IN AFWACHTING OPLEIDING

 
Mistroostig staar ik naar buiten, leunend op de bezem waarmee ik de slaapzaal moet aan- vegen. Ik ben nu een week bij de VBS en verkeer in de positie die men hier aanduidt met de term „in afwachting opleiding". Het is me maar al te gauw duidelijk geworden dat hier géén sprake is van een „blijde afwachting". Lieve help, ze kunnen een mens, . . . Pardon een hond hier wel bezig houden. Gelukkig word ik met ingang van de volgende week geplaatst in de telegrafistenklasse T 351 en ben ik dan duvelstoejager af. Erg voor de wind is het me tot nu toe niet gegaan; het begon met de plunjeinspectie die een fiasco werd. Zij kijken hier niet alleen of je een mutsveer hebt, maar bovendien of die veer wel een zodanige lengte heeft, dat de mutskap strak gespannen staat en... nou ja. dus werd ik geschaakt, want laten we eerlijk zijn, ik ben niet de enige die wel eens z'n veer heeft ingekort. “ Verder miste ik een paar sokken, diverse zaken waren niet genummerd en tot overmaat van ramp kwam halverwege de inspectie de onderofficier van politie het proces gadeslaan. Hij had mij al een tijdje van op zij zitten opnemen en vroeg toen opeens met een metaalklank in z'n stem: ..Zeg vriend. heb jij wel eens gehoord van OBAZN 251?" Al sloeg hij me dood. ik had geen idee. ..Neen  ser- geant", zei ik onderdanig. 

“Dat dacht ik wel, zeker weer zitten snurken tijdens les MILVO" 1) Nou Joseph, ga jij hierna maar eens direct naar de barbier en zorg dat al die bakkebaarden verdwijnen. laat die haren uit je oren knippen, wenkbrauwen trimmen en . " de man zwiepte een meetlatje uit zijn borstzak. mat mijn hoofdhaar. ..Dacht ik het niet, ook al te lang. Denk er om hoogstens ongeveer 3/4 decimeter en anders ben je er gloeiend bij . …..zodra je geknipt bent kom je bij me!" ,.Jawel sergeant . . ." stamelde ik. een prop wegslikkend . . . mijn bakkebaarden weg en mijn wenkbrauwen trimmen waar ik zo trots op ben . .. ! En zo loop ik dus nu met mijn bezem door de slaapzaal. beroofd van mijn voornaamste attracties.

Na enige minuten vegen kijk ik naar buiten en hervat mijn overpeinzingen. De ronde die ik de dag na aankomst moest maken was niet oninteressant. Daar op mijn rondebriefje de term “kashoudend officier" voorkwam en deze term voor mij altijd een magische aantrekkings- kracht heeft gehad, ging ik daar eerst heen. Deze functionaris zetelt in het paleis. Als goed OVA was bij druk bezig met recu's wisselen, toen ik binnenkwam. Nadat hij had gehoord, dat ik vrijgezel ben en geen kinderen heb - althans niet bij mijn weten - werd ik losgelaten als onbelangrijk geval, per slot van rekening wat verdient een vrijgezel nu nog tegenwoordig; wij worden verondersteld niet bij te dragen in het productieproces.

Mijn inquisitieve geest deed mij besluiten eens verder rond te neuzen in dit grote gebouw, bijgenaamd „het paleis". Ik klom een trap op en zag een kamer met het opschrift LTZ . . .en daarachter ingevuld het woord “doortrekkers". De deur stond open zodat ik het inte­rieur kon zien. Vriendelijk vertrekje", mompelde ik binnensmonds naar het kale en haveloos gemeu- ileerde geheel kijkend, „een boffer die meneer doortrekkers!" Aan de kapstok hing een muts met in de binnenkant het opschrift „afblijven, huidziekte". Huiverend ging ik nog een trap hoger en ontwaarde twee deuren, de ene met het opschrift „Bureau Huisvesting" en de andere met „Bureau Sociale zaken". De deur van het eerste bureau ging juist open en een jong vrouwtje, met opeengeklemde kaken, werd uitgeleide gedaan door een rondborstige vrouw met een niet onvriendelijk en bij de hand gezicht. .Zeker die riante villa niet gekregen die ze zo graag had willen hebben, dacht ik. Daar de marine ons vrijgezellen altijd gratis onderdak verschaft, had ik met het bureau huisvesting verder geen zaken, doch mijn nieuwsgierigheid werd geprikkeld door die andere deur. Ik klopte aan... Een heldere en besliste vrouwenstem riep: ..Binnen'! Ik, al zo lang gewend te gehoorzamen, tuinde naar binnen in een grote kamer, met goed licht. uitzicht op het M.E.. een bureau in het midden en daarachter een marva- officier, met een typisch scheef weggesneden boordje, dat ik nog niet eerder had gezien bij marva's. “Zeker bestedingsbeperking" dacht ik. De marva-officier keek mij met een paar verbaasde ogen aan. zette mij op haar vloeiblad (van het bureau) en zei met pretlichtjes in de ogen: „Hebben de scheepshonden tegenwoordig ook al sociale problemen?"

