MIJN LOTGEVALLEN IN DE STATES

 
Vastbesloten om me nu niet meer te laten afleiden, verlaat ik de tent met de als maar uit het bed rollende juffrouw en zet koers naar de grote neonreclame van de Burlesque show.

Het is al vrij druk, bij de ingang waar een groot bord staat, dat vermeldt: Strictly no admit-  lance for persons under age of eighteen. Daar ik een hond ben en het dus twijfelachtig is of ik de achttien jaar ooit, haal, besluit ik dat dat bord niet op mij van toepassing is en tuin naar binnen langs een paar andere grote borden, waarop ter opvoeding van de jeugd onder de achttien de afbeeldingen van een paar grote welgevormde juffrouwen staan geplakt, die blijkbaar de hele oorlog geen textielbonnen hebben gehad.

De zaal begint al aardig vol te lopen. Ik tippel fier over het middenpad naar voren (met zoiets moet je namelijk zo veel mogelijk vooraan zitten vanwege de accoustiek) en wordt met luid gejuich ontvangen door de twee voorste rijen, die bezet zijn met passagiers van Hr. Ms. „Willem van der Zaan" en „Ceram". De sergeant­konstabel van het eerst genoemde schip die met glinsterende oogjes naar het scherm zit te kijken tilt me op zijn schoot zodat ik een puik gezicht op het toneel heb van de voorste rij af. Plotseling begint het bandje te spelen, het- geen aanleiding is voor een groepje Amerikaanse matrozen een paar rijen achter ons om schel te gaan fluiten. Het doek gaat op en vertoont een straat, waarin twee kerels lopen, een korte dikke en een lange dunne, die waarschijnlijk niet meer aan hun eerste borrel behoeven te beginnen, zulks te oordelen naar de slingerkoersen die ze sturen.

De kleine loopt alsmaar te kwetteren over een voetbalmatch. De grote kerel zegt om de minuut met een benevelde growtem: „For Petes sake; hou je gezicht; jij bent verkeerd van stapel gelopen." Plotseling verschijnt van de andere zijde een juffrouw die over het toneel onduleert (om hier van „lopen" te spreken zou een gruwelijke verdraaiing van de feiten zijn). Een zucht van spanning gaat door de zaal, want ze is groot, mooi, fors en heel diep gede- colleteerd. Ze loopt met haar neusje in de lucht geheven en met hele kleine trippelpasjes, want haar rokje is ontstellend nauw. „Zeker nog schaarste vanwege de oorlog," merkt de kleermaker op, die twee plaatsen verderop zit.

De grote kerel heeft de juffrouw in de gaten, doch het kleine kwetterende ventje niet, zodat hij met zijn gezicht tegen haar linkerboezem oploopt hetgeen hem een kreet van pijn doet uitstoten, waarna een grote buil op zijn hoofd verschijnt. Het meisje slaakt een kreet van pijn, waarop de grote kerel met uitgestoken handen behulpzaam toesnelt. De juffrouw heeft blijkbaar geen ongevraagde hulp nodig want ze geeft hem een dreun met haar parasol, zodat ook de grote bruut een snelaanzwellende buil op zijn hoofd krijgt.

Temidden van dit tumult komt een agent het toneel op, gewapend met helm, gummiknuppel en grote snorren. „What's going on here!" zegt deze met zware stem. ,Agent, ze vallen me aan," krijst de juffrouw en haalt weer met haar parasol uit om de kleine een doffe dreun te geven waarbij echter alle knopen van haar blousje springen. Nou zus, ik zou me maar kalm houden en oppassen niet uit nog meer kleren te barsten!" bast de politieagent. „Serves her right aaficer," zegt de grote bruut," that dame ain't no damn Bood we dun absolutely nuttin..."

Hij kan zijn zin niet voleindigen want de agent brult: „Don't speak unless i esk ye!" en geeft daarbij de bruut zo'n ontzaglijke klap met de knuppel op zijn achterwerk, dat er een gekreun van ontzetting opgaat bij de toeschouwers (en dat zijn er velen) echter onmiddellijk gevolgd door daverend gelach, want slechts een helder belgerinkel is te horen.

