Tyfoon "Ruth".

 
Met frisse moed ontmeerde Hr.Ms. Van Galen op maandag 8 oktober in Hong Kong, om eerst bezuiden het eiland schietoefeningen te houden. Na de nacht ten anker te hebben doorgebracht, keerde het schip de boeg in de richting van Japan, om zich weer te vervoegen bij de zeestrijdkrachten van de Verenigde Naties. Toen de Van Galen op vrijdag 12 oktober aankwam, was de tyfoon met de bevallige meisjesnaam Ruth reeds onderweg. Elk jaar voorziet het Amerikaanse Fleet Weather Centre de tyfoons in alfabetische volgorde van meisjesnamen, waaruit kon worden opgemaakt, dat Ruth reeds zeventien illustere voorgangsters had.

Nog was het rustig, al regende het onafgebroken pijpestelen. De lucht vertoonde alleen maar de kleuren grijs tot donkergrauw. Het zag er onheilspellend uit en het kon dan ook niet lang meer duren of ook het Nederlandse oorlogsschip zou worden overvallen door dit natuurgeweld. Op zondagochtend werd het schip in gereedheid gebracht en vertrok naar zee, samen met de Australische carriŽr HMAS Sidney, die voorop voer, met naast haar de Canadese jager HMCS Sioux, om te trachten de tyfoon te ontlopen. 

Buitengaats gekomen verliet de Canadees met een speciale opdracht het verband en weldra moest de snelheid van 20 mijl worden teruggebracht naar 12 mijl per uur. Hoge zeeŽn slaan over de bak en de Sydney gunt ons af en toe een blik op haar vliegdek, waar de vliegtuigen staan vastgesjord. Tegen drie uur slaan ook hier de zeeŽn overheen. Het is nu zover dat we koers moeten wijzigen en daardoor dwarszee komen te liggen. De wind, die inmiddels kracht 10 heeft bereikt, jaagt de zee hoog op en bedekt deze met vlagen verstoven water die er als een mist overheen worden gejaagd. Opnieuw begint het te regenen en wordt alles rondom grijs en zelfs het vliegkampschip, dat op nog geen 1000 meter voor het schip uit vaart, verdwijnt uit het gezicht. We voelen ons eenzaam en angstig in dit helse weer.

Onafgebroken staat overste Valkenburg op de brug, om te trachten het schip op koers te houden, waarbij telkens de vaart moet worden teruggebracht. Niettemin loopt de jager soms zo'n 20 graden uit het juiste spoor, waarbij de machines tegen elkaar ingezet moeten worden om op koers terug te komen. Het verblijf aan dek is levensgevaarlijk en alleen in dringende gevallen mag daar worden gewerkt. Deze gevallen zijn er, want hoe goed alles ook vastgesjord staat, is er door het zware slingeren na enige uren toch loos in de sjorrings gekomen, zoals bij de motorsloepen die hierdoor beschadigd worden. Als het donker begint te worden en het niet meer mogelijk is dwars van de tyfoon weg te lopen, moet het schip gaan bijliggen en verdwijnt de jol overboord, luttele momenten later gevolgd door een paar aluminium vlotten.

De windsnelheidsmeter die tot 70 mijl kan aanwijzen, is al doorgeslagen en men schat de windsnelheid op 80 tot 100 mijl per uur. Dit is tweemaal de kracht van een orkaan en hierdoor wordt de zee hoog opgejaagd. Op de brug, waar de ooghoogte 12 meter is, wordt dan nog geregeld tegen een waterberg van drie meter opgekeken, zodat de totale golfhoogte soms 15 meter bedraagt.

Benedendeks is de ravage compleet en, als gevolg van de sluittoestand X Y Z, ondraaglijk heet. Een koelkast die in stalen beugels aan een waterdicht schot vast staat, hervindt de vrijheid en stort z'n inhoud in het rond. Een schrijfmachine die ergens tussen was knijp gezet, veert op en vliegt als een projectiel naar een acht meter verder staande kast, om verpletterend neer te komen.
De clinometer wijst vijftig graden slagzij aan en blijft daar steken, terwijl het schip nog verder overhelt.
Lang geleden zoekgeraakte spullen komen tevoorschijn en de opvarenden hebben de grootste moeite zich staande te houden. Een korporaal echter wordt overrompeld en met zijn hoofd tegen een deurkruk geworpen. Hij is enige tijd bewusteloos en moet met een lichte hersenschudding in de ziekenboeg worden opgenomen.