Ik knikte bedeesd. knipperde met m'n ogen (onder mijn nu zo kale wenkbrauwen) en bracht met moeite uit: “Ik heb remmingen!" „O, dat is heel ernstig!” . Wat remt je zo beste hond, als je je geremd voelt, doe je het beste de remmen los te gooien, doe ik ook altijd . . !" Ik begon terstond te ontdooien. hier had ik iemand gevonden. die op mijn golflengte zat. ..Ja ziet U . . . ik ben hier nu zowat een week . . ." ving ik aarzelend aan. Ze knikte me aanmoedigend toe….

En al die tijd ben ik niet één keer aangehaald... en... wij honden hebben dat zo af en toe nodig . . . ik ben geen p... p... ponskaart van de mech . . . mechad . . . p . . . pers... m . . . maar..."

Ik kreeg zowaar medelijden met mezelf en mijn onderlip begon te trillen. ..Stil maar, stil maar", ze wreef me troostend over de kop ,.bedaar een beetje, die stabiliteit van jou lijkt wel vodden. . .". „Hoe heet je eigenlijk?" „L . . . Lucky Joseph . . . !" Ze schoot in een lach... „Lucky Joseph... hoe komt je vader aan die naam?" „Ik weet niet wie mijn vader is mevrouw, men heeft mij deze naam gegeven, omdat ik nogal eens bof!" „Nou dan bof je weer, dat je mij hebt ontmoet, we zullen je wel helpen Lucky . . . tjonge tjonge, . . . vader onbekend...

Wat een stukje hoogfijne sociale bagger. . . onbetrouwbare rekels die mannen . . . heb ik altijd wel gezegd" peinsde ze hardop. „Van welke inrichting ben je?" „Van de VBS mevrouw, ik ben in afwachting opleiding telegrafist!"

„Zo, . . . nou dan staat je wat te wachten. . ., wacht we zullen de koe maar direct bij de horens vatten en de CVBS eens bellen" zei ze. ,.Dat moest hij eens weten, dat hij met een koe wordt vergeleken" flitste het door mijn brein. Mijn sociale raadgeefster pakte de hoorn van de haak en draaide met resolute bewegingen het nummer paleis 67. ..Wekker de kwek kwek ..." zegt de telefoon. ..Ook goeie morgen . . . hier sociale zaken . . ., het valt me mee dat je er al bent!"

..Wekker de kwek . . . kwek . . . gelach" ..Kalm aan mannetje . . . denk erom, wij marva- officieren met enige ancienniteit zijn potentiële hoofdofficieren, dat heeft een hoge autoriteit eens zelf gezegd op een Witte Hul conferentie!" Gelach aan de andere kant:.. kwek, kwek- kerdekwek . . . wederom gelach. .,Zo, vind je dat bijvoeglijk naamwoord zo grappig . . . typisch in jou lijn - nou pas maar op, als het menens wordt moeten wij vrouwen het altijd opknappen!" „Ja nou flink doen, maar zeg dat nou eens tegen de VOP, dan doe je in je broek!" „Die slag is jou, maar... nu alle gekheid op een stokje... ik heb hier iemand van jouw school, .een scheepshond . . . in volledig gefrustreerde toestand . . . vader onbekend . . . heeft remmingen, kortom één brok sociale ellende. . ." Hier onderbrak ze het gesprek en gaf mij opdracht te verdwijnen, zodat ik helaas de rest niet kon horen. ,.Goeie help, die is vast niet in de wieg gesmoord" dacht ik terwijl ik moeizaam alle trappen weer afsukkelde. Gelukkig, realiseerde ik me bij de voordeur, dat ik mijn muts (met nieuwe veer) in het bureau sociale zaken had laten liggen, dus zuchtend besteeg ik alle trappen weer en klopte opnieuw aan.