„That's what call a pretty one!" gilt de kleine man van het lachen en hij doet een wilde graai naar de juffrouw met gevolg dat ze haar rokje verliest. Het kind is razend en probeert met twee poezele handjes een veel groter oppervlak te bedekken. Als ze het nutteloze van haar pogingen inziet haalt ze uit met haar parasol, waarbij ze de agent (die ondertussen proces verbaal opmaakt) zijn helm over zijn ogen slaat. Het tumult wordt nu nog groter, de agent geeft weer een daverende klap in de richting van de bruut en snelt vervolgens half verblind door zijn helm over zijn ogen, achter de juffrouw aan, die wild over het toneel holt.

De kleine man houdt zijn buik vast van het lachen wat hem snel vergaat, want de juffrouw, die een schoen heeft uitgetrokken, geeft hem daarmee een lel op zijn kale schedel hetgeen een buil veroorzaakt die met een knal uit elkaar springt. De kleine man wordt nu ook kwaad en rent achter de juffrouw aan, die evenwel tegen de agent opbotst, zodat ze nu haar bh'tje verliest. Tot slot struikelt ook nog de grote bruut over het kluwen, gevormd door de agent, de kleine en de juffrouw, waarna het doek valt over dit hoogstaand staaltje van dramatische kunst. De schipper wist zich een paar zweetdruppels van zijn voorhoofd en zegt op bezorgde toon: „Wil je wel geloven, dat ik me zo benauwd maak dat dat kind ean longontsteking zal krijgen hier in die tochtige zaal!" .,Nou maar ik maak me nog veel benauwder over al die jonge jongens, die dit moeten aanzien," zegt de waterboer op zalvende toon, „toen ik van die leeftijd was had ik nog nooit zo een fee gezien laat staan ervan gedroomd."

„Ja ik heb altijd wel gedacht, dat er met jou iets loos was," meent de schipper hier weer uit te moeten concluderen. De kleermaker die juist een slok van zijn Pijpje neemt, verslikt zich van het lachen, zodat het bier uit z'n neus komt. Het bandje begint nu weer te spelen, het is kennelijk een swingnummer, want de jongeren in de zaal kunnen nauwelijks hun voeten stil houden. „Hoe, heet dat liedje rrt'n jongen," vraagt de schipper aan een puppes drie, die achter hem zit. „Mama's boogie, schipper," zegt het jongmens verheugd. De schipper schudt meewarig het hoofd: .Wat ze al niet verzinnen tegenwoordig. In mijn tijd, toen ik nog vrije jongen was, waren er nog aardige liedjes, zo­ als the ball is over," maar dit gaat me te ver!"

Ondertussen verschijnen een paar kerels in de zaal met transpirerende hoofden en elk ge- wapend met een presenteerblad vol boekjes. Luid schreeuwend prijzen zij hun koopwaar aan. „Wie wil er mooie en echte Franse plaatjes hebben. Kijk jongens, wat je noemen kan echt Frans. Vijftig prachtplaatjes van het nachtleven van Parijs en alles voor een halve dollar!"

Een van de jonge knapen koopt een boekje het heeft aan de buitenkant een kaftje met een cirkelvormige uitsnijding, waardoor gedeeltelijk een foto van een jongedame zichtbaar is. Het boekje wordt doorgebladerd en de vriendjes van de koper barsten in honend gelach uit, want er zitten 50 slechte foto's van de straten van Parijs in. De koper wil nijdig protesteren als plotseling zijn kameraden ssst" roepen. Het bandje heeft een ander liedje ingezet en een lange slanke brunette komt het toneel op. Ze heeft een tot de hals reikend smaragd groen gewaad aan, dat nauw om haar figuur sluit en zeer goed past bij haar tot op de schouders hangende kastanje bruine lokken. Haar gezichtje is niet onknap,maar brutaal met een grote guitige mond en een paar fluwelen ogen.

Ze schrijdt naar het midden van het toneel en blijft staan bij de microfoon, die ze met haar handen omklemt lange slanke handen en vingers met felrode, spitse nagels. Ze haalt diep adem en werft een glimlach door het luchtruim heen. Met gevoileerde stem en licht heup- wiegend begint te zingen:

Ooh my mama mama mama 's always mad at me
Ooh boys I like to sing and dance
But my mama mama mama never gives me a chance
I like my dresses short and narrow in the hip!
But my mama mama mama does'nt like it….
and therefore boys…..I strip! " 

En floep pats boem, trekt ze een rits open, waardoor de rok van haar gewaad over de grond glijdt. Ze heeft een dunne onderrok aan waar haar benen door zichtbaar worden.….

