EINDELIJK NAAR HUIS.

 Het verblijf van Hr.Ms. Evertsen aan de oostkust van Korea is een opmerkelijke periode geweest van haar algehele aanwezigheid in de Koreaanse wateren. Niet alleen vanwege het soms kordate en doeltreffende optreden tegen vijandelijke doelen, maar zeker ook door de manier van aanpassen aan de andere schepen onder de vlag van de Verenigde Naties.

In de afgelopen 10 dagen hadden de schutters maar liefst 2.159 granaten in het gebied rond Wonsan verschoten. Zonder anderen tekort te doen mag hierbij gerust het verbindingspersoneel met name worden genoemd. Anders dan hen was geleerd, werd hier de Amerikaanse manier van het Internationale Seinboek gehanteerd. Met veel kunst en vliegwerk verliep dit telkens weer uitstekend.

Na de rustpauze in Kure werd naar Sasebo gekoerst om olie en munitie te laden, om vervolgens voor de laatste maal naar de Koreaanse westkust te gaan. Op 9 april 1951, in het holst van de nacht, werd samen met HMS Kenya tot vlak onder de kust van Mantsjoerije gekropen. Daar China officieel niet in oorlog was, brandde er overal volop licht. Het doel van de actie was, om bij het verlaten van de haven schepen met bestemming Korea te schaduwen en eventueel te onderscheppen, doch er was helaas niets te zien.

Voor de bemanning van Hr.Ms. Evertsen was 11 april 1951 een soort D-Day. Het schip zou worden afgelost door het befaamde fregat HMS Amethist. Dit schip verwierf twee jaar eerder grote faam door op weergaloos moedige wijze vanaf de rivier Jang Tse Kiang dwars door een moordend communistisch vuur open zee te bereiken. Het schip had vanaf 30 april tot 31 juli 1949 door dreiging van communistische walbatterijen op de rivier ingesloten gezeten.

De komst van de Amethist betekende dat de Evertsen voorgoed Korea zou gaan verlaten om naar huis terug te keren. Maar niets is grilliger dan het lot! Om 13.00uur, terwijl de bemanning van de warme hap zat te genieten, werd contact gemaakt met een onbekend voorwerp dat zich onderwater bevond. "Onderzeeboot-alarm"!
Meteen was alles in rep en roer en binnen één minuut waren de tweehonderdenveertig bemanningsleden op hun posten; iedereen had alle kanons, mitrailleurs, Bofors en dieptebomrekken bezet en z'n helm op en zwemvest aan. Vanuit de asdichut, waar men de onderzeeboot peilde, klonk door
de luidspreker: "Echopeiling rood tien. ..afstand 2500 meter, doelsbreedte vijf graden. .., classificatie mogelijk onderzeeboot".

De torpedobootjager koerste er recht op aan en aan dek was onder de opvarenden de spanning te snijden. Er heerste een doodse stilte. Plotseling loeide de claxon en gingen er dieptebommen overboord. Terwijl de bommen met een doffe plets op het water neerkwamen zei iemand lakoniek:
"Nou zal je zien, gaat het servies voor zus naar zijn moer... Heb ik zolang gewacht met kopen en nou warempel..."
De bommen ontploften met een doffe dreun die het hele schip deed trillen. Het water achter de jager spoot tientallen meters omhoog en voor een enkel moment was de zon verdwenen. De zee kookte en tonnen opgestuwd water vielen met een smak terug in de kolkende zee..
"Aftrap servies", zei de matroos en met een boog koerste de Evertsen naar de plaats waar de onderzeeboot was gepeild.

"We gaan er nog 'ns overheen", was de algemene mening en weer klonk door de luidspreker... "klaar om aan te vallen..." De brug zei: "Aanvallen".
Opnieuw loeide de claxon en vijf dieptebommen zeilden door de lucht. ledereen hield de adem in, totdat vrijwel gelijktijdig de doffe dreunen het water deden kolken en opnieuw de zon verdween. Toen zag men die grote donkere vlek achter het schip.
"Olie"!, schreeuwde iemand, "hij is geraakt"! Kanons en mitrailleurs draaiden naar de plek, klaar voor een salvo, doch er gebeurde niets. "Vis" constateerde de uitkijk. "Je moer" zei 'n ander.

Maar het was vis! Bij duizenden dreef de dode vis op de donkere plek. K
"Aftrap servies", jammerde de matroos nogmaals: "Eerst was het zestiendelig, maar nou is het twee-en-zeventigdelig"... Maar in dat
simpele kistje van zo'n 30 x 30 x 30 centimeter bleef het toen nog zestiendelig. Wel sneuvelde er bij de tweede run dieptebommen een zoutwaterleiding in de tandwielkamer, maar dit lek was spoedig gedicht. Twintig minuten na het alarm stelde de commandant vast dat het loos alarm was en dat de asdic vermoedelijk een potvis had aangepingd, een dier dat in deze wateren regelmatig voorkomt. Het sein veilig werd gegeven en de koers naar Sasebo vervolgd. Echter niet voor lang.

Om 14.00uur werd namelijk van de Commander Task Force een telegram ontvangen, inhoudende met spoed op te stomen naar de Inchon-rivier. Gelukkig werd deze order om 21.30 uur herroepen en werd opnieuw koers naar Sasebo gezet, ditmaal voorgoed. Hr.Ms. Evertsen had haar taak in Korea volbracht!

Sinds het schip op 7 januari 1949 vanaf de Rotterdamse Parkkade met bestemming Indonesië ontmeerde, had het méér dan 100.000 zeemijlen achter zich gelaten. Dit is bijna vijf maal de omtrek van de aarde. In deze periode had het schip een compleet stel kanonslopen versleten en verbruikte het
22.400.000kg. stookolie. Als je die in drums opbergt en tegen elkaar aanlegt, krijg je een lengte van 115 kilometer. Tweemaal had de commandant het anker moeten laten slippen om aan vijandelijk vuur te ontkomen, maar beide keren kon het- onder moeilijke omstandigheden -weer worden opgevist.

Niemand geloofde nog dat het werkelijk zover was dat men naar huis zou gaan. Via de radio werd vernomen dat generaal Mac Arthur door President Truman van zijn commando was ontheven en werd opgevolgd door generaal Ridgway. Zou Rusland de zijde van China en Noord-Korea kiezen? Niemand wist het en in de officiersclub Camp Mower gonsde het van de geruchten. Maar tóch was het zover!
Na uitvoerig van iedereen afscheid te hebben genomen en eerbewijzen en felicitatietelegrammen te hebben ontvangen, begon op zondag 15 april 1951 om 14.22uur het ontmeren. Al snel werd de afstand tussen schip en Sasebo groter en die naar Hong Kong kleiner.

Op 18 april meerden Hr.Ms. Evertsen en Van Galen naast elkaar in Hong Kong af. Commandant Van Doorninck schudde warm de hand van zijn aflosser, Kltz. A.M. Valkenburg. Er was nog even tijd om te stappen, het uitwisselen van sterkte verhalen en het overgeven van de benodigde documenten en boekwerken aan de Van Galen, maar toen was daar het grote moment aangebroken.
Op 24 april gingen de trossen los en werd de steven richting Nieuwediep gewend. Na een voorspoedige reis liep het schip op zaterdagmorgen 2 juni 1951 in Den Helder binnen. Op de kade stonden de familieleden, de afhalers en half Den Helder te juichen, terwijl de bemanning na het bedanken van de meerrol hun tranen de vrije loop gaven. Hr.Ms. Evertsen was weer thuis!