Maurie

"Maurie?" Wie of wat is dat? Is het ergens een naam van? Klopt! 
De naam van het scheepshondje van Hr.Ms. Johan Maurits van Nassau F 802). Maar laten we nu niet op de dingen vooruit lopen en bij het begin beginnen Op 25 juni 1943 werd te Renfrew in Schotland -reeds tijdens de bouw -HMS Ribbie door de Koninklijke marine overgenomen en door de toenmalige Kltz. A. de Booy in dienst gesteld met de naam Hr.Ms. Johan Maurits van Nassau. Het betrof een fregat van de River-class.

Bijna tien jaar later stond diezelfde meneer A. de Booy, inmiddels opgeklommen tot vice-admiraal en Bevelhebber der Zeestrijdkrachten, een week voor het vertrek naar Korea in de Helderse marinehaven de bemanning toe te spreken omtrent hetgeen hen zou staan te wachten. Omdat het nu geen torpedobootjager betrof maar een fregat, zou de taak ook anders zijn. Meer patrouillevaren en veel minder kustbeschietingen. Meestal hebben dergelijke hooggeplaatste personen gelijk, ditmaal allerminst!

Maanden van voorbereiding waren nodig geweest om het schip voor haar toekomstige en belangrijke taak gereed te maken. Een grondige onderhoudsbeurt op de Rijkswerf, waarbij alles werd aangepast of veranderd, een extra kwastje verf hier en daar, zodat het schip eruit zag om door een ringetje te halen.

"Laat dat ding niet uit je klauwen vallen", zei de kajoe (=Maleis voor timmerman), "anders zitten we straks op 8.000 voet bij Petrus aan de bakstafel...", "snert te schaften", vulde de leerling aan.
Dat "ding" was een 10,5cm granaat en een en ander gebeurde tijdens het munitie laden. Het waren drukke tijden in die dagen. Op een goede ochtend kondigde de schipper aan: "Zij, die nog geen plunje-vaccinatie hebben gehaald, moeten die nu halen", waarbij hij blijkbaar het tropenplunje halen en de pokken-vaccinatie door elkaar haspelde. ...Het werd hem vergeven, want de man had meer aan zijn hoofd.

Toen brak dan vrijdag de 21ste november aan. De Piet Hein seinde vanuit Hong Kong het volgende:

"Goede vaart en goede reis,
welkom in dit paradijs.
Van Korea en Japan,
Wij hebben er nu tabak van!
leder roept met luide stem:
Hiep, hiep, hoera voor J HM",

Waarop de pozie-rol op post kwam en onderstaand gedicht uit de bus rolde:

"U bent het zat,
maar ons fregat,
zal na de rij van admiralen,
als generaal niet falen!
Tot straks, Piet Hein!
Hong Kong zal er stil van zijn!"

Op vele manieren werd afscheid genomen, vrolijk, somber, tragisch, kortom ieder op zijn eigen manier. Om kwart voor twee stroomde het bezoek van boord en werd het opeens rustig op het schip. Onder commando van KJtz. N.W. Sluijter stoomde het fregat, na met een laatste groet van de stoomfluit, door het Marsdiep en het Schulpengat langs Huisduinen, waar de inwoners met lakens uit de ramen zwaaiden. Voorlopig ging alles prachtig, werd orde op zaken gesteld en begon men het schip in gereedheid te brengen voor de oorlogstaak.

Toen de Golf van Biskaje werd bereikt, verdwenen plotsklaps velen van het dek en van de kaart. Opmerkelijk was meteen het teruglopen van het bierverbruik tot zegge en schrijve twee pijpjes per dag. Gelukkig komt aan alles een eind, zelfs aan het slingeren en stampen van het schip, dus werd Kaap Vincent gepasseerd en de Rots van Gibraltar, waar ze wilden weten welk schip dit was, zodat de bestemming met het naamsein werden gewisseld.

De eerste pleisterplaats was La Valetta op Malta om een voetbalwedstrijd te spelen. Het elftal werd stevig ingemaakt en kon met 7-1 op de blaren gaan zitten. Overigens had deze wedstrijd nog een staartje, met vier pootjes er aan, langharig en van de vrouwelijke kunne. Dit product werd na de voetbalwedstrijd als troostprijs cadeau gedaan door een Maltezer politieagent. De korporaalkonstabel ontfermde zich over deze aspirant scheepshond, doopte haar Maurie en bevorderde haar direct tot Marva 1e klas, omdat je voor een dame wat meer respect moet hebben. En hiermee is tevens het raadsel in de aanhef van dit hoofdstuk opgelost.