„Binnen"! „Wat, ben je daar alweer?" ,.Pardon mevrouw, ik heb m'n muts laten liggen". Ik pik het voorwerp op en bedenk me dat het goed is om nog even een complimentje te maken; daar zijn vrouwen altijd gevoelig voor. „Wat moet U een goed officier sociale zaken zijn, dat ze U zo alleen in Amsterdam hebben gezet mevrouw!" „Welneen, ik heb nog een baas ook, die zit aan de voorkant, naast het bureau huisvesting, hij is officier sociale zaken, Amsterdam!"

„O, dus U assisteert hem zo'n beetje?" „Wel neen, ik doe de moeilijke zaken, hij leunt zwaar op me!" „O, dat moet heerlijk . . . pardon, dat moet hij wel prettig vinden", zei ik. „Zeg Lucky, niet te vrijpostig worden, . . . jullie kunnen nooit maat houden!" „Pardon mevrouw, ik versprak me!" ,.Ja, ja, die praatjes kennen we, duvel nu maar op, ik heb nog meer te doen!" 
Ik maakte model rechtsomkeert en sukkelde weer alle trappen af. En daarna tippelde ik de overige bureaux langs, die op het rondebriefje stonden; ziekenboeg, tandarts, bottelier, bureau administratie enzovoorts, de hele santekraam. Een figuur die niet op het rondebriefje stond, maar waar ik ook even langs ging was Ome Kees. Ome Kees is een gepensioneerd matroos le klas, die wortel heeft geschoten op het M.E. Hij is een van de figuren, die zo met de marine zijn vergroeid, dat hij daar niet meer buiten kan. Als het M.E. te Amsterdam zou worden opgedoekt is het ook met hem gedaan. Wat moet hij nu beginnen, buiten de be- scherming van de marine, in de burgermaatschappij waar je middenstandsdiploma's moet hebben, scherpe concurrentie je wacht, etc.? Hij heeft een riant verblijf in dezelfde barak waar de nieuwe kombuis en de marap's in zitten. Hij fikst alles, hij perst uniform op, maakt petten, naait batons op, enfin te veel om op te noemen. Ik bestelde een buiten model halsband bij hem, met een niet oxydabel ankertje en een buiten model onderscheidingsteken voor eerste klas. Naast Ome Kees is een vertrek, dat ter beschikking is gesteld van de marap's. Voor de minder ingewijde lezers moet ik hier even uitleggen. dat .,marap" een afkorting is voor marine-aardappelschilster" en dat het niets -maar dan ook niets - te maken heeft met de marine-rampenbestrijding. Voorts verdient het vermelding, dat de marap's een aanzienlijk gemakkelijker baantje hebben sinds de in gebruik name van de nieuwe aardappelschilma- chine aangezien ze nu alleen nog maar de geschilde aardappelen behoeven te pitten.

Een opnieuw analyseren van hun taak door een „arban" (arbeidsanalyst) van de afdeling zakelijk beheer lijkt hier dringend geboden, in verband met hun inpassing in het personeels- bestel en de revaluatie van hun prestaties. Terwijl ik bij Ome Kees even stond te wachten, kon ik de dames gade slaan door de openstaande deur van het hun toegewezen vertrek - pardon, arbeidsruimte. Nu ik moest zeggen, ze beheersten hun vak. 

Met beangstigende snelheid werden de pitten uit de aardappelen gekerfd en de pokdalige overblijfselen van hun kunst vervolgens in een enorme balie met water geworpen. Ondertussen was er „music while you work” ter verhoging van de arbeidsvreugde en een levendig gesprek werd gaande gehouden. Op het moment dat ik luisterde was het onderwerp van gesprek hoe men de volgende zomerverlofperiode het beste zou kunnen doorbrengen. De meesten gingen een bustocht maken naar aangrenzende landen, maar een hunner, de meest aantrekkelijke, die blijkens het gesprek over een vrind plus scooter beschikte zou naar Italië gaan. ,.Nou dan mag je wel oppassen Merie, want die Italianen zijn een warmbloedig volk hoor!" was de raadgeving van haar collega's. Ik verslikte me bij het horen van deze opmerking en begaf me - na Ome Kees te hebben gegroet - op het laatste gedeelte van mijn rondje, namelijk naar de kleding­verkoopplaats, om de tekorten in mijn garderobe aan te vullen en zodoende een plaats in het rapportenboek te vermijden. In deze kleding-verkoopplaats heb ik me voorbeeldig gedragen, want ik zag dat in de benedenverdieping van het gebouw de M.P. was ondergebracht, hetgeen mij zachtjes voor mij uit deed mompelen: _Lucky Joseph, cavere necesse est!" 

