Een Rumoerige "Morgenstilte".

 De oude naam van Korea luidt: "Chao Sien", hetgeen betekend: "Land van de Morgenstilte". Die morgenstilte moet echter symbolisch worden gezien, want door de eeuwen heen is Korea altijd een roerig land geweest met veel strijd om de macht en wisselend beheer. Staatkundig gezien was Korea vanaf 1910 een onderdeel van het Japanse Keizerrijk. Op de conferentie van Cairo in 1943 werd in beginsel overeengekomen dat na de bevrijding van de Japanse overheersing het land zijn onafhankelijkheid zou terugkrijgen. Dit werd nader omschreven in de verklaring van Potsdam van 26 juli 1945, waarbij de toenmalige Sovjet-Unie zich de daarop volgende maand in haar oorlogsverklaring aan Japan aansloot. 

Aan het einde van de oorlog werd dwars door het midden van Korea een demarcatielijn ingesteld, ten zuiden waarvan de daar aanwezige Japanse troepen zich aan de Amerikanen moesten overgeven en ten noorden daarvan aan de Russen. Voor deze demarcatielijn werd de 38ste breedtegraad ingesteld.Op de conferentie van Moskou in december 1945 werd overeengekomen dat Korea weer als een onafhankelijke staat zou functioneren. Het voorstel was een voorlopige democratische regering in te stellen, voorlopig voor vijf jaar onder toezicht van de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, China en de Sovjet-Unie. 

Doordat de Russen in Noord-Korea echter een communistisch bewind vestigden, kon deze regeling niet worden uitgevoerd. De onafhankelijkheid van Korea zou niet gediend zijn met Amerikaans- Russische onderhandelingen over dit onderwerp, waarop de Verenigde Staten het Koreaanse vraagstuk op de agenda plaatsten van de Algemene Vergadering der Verenigde Naties in september 1947.

In mei 1948 werden in de Amerikaanse zone vrije verkiezingen gehouden, welke in augustus van dat jaar leidden tot het bijeen roepen van een Nationale Vergadering, het opstellen van een grondwet en het uitroepen van de Republiek Korea, met als president Syngman Rhee. De Algemene Vergadering van de Verenigde Naties stelde hierop vast, dat dit de enige wettige regering van het land was. Door tegenwerking van de Sovjet-Unie kon de Koreaanse kwestie niet in de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties worden opgelost.

Zo was dan de situatie op 25 juni 1950, toen om 04.00uur plaatselijke tijd die "morgenstilte" opnieuw werd verstoord. Nu echter door goed opgeleide en door de Russen uitgeruste Noord-Koreanen die massaal de 35ste breedtegraad overschreden en naar het zuiden opmarcheerden. President Syngman Rhee zag geen kans om met zijn handjevol mensen dit grove geweld te stoppen en nam contact op met Washington. Op verzoek van de Verenigde Naties werd de Veiligheidsraad in spoedvergadering bijeen geroepen, waarbij met slechts één stem tegen werd besloten de agressor gewapend een halt
toe te roepen. 

Spontaan was dan ook de Nederlandse reactie op de oproep van de Veiligheidsraad, door meteen een oorlogsschip ter beschikking te stellen om de beginselen van het Handvest der verenigde Naties te helpen verdedigen en de agressie te keren. Als een der eersten schaarde Nederland zich naast Amerika en het Verenigd Koninkrijk om het kwaad in de kiem te smoren. Hoe snel Nederland reageerde blijkt uit het feit, dat de regering reeds op 1 juli telegrafisch opdracht had gegeven om een van de zich in de Oost bevindende schepen onmiddellijk oorlogsgereed te maken voor vertrek naar Korea.

Op 3 juli 1950 besloot de ministerraad tot deelname aan de maritieme akties onder de vlag van de Verenigde Naties.
In het nu volgende overleg tussen Den Haag en de Vlagofficier Koninklijke marine in Indonesië, Vice-Admiraal F.J. Kist, viel de beslissing: de torpedobootjager Hr.Ms. Evertsen zou de eerste zijn om het rood-wit-blauw naast de V.N.-vlag te presenteren.