NATO BUFFET -  (alleen voor boven de 18)

 
Rustig ploegen H.M. schepen van oorlog „Willem van der Zaan" en „Ceram" door een Caraibische zee die zo glad is als een biljartlaken, naar Guantanamo-Bay, waar morgen vroeg zal worden binnengelopen, wind en weder dienende.
Het is schitterend weer en de stemming aan boord is opperbest, vooral in het besef dat nu eens gepassagierd zal worden in een andere plaats dan Oranjestad, Kralendijk of Willemstad.

Twee jaar veerbootje spelen tussen deze plaatsjes is inderdaad wat eentonig; je krijgt er het „heen en weer" van. Ik zit op een bolder op de bak van de „Willem" en luister naar een koffergramofoon waar het zo gevoelige deuntje ,sugar puss I love you so..." uit op stijgt, even later gevolgd door het nog lieflijker liedje „Oh how lovely cooks the meat".

Vlak naast mij zitten een stel officieren in rotanstoelen genietend van de avondlucht. De tropische hitte is op deze breedte belangrijk afgenomen en ik voel me bepaald behaaglijk in mijn zwarte pels. De banken op de bak zijn druk bezet en vele pijpjes worden genuttigd.

Suikeroom is in druk gesprek gewikkeld met de navigator (een soort jonge Adonis in oplei- ding), een adelborst lste klas met het onschuldige uiterlijk van een jonge wolf en een wat oudere tweede klas met het gezicht eens maaglijders. Ze hebben het over de eieren in het algemeen en de prijs daarvan in de longroom in het bijzonder. Suikeroom rekent net uit dat hij na terugkomst op doesji Corsou voor heel wat gulden Antilliaans aan eieren zal hebben verslonden. „Wat zal zijn vrouw daar een armzalig gezicht van trekken" denk ik. De navigator vindt dit het bij uitstek geschikte moment om voor te stellen een knobeltje te leggen om een rondje eieren voor de avondboterham, welk voorstel met gejuich wordt begroet; in het bijzonder door een zeer hongerig uitziend adelborst codedienst, die nooit genoeg heeft aan brood met technicolor l) van de baas sadja.

De gramofoon gaat over op het uiterst dubbelzinnige Curacaose liedje „tomando-té", waarvan de titel kan betekenen „ik neem jou" of „neem nog een kopje thee". Een hofmeester brengt de knobbelkeien en een nieuwe kruik boven en het spel gaat beginnen; de keus valt op „liar àice". 
De schemering begint te vallen en van de brug klinkt opeens de kreet opgepast…… !' ,stop!" Ik kijk omhoog en zie de hemel-waarts geheven hoofden van een paar jeugdige officieren die sterretjes schieten op bakboords-brugvleugel. „Keurig precies volgens de VKM's" mompel ik. 

„Ik zal het schappelijk met je maken" zegt de OVA tegen zijn buurman „hier heb je het laagste viertje". De buurman neemt het en de OVA kijkt opgelucht; hij kan slecht liegen, zoals het een goede taris betaamt. „Opgepast...... stop!" zegt de brug. „Vijf vrouwen" zegt de buurman van suikeroom.

„Ik licht hem" zegt suikeroom en voegt de daad bij het woord. Er liggen vijf vrouwen. „Hoera!" brult de kring. Dat wordt dan nog wat meer gulden Antilliaans als ik terug kom" zegt suikeroom.
Ik mompel iets van „terecht", „schaal 161" en „eerste klassers katje". „Jij moet zeker ook een ei", vraagt suikeroom. Mijn oog trilt van ontroering. „Opgepast……..stop!" zegt de brug. 

De hofmeester verschijnt; „Tijd voor tafel heren!" „Elf eitjes voor mijn rekening hofmeester" zegt suikeroom. „Licht op vier streken over bakboord" praait het seindek.

„Ei ei" zegt de brug. Ik tuur in de aangeduide richting en zie een zacht flonkerend lichtje aan de kim„Dat moet een schip zijn" is de algemene opinie. „Kom we nemen er nog eentje om het af te leren" zegt de navigator.

