Hr.Ms. Van Zijll sluit een periode af.

 
Het "Acht Elfje", zoals Hr.Ms. Van Zijll naar het naamsein door haar bemanning werd gedoopt en waaraan ook het scheepskrantje deze naam ontleende, was een zusterschip van Hr.Ms. Dubois en verliet onder trieste weersomstandigheden op woensdag 14 juli 1954 de thuishaven Den Helder. Wat een zomerse dag had moeten zijn, leek meer op een dag in de herfst. De natuur huilde mee met de afscheidnemende familieleden. De kalender was weer eens danig in de war.
Onder commando van Kttz. F.G.H. van Straaten werd ras naar zuidelijker streken gekoerst, maar dikke mist was er de oorzaak van dat Gibraltar met uren vertraging werd gepasseerd. Doch eenmaal in de Middellandse Zee dansten de zonnestralen over het heldere blauwe water en werd de stijging van de temperatuur aan boord duidelijk merkbaar.

De eerste rustplaats was op 20 juli Valencia, waar de opvarenden meteen met hun neus in de Spaanse boter vielen, omdat juist het jaarlijkse feest El Gran Feria begon. Het was een leuk opstekertje en vol goede moed werd vier dagen later vertrokken om tussen Ibiza en Mallorca koersend in de richting van Port Said op te stomen. Nauwelijks lag het schip voor de ingang van het Suez-kanaal ten anker, of van alle kanten kwamen talloze scheepjes op het fregat af om tegen bodemprijzen- souvenirs aan te bieden. "Hablé, hablé", riepen ze. De brandslang zorgde er voor dat iets te opdringerige kooplieden op afstand werden gehouden.

Op 29 juli vlak voor middernacht ging het anker op en voorop in een konvooi van tien schepen stoomde het fregat het kunstwerk van Ferdindand de Lesseps binnen. De vaart door deze kunstmatige waterweg heeft -hoe eentonig deze ook moge zijn -zeker voor hen die voor het eerst van hun leven hier doorheen varen, altijd weer een bijzondere bekoring. De aanblik levert woestijnzand, drommedarissen en. ..woestijnzand op, afgewisseld door een Arabier die zich aan de boorden van het kanaal staat te wassen.

Eenmaal in de Rode Zee aangekomen werd op de laatste dag van de maand met goedvinden van de commandant een "klappie meer" gegeven om tijdig de Noorder Keerkring te kunnen passeren, teneinde het katje (Maleise woord voor salaris) in niet aanzienlijke mate te vermeerderen.

Op 3 augustus werd Aden bereikt waar snel olie en water werd geladen, waarna men vlot weer vertrok. Dit voormalige Engelse steunpunt heeft alleen strategische waarde en geen sterveling heeft prettige herinneringen aan deze "smet der aarde" overgehouden.

De oversteek dwars door de Indische Oceaan werd gekenmerkt door een week lang niets dan lucht, water en de in deze maanden van het jaar straffe zuidwest moesson. De hoge doorstaande deining en de tot windkracht acht aangewakkerde wind liet het schip alle denkbare slingeringen maken. Men liep builen en kneuzingen op, want zelfs de sterkste zeebenen hielden het soms niet, terwijl heel wat kommaliewant aan gruzels ging. Maar toen het 8-graden-kanaal tussen de Maladiven-eilanden bereikt was, was ook dit leed geleden en kon iedereen weer eens rustig gaan slapen zonder zich met handen en voeten schrap te hoeven zetten om niet uit z'n kooi te vallen.

