Oorlogsveteranen bidden in stilte bij het oorlogsmonument in Yongsan

C.N.W Korremans 
Bronnen: Persberichten en Krieges des 20, jahrhunderts ausgabe Albatros Verlag.
 

Vele Nederlandse oorlogsveteranen kennen de veteranen uit de Koreaanse oorlog. Herkennen ook het fiere embleem van het indianenhoofd op de rechtermouw, maar weten relatief weinig van de achtergronden van de verschrikkelijke oorlog die destijds in Korea woedde. Een oorlog onder een fel brandencle zon dan wel in haast niet te beschrijven koude, met massa's sneeuw of moessonbuien zoals vele lezers van hun Indietijd wel bekend zullen zijn. 

Pure toeval doet mij over Korea schrijven. Ten eerste omdat het dit jaar 50 jaar geleden is dat het Koreaanse conflict uitbrak. Vervolgens doordat ook ik mij - toen ons bekend werd dat het ook in Nieuw Guinea op een eind zou lopen met de Nederlandse aanwezigheid - voor Korea wilde aanmelden maar dat om gezondheidsredenen, niet meer kon. Maar tenslotte ook doordat een van onze zonen in Korea woont. Vooral de laatste maanden kreeg ik regelmatig krantenknipsels toegestuurd over Korea en de herdenkingen die er (ik schrijf de dato 25 juni 2000) aan de gang zijn. Naar mij werd meegedeeld waren er vele buitenlandse veteranen in de stad Seoel.

Al deze buitenlandse veteranen, inclusief hun echtgenoten, en dus ook onze oud-strijders waren door de Koreaanse regering ter gelegenheid van die herdenkingen uitgenodigd en werden door het Koreaanse volk gefeteerd op een manier waar wij in Nederland alleen maar van mogen dromen maar daar had ik al iets van vernomen via onze Hoofdredacteur Nico van Hoek en ene Motshagen uit Apeldoorn. Beiden strijders uit die vreselijke oorlog. Een oorlog waarin ook de bekende overste Den Ouden, voorheen commandant van de Jagers in Indie sneuvelde. Ter verduidelijking van de voorlaatste zinsnede: elk land dat destijds tegen de NoordKoreanen en hun medestanders zoals China vocht mochten op kosten van de Zuid Koreaanse regering een aantal representanten zenden.

Het was 24 juni 1950 (Amerikaanse tijd) toen de Amerikaanse President Harry Truman in zijn verblijf te Independece, Missouri, door zijn minister Dean Acheson werd opgebeld met de mededeling dat er iets ernstigs was gebeurd en wel dat de Noord Koreanen het Zuiden waren binnen getrokken. Om 4.00 uur in de ochtend (Koreaanse tijd) was namelijk een strijdmacht van 150 in Rusland gebouwde T-34-Pantserwagens samen met 7 infanterie divisies de 38e breedtegraad overschreden, een lijn die internationaal als demarcatielijn was aanvaard. Door deze overschrijding ontstond er een tweehonderd kilometer lang front die van de Gele Zee tot de Japanse Zee reikte. 

Het zal u wel duidelijk zijn dat deze daad van agressie de nodige politieke spanningen opriep en dat tot in de Veiligheidsraad toe. De Amerikanen die vel gestreden hadden om de agressie in Europa te doen ophouden waren als de dood zo bang dat er nu een andere agressie, en wel die van Communistische zijde, over Azie zou rollen. Daar kwam ook nog bij dat Truman het zich niet zou kunnen permitteren zijn gezicht te verliezen in een dreigend wereldconflict met communisten van welk land dan ook.

