Hr.Ms. Van Galen presenteerd zich.

 Op vrijdag 16 maart 1951, precies om 12.00uur, vertrok Hr.Ms. Van Galen met het naamsein D 803 op haar boeg, onder commando van Kltz. A.M. Valkenburg uit Nieuwediep. Het was een bijna zusterschip van de Evertsen, Piet Hein en Kortenaer. Deze laatste drie waren voormalige S-klasse jagers van de Britse marine, terwijl de Van Galen tot de N-klasse behoorde. De uiterlijke verschillen beperkten zich in hoofdzaak tot het geschut.

 


Onder grote belangstelling van familieleden en bekenden vertrok Hr.Ms. Van Galen
op 16 maart 1951 vanuit Den Helder naar de Koreaanse wateren - Foto coll. IMH

De Van Galen bezat drie dubbeltorens van 11,9 cm en geen catwalks (= loopbruggen over de dekhuizen), terwijl de andere jagers wel catwalks en vier enkelloops geschuttorens hadden. Niettemin was deze torpedobootjager een schip dat flinke stappen kon maken (maximum snelheid 32 mijl) en had zich een uitstekende reputatie opgebouwd. In de tweede wereldoorlog had deze oorlogsbodem deelgenomen aan acties in de Indische Archipel en vervulde een belangrijke taak bij de Amerikaanse Zevende Vloot. Nu echter behoorde het schip tot de Koninklijke marine en was op de Rijkswerf in Den Helder reisvaardig gemaakt en door de Nederlandse regering beschikbaar gesteld voor de strijd in Korea.

Nauwelijks het Schulpengat gepasseerd, kwam Hr.Ms. Y 861 (de "kanariepiet", vanwege haar gele kleur) aangestoven. Deze air-rescue-boot bracht een cameraman aan boord die snel nog enkele shots voor een film kwam maken. Vervolgens werd koers gezet naar de zuidkust van Engeland, waar het
schip werd opgewacht door de onderzeeboot Hr.Ms. Zeehond om daarmee te oefenen. Men was blij toen de laatste oefenaanval achter de rug was, want het weer was bar en boos, zodat ijlings naar het zuiden werd gekoerst. Maar voor de zoveelste maal deed de Golf van Biskaje weer eens van zich spreken met als resultaat dat menig vette hap over de railing verdween. Zelfs de "Tijs" (tamboer) vulde er zijn instrument mee, zodat het bootsmansfluitje van de kwartiermeester voor de gebruikelijke signalen moest zorgen. Maar met het aantal afgelegde zeemijlen loste ook dit probleem zich spoedig op.

Gedurende de hondenwacht van dinsdag 20 maart werd Kaap St. Vincent gerond en stevende het schip op Gibraltar af. Aan boord bevond zich een zeer sterk scheepsvoetbalelftal dat tegen HMS Rifleman een 4-1 zege in de wacht sleepte. Het voornemen om de Rots te beklimmen bleef steken bij
de eerste poging en na de kelen gesmeerd te hebben, ging op de 22ste alles los en maalden de schroeven weer met hun opgedragen toerental. Men gunde zich nog even tijd voor een korte blik over de sneeuwtoppen van de Sierra Nevada, maar daarna stond het lieve leventje vol oefeningen weer op het programma. Bij een kalme zee steeg de geoefendheid, de temperatuur en het humeur. 's zaterdags werden Panteilaria en Malta gepasseerd, waarbij tijdens de economische vaart van 17 mijl en het mooie weer de scheepsband op het mitrailleurdek een staaltje van zijn kunnen ten gehore bracht, wat het wachtlopen een stuk veraangenaamde.

In de vroege morgen van 27 maart werd Port Said aangelopen en omdat de passage door het Suez-kanaal op dat moment het gunstigst was, werd meteen doorgestoomd en gewacht met olie laden tot Suez was bereikt. Arme roerganger, want terwijl iedereen de zojuist ontvangen post zat te lezen, moest hij accuraat met beide handen het roer blijven vasthouden en de aan hem gerichte liefdesuitingen op papier in z'n kontzak bewaren.
Nadat in Suez de bunkers waren bijgevuld, haalde de ankerrol dit nuttige onderdeel binnenboord om de Rode Zee te doorploegen. 