Op 11 augustus werd Colombo aangedaan en twee dagen later weer verlaten. Het gonsde aan boord van de bedrijvigheid. Er was hoog bezoek aangekondigd. De volgende dag werd de statietrap neergelaten om Zijne Majesteis Neptunus, de God der Zeeën, met zijn gevolg aan boord te verwelkomen. Maar omdat hij een hekel had aan trappen lopen, kwam hij via de voorsteven aan boord.
Aanvankelijk was hier niet op gerekend, aangezien het fregat op weg naar Japan op het noordelijk halfrond zou blijven. Via de hiërarchieke weg had Zijne Majesteit echter laten weten lak te hebben aan tradities. Welwillend was hij ingegaan op het verzoek het schip met een statiebezoek te vereren en de baren te dopen. Zijne Majesteit benoemde de commandant tot "Ridder in de Orde van het Zeewier met de Zwaardvissen" en gaf hem de ridderslag en overhandigde hem de perkamenten oorkonde.
Hierna ging het minder plechtig. De baren werden onderhanden genomen met groene zeep, tepol, vet en het glas zeewater. De brandslang completeerde het festijn. terwijl voor de scheepstoko een filevorming werd geconstateerd, omdat bier beter smaakt dan zeewater.

Nadat de reis was vervolgd werd in de Straat van Malakka oorlogswacht gelopen, dit in verband met de toen gespannen betrekkingen tussen ons land en Indonesië. Zonder problemen arriveerde het schip echter op 18 augustus in Singapore voor de benodigde proviandering, om twee dagen later weer te vertrekken naar het "Oosterse Paradijs op Aarde": Bangkok.
Als ooit een stad uit haar ritme is gehaald, dan was het wel deze hoofdstad van Thailand in de dagen van 23 tot 26 augustus 1954. Het was voor de bemanning een waar Eldorado in het verre oosten. ledere opvarende die de wal op ging, kreeg een briefje met zich mee waarop een telefoonnummer stond dat je kon bellen indien je verdwaald was. Prompt werd men dan opgehaald.

Talloze bezoeken werden afgelegd, onder andere aan het monument van de Birma-spoorweg, waar namens de bemanning kransen werden gelegd. Van de 360 tempels die de stad telt, mocht er een aantal worden bezichtigd, uiteraard volgens de riten van het land, dus de schoenen uit alvorens naar binnen te gaan. Talloos waren de excursies, onder meer naar een slangenfarm met demonstraties in het melken van een cobra, maar er waren meer spectaculaire tripjes. Deze geschreven regels schieten eigenlijk tekort om de geweldige indrukken van de mensen weer te geven. O ja, velen hebben gebruik gemaakt van dat telefoonnummer. ..

Met weemoed werd afscheid genomen om via de Zuidchinese Zee naar Hong Kong te koersen. Juist hier onderging Hr.Ms. Van Zijll enige kritieke momenten. Zich van geen kwaad bewust naderde het schip de westelijke haveningang, inplaats van de oostelijke. Onmiddellijk werd vanaf de wal (Communistisch China) druk met de lamp geseind. Deze ingang was, naar later bleek, alleen toegankelijk voor schepen van de Chinese Volksrepubliek. In het verleden was er al eens een schot voor de boeg gegeven (men leze de gebeurtenis op 9 september 1953 toen Hr.Ms. Johan Maurits van Nassau aanwezig was), maar in dit geval liep het gelukkig met een sisser af. Ondanks dit kleine incidentje meerde het schip op 31 augustus behouden in Hong Kong af voor een eerste kennismaking die uitstekend beviel. Twee dagen later werd het laatste stukje naar Japan overbrugd.

Op dinsdag 7 september stoomde Hr.Ms. Van Zijll de baai van Tokio binnen, nadat eerst de loods aan boord was gekomen. Vervolgens voer het schip langzaam de haven van Yokosuka in om langszij het zusterschip Hr.Ms. Dubois af te meren. Een geweldige begroeting volgde, waarbij nieuwtjes en ervaringen werden uitgewisseld en de kroonkurken lustig in het rond vlogen. Hierna volgde het uitwisselen van de bescheiden van het ene naar het andere schip.