Op het naderend schip begint plotseling een seinlamp te knipperen en even later hoor ik van het seindek het rhythmische geklik van de „intermediale” 2).

Ik lees wat het andere schip seint (dat kan ik nog van mijn smaldeeltijd). „USS Desmoines proceeding to Kingston", vertelt hij ons. Even later glijdt het silhouet van deze 'machtige kruiser langs ons. Ik herinner me dit schip nog van mijn reis door de Middellandse Zee met het smaldeel. De vol-automatische drielingtorens van 20 cm glinsteren in het maanlicht en de vele radarantennes tasten rusteloos in het rond. Even later is hij alweer ineengeschrompeld tot een lichtpuntje aan de kim. „Ships that pass in the night . !"

„Zullen we maar eens?" zegt de eerste officier. Iedereen rijst overeind en verdwijnt in de trapafgang. Ik sluit de rij, want ik ben vastbesloten om mijn eitje van suikeroom niet aan mijn neus voorbij te laten gaan. Het gezelschap schaart zich om de tafel; voor elk bord staat een eierdop met een mooi witglanzend ei er in. De eerste officier belt voor stilte, doch zelfs tijdens het gebed kijk ik stiekem door mijn borstelige wenkbrauwen naar een eierdop met inhoud die een beetje apart staat, op een hoek van de tafel. „Dat is hem vast" denk ik. Ping ping", zegt het belletje.

Onmiddellijk zwelt het geroezemoes van stemmen weer aan, vermengd met het geklik van kommaliewant. Ik krijg van suikeroom mijn eitje aangeboden, dat even later als een blok van louter ontroering naar mijn maag glijdt, om van daaruit mijn systeem te versterken.

De navigator vraagt het gezelschap wat het verschil is tussen een dame en een diplomaat. Nadat iedereen heeft opgegeven dit moeilijke vraagstuk op te lossen, vertelt hij de menigte dat het verschil als volgt is: Wanneer een diplomaat „ja" zegt, bedoelt hij ,;misschien"; wanneer hij „misschien" zegt,

bedoelt hij „neen" en wanneer hij neen" zegt, is hij geen diplomaat. Wanneer een dame „neen' zegt, bedoelt zij „misschien"; wanneer zij „misschien" zegt, bedoelt zij „ja" en wanneer zij „ja" zegt, is zij geen dame. De menigte lacht goedkeurend.

„Wat een ongewoon net mopje voor jouw doen", zegt suikeroom. ,Ja, echt voor onder de Kerstboom", beaamt de eerste officier, met toewij­ding de kop van zijn tweede ei afslaande. „Ik heb meneer wel eens wat anders horen verteller" zegt de adelborst codedienst met volle mond, druk bezig aan zijn twaalfde boterham. „Ik heb nog nooit een knaap zo zien schaften", zegt de gamellechef met een angstig gezicht, „we zullen hem maar voor twee opbrengen"; de adelborst codedienst grijpt onverstoorbaar naar de dertiende boterham en wil naar de room- boter grijpen doch die is al op.

„Neem jij maar het vet van de baas" zegt de gamellechef met een bemoedigend knikje. Teleurgesteld grijpt de adelborst naar de rantsoenverstrekking margarine.

„Ik ga vanavond eens een heerlijke piepslag maken" zegt de navigator. Plotseling begint de telefoon te tinkelen. Een hofmeester snelt naar het toestel. „Hier longroom, met de hofmees- ter." Kwek, kwek-kerdekwek hoort men aan tafel zachtjes in de hoorn ten antwoord. „Jawel overste!" 
De hofmeester gaat onwillekeurig in de houding staan. “…………….” „Nog niet overste". „Zeker overste, ik zal meneer direct waarschuwen?" „Klink", zegt de hoorn op de haak.
„Of de navigatieofficier direct in de kajuit wil komen", zegt de hofmeester.

„Zei je iets van een piepslag", sart de chef machinekamer, terwijl de navigator verdwijnt door het gat van de deur. Als de tafel bijna is afgelopen komt hij weer terug, zeer donker kijkend.