Gelukkig was de M.P. druk bezig zich in commissie te verenigen, zodat ze mij niet zagen en ik ongemerkt boven kwam. Na mijn inkopen te hebben gedaan liep ik langs de andere kant van het bassin weer terug naar de VBS; het M.E. is namelijk in een ring gebouwd om het bassin heen. Eerst passeerde ik de radio-radarschool, de pistoolschietbaan, de moot van de ABCD­ school en de kerk; daarna aan de linkerkant de Buffel en rechts de kazerne van de TOKM. De verstandhouding tussen ons aanstaande verbindelaren en de technici in statu nascendi is goed, tenzij je ze eraan herinnert dat TOKM de afkorting is van „totaal ongeschikt Koninklijke Marine", dan nemen ze een dreigende houding aan . . . en terecht natuurlijk. Na de Buffel passeerde ik rechts het laboratorium voor mond- en klauwzeer onderzoek van het ministerie van landbouw; aangezien ik zowel mijn mond als mijn klauwen zeer lief heb, liep ik daar met een verschrikkelijk wijde boog omheen en moest over de brug, die de uitgang te water van het bassin overspant. Deze brug is bijzonder gammel en laag boven het water.

Toen ik de eerste keer de „huifkar" zag komen aanvaren (de communicatieboot) tussen centraal station en M.E.) schrok ik me een ongeluk, want het leek alsof het hele dak eraf zou worden geschoven; deze brug is echter zo geconstrueerd, dat de hoogste vaartuigen van de KVD in Amsterdam nog een speling van 25 mm hebben bij hoogwater. Deze brug draagt sinds onheuglijke tijden de naam „Coupure brug". Boze tongen beweren dat deze naam afkomstig is van een ongeval uit de vorige eeuw, toen een schipper een stel lui vervoerde waar hij de pest aan had en vergat te zeggen: ..Denk om de hoofden, heren"! direct na de coupure- brug vindt men rechts de afvaartplaats van de sloepen, met het houten hutje van de marine- waker die daar op post staat. Dat hutje draagt de naam “Behouden huis", het loopt nergens te boek, evenals het potkacheltje dat er in staat, het is waarschijnlijk opgebouwd met behulp van corruptie, maar dat geeft niet; als je goede vrindjes bent met de marine-waker is het heerlijk warm daarbinren, als je op een sloep moet wachten. Na de afvaartplaats passeerde ik aan mijn rechterhand een stemmig gebouw, het provoosthuis; ik wist toen nog niet, dat ik daar binnenkort enige tijd zou vertoeven. Daarna komen de hunkerbunker (waar de verbin- dingsdienst in onder is gebracht, en zo genoemd vanwege de vele marva's die daar werken), de MARCANDI, de sterkstroom-lokalen van de TOKM en daarna één van de seinmasten van de VBS met daarachter de VBS-gebouwen.

Het terrein dat zich langs al deze gebouwen uitstrekt tot aan de seinmast is het „seiners- veldje" en toen ik daar dus voor het eerst aan kwam lopen op mijn ronde, dreunde opeens een zware stem in mijn oren: „Echo lima port!" Waarop tot mijn stomme verbazing het leger seiners dat stond aangetreden, op de plaats rust ging staan met het linkerbeen opzij. Later hoorde ik dat ECHO LIMA PORT betekent „vallen bakboords anker" en dat de seiners in opleiding dan op de boven beschreven manier op de plaats rust moeten gaan staan, om het sein zodoende goed te onthouden. Hoe verzinnen ze het, hè ? Als hun wordt toegebruld TURN NINE dan betekent het „naar rechts om” en als ze erg hun best gedaan hebben dan zegt die instructeur met de zware stem na afloop van de les: „Bravo Zoeloe" en dat betekent dan goed gedaan". Het staat allemaal in ACP 175! …….

Ik word uit mijn overpeinzingen opgeschrikt door voetstappen aan het andere einde van de slaapzaal, dus ga ik weer als een bezetene vegen. Op hetzelfde moment hoor ik het signaal “aftrap" door de omroepinstallatie, zodat het half vijf moet zijn, hetgeen betekent, dat de dagtaak er al weer op zit, want ik heb vandaag geen wacht. Inderdaad komen enkele minuten later de eerste leerlingen binnenhollen om hun koptelefoons en dictaat-cahiers op te bergen.