Tijdens een van de vele zwiepers die het schip maakte, gebeurde het dat de stuurboordsmeeroliepomp afsloeg, doordat de zuigleiding van de pomp geen olie aanzoog. In verband hiermee moest de gehele stuurboord-turbineset worden afgezet om warm lopen te voorkomen, waardoor ook de stuurboord- schroef tijdelijk buiten werking geraakte. Tot overmaat van ramp viel kort daarop eveneens aan bakboord de smeeroliedruk weg. Gelukkig behoefde hiervoor de bakboordschroef niet buiten werking te worden gesteld, omdat inmiddels een paar man naar de tandwielkamer waren gezonden voor het weer op gang brengen van de smeeroliepompen. Na enkele minuten functioneerde ook de stuurboordschroef weer. Het was een korte, doch precaire situatie, waarin de manoevreerbaarheid van het schip ernstig werd bedreigd in omstandigheden waarbij de navigatie voortdurend de grootste zorg vereiste.

Opvallend is het verhaal van een sergeant-machinst:
Toen de tyfoon op haar hevigst was, viel er voor de meesten niet veel meer te doen dan zich ergens goed schrap te zetten. Ikzelf zette mij knijp bij een munitielift. Ik heb toen het huwelijksbijbeltje dat ik van mijn vrouw bij het vertrek naar Korea had meegekregen tevoorschijn gehaald en een versregel
van Psalm 23 gelezen, die merkwaardigerwijze wel bijzonder van toepassing was op deze razende tyfoon: ..."Al ging ik ook in een dal der schaduwen des doods, ik zou geen kwaad vrezen, want Gij zijt met mij..."
Hierop ging hij naar zijn kooi en heeft de verdere nacht rustig geslapen..

Na een zeer angstige nacht begon tegen het ochtendgloren het weer iets op te knappen en in de loop van de middag was het dan zover dat het schip kon terugkeren naar Sasebo voor herstel van de opgelopen averij.
Toen alle schepen weer binnen waren, bleek dat Hr.Ms. Van Galen er ten opzichte van de andere schepen zeer genadig vanaf was gekomen. Van een Canadese jager die langszij kwam te liggen, bleek het schild van een kanon ingedrukt te zijn. een ander kanon en een Bofors ontzet, een sloep en zes vlotten overboord te zijn geslagen en de asdicdome onklaar geraakt. Tot overmaat van ramp werd van deze jager ook nog een dekhuis ingeslagen. Dit schip, met een andere opbouw dan de Van Galen, had ter wille van de noodzakelijke besturing een hogere vaart moeten lopen, waardoor het dekhuis het moest ontgelden.

Op de Sydney was de schade ook aanzienlijk, onder andere werden een vliegtuig en een sloep op het toch zo hoge vliegdek uit hun sjorrings losgescheurd en overboord geslagen, terwijl vier andere toestellen zware averij opliepen. Er waren verschillende branden uitgebroken die de blusploegen voortdurend bezig hadden gehouden.

Nadat de motorsloep was afgegeven en de emstigste schade hersteld, ging onze jager op woensdag 17 oktober weer op weg naar de westkust van Korea voor een korte assistentie van de Sydney. Tijdens deze trip voerde overste Valkenburg het commando over het begeleidende jagerscherm.
Op vrijdag kwam het bericht binnen dat de Engelse kruiser HMS Belfast en een Amerikaanse destroyer door Migs waren aangevallen, met een vermoedelijk dodental van 28 en dat de Amerikaan op een mijn was gelopen.

Vlak voordat aan deze patrouille werd begonnen, ontvingen de opvarenden de Amerikaanse winterkleding die nu goed van pas kwam, want het was intussen vreselijk koud geworden, vooral in de nachtelijke uren.