De taak meer dan volbracht.

 Bij een schip dat in vol oorlogsbedrijf opereert komen ook onverwachte reparaties voor en soms op tijden dat het net niet schikt Zo moest op zekere dag de Van Galen om 16.00uur uit Sasebo vertrekken, toen om 12.00uur bleek, dat de radarantenne het begeven had. Goede raad was duur, want het schip moest persé op tijd vertrekken.
"Durf je het erop te wagen, dat je de zaak in orde hebt voordat we op het terrein van adie aankomen?", vroeg de commandant.
"Top, ik neem het aan!", antwoordde de Oei (officier van elektronische dienst).
Gerust was hij er echter niet op. De motor werd niettemin naar beneden gehaald en op vaste tijd kon worden uitgevaren. De officier was er daarbij niet absoluut zeker van dat alles tijdig zou zijn gefikst. Op hun rug liggend en zich met moeite in evenwicht houdend op een klein platformpje, met een
schroevendraaier in de ene en een zaklantaarn in de andere hand, werkten twee man van 17.00uur tot 21.30uur in een precaire positie aan de radar in de hoofdmast. Daarbij woei vettige rook uit de schoorsteen hen telkens in het gezicht. Maar zij klaarden het. De Oei kon zijn belofte aan de commandant derhalve nakomen; de radar was op tijd weer in orde.

Bij een andere gelegenheid sloeg 's nachts om half vier de turbo op hol: de regulator was door een of andere oorzaak uit het evenwicht geraakt, waardoor de spanning van 350 tot 400 volt opliep. Dit had tot gevolg dat 200 a 300 zekeringen doorgeslagen en ruim 20 kabelaansluitingen defect raakten. Binnen enkele minuten waren de elektromonteurs present en aan het werk. Zij leverden vakwerk: drie en een half uur later kon het schip uitvaren.

In navolging van Hr.Ms. Evertsen, liet ook de commandant van Hr.Ms. Van Galen de Windmill boven het schip komen en als waardering voor de bewezen diensten, ging er een fles Bols uit de longroom aan de lijn naar boven. De bijbehorende conversatie over de radio was de commandant van het Amerikaanse vliegkampschip niet ontgaan. Zodra de vlieger op zijn schip was teruggekeerd, werd hij dan ook onmiddellijk bij zijn commandant ontboden. Deze vroeg hem, wat hij van de Dutchies had gekregen. Daarop kwam de fles oude klare voor de dag, hetgeen een behoorlijk probleem opleverde, omdat het gebruik van alcohol op de vloot van Uncle Sam streng was (en nog steeds is) verboden.
De commandant moest zich aan de regels houden maar wilde toch de vlieger zijn felbegeerde slokje niet onthouden. Als goed commandant had hij de oplossing snel gevonden en liet de dokter bij zich komen. Hierbij ontspon zich het volgende gesprek:
"Say, Doc, deze man voelt zich niet lekker, hij heeft een opkikkertje nodig. De Dutchies hebben hem uit hun drugstore wat meegegeven. Denk je dat dit de juiste medicijn is om hem er weer bovenop te helpen?"
"Zeker, Sir, dit is een probaat middel, ik zou niets beters kunnen voorschrijven!"
"Mooi! En hoewel ik geen dokter ben, had ik gedacht, tweemaal per dag innemen. Ben je het daarmee eens?"
"Dat is inderdaad een goede dosering, Sir!"
"Prachtig, dan bewaar jij deze medicijn in de scheepsapotheek en jij, Jones, meld je tweemaal per dag in de ziekenboeg. Ik hoop dat het drankje niet te vies smaakt!"

Gedurende de elf maanden operationele dienst onder tactisch commando van de Verenigde Naties, had Hr.Ms. Van Galen haar taak méér dan volbracht. Toen het schip op 16 januari haar laatste patrouille had voltooid en opstoomde naar Sasebo, kwamen de afscheidstelegrammen binnenstromen van bevelhebbers en commandanten van de samenwerkende schepen.

Dan kwam eindelijk de lang verwachte dag, toen op 21 januari onze oorlogsbodem in Sasebo kon ontmeren om de boeg naar het zuiden te keren met bestemming Hong Kong. Onderweg bereikte het schip een mijlpaal, want sinds het vertrek uit Nieuwediep waren 65.000 zeemijlen afgelegd; dit is bijna driemaal de omtrek van de aarde, waarvan 54.000 mijl in operationeel verband in de Koreaanse wateren. Tijdens dit verblijf werden 2775 granaten en 117 lichtgranaten verschoten. Alleen al gedurende de operatie Athenaeum, werden 423 granaten met een enkele reis naar de vijand verzonden en het grootste aantal op één dag bedroeg 360; dat was op 13 augustus 1951 bij Songjin.
Het asdic-personeel luisterde in die periode naar ruim 3 1/2 miljoen pingen en 35 maal werd in volle zee olie geladen, zelfs in een stikdonkere nacht.

Op donderdag 28 februari verscheen om 08.30uur de aflosser Hr.Ms. Piet Hein bij de Naval Dock Yard en alle hens liep uit om het volgende Nederlandse oorlogsschip te verwelkomen. De loopplank werd uitgelegd en even daama begroette men elkaar met blijde gezichten.
Enkele dagen werden benut voor de overdracht van de taak, maar op maandag 3 maart 1952 was het grote moment aangebroken en nam Hr.Ms. Van Galen voorgoed afscheid van het Verre Oosten om de thuisreis te aanvaarden. Op zaterdag 21 juni 1952 was de jager weer thuis in Den Helder na eerst nog een onvergetelijke wereldreis te hebben voltooid.


Hr.Ms. Van Galen op 21 juni 1952 in Den Helder bij terugkeer uit Korea - Foto coll.IMH