Het is zondagavond, de laatste avond vóór de aanvang van de opleidingen. Aangezien ik voorlopig wel te hard zal moeten werken om aan passagieren te kunnen denken, heb ik me voorgenomen vanavond voorlopig voor het laatst nog een goede passagiersslag te maken.

Ik heb me in het keurigst denkbare tenue gestoken, zodat zelfs de spiedende ogen van de officier van de wacht - een kapitein van de mariniers - niets fout aan me kunnen ontdekken en ik zonder moeilijkheden de poort uit kom. Mijn route gaat linea recta naar het centrum des vermaaks: Thorbeckeplein en Rembrandtplein.

Voordat ik echter zover kom wordt mijn aandacht getrokken door een grote reclameplaat van een bioscoop, die vermeldt dat hedenavond de beroemde sterren Rita Hooiwaarts, Eroll Fluim en Victore Manure optreden in het laatste culturele filmwonder:

„Zonde op het trottoir" Eng.: ( The Lust and the Passion) Sensationeel, sterk realistisch, een onvergetelijk schouwspel, waarbij sterke menselijke hartstochten zich uitwoeden in de bran- ding van het leven U kan en mag dit niet missen" (18 j.)

Daaronder een groots schilderwerk, dat Rita Hooiwaarts aan den volke vertoond, en profile, leunend tegen een lantaarnpaal in een ongure straat en een vuurtje accepterend van Victor Manure, terwijl Eroll Fluim aan komt sluipen met een bijl in z'n hand. Ik ben in dubio of ik naar binnen zal gaan; het nog betrekkelijk vroege uur, alsmede het profiel van Rita geven echter de doorslag in het voordeel van de bioscoopexploitant. De film had - zoals te verwach- ten was - niets te betekenen. Als ik na de voorstelling weer op straat sta heb ik een mateloze trek in een pijpje en begeef mij naar het Rembrandtplein, waar ik ongetwijfeld wel een kroeg zal vinden ”die me ligt”. Het is de eerste keer dat ik het Rembrandtplein bezoek en het oefent direct een grote bekoring op mij uit. Het lijkt wel het toneel van een revue. De neonreclames wenken en knipperen van alle kanten. zij steken brutaal af tegen de zwarte lucht en worden weerspiegeld in het gladde asfalt, waar de tramrails als zilveren sporen doorheen zijn getrok- ken. 

Overal zijn mensen . . . in de vele kroegen. restaurants en nachtclubs, op de trottoirs en in het kleine plantsoen waar indertijd Pissuisse werd vermoord en waar nog steeds Rem- brandt zwijgend voor zich uitkijkt, op zijn voetstuk, verheven boven het werelds gekrioel. Van alles ziet mijn scherpe oog, een eenzame juffrouw op een straathoek, een verliefd paartje dat vol- komen blind voor hun omgeving voorbijloopt, een stelletje swing nosems met te nauwe broe- ken en ongeknipte haren die vervelend lopen te doen, een exotisch uitziende juffrouw die een nachtclub binnenwipt omdat ze straks moet optreden een paar handelslui met vette porte- feuille en dito lach die vanavond „zonder moeders" eens effe hem zullen raken een paar Amerikaanse soldaten met zakken vol dollars die straks toch afgezet worden, kortom iedereen, de duvel en z'n ouwe moer incluis, kom je hier tegen. Een tram schiet naargeestig huilend door de bocht, limousines glijden langs, in de verte klinkt sirenegeloei en een ambu- lance-auto snelt voorbij even later gevolgd door een politiewagen.

Zeker weer ergens een crash gebeurd! Maar dan wordt dit alles overstemd door een sonoor gebrul en statig en voornaam - boven alles uit – glijdt een glinsterende superconstellation door het zwarte zwerk, netjes haar po­ten opvouwend en op weg naar verre landen…..

