EXERCISE-BUFFET  (alleen boven de 18)

 
Het is Maandagavond 16 Februari de klok in het stuurhuis van de „Willem" wijst zes uur aan. 

Ik heb een uitstekende piepslag gemaakt en ben al vroeg naar de brug gegaan om eens poolshoogte te nemen. Het doet grappig aan om iedereen in blauw te zien; we zijn namelijk vannacht van wit op blauw overgegaan, daar we om acht uur de Noorderkeerkring zullen passeren, op welk tijdstip we bovendien het NATO-gebied binnenkomen en aan zullen vangen met BUFFET.

De temperatuur is verrukkelijk en ik voel het leven in mij tintelen tot in de toppen van mijn oren en staartje ik ben blij dat ik mij de laatste maanden niet heb laten trimmen. zodat mijn vacht dik en wollig is. Ik geef mijn ochtendblaf tegen de officier van de wacht, die over stuurboordsbrugvleugel hangt en een sigaretje paft, vervolgens neem ik een sprong en beland op het zitbankje, dat aan de binnenzijde van de windwering is bevestigd. Vervolgens ,sweep" ik de haarscherpe kim af met mijn blik die zich uiteindelijk vestigt op de ,.Haas" en de "Geram' die achter ons aan komen; de zon is nog niet op en hun toplichten en boordlichten beschrijven wiegelende cirkels tegen de donkerblauwe lucht in het zuiden. Boven op het seindek begint plotseling de tien incher rythmisch te klapperen, ik lees het sein af „Form on line of bearing two seven zero in order of sequence numbers distance 2000 yards".1)

Op de scheepjes achter ons flapperen lichtjes aan en uit ten antwoord en onmiddellijk daarna schiet de „Haas" uit naar bakboord en de „Ceram" naar stuurboord. Het is een pracht gezicht de scheepjes tegen de lichte swell op te zien werken; dit is het leven en ik bedenk weer wat ik indertijd toch een verstandige zet heb gedaan door achter in de auto van die admiraal te duiken en me naar de „Tromp" te laten rijden, anders had ik nog in de Haagse binnenstad rondgezworven. Even later zijn we in de nieuwe formatie. De commandant verschijnt op de brug, gekleed in battle dress, neemt de situatie eens op en verdwijnt vervolgens weer in de kajuit om zijn ontbijt te nuttigen.

De lucht van gebakken eitjes met spek dringt even later mijn neusgaten binnen, waarop mijn maag ontzettend begint te rommelen en mij doet denken aan een hol vat, aan de slokdarm in mijn lichaam opgehangen. „Doe er wat aan Lucky", zei ik tegen mijzelf en ik hobbel de trappen af naar de gamelle officieren. Vandaar uit maak ik de ronde, via de onderofficieren naar de bakken, zodat ik om zeven uur met een gevulde pens weer op de brug verschijn. Op dat moment praait een uitkijk „schip in zicht rood twintig". Alle hoofden worden in die richting gedraaid, waar een zwarte stip is te zien, die snel groter wordt en zich ontpopt als een onderzeeboot. Na enig geklepper van seinlampen blijkt het de „Runner" te zijn die inderdaad zijn naam eer aan doet en met een vaart langs ons schiet, waar alle engelen lof van zingen. „Have mail for you" 2) seinen we terug.

Even achterlijker dan dwars gooit de „Runner" zijn roer aan boord en in een wip is hij gedraaid en heeft hij ons weer ingehaald. De „Runner" is ons aas voor de eerste serie van de oefening; hij kan onderwater iets harder lopen dan wij boven water, dus onze taak zal zo niet onmo- gelijk, dan toch wel erg moeilijk zijn. Als een scheermes snijdt zijn scherpe steven door het water, op het dek is niemand te zien, doch op de brug staan een kluitje kerels met voetbal- petjes en donkere brillen naar ons te kijken. De sergeant konstabel is inmiddels op de brug verschenen met het lijnschietgeweer. „Stand by, well shoot a line across you", 3) roept de commandant door de loudhailer - Een hand wordt opgestoken ten antwoord . “Pang”. Sissend schiet de lijn door de lucht... plons... „Net te kort geschoten...".

Ik zie suikeroom staan die met twinkelende oogjes het schouwspel gadeslaat. De lijn wordt snel weer ingehaald, doch nog voor wij een tweede keer unnen afvuren schiet de „Runner”er een af, die keurig over ons heen valt. Snel wordt het pakje aan de lijn bevestigd en weldra gaat het al bungelend over naar de onderzeeboot, waar het verdwijnt in de kuip.

We gooien de lijn los en de „Runner" geeft „volgas" en schiet ons weer voorbij met dof loeiende motoren. Weldra is hii weer veranderd in een stip... Het is acht uur. BUFFET is begonnen. 

De telegrafisten krijgen het druk in het kleine radiohutje, waar een voor dit schip onmogelijk groot aantal radiokanalen bezet moet worden, de NSS fox 4) ratelt met 'n tempo van 22 woorden in de minuut en de telegrafist die er achter zit heeft blauwe plekken op zijn vinger- toppen van het typen. Op de brug zingt de TBS zijn gorgelende zang die zich vermengt met het ruisen van de asdicluidspreker die met onverstoorbare regelmaat haar pingen de lucht inzendt. 

