OP STAP DOOR PUNDA

 
Ze verlaten het modemagazijn en Jan loopt stralend van vreugde met zijn ingepakte jurk met ons langs de De Ruyterkade, als altijd geniet ik van het gezellige gedoe hier. Tegenover de ingang van het postkantoor gekomen, horen we opeens uit een straatje fantastisch goede muziek schieten. Mijn kameraden van de Doorman staan stil en zijn er kapot van. ,.Die plaat moet ik hebben", zegt een van hen. "Anders ik wel", zegt de tweede. Dus praten we er niet langer over, veranderen gelijktijdig 90 graden van koers over stuurboord en duiken het schilderachtige straatje in.

Allerlei kleine winkeltjes staan er tegen elkaar gedrukt; van alles door elkaar wordt er ver- kocht. In een ervan staat het aardewerk tot op het trottoir uitgestald; glazen in alle soorten zijn er te zien, kommen, schotels, borden kortom alle variëteiten, daartussen een paar was- machines, een ijskast, een paar lampekappen en nylonkousen. Wat meer naar binnen is er een keur van levensmiddelen in blik, Franse parfums, enz. Wat een charmante verzameling. Een dikke negerin wenkt ons vanuit het halfduister van haar winkeltje, doch we moeten door; de muziek lokt ons.

Ons doel blijkt een heel klein zaakje te zijn, dat grenst aan de wasserij van de Castro. We duiken naar binnen en worden ontvangen door een dikke neger, die ons een brede tanden- blikkerende grijns toewerpt en met een heerlijk Curacaos accent zegt: "Komt U binnen heren, oewij verkopen hier mooie plaatjes, nieiet!" "Iets aparts meester", is het antwoord. 
Het plaatje, op het geluid waarvan wij afkwamen, is afgelopen en het kunstwerk blijkt de naam te dragen van Tormento", gespeeld door Conjunta Musika met Edgar Palm aan de piano. Het plaatje wordt direct weer gedraaid. 
Ik weet niet of U wel eens van Edgar Palm gehoord heeft lezers, maar pianospelen kan hij. 
Zo hij speelt, lijkt het net alsof hij er één mee wordt en als je blijft luisteren kon je niet stil zitten en moet je de dansvloer op. "Tormento" is een tumba.De tumba stamt nog uit de tijd, dat de negerslaven geen muziekinstrumenten mochten hebben, zij gingen toen zelf instru- menten verzinnen, zoals metalen vaten, die op een bepaalde hoogte waren afgesneden, holle kalebassen en de wiri-wiri. 
De wiri-wiri bestaat uit een soort stokje, dat rhythrriisch over een ezelskinnebak wordt geraspt. De tumba is een dans die inwerkt op het gemoed van de mens, vooral wanneer je er rum bij drinkt. Je voelt je bepaald zwoel worden en als tijdens zon tumba de volle maan schijnt boven een paar cacteeën in de konoekoe en als je partner er aardig uitziet en zo heerlijk los met haar heupen gaat wiegelen, dan gebeurt er iets met je.Het ging vroeger vaak zo wild toe op dergelijke feestjes, dat de tumba een tijd verboden is geweest. Ik vergeet alles tijdens het spelen van Tormento en als de plaat afgelopen is ontwaak ik met een schok en zie dat wij niet meer de enigen zijn die luisteren. 

Een kring voorbijgangers is blijven staan en heeft even verrukt als ik meegeluisterd en meege- wiegeld. Een grote, magere neger, met eerbiedwaardig grijs haar langs de slapen, staat om mij te grinneken en maakt plaats voor een oud uitgedroogd vrouwtje dat zich naar de toon- bank dringt. Het mensje heeft gouden ringen door haar oorlellen en een fel gekleurde doek is strak om haar hoofd gebonden. Haar mond toont vele missende scheehoutjes; nog slechts twee tanden staan op hun plaats. Aan haar arm bengelt een mand, waarin een paar vissen. Met beverige vingers vist ze een rijksdaalder uit haar beurs en zegt tegen de verkoper: "Mi quier cumpra e disco ey".1) "O.K., doeshi",=) zegt de verkoper tot vermaak van de omstan- ders. "Bon danki, aio shon", ') zegt het vrouwtje en verdwijnt, haar schat stijf onder de arm geklemd."Ach heren, nu is deze plaat uitverkocht, maar U oewilt zeker nog oewel oewachten nie-iet, .... Ben je nou klaar . . . . dan ga ik even naar het magazijn en onderwijl draait Eligia nog wat plaatjes voor U!" zegt de baas. 
Wij haasten ons om te zeggen dat we accoord gaan."Elie....giaaa, ta bint aki",4) schalt de baas naar de achterkamer en vervolgens verlaat hij de zaak. Eligia verschijnt ten tonele. "Ben je nou klaar", kreunt mijn metgezel. "Moet dat nu heus", .... Ben je nou klaar . . . .zucht de tweede. De derde zegt niets en kijkt met weke ogen. Ik moet zeggen dat Eligia alles van Onze Lieve Heer heeft meegekregen. Ze heeft gitzwart prachtig golvend haar, dat van achte- ren met een vuurrood lint bijeen is gebonden.In haar oren heeft ze een paar kleine gouden oorbelletjes en boven de "plunge-Tine" van haar ragfijne nylonblousje rust een medaillon op heur zacht deinende boezem. Haar ogen zijn donkerbruin en peilloos diep. 

Ik heb een heel aardig plaatje voor U, heren", zingt ze, "Koko roku, en mabo van Cesar Concepcion en zijn orkest". We hebben helemaal geen bezwaren. De mambo komt van het Zuid-Amerikaanse continent en heeft evenals de tumba een opzwepend rhythme. Als het plaatje draait valt mijn oog op een der omstanders, een reusachtige neger, met geweldige spieren. Hij is gekleed in een bojo shirt en een broek met nauwe korte pijpen (een hoog waterbroek). Op zijn hoofd, dat steunt op een korte stierennek, heeft hij een Amerikaans baseball-petje, dat hij nu naar achteren schuift. Hij krijgt kennelijk de geest, want hij sluit z'n ogen en gaat in z'n eentje dansen, zijn omgeving totaal vergetend. Eligia staat zachtjes achter de toonbank te wiegelen. Een taxi getooid met veel vlaggen en linten aan de antenne stopt voor de zaak, de chauffeur zet z'n motor af en gaat ook mee luisteren. ..Wat hebben deze mensen een gevoel voor muziek", peins ik, ,.het is gewoonweg een narcoticum voor ze": Na de mambo komt een Curacaose wals, zoals de naam al zegt, is deze dans op Curagao ontstaan.Vergeleken bij de Curacaose wals valt de Weense wals in het niét. De Curacaose wals is het best als volgt te beschrijven. Neem één deel Weense wals. Meng dat met één deel mambo. en een jigger turnba: Voeg daar een schot gemalen peper bij en een jigger rum. Vervolgens goed schudden en opdienen onder Caraïbisch maanlicht. Het eind van het, lied is, dat een ieder beladen met platen het winkeltje verlaat. We worden nagewuifd door de baas van het spul, die ons bovendien nog een goede reis toewenst.

1) "Ik wil die plaat kopen". 
2) "O.K. schat". 
3) "Fijn, dank je, dag meneer". 
4) "Eligia, kom hier".