Nadat de collega's naar huis waren vertrokken en de eerste schreden op de wal waren gezet, werd op maandag 13 september door het Fleet Weather Centre groot alarm geslagen en alles wat maar een beetje zeewaardig was naar open zee gedirigeerd vanwege de komst van tyfoon June.
In konvooi achter het bevoorradingsschip USS Jason en de torpedobootjager HMCS Cayuga koerste het schip naar buiten om te trachten de tyfoon te ontlopen. Al vrij spoedig waren de metgezellen uit het gezicht verdwenen en zocht het Nederlandse schip zich een goed heenkomen in de baai Urago Suido aan de zuidkust van Japan, met het centrum van de tyfoon op 50 mijl afstand. Hier werd zo goed mogelijk in de beschutting van het vaste land op en neer gehouden. Dat betekende echter niet dat het schip in rustig vaarwater was beland, integendeel. Op sommige momenten bedroeg de slagzij meer dan 45 graden en éénmaal werd zelfs 62 graden geconstateerd. En opnieuw moest het kommaliewant het flink ontgelden. Meer dan 90% van de bemanning was zeeziek en de overige 10% kwam handen tekort om te trachten de schade tot een minimum te beperken. Het verblijf aan dek was levensgevaarlijk een dien overeenkomstig ten strengste verboden.

Onafgebroken stond de commandant op de brug zijn schip op de juiste koers te sturen, daarbij de wind die opliep tot kracht 11 en 12, trotserend. Meer dan een etmaal werd het trotse fregat getergd door de natuurlijke elementen die gelukkig geen vat kregen op het Nederlandse schip en langzaam in kracht afnamen. Zonder noemenswaardig opgelopen averij kon Hr.Ms. Van Zijll haar reis naar Sasebo vervolgen, waar op 16 september kon worden afgemeerd. Passagieren was er niet bij; slechts de commandant ging van boord om bij de Amerikaanse admiraal de instructies in ontvangst te nemen, waarop diezelfde avond nog werd vertrokken naar de westkust van Korea voor de eerste patrouille. 

Ingedeeld bij Task Unit 36.7.2 kwam het schip hier op 18 september aan, nam de wacht over van het Australische fregat HMAS Shoalhaven en ging nabij Paeng Yong Do ten anker. Ondanks dat er een wapenstilstandovereenkomst was gesloten, was de paraatheid aan boord als in oorlogstijd. Er werd oorlogswacht gelopen en volop oefeningen (behalve schietoefeningen) gehouden.
De kans dat ergens de trekker overgehaald zou worden mocht niet worden uitgesloten, dus was de spanning onder de opvarenden duidelijk merkbaar. Je kunt immers nooit weten! Gelukkig gebeurde er niets en bleef het bestand ongeschonden. Met een L CM werd naar de wal gevaren om de landingsdivisie paraat te stomen, waarbij tevens de gelegenheid werd aangegrepen om de naam van Hr.Ms. Van Zijll op één der rotsen te schilderen.

De eerste patrouille was van korte duur, want reeds op de laatste dag van september keerde men terug naar Yokosuka, de tijdelijke thuishaven van het schip. Met de regelmaat van de klok werd er in de naaste omgeving van deze Amerikaanse marinebasis geoefend met andere geallieerde schepen om toch maar goed beslagen ten ijs te komen.

Op 20 oktober vertrok onze oorlogsbodem ten tweede male naar de Gele Zee, tesamen met HMCS Cayoga, USS Jason en HMAS Shoalhaven. Ditmaal viel het anker nabij Yong Pyong Do om er de wacht over te nemen van het Britse fregat HMS Modeste. Omdat er ook nog een Amerikaanse mijnenveger aanwezig was, werd via de radio een uitnodiging verzonden om op het eiland te gaan voetballen. Maar... dan moet je in de berichtgeving niet spreken van Football, maar van Soccer. Nu kwamen de Amerikaanse metgezellen met hun "eitje" plus dozen bier aan land, maar de Nederlandse voetballers hadden de bekende ronde balonder de arm, waarop het toch maar Soccer werd én een heel gezellige middag.