Zo af en toe loopt de OB officier met een verstoord gezicht langs en zet de TBS-luidspreker iets zachter. Even later komt de Vo langs, die dan de TBS­ luidspreker weer iets harder zet.

Plotseling klinkt het fluitje van de spreekbuis naar de radiohut. De officier van de wacht haalt het fuitje eraf: „Hier brug-officier van de wacht'. "Kwak, kwak, kwakkerdekwak" klinkt het gedempt van beneden. „Ei ei" Het fluitje wordt weer op de spreekbuis gezet. „Commandant het ons toegewezen vliegtuig rapporteert een onderzeeboot in pontie 2352 W". „Ei, ei, maak maar ondexzeebootalarm", zegt de commandant, terwijl hij naar de kaart snelt. 

Nu wordt het pen uit. Schellen rinkelen door het schip, dieptebommenrekken worden be- mand, kanons bezet, de TBS ratelt van de orders aan de andere schepen en weldra zwenkt onze linie naar de opgegeven pontie. We kunnen nu ook een vliegtuig onderscheiden, dat aan de kim rondcirkelt, waarschijnlijk boven de onderzeeboot.

Vriend „Haas", die tweemaal zo snel kan lopen als wii krijgt order om met utmost despatch" 5) naar het toneel van actie te rennen om te proberen de onderzeeboot vast te houden. „Anders zijn we er morgen nog niet' gromt de commandant, terwijl hij met een misnoegd gezicht naar de electrische slagentellers kiikt. De ,.Haas" stuift met grote witte snorren er vandoor en na enige tijd zien we hem naarstig rondzoeken op de plaats waar het vliegtuig enige tijd geleden rondcirkelde, dat inmiddels naar zijn basis is vertrokken. 

Twintig minuten later zijn ook wij eindelijk op het terrein van actie, doch al ons zoeken helpt niets. „En die lui op de „Runner" maar lachen en ice cream eten", merkt een matroos op. Om ongeveer elf uur kwam de „Runner" acht mijl noord van ons weer boven. Gedurende de mid- dag gaan we door met een zelfde soort oefening, waarbij we evenmin enig succes hebben. De eerste nacht hebben we niets te doen en glijden we weer in kiellinie door een rustige zee, ondanks alle stormwaarschuwingen die de radio opvangt. Het is nu zo fris geworden, dat je echt niet meer voor je plezier op de bak gaat zitten, het is wel een overgang van de blake- rende hitte op Curacao naar dit heerlijke klimaat.

Iedereen is in zijn nopjes met het weer, behalve de adelborst codedienst, die moppert, „dat hij nu eindelijk eens een oceaanreis maakt en wel eens een storm wil zien". Overigens laat hij zijn eetlust daardoor niet beinvloeden en blijft hij enorme rantsoenen verstouwen. De tweede dag beginnen we om zes uur. We hebben nu een andere - minder snelle - onderzeeboot, de COBIA, een naam die mij eerder doet denken aan een slanke gracieuse vrouw met een privé parfum van Molijneux, dan aan een naar dieselolie stinkende onderzeeboot.

Bovendien werken we nu samen met de search/attack teams van de Palau, die we in de wandeling de „goalkeepertjes" noemen, vanwege hun telefonie-roepnamen. We hebben nu „goalkeeper George" en „how" aan de lijn, waarvan vooral „how" uitblinkt door eeen prachtige uitspraak en een onberispelijke procedure. „Het lijkt wel een vent uit Oxford met een bloedhete aardappel in zijn keel, die voorleest uit ACP 115", is het commentaar van de lui uit de radiohut. „Patriarch: this is goalkeepah how-wolf going slow-ovah". ..This is patriach- rogahout" kweet de sergeant telegrafist terug. De verbinding is „pico bello". We worden keurig naar de onderzeeboot geleid en krijgen inderdaad eeen echo die we een hele tijd vasthouden, maar ook ditmaal lukt het ons niet om de aanval geheel uit te voeren. 
Deze keer gaan we 's nachts door met de jacht. Gedurende de dagwacht werken we samen met een Amerikaans vliegtuig van de wal, luisterende naar de prozaische naam „one cardfile", „One cardfile" bleek geen „great help" te zijn, herhaaldelijk vroegen we hem om bij ons te komen, maar hij kon ons blijkbaar niet vinden en geloofde het verder wel, het laatste wat we van hem hoorden was op een huiltoon.