„Ooh my mama mama mama has sent me to school
Ooh boys I like to flirt and play
But my mama mama mama does'nt want me to be gay 
I like the cowboys and the sailors in a ship
But my mama mama mama does'nt like it……

And therefore boys.……..„I STRIP!!!!" fluistert een puppes.
 „Hé hé mannetje, niet zo haastig, dat geldt niet voor jou!" zegt de schipper tegen hem. Ik bloos onder mijn zwarte vacht en kijk de andere kant op, zodat mijn oog valt op een stelletje officieren, waaronder suikeroom, die zich ook gek lachen om dat olijke meisje. Het bandje speelt nu een ander liedje, waar Atomic Annie een nummertje tapdans op weg geeft dat wel naam mag hebben. Even later zet de band het vorige deuntje weer in en Atomic Annie zingt nog vier coupletjes wat de schipper doet opmerken: „Als ik van dat kind een conduite moest maken wist ik het wel. Rondborstig en openhartig, heeft niets te verbergen." Atomic Annie is inderdaad een mooi kind.

Vermoeid kom ik weer aan boord terug, want het is een behoorlijk end rijen van de stad naar de NOB „Naval operational base„. Zodra we aan boord ons hebben afgemeld bij de onder- officier van de wacht, komen een paar lui van het wachtsvolk op ons af en vragen:

“Zijn jullie nog naar de Burlesque ge­weest?" Ja we zijn er wel even heen geweest," zeiden wij met een bedroefd gezicht.” „En hoe was het?" „Och, wat zal ik je zeggen, we hadden niets te doen en toen zijn we daar naar binnen gegaan, maar er is niets aan hoor, vind je ook niet?" „Inderdaad, ik vond het maar een lage pit, net Nieuwediep"! zegt de kabelgast weer met een grafstem. „Ik zou er vast niet heen gaan als ik jullie was," zei de kleermaker, „het is reus zonde van het geld." 
De lui van het wachtsvolk kijken nog even wantrouwig naar onze begrafenisgezichten en verdwijnen, met het stellige voornemen morgenavond ook de Burlesque te gaan zien.

De volgende ochtend is er een lezing in de longroom, die wordt gehouden door een wing- commander van de R.A.F. en door een der Hollandse marineofficieren gezamenlijk. Het is heel interessant en het lijkt me toe, dat je toch wel heel knap moet zijn om in zo'n staf te kunnen dienen. Na afloop van de lezing is het al weer tijd voor passagieren.

Ik ben juist aan het bedenken wat ik eens zal gaan doen, als suikeroom naar me toe komt met de kaal wordende officier, die altijd honger heeft en die ook verbindingsofficier is. „Neem dit misbaksel ook maar mee," zegt hij tegen suikeroom. „Zo, je boft maar weer kereltje," zegt suikeroom, „heb je zin om mee te gaan naar het huis van mijn collega?"

Ik blaf instemmend, hoewel ik nog niet geheel bekomen ben van de verontwaardiging die de benaming „misbaksel" bij mij teweeg bracht. De auto van onze gastheer staat voor de valreep en dat is maar gelukkig ook, want er is een gure wind opgestoken, afgewisseld met regen- vlagen en dat valt een mens nu eenmaal rauw op het lijf na zo kort geleden nog in de gloei- hitte van Curaqao te hebben geleefd. Gelukkig heeft de auto verwarming en radio, zodat ik heerlijk warm achterin lig op de achterbank, luisterend naar een gezellig deuntje.

Na ongeveer tien minuten rijden komen we langs een rij prachtige huizen. „Dat zijn de admi- raalswoningen," verklaart onze gastheer. „Er zijn namelijk in Norfolk alleen al een slordige twintig vlagofficieren gestationneerd." „Net Nieuwediep, alleen maar een beetje groter," grom ik zachtjes in mijn baard. We gaan nu een poort uit en even later een andere poort weer in. „Dit is de vliegbasis," verklaart onze gastheer. Verder commentaar is overbodig, want het wemelt er van de vliegtuigen; van alles en nog wat: Neptunes, TBM's Panthers, Banchers, te veel om op te noemen.

Vijf minuten later rijden we de poort weer uit en komen in woonwijken. Ik moet zeggen, dat de huizen er over het algemeen wel aardig uitzien, alleen hier en daar wat kaal. Stenen huizen zijn er niet veel, het meeste is van hout, of gedeeltelijk van steen en hout. We stoppen voor een knus uitziend huisje, waar een paar jongetjes in trainingspakken een ontzettende bende in de tuin hebben gefokt. „Dat zijn mijn zoons," zegt onze gastheer.