Minder gezellig was de kennismaking met de behoeftige en in ellende levende Koreaanse bevolking. De reeds eerder beschreven hutten van leem en plaggen deden de Nederlandse marinemensen beseffen dat ze zelf in luxe leefden.
Wederom was de patrouille van korte duur, want op dinsdag 2 november werd het anker gelicht en keerde men terug naar Yokosuka waar de bemanning volop de gelegenheid kreeg om weer eens uitgebreid te passagieren. Dit hield onder meer in een bezoek aan het Holland House in Tokio en een voorstelling in het beroemde Kamikure-theater waar een wervelende show werd gegeven. Er werden volop souvenirs ingeslagen en mentaal gesterkt vertrok het schip met haar bemanning op 28 november voor haar derde, en naar later bleek, laatste patrouille naar de langzamerhand zo vertrouwde omgeving van de 38ste breedtegraad.

Inmiddels had het schip in de haven van Yokusuka een gedaanteverwisseling ondergaan, omdat de scheepshuid, bij gebrek aan de Nederlandse M-2-verf, in de oorspronkelijke Amerikaanse kleur marinegrijs was geschilderd. In deze outfit arriveerde het fregat op 2 december bij Paeng Yong Do. Nauwelijks was het anker gevallen, of het werd weer binnengedraaid om op zoek te gaan naar een drijvende mijn die in de omgeving door Koreaanse vissers was gesignaleerd. Bijna een volle dag ging heen met vruchteloos zoeken, zodat de ankerpositie weer moest worden ingenomen. Maar vlak voor deze was bereikt, werd een Noordkoreaanse prauw met wapens onderschept die door de kanonniers op vakkundige wijze met het 7,6cm kanon naar de bodem van de Gele Zee werd verwezen.

De warmte die het bezoek van de Goedheiligman op 5 december uitstraalde stond haaks op de temperaturen die buiten heersten, want het was ijzig koud. Je moest het niet wagen om met blote handen een railing vast te grijpen; ze zouden zonder meer vastvriezen!
Op 12 december kwam HMNZS Kaniere de Van Zijll aflossen, waarna koers werd gezet naar Hong Kong voor algeheel groot onderhoud. Na veel slecht weer en bittere koude, kon de bemanning eindelijk onder behaaglijke temperaturen weer op verhaal komen.


Vervroegd naar huis.


Na een vermoeiende vaartocht via de Gele Zee en de Oostchinese Zee door een ruwe zee met harde wind, werd op 14 december de Britse Kroonkolonie bereikt en nu via de goede ingang afgemeerd langszij HMS Dampier.
De ligplaats in Hong Kong was zo mooi en het weer verrukkelijk, dat men zich zonder veel fantasie aan de Franse Riviêra kon wanen. De Koreaanse koude was snel vergeten. Een heuse vakantiestemming maakte zich van de opvarenden meester. In grote getale vlogen de pullen tjet het kabelgat uit en werden excursies gemaakt naar onder andere de beroemde Tiger Balm Garden.

Geheel onverwachts werd op 23 december 1954 een Alle Hens voor de boeg gehouden. Met het telegram in zijn hand, maakte de commandant het volgende bekend: "Bij beschikking van de Minister van Marine, zal Hr.Ms. Van Zijll vervroegd uit de Koreaanse wateren worden teruggetrokken, omdat de Nederlandse Regering heeft besloten haar bijdrage aan de Verenigde Naties in het Koreaanse conflict. te beëindigen. Op 24 januari 1955 zal vanuit Yokosuka, via een reis om de wereld, wornen thuisgevaren".