Na Malta stoomde de Johan Maurits van Nassau om de oost langs Cyprus en Kreta naar Libanon.
Intussen was het "heilig avondje" gekomen, hetgeen een prachtig feest werd. Zo was er voor iedereen wat. Zelfs Maurie kreeg een halsband met inscriptie, iets wat in Beiroet goed van pas kwam. Want ook Maurie kon de verleiding van de wal niet weerstaan en was plotseling verdwenen, alleen de wal op, zonder zee-pa. Maar midden in Beiroet werd zij weer opgepikt en veilig aan boord teruggebracht.

Vol goede moed werd naar Port Said vertrokken, snel het Suez-kanaal en de Rode Zee genomen, om in Aden de voorraden weer aan te vullen en rap weer te vertrekken. Bah... Wat 'n gat!

Een dag nadat aan de oversteek naar Colombo was begonnen, deed zich een vervelend incident voor. Een hofmeester moest in de ziekenboeg worden opgenomen wegens een acute blindedarmontsteking. Eerst werd getracht contact te krijgen met andere schepen die misschien een betere operatiegelegenheid hadden, maar al gauw seinde de Fairsea dat ze die niet hadden. Maar de Gen. Mc Muir, een troepentransportschip met Koreavrijwilligers aan boord en eveneens op de uitreis, maakte rechtsomkeert en stoomde het Nederlandse schip tegemoet. Enige tijd later kregen de telegrafisten een Hadji-schip aan de lijn waar een chirurg aan boord zat. De Gen. Mc. Muir werd bedankt en met 17-mijls vaart stoomde het fregat op het m.s. Mohammedani af. Het was een groot wit schip; de sloep van de Maurits werd gestreken en de chirurg aan boord gehaald. Deze constateerde na een diepgaand onderzoek dat een operatie onder deze omstandigheden niet mogelijk was (hijzelf had in geen
20 jaar geopereerd). Ook de chirurg werd bedankt en teruggebracht naar zijn eigen schip. 
Nog diezelfde avond werd de hofmeester dan toch maar in de boordziekenboeg met eigen middelen geopereerd en binnen enkele dagen was hij weer het ventje.

"Klein rot landje, kleine rot navy, toch maar elkaar tegenkomen midden op de Indische Oceaan, van Nieuw Guinea, nr Korea, voorlopig!"
Deze woorden moesten de korporaalseiner van het hart, toen Hr.Ms. Boeroe en de Maurits rustig naast elkaar dobberden op de oceaandeining. De sloep ging te water met oplopers over en weer en de thuisvaarders konden weer een echt Hollands pilsje drinken. Pakketjes en films werden uitgewisseld, waarna ieder weer zijn eigen koers ging voorliggen.

De kerstdagen werden in Colombo doorgebracht en de viering van oud en nieuw onderweg naar Singapore. Kanon 2 en de stoomfluit luidden het nieuwe jaar in, onder de klanken van "de blanke top der duinen" dat door de gehele bemanning in een echte community-singing ten gehore werd gebracht.

Van Singapore naar Hong Kong, het laatste stukje bleek zeker niet het gemakkelijkste. Dagen achtereen stond een behoorlijk zeetje recht op de boeg, waarbij zeildoekse kappen van het ankerspil wegsloegen en alles met een dikke laag zout bedekte, zo erg, dat zich een brede witte zoutlaag om de schoorsteen vormde, waarbij men zich afvroeg tot welke maatschappij het schip behoorde.

De ontmoeting met de Piet Hein op 10 januari 1953 in Hong Kong betekende weer een mijlpaal. De sterke verhalen waren niet van de lucht. Het gonsde van geruchten over treinen beschieten, geisha's, stores en Japanse baden. Anders gezegd: de nieuwkomers moesten dit maar snel zelf gaan ondervinden. De bemanning werd uitgebreid met vier Chinese wasbazen en de benodigde bescheiden werden van de Piet Hein overgenomen, die hierop naar huis ging. Hr.Ms. Johan Maurits van Nassau was klaar voor haar taak, dus werd op 22 januari opgestoomd naar Sasebo.

Het binnenlopen van deze haven had een bijzonder tintje. De Britse kruiser HMS Birmingham had op dat moment de controle over alle in- en uitgaande schepen en toen de Nederlandse nieuwkomer de baai binnenkoerste, flitste van de Engelsman de seinlamp aan die vroeg: "What ship?"
Prompt antwoordde het Nederlandse fregat met een gedurfd en voor de Britten nogal pijnlijk antwoord:
"De navy die Nelson ten val bracht". 
Deze opmerking werd door de Engelsen niet op prijs gesteld en de commandant werd ter verantwoording geroepen.
Vanaf dit moment stond het schip onder operationeel bevel van de Commander Naval Forces Far East.
En Maurie? Daarmee ging het uitstekend. Ze had al echte zeebenen gekregen en was vrijwel steeds in de directe omgeving van haar zeepa te vinden.