„Believe I am thirty miles south of you - me weapon is bent - returning to base. 6)

Onder gelach werd de dampende koffie gedronken die de hofmeester van de dagwacht juist boven kwam brengen. Ondertussen gaat het bedrijf door en even over zevenen komt een grote viermotorige Canadese kist op ons toe vliegen die kennelijk luistert naar de naam „docter 30". We hoorden hem triomfantelijk over de radio kraaien aan zijn baas:
„This is doctor 30 - am approachin-three ships - I believe sau two". 7) 
Wij antwoorden „Doctor 30 this is paover - " 8)

We hadden er eigenlijk bij moeten zeggen: „and have no patients" 9) oppert de officier van de wacht. Ondertussen heeft doctor three zero ons geantwoord en krijgt zijn zoekslagen van ons op. Nauwelijks is doctor 30 onderweg of we krijgen een paar goalkeepertjes in zich die vrolijk naar ons toe fladderen en vertellen dat ze „George en „how" heten. Ze krijgen eveneens hun zoekslagen op. Ondertussen begint het weer plotseling zeer snel slechter te worden, roet- zwarte wolken komen opzetten en een ijskoude wind begint te blazen. Het lijkt wel of einde- lijk nu we in de buurt van kaap Hatteras zijn de weerberichten bewaarheid zullen worden. Moeder Palau laat haar waarschuwende stem horen en roept haar goalkeepertjes ijlings terug naar haar veilige boezem. de golven vertonen witte koppen en de „Willem van der Zaan" begint behoorlijk te keer te gaan. De adelborst codedienst-. verschijnt glimmend van plezier en gewapend met een fototoestel op de brug. „Ha, krijgen we eindelijk een storm" roept hij verrukt. Het blijkt maar een bui te zijn, want even plotseling als het gekomen is, trekt het weer voorbij én we krijgen direct een seintje van moeder Palau. dat de goalkeepertjes al weer onderweg zijn.

Doctor 30 vertelt ons nu dat hij naar huis moet en dat een andere doctor hem zal aflossen. Enige tijd later horen we een zwak stemmetje, dat ons vertelt. dat hij ,.doctor 12" is en dat hij zich ,.on task" 10) meldt en ter onzer beschikking. We zoeken met kijkers het luchtruim af om doctor 12 te zien.

„Zeg hem dat hij eerst boven ons moet komen", roept de commandant door de spreekbuis naar de radio. Even later horen we door de remote loudspeaker op de brug een verzoek van doctor 12 of hij over mag gaan op 317 kilocvclus. Suikeroom gaat kennelijk een licht op: want hij rent naar de spreekbuis en praait naar de radio:
„Zeg maar tegen hem permission granted we will give you homing courses"! 11) Vervolgens tegen de commandant: „Hij is kennelijk de weg kwijt en wil naar ons toegebracht worden.
„De sergeant telegrafist komt even later naar boven rennen om de peiler bij te zetten. 

Een paar minuten later wordt de eerste koers al naar het vliegtuig geseind en vervolgens worden er om de drie minuten koersen doorgegeven. Iedereen kijkt ingespannen in de tegenovergestelde richting van de opgegeven koersen, aan de steeds sterker wordende uitzendingen van doctor 12 en zijn bijna niet veranderende peiling blijkt dat hij op ons af vliegt. Na twintig minuten roept opeens een der uitkijken. „Daar is ie"! Een klein stipje wordt laag boven het water zichtbaar, dat snel aanaangroeit tot een groot viermotorig monster, dat met dof loeiende motoren laag over ons heen raast. Daarna gooit de vlieger zijn kist in een steile bocht en keert weer terug daarbij verheugd flappend met zijn vleugeltips. ..Het is weer hoge pit aan boord van doctor 12" merkt de roerganger op. 

De sergeant-telegrafist verdwijnt voldaan handen wrijvend weer naar beneden. ,.Die doctor 12 moet wel ongeveer een dikke tachtig mijl mis zijn geweest" zegt de navigator. Ondertussen krijgt doctor 12 zijn patrouilles op en verdwijnt weer. Maar niets mag baten, het lukt niet om deze laatste dag nog contact met een onderzeeboot te verkrijgen en om vier uur 's middas krijgt de „Haas" zijn congé. want die moet terug naar Key West en de „Cobia" die inmiddels is boven gekomen krijgt opdracht .to Droceed as necessary for phase three"! 12) Aan phase 3 kunnen we niet meedoen daar wij niet genoeg vaart kunnen lopen, we zetten nu koers naar Norfolk, dat voor velen het eerste bezoek aan het land van „Uncle Sam" betekent. Wat zal ons daar te wachten staan.

1) Formeer in verscherfde linie in peiling 270 in volgorde van vlootnummers en afstand 2000 yards.
2) „Heb post voor U aan boord.„ 
3) “Opgepast, ik zal een lijn overschieten." 
4) NNS FOX – NSS Omroep, 
5) Uiterst vermogen. 
6) “Ik geloof dat ik dertig mijl bezuiden U ben: keer terug naar mijn basis” 
7) “Dit is dokter 30: ik nader drie schepen”, volgens mij aanvalsgroep twee.” 
8) “Dokter, dit is Patriarch, inderdaad, dit is aanvalsgroep twee.” 
9) “En we hebben geen patiënten." 
10) “Present.”
11) “Toegestaan: we zullen u koersen naar ons opgegeven.” 
12) “Op te stomen als nodig voor deel 3 van de oefening.”