Ik voel me hier op staande voet thuis en geniet van mijn vrijheid . . .”Aangenaam kennis te maken", Amsterdam! Hoe zou het er hier uit zien over duizend jaren? Ik hoop dat je dan nog steeds zo bent Amsterdam! In de verte, daar waar het Rernbrandtplein overgaat in het Thorbeckeplein, meen ik in neon­letters het woord ,.gaston" te zien en daar ik op zee reeds als roerganger zo vaak op een gastonheb moeten aanhouden, zet ik koers op die letters, om te zien wat dat heeft te beduiden. Ik ontdek, dat het een bar tevens nachtclub is, luisterend naar de naam “Chez Gaston” die ik onmiddellijk vertaal als „bij de gas­ton", voorwaar een goed rendevous voor een zeeman. Naast de deur troont de nachtportier, in zijn uniform van de Nicaraguaanse marine in groot tenue. De man heeft lange bakkebaarden en hij knikt mij vertrouwelijk toe. „Pracht show daarbinnen meneer, keurige figuurtjes!" ,Ja kijkt U maar rustig" zegt hij als ik de foto's in de gaten krijg die achter glas zijn opgehangen. „Ach, het is toch allemaal hetzelfde" plaag ik hem, onderwijl opmerkende, dat ik hier straks mademoiselle Fifi zal kunnen bewonderen in een oosters dansnummer, alsmede de „Fireproof Benitas" in hun adembenemende vuurspel en - lest best - de strip tease danseres Ingeborg Thomas.

En dit alles na veertien nachten op de slaapzaal van de VBS, waar je elke avond driehonderd kerels ziet , strippen maar niet teasen”! Mijn besluit is genomen. “’ t Is allemaal hetzelfde, maar vooruit, we zijn niet van batoe, we nemen er nog satoe!" zeg ik tegen de uitsmijter die denkt dat ik gek ben en ik stiefel naar binnen. Aan de bar is nog een kruk vrij, ik verzamel al mijn krachten, spring er boven op en bestel een pijpje bij de barkeeper, dat ik in een teug ledig. Vervolgens neem ik nog “ een ..recht op en neer" om de tanks af te tappen en verken mijn omgeving. Naast mij zit een bijzondere sjieke vent met van dat lange haar dat aan de voorkant in een kuif is opgekamd en waarvan de scheiding tot in de nek is doorgetrokken. Aan zijn rechterhand prijkt een zegelring met een enorme steen, waar echter het zegel is afgewaaid. Hij wenkt de ober en zegt: „Voor mevrouw een sjudorans en voor mij een pakkie misblans"! Echt sjiek.

Aan de andere kant naast mij zit een knappe blondine verveeld te praten met een heer die haar kennelijk een rondje heeft gegeven. Later blijkt het, dat dit nu Ingeborg Thomas is, want zo tegen middernacht verdwijnt ze om even later in een middeleeuws gewaad op het podium te treden en te demonstreren hoeveel kledingstukken de leden van het zwakke geslacht vroeger wel aan hadden. Nu ik moet toegeven ze is mooier dan de puppes drie naast mij op slaapzaal in z'n pendekkie. Tussen de nummers door wordt gedanst. Deze sport ligt mij niet gezien mijn lage lichaamsbouw en korte pootjes. Een merkwaardig genoegen overigens, zo „en masse" en op elkaar geperst rond te hopsen, terwijl de atmosfeer verstikkend is vanwege de sigarettenrook. Naast mij is een ander meisje komen zitten, dat er ook zeer sjiek uitziet. Ze is gekleed in een laag uitgesneden jurkje en heeft een platina blond hoofd, waarin de ogen geraffineerd zijn geaccentueerd met behulp van wat mascara. De barkeeper vraagt of ze wat wil drinken waarop ze demonstratief hard zegt: „Nog niet, ik heb geen geld!" Vervolgens trekt ze een sigaret te voorschijn die ze in een lange pijp steekt en kijkt uitdagend in mijn richting. Ik geef haar beleefd een vuurtje, kijk haar diep in de ogen en zeg, “Mijn moeder heeft me altijd geleerd: tot hier en niet verder!" .,Ferrek"! zegt het sjieke meisje. Ik ledig mijn pijpje, betaal en verdwijn mij vast voornemend niet te laat naar huis te gaan deze laatste avond vóór het begin van de opleiding. Een uurtje later lig ik in kooi en terwijl de indrukken van deze dag langzaam vervagen, zak ik weg in de slaap.

NB Zo eindigt het vervolgverhaal van Lucky Joseph! Waarom er geen goed einde aan is gegeven is mij niet geheel duidelijk. Net als u lezer, mis ik het! (George J. Visser)

Einde deel 35 Uit het Marine-maandblad “Alle Hens”, 11e jaargang Nr. 8 maart 1958


Veteranen Online bedankt George Visser voor zijn inzet bij deze geweldige klus om alle delen van Lucky voor ons te scannen en op deze manier een bijdrage leverde om ze aan de vergetelheid te ontrukken. Ben B