde.
Dit gebeurde bijv. toen een VN onderhandelaar de tegenpartij er op wees dat, aangezien volgens hen alle Chinese militairen vrijwilligers waren, deze zich toch niet tegen uitwisseling zouden verzetten." So what's the problem?".

De besprekingen over dit onderwerp werden eind 1951 tot september 1952 zonder succes voortgezet.
Nadat president Truman de communisten een kans gaf te kiezen uit 3 mogelijkheden die allen werden afgewezen, werden de besprekingen op 8 oktober 1952 afgebroken en werden de vijandelijkheden, die over en weer op een "laag pitje" waren gezet, geïntensiveerd. Van beide zijden werden enkele grotere acties ondernomen die niet of nauwelijks terreinwinst opleverden maar wel tot zware verliezen voor beide partijen leidde.

De doorbraak kwam op 5 maart 1953 toen Stalin, de grote vriend van Noord Korea, overleed en de Sovjet Unie een andere koers ging varen en de handen aftrok van Noord Korea. Enkele weken later wijzigden dan ook Noord Korea en China hun standpunt.
Aan het verzoek van generaal Clark, de nieuwe commandant van de VN troepen in Korea, aan de Noordelijke onderhandelaars om zieke krijgsgevangenen uit te wisselen werd zonder tegenwerpingen gevolg gegeven. De Chinese minister van Buitenlandse Zaken Chou En-Lai , die een dikke vinger in de pap had, stemde er zelfs mee in dat de krijgsgevangenen niet tegen hun zin gerepatrieerd zouden worden.
Op 20 april 1953 vond de uitwisseling "Little Switch" plaats waarbij de geallieerden ruim 5000 Noord Koreaanse- en 1000 Chinese krijgsgevangen overdroegen en van de tegenpartij 684 zieke en gewonde krijgsgevangenen, waaronder ook een Nederlander, terug kregen.

Er werd, na het gebruikelijke geruzie, een Repatriëring Commissie ingesteld bestaande uit 5 personen uit neutrale landen. Vervolgens was het Zuid Koreaanse president Syngman Rhee die roet in het eten gooide door zijn troepen opdracht te geven 27.000 Noord Koreaanse krijgsgevangenen die niet uitgewisseld wensten te worden, te laten ontsnappen uit het krijgsgevangenkamp op Kojedo. De reacties hierop van de zijde van de VN waren heftiger dan die van de tegenpartij.
Om hun verdediging te verbeteren en Syngman Rhee te tonen dat zij niet verslagen waren voerden de communisten in mei, juni en juli 1953 nog enkele offensieve acties uit die met name gericht waren op de Zuid Koreaanse opstellingen waarbij aan beide zijden zware verliezen werden geleden.
Vlak daarna werd door de Military Armistice Commission de Demarcatielijn vastgesteld, waarna op 27 juli om 10.00 uur de Wapenstilstand getekend werd die 12 uur later van kracht werd.
Op 6 september droeg de VN 75.000 krijgsgevangenen over aan de communisten, terwijl die op hun beurt 22.000 Zuid Koreaanse/VN militairen vrij lieten, een aanzienlijk kleiner aantal dan de 65.000 die zij eerder hadden opgegeven.

Op 23 september werden 22.000 Chinese en Noord Koreaanse krijgsgevangen, die niet wilde terugkeren, overgedragen aan de neutrale Repatriërings Commissie waarna de communisten 90 dagen de tijd kregen om hen alsnog te bewegen in het communistische paradijs terug te keren. Slechts 600 man gaven hieraan gehoor.
Wat de VN krijgsgevangenen betreft bleven er 74 vrijwillig in Noord Korea achter waaronder 21 Amerikanen.
Aangezien in het Koreaanse conflict nooit officieel de oorlog werd verklaard is ook nooit vrede gesloten en, gezien de vijandelijke houding van Noord Korea ten opzichte van vrijwel de gehele wereld, ziet het er niet naar uit dat Noord en Zuid op korte termijn in vrede met elkaar zullen leven.