„Staat je fraai!" is de repliek van suikeroom. De auto blijft aan de kant van de weg staan en we gaan naar binnen. Het is heerlijk warm in huis. De kachel staat hier niet zoals bij ons in Holland in de schoorsteen, maar in een diep gat in de vloer, waar een rooster overheen is gelegd. Ik wil me behaaglijk in een hoekje nestelen, maar niks hoor, de twee bloedjes van kinderen maken zich van me meester en sollen mij in 't rond. Gelukkig komt moederlief mij te hulp en zet ze aan tafel achter oen bord boterhammen. De jongetjes die eerst een geweldig kabaal maakten zijn aan tafel plotseling doodstil geworden. Pa heeft namelijk de televisie aangezet en de kinderen zitten met grote ogen als vastgenageld naar het scherm te kijken.

Een wild West-scene wordt vertoond. In een onbegrijpelijk korte spanne tijds worden op een dorpsplein van een goudzoekersplaatsje door een reeks allerongunstigst uitziende individuën een maximum aantal pistoolschoten uitgewisseld, waarna plotseling iedereen op paarden springt en elkaar in wilde galop achtervolgt met achterlating van vele lijken.

Katteplo, katteplo, katteplo," klinkt het door de luidspreker; de paarden rennen met schui- mende bekken, plotseling evenwel breekt deze scène af en een vriendelijk glimlachend ,jongmens, met een uilenbril op, verschijnt op het scherm en verklaart, dat dit zo bij uitstek voor de jeugd geschikle programma" is sponsored by the chewing gum company, procuding the best gum for kids it does every thing, it bubbles, it sticks, it develops the jaw muscles, it strengthens the teeth, it freshens the breath, yes mama you better be a smart mother and buy a stick of dee - lishious gum for your kids to day - and money back if you don ’t like it !”

,Katteplo, Katteplo, katteplo," zegt de luidspreker weer; de paarden die even op stal zijn gezet om de meneer van het chewing gum ook een kans te geven, zijn weer aan het rennen met flodders schuim uit de bekken. Plotseling komen de rovers een dorp in, stoppen bij de ingang van een bank, rennen naar binnen, geven de kassier een kaakslag, grijpen alle geld- buidels en verdwijnen weer. (De jongetjes kijken met gloeiwangetjes naar het scherm, ze zijn domweg gehypnotiseerd). De banbieten rennen naar hun paarden, doch net op dat moment komt Tom Mix met de sheriff het dorpsplein opreden en stelt zich op tussen de bandieten en de paarden.

Why hello Red how 're you feeling to day?' vraagt Tom Mix met een diepe basstem aan de roverhoofdman. „Well thanks Tom, ah'm faro and how 're you!" Right on the beam, sure a fine day, to day. Say Red what ye got in them there bags!"

Het antwoord van Red bestaat uit een slag in het gelaat van Tom Mix en een wilde ren naar de paarden, maar gelukkig schieten Tom en zijn vriend zo goed dat zij de uiteindelijke over- winning behalen.….Nu verschijnt een juffrouw op het scherm, ze is gekleed in een avondjurk, die zo laag is uitgesneden dat ik mijn hart vasthoud.

Dat is Dagmar, ze heeft de mooiste buste in de States en krijgt voor één keer in- en uit- ademen 100 dollar," vertelt onze gastheer. Dagmar haalt een pakje king size chesterfield voorgaats, steekt een sigaret van dat merk op en kijkt het publiek in de ogen en inhaleert dan heel diep, om vervolgens de rook met een gelukzalig gelaat door neus en mond weer uit te blazen.

„They are so nice and fresh, so long and so easy on the draw, they are irresistible," kreunt Dagmar. „Waar heeft ze het eigenlijk over?" interumpeerd suikeroom." „Chesterfield is my favorite brand- for years!" besluit Dagmar haar betoog.

Nu komt er een film, waarin Micky Rooney de hoofdrol vervult. Dat jongetje komt nooit door zijn puberteitsjaren heen en verveelt me altijd gruwelijk," zegt onze gastheer en schakelt het toestel uit. „Hè nee, Pappie," protesteren de jongetjes, die hun boterhammen op hebben.

„Niets ervan, jullie gaan naar bed," zegt mama en met besliste hand wordt het tweetal afge- voerd naar hun slaapkamer. „Kom, wij nemen er nog een," zegt de gastheer en hij grijpt de jeneverkruik.