Waarom zit je zo geconstipeerd te kijken?" informeert suikeroom vriendelijk. „De ouwe wilde de zeemansgids hebben om iets na te slaan over Guantanamo Bay" zegt de navigator en laat het rotding nu nergens te vinden zijn, ik heb me een aap gezocht!" „Wat akelig, maar we zullen eerst afbellen" zegt de eerste officier. „Ping…….." „Ping ping………” Geschuifel van stoelen en de zitting wordt opgeheven. Een der adelborsten eerste klasse komt met een schuldig gezicht bij de navigator en bekent dat hij het gevraagde object in zijn hut heeft liggen, „ik heb morgen de dagwacht', zegt hij verontschuldigend. De navigator vergelijkt hem op luide toon met een uitgesproken kinkel eens landbouwers en sommeert hem onmiddellijk het object te halen. 

Ik dribbel de longroom uit want hier valt niets meer te halen en ga naar de shelter in de midscheeps waar ik Puck ontmoet, die mij zenuwachtig kwispelend en knipperend met haar tranige oogjes tegemoet loopt. Gelukkig vindt ik haar redelijk mooi, vanwege de paar borrels die ik op heb en na nog een half uurtje met haar te hebben rondgedold, ga ik naar de hut van suikeroom, waar ik met een zucht in het bagagenet neerzijg. „Zo vod, ben je daar weer'." hoor ik suikeroom nog zeggen en daarna val ik als een blok in slaap.

Ik word wakker door een gillend gefluit boven het schip dat plotseling omslaat in een dof gebulder en zie door het patrijspoortje zes Banshees 3) vlak over ons wegschieten.

Haastig begeef ik mij naar het seindek, doch daar is het volle pannen, dus ga ik nog een etage hoger naar de brug. Achter ons ploegt de „Ceram" onverstoorbaar door het water en voor ons opent zich de baai van Guantanamo. Aan stuurboord op een heuveltop zie ik de antennes van een radarstation rusteloos in het ronddraaien en aan weerszijden van de ingang van de baai zijn airstrips waar druk wordt gestart en geland.

Door de ochtendnevel worden langzamerhand enige massale silhouetten van slagschepen en escort carriers zichtbaar. Ik beklim de trappen naar de brug waar de overste ook reeds aanwezig is.

Naarmate we de baai verder binnenstomen worden er meer schepen zichtaar. Ik zie een carrier liggen van de Midway klasse, drie carriers van de Essex klasse, drie zware kruisers, een stel escort-carriers, een groot aantal jagers en een slagschip waar we vlak langs varen, dat de New Yersey blijkt te zijn.

Het machtige schip steekt torenhoog boven ons uit, aan alle kanten zijn geschuttorens te zien, waarvan de lopen glinsteren in het licht van de zon. De schipper staat achter me en zegt tegen de bootsman: het lijkt net Nieuwediep, alleen is het hier warmer".

Ergens in de grauwe landmassa over stuurboord begint een seinlamp te knipperen: „Tug and pilot are on the way" spel ik. Even later komt een enorme sleepboot op ons af, die eerst de havenloods afzet en vervolgens ons naar onze ligplaats geleidt en ons helpt afmeren. Een officier van de Amerikaanse marine komt aan boord, om ons „the dope about the place" te geven.

Hij laat een lijvig boekwerk van ongeveer driehonderd bladzijden bij ons achter waar met vette zwarte letters op staat:

RESTRICTED SECURITY 

INFORMATIONS 

SOPA 4) INSTRUCTIONS

GUANTANAMO NAVAL STATIONS

Ze moeten echt niet van me denken dat ik dat allemaal ga lezen" prevelt de eerste officier. Binnen tien minuten zijn we al aan het olieladen.

Verder komt er een seintje aan boord dat er om 9 uur een conferentie zal worden gehouden aan boord van de escort carrier (CVE) N.S.S. Palace betreffende NATO-oefening „BUFFET”.

Aan de pier naast ons liggen vier jagers naast elkander gemeerd; het zijn dezelfde schepen die een paar weken geleden Willemstad hebben bezocht.