Op zaterdag 31 maart bereikte de Van Galen Aden en werden de bunkers nogmaals aangevuld voor de grote oversteek over de Indische Oceaan, waaraan op de eerste platvoet werd begonnen.
Na vijf dagen druk oefenen, film kijken en met een koud pilsje in de hand een koel plekje zoeken, kwam het schip op vrijdagmorgen 6 april in Colombo (het huidige Sri Lanka) aan. Jezelf laten fotograferen in een riksja en het kopen van houten olifantjes werden een blijvende herinnering aan Colombo, dat op maandag 9 april werd verlaten. In de nu komende dagen werd duidelijk, dat de volop ingeslagen vruchten niet zomaar ongestraft opgepeuzeld konden worden. Dagenlang was een run ijlings naar het toilet een veelvuldig voorkomend verschijnsel.

Op donderdag 12 april volgde er in de Straat van Malakka een ontmoeting met Hr.Ms. Piet Hein, die bezig was met haar thuisreis vanuit Nieuw Guinea. Direct werd alarm gehouden en weer eens echt ouderwets op z'n Hollands met elkaar geoefend. Toen dit was volbracht werden de collega's een goede reis toegewenst en de boeg naar Singapore gericht, waar men de volgende morgen arriveerde.

Eerst olieladen en daarna opstomen naar de Naval Base Seletar, tijdens welk gedeelte de Willem Ruys werd gesignaleerd. De meerrol was amper bedankt, of het voetbalelftal stond alweer gereed. De teams moesten deze wedstrijd met 1-1 afsluiten, hetgeen na afloop met een pilsje werd gevierd.

De dag hierop werd vroeg ontmeerd om de ruimte van de open zee op te zoeken. Op die grote blauwe plas, waarin geen rimpeltje te bespeuren viel, werden beide machines gestopt en kreeg de Koning der Zeven Zeeën gelegenheid om met zijn gevolg op comfortabele wijze de stuurboordsachtervalreep te betreden. Overladen met de nodige eerbewijzen kwam zeegod Neptunus met consorten aan boord en ontaardde het ritueel der zee in een heus waterballet, compleet met roet, vet, zeep, plus de zoute borrel en niet te vergeten de brandslang die de boventoon voerde. Duidelijk was te zien wie de dopelingen waren; het scheermes had namelijk méér weggenomen dan zeep alleen. ..

Op de voormiddag van woensdag 18 april arriveerde het schip in de haven van Kong Kong. Over deze stad is en zal nog veel worden geschreven. Feit is, dat hier een warm onthaal plaatsvond. Daarop volgde ook nog de ontmoeting met bekenden van de Evertsen..., gezellig stappen en het uitwisselen
van ervaringen deden de tijd snel verglijden. De voetballers leden weer geen nederlaag, zodat zij zich ware kampioenen waanden. De scheepsband, waavan de leden al jaren leken samen te spelen, ontving een beloning in de vorm van een optreden voor de Radio Distributie van Hong Kong en bracht
hiermee de hele studio in verrukking.

Op 24 april was het schip weer buitengaats om met de Evertsen te oefenen in het overgeven van lasten op zee. Na einde oefening voeren de schepen naast elkaar, namen de bemanningsleden door middel van roepen afscheid en loeiden de sirenes. Hr.Ms. Evertsen draaide af en begon aan haar
welverdiende thuisreis, terwijl de Van Galen terugkeerde naar de haven van Hong Kong. 

Op 28 april werd ontmeerd en ving de reis aan met bestemming Japan. Weer werd er druk geoefend en die activiteiten begonnen op een goed geoliede machine te lijken. Tijdens de vaart naar het noorden werd het alsmaar kouder, zodat het blauwe tenue werd aangetrokken. Hierin gekleed arriveerde men op dinsdag 1 mei in Sasebo op het eiland Kyushu. Onmiddellijk ging men over tot olie laden en bevoorraden, waarna men nog één dag op de boei verbleef. Vanaf dat moment was Hr.Ms. Van Galen "ready for action"!