De Maurits heeft er balen van !

 Hong Kong was heet, bloedheet! En het dok ook! Het schip was er een dag eerder ingegaan, omdat Rita op komst was, 'n kenmerkend zusje van tyfoon Ruth. Maar wulps was ze vlak voor Hong Kong van richting veranderd, waardoor de bemanning naar prettiger dingen kon kijken. En die waren er volop! Evenzo als hun voorgangers konden nu de opvarenden van de Maurits ervaren hoe warm de ontvangst door de Nederlandse Kolonie kon zijn.

Toch werd het temidden van al deze geneugten en plezier even stil. Toen werd namelijk in de middag van 9 september vrij plotseling een klein vaartuig van de Engelse marine door de communisten beschoten, waarbij van de veertien opvarenden er zeven het leven lieten. Onmiddellijk voor de torpedobootjager HMS Cossack uit om de overige zeven mensen op te pikken en het getroffen bootje op sleeptouw te nemen. De dag hierop werden de zeven slachtoffers met militaire eer in Hong Kong ter aarde besteld.

Minder ernstig was een incidentje op zondagmorgen, toen een van de Chinese vrouwtjes van de Side-Party, die aan boord waren, overboord viel en klem kwam te zitten tussen een vlot en het schip. Reikende handen brachten haar snel binnenboord en brachten haar naar de ziekenboeg. De dokter was reeds ter plaatse en onderzocht haar, dat wil zeggen alleen het bovenlichaam, want een Chinese vrouw zal zich niet laten uitkleden waar een vreemde bij is, zelfs niet als hij een dokter is. Gelukkig viel het nogal mee, een paar kneuzingen en een gebroken rib, reden waarom ze per ambulance naar een ziekenhuis werd vervoerd.

Als dank voor de genoten gastvrijheid, werd nog een geslaagde afscheidsparty gegeven, waarna op maandag 14 september de werkelijkheid zich weer deed gelden. Door de Gele Zee werd koers gezet naar Sasebo voor een verblijf van slechts enkele uren om olie te laden en films aan boord te nemen, waarna voor de laatste maal naar de Koreaanse westkust werd gekoerst.

Wij wisten dat onze aflosser inmiddels uit Nieuwediep was vertrokken en daarom verzonden wij onderstaand telegram:

"Nu gij Dubois, als vijfde schip
uit Den Helder zijt vertrokken,
wensen wij U een goede vaart
en aankomst zonder brokken.