De mensen konden hun oren niet geloven. Een uitbundig gejuich steeg op..., eerder naar huis dan voorzien!
Als laatste Koreaganger mochten de opvarenden van dit Nederlandse fregat lang niet mopperen. De voorgangers hadden het veel zwaarder gehad. Zij hadden in dit gebied de oorlog gekend, de opvarenden van dit schip werden slechts geconfronteerd met een formele vrede, waarvan nu reeds de vruchten werden geplukt. Hr.Ms. Van Zijll ging naar huis!

De Kerst- en Nieuwjaarsviering werden op onvergetelijke wijze bij de Nederlandse Kolonie van Hong Kong doorgebracht. Deze regels schieten in veel opzichten tekort om al die landgenoten te bedanken voor de onnavolgbare wijze waarop zij (destijds) Nederlandse marinemensen, die ver van hun naasten waren, hebben opgevangen en moreel hebben ondersteund.

Op zondagmorgen 2 januari 1955 vertrok Hr.Ms. Van Zijll uit Hong Kong, onder het uitwisselen van eerbewijzen, om vier dagen later in Yokosuka langs de wal af te meren en niet meer zoals voorheen op de boei. Voorheen had men, als men terugkeerde van passagieren en op de "float" moest wachten voor de L CM, van de Amerikaanse wachtsman telkens de kreet "Ven Zaill, L CM alongside float" kunnen horen. Deze kreet behoorde nu tot het verleden. ledereen maakte voor de laatste keer gebruik van de mogelijkheid de laatste Yen's aan de man/vrouw te besteden. Nadrukkelijk werd afscheid genomen van papasan, mamasan en vooral girlsan, en toen was het eindelijk zover!

Het is maandag 24 januari 1955. 1O.50uur Meerrol op post. De gehele bemanning van Hr.Ms. Van Zijll staat aangetreden. Op de wal staat de band van de United States Marine Corps. De valreep wordt weggehaald. Van de brug klinkt de order:
" Voortros los!"
"Achtertros los!"
"Achterspring los!" 
En als laatste om 11.05uur: "Voorspring los!"
De Amerikaanse band speelt het Wilhelmus en terwijl je in de houding staat, voel je en brok in je keel en rollen de tranen over je wangen. 'n Gek gevoel eigenlijk! De schroeven gaan malen en beginnen het hun opgedragen aantalomwentelingen te maken. Het roer gaat om en langzaam manoevreert Hr.Ms. Van Zijll de haven van Yokosuka uit, richting Tokio-baai. Eenmaal in open zee wordt de koers bepaald: 182 graden. Het land van de Rijzende Zon glijdt achter het kielzog weg en nog eenmaal valt de Fujijama -de heilige berg -vanuit zee te bewonderen.
"Vaarwel Japan!"
"Vaarwel Korea!"
"Het is over!"
Hr.Ms. Van Zijll was op weg naar huis. En Hoe! Via een formidabel stukje vlagvertoon werden, naast Biak en Hollandia op Nieuw Guinea, ongekende havens aangelopen, zoals Suva (Fiji-eilanden), Papeete (Tahiti), Paaseiland, Valparaiso, Callao, Guayaquil, Buenaventura, Panama-kanaal, Willemstad, Oranjestad, Paramaribo en Ponta Delgade, waarna op 16 mei 1955 behouden in Den helder werd teruggekeerd. 
De Koninklijke marine had haar taak ruimschoots volbracht!

Naschrift
Hr.Ms. Van Zijll was de laatste Koreaganger die thuisvoer. Haar terugkeer vormde het slot van een periode die aan het Nederlandse miritieme imago weer glans had gegeven. En al mag dit schip in het Koreaanse conflict dan een "makkie"hebben gehad, omdat het conflict voor haar komst naar Korea reeds ten einde was, dit neemt niet weg dat de Van Zijll in onze maritieme historie zal blijven geboekstaafd als één van de zes oorlogsbodems die Nederland hebben vertegenwoordigd bij het daadwerkelijk opterden van de Verenigde Naties tegen de communistische agressie in Korea.