Toen de veiligheidsraad naar aanleiding van de genoemde inval een resolutie had aangenomen welke gericht was tegen de Noord-Koreaanse agressie en de Noord-Koreanen zich niets van die resolutie aantrokken ontstond er een (bijna) drie jaar durende oorlog. Via allerlei persoonlijke verwikkelingen in de Amerikaanse politieke top werd uiteindelijk MacArthur als opperbevelhebber van de strijdkrachten der Verenigde Naties aangesteld. Zijn opdracht van de Verenigde Naties was duidelijk: MacArthur zou alleen mogen vechten om de oude demarcatielijn te herstellen. Amerika wilde echter van het verscheurde land een geheel maken. Op het moment dat de (laten we ze zo maar noemen) geallieerde troepen eindelijk gevechtswaardig waren, waren de hun communistische tegenhangers reeds tot in Seoel doorgedrongen en toen MacArthur eerst 28 juni 1950 zijn vliegtuig 'De Bataan' besteeg en 30 km ten zuiden van Seoel landde zag hij de stad in vuur-en vlam staan. Vele duizenden militairen maar ook burgers stroomden zuidwaarts. Maar Amerika was nog niet overtuigd van de ernst van de situatie en stond schoorvoetend toe dat twee van de vier divisies van het achtste leger in Japan overgeplaatst werden naar het nieuwe gevechtstoneel in Korea. 

MacArthur's vliegtuigen waren inmiddels begonnen met het bombarderen van het land noordelijk van de 38e breedtegraad. Desondanks werd het een heikel situatie in Korea. Reeds een week na het uitbreken van de vijandelijkheden was haast het halve Zuid-Koreaanse leger vernietigd terwijl ook het Amerikaanse leger het enorm moeilijk had.

De reden daarvan was dat het Amerikaanse leger van 15 miljoen manschappen aan het eind van de Tweede Wereldoorlog was terug gebracht tot 1 miljoen soldaten en deze waren over de gehele wereld verspreid. Vele wapens waren al in de mottenballen opgeborgen, reden waarom er ook to weinig zwaren wapens voorradig waren. De toestand werd nog kritieker toen op 15 september 1950 reeds 90 procent van Zuid Korea in handen was van de troepen uit het Noorden. Toen MacArthur bij Intsjon landingen ging uitvoeren waren er duidelijk tekenen dat het Noord-Koreaanse leger in een deplorabele toestand geraakte. 

Eind oktober werd de 38e breedtegraad - maar nu door de VN-strijdkrachten- overschreden. Pyionyang werd veroverd en MacArthur's VN-troepen naderden de Chinese grens. Hierop mengde ook de Chinezen zich daadwerkelijk in de strijd. En rolden de communisten weer in omgekeerde richting tot voorbij Seoel. 
13 februari 1951 sneuvelde Overste De Ouden en in maart 1951 viel Seoel in Communistische handen. De politieke spanningsvelden die reeds vanaf het begin in Amerika aanwezig waren en wel tussen President en generaal MacArthur, ontlaadde zich nu door ontslag van de laatste. Dit gebeurde in april 1951 en had te maken met het felt dat MacArthur atoomwapens wilde gebruiken. 

Eindelijk begonnen in juli 1951 wapenstilstand besprekingen die twee jaar moesten duren vooraleer er zij succes hadden. Gedurende die tijd werd er wel beperkt gevochten. Laten we het kort maken; de oorlog werd een prestigeconflict tussen de vrije kapitalistische wereld en de van het Communistische blok. De tol van deze oorlog? 450.000 Zuid-Koreanen werden gedood en bij de Noord-Koreanen waren dat 1,3 miljoen soldaten. Er waren bovendien 33.000 Amerikaanse soldaten gesneuveld en van de overige VN-landen stierven er 3200 soldaten waarvan aan Nederlandse zijde 123. 

De belangrijkste slag voor de Nederlandse soldaten was die bij Hoengson en Wonju in februari 1951, daar moest het Nederlandse bataljon de terugtocht dekken van de Amerikanen toen plots een massale aanval werd ingezet van Chinezen op de Nederlandse stellingen. De tol -alleen daar al- bestond uit 14 doden. De Nederlandse hergroepeerde zich in Wonju en het geallieerde front herstelde zich. Vermeldingswaardig is dat het Nederlands contigent hiervoor namelijk de 'Presidential Unit Citation' ontving de hoogste Amerikaanse onderscheiding voor een gevechtseenheid in oorlogstijd. Dat de Indische gevechtservaring van onze jongens daar een belangrijk deel aan heeft bijgedragen mag ook wel benadrukt worden. Saluut hiervoor.