Het duurt niet lang of een hunner officieren komt aan boord om de kennismaking te hernieu- wen. Ik verdenk hem er sterk van, dat ook de „Hinnekens" - zo noemen de Yanks ons Heinekens bier - iets te maken heeft met zijn bezoek, immers aan boord van de Amerikaanse schepen kan men zich slechts te buiten gaan aan Coca Cola, koffie en icecream en „dat gaat je al gauw ellenlang je keel uit hangen" om de termen te gebruiken van een matroos die een tijd lang in een Amerikaanse marine-inrichting was geweest.

Er wordt stilte aan dek geblazen gevolgd door frontmaken over stuurboord, de commandant gevolgd door suikeroom, de navigator en nog een tweetal officieren, allen gehuld in kort wit, gaan aan wal en begeven zich aan boord van een motorsloep van de Palace.

Het gepruttel van de motor gaat over in een diep geronk en met een sierlijke boog verdwijnt de sloep, een wit zog achter zich latend.

De rust keert terug op het dek van de Willem van der Zaan en de eerste officier wil juist naar z'n hut gaan als er een nieuwe figuur aan boord komt, die zich bekend maakt als de Ameri- kaanse liaisonofficier die tijdens de oefening aan boord zal blijven.

Zelden heb ik iemand gezien die een bril draagt met zulke dikke lenzen; als hij me aankijkt lijken zijn ogen op enorme grote zwarte knikkers, voorts beschikt hij over een huiskleurtje. Een uur later komen de commandant en zijn escorte weer aan boord met een stel Ameri- kaanse officieren, die van de destroyer escort „Haas" blijken te zijn. De „Haas" waarde lezers, is het derde lid van „Surface attack group two", waar de commandant van de Willem van der Zaan het bevel over zal gaan voeren. 

De „Haas" lijkt wat het uiterlijk betreft erg veel op de fregatjes van ons smaldeel, alleen kan hij 25 mijl varen en dat is een pietsie harder. Haas' captain heeft een bijzonder prettig en fink gezicht, hij komt uit Dallas, Texas en heeft het soort warme zware stem waar vrouwen slappe knieën van krijgen als ze er een tijdje naar luisteren.

Hij spreekt met een typische Texas drawl en kauwt zijn klinkers viermaal voordat hij ze uitspreekt. Opeens krijgt hij mij in de gaten, terwijl ik hem nieuwsgierig zit op te nemen van achter mijn borstelige wenkbrauwen. „Gawdammit commander, this here dawg of yours shoh is a nice specimen, ah'il be dammed ig ah wouldnt laik te have one meself!"

Ik voelde me behoorlijk opgevegen door deze meer openhartige dan parlementaire taal en breng mijn staartje in staande trilling.

De officieren die met de commandant van de „Haas" zijn meegekomen blijken allen nog zeer jong te zijn, wat niet wegneemt, dat zij niet vies zijn van een borrel of biertje. Het duurt dan ook niet lang voordat de stemming er in is, hetgeen blijkt uit het snel toenemende stemmen- geroezemoes.

Ik besluit dat mijn persoontje hier verder volmaakt overbodig is en tippel naar boven om eens een kijkje te nemen aan de wal. Bij de valreep staat een groot bord met de mededeling, dat het schip vanavond om 18.00 uur scheepstijd al weer naar zee vertrekt.

Wat jammer, ik weet namelijk dat heel wat lieden van plan waren om vanavond eens een fijne passagiersslag te maken. „Nu blijft het kinderwerk!" hoor ik iemand opmerken.

Ik ga van boord om eens een eind te wandelen door deze enorme basis als opeens mijn oor wordt getroffen door muziek. Tot mijn verbazing zie ik een enorm groot grijs geschilderd passagiersschip aankomen, afgeladen met troepen en kleurige rijen vrouwen die over de railing van de diverse dekken hangen. Op de bak is een grote band opgesteld die de laatste „schlagers" met veel geweld het luchtruim inslingert. U.S.N.S. „Currituck" staat met grote letters op de romp. Het schip komt langzaam naderbij, geholpen door twee sleepboten.

Een Amerikaanse matroos die naast me staat vertelt dat dit schip een „Navy transport" is, dat van Europa afkomstig is om personeel en hun gezinnen naar de „States" terug te brengen. Ik moet zeggen dat het geheel er allerprettigst uitziet.

Een matroos van de „Willem" die ook toekijkt zegt: „Moet je nou die grote kast zien, die heet „Currituck", wat een korte naam", wij doen het net andersom, wij noemen een hele grote motorsloep het „Paard van Troje"5).

Langzaam nadert de Currituck de kade. Een onderofficier van de Amerikaanse marine staat naarstig omhoog te turen, hij heeft kennelijk een kennis aan boord zitten. De band beëindigt het lied ,.God bless America" en een ogenblik is het doodstil, tot van het schip een stem klinkt „Oh Djaanie, Djaanie, how are ye!" De onderofficier naast mij, die blijkbaar Johnny heet, wordt zichtbaar opgewonden en zijn ogen zoeken de dekken af tot ze blijvan rusten op een allerliefst vrouwtje dat op het sloependek met een kleurige shawl staat te zwaaien. „Die is tenminste weer bij moeders", zegt de matroos naast mij, „voor mij duurt het nog acht maanden."

Om niet in het drukke gewoel te geraken van de passagiers die straks van boord zullen gaan vervolg ik mijn rondgang maar weer en een half uur later kom ik moe en verhit weer aan boord terug. In de avondschemering verlaten we deze basis weer tezamen met de Ceram. De „Haas" kan 25 mijl lopen, derhalve heeft haar commandant verzocht om pas Zondag Getmo 6) te mogen verlaten en dan Zondagnacht rendez­vous te houden met ons, daar maandag- ochtend de oefening begint.

Wij daarentegen - met onze „maximum sustained speed" van 12 mijl moeten reeds zater- dagmiddag ten 18.00 uur uit, willen we het aanvangspunt van de oefening op tijd bereiken. Zo kachelen we dus met z'n beiden in Oostelijke richting langs de Zuidkust van Cuba, tot we weer om de Noord kunnen.

Het weer blijft nog steeds goed, zodat de Zondag op goede wijze kan worden gevierd en de rijsttafel rustig kan worden genoten. Ik heb gezorgd dat ik ruimschoots mijn deel kreeg, want eerst ben ik bij de voorschafters vooruit geweest en daarna ben ik naar de longroom gegaan, tegen de tijd dat de officieren aan tafel gaan.

De liaisonofficier zit ook braaf mee te eten maar is blijkbaar niet zo gewend aan de hete sambals en sausjes, want dikke zweetdruppels lopen langs zijn gelaat en zijn brilleglazen zijn beslagen.

„En het ergste komt nog voor de arme stakker", zegt de eerste officier, vrolijk nog een lepel sambal over zijn rijst smerend, ,moet je hem morgen zien, dan kan hij niet meer zitten." „Ja, dan wordt hij een nabrander", zegt de officier van artillerie.

In de namiddag verschijnt er een pip in achterlijke richting op het radarscherm. Weldra zien we een stip, die aanzwelt tot een schip met grote witte snorren, dat ons snel inhaalt. Over de TBS horen we opeens een nieuwe stem, afkomstig uit Dallas, Texas, die zegt: „Patriarch this is Capital Tare - reporting for duty - over". Ziezo, we zijn compleet en de pret kan beginnen.

Iedereen duikt vroeg in kooi, om morgen geheel paraat met NATO BUFFET aan te vangen.

Wordt vervolgd.

1) veelkleurige muisjes (rantsoenverstrekking).
2) nachtseinlamp van 11/2 inch. 
3) straaljager in gebruik bij de U.S. Navy. 
4) SOPA betekent „Senior Officer Present in the Area. 
5) de naam die H.M. „Paets van Troostwijck" in de wandeling heeft bij de K. M. 
6) GETMO, zo heet Guantanamo Naval station in de wandeling bij de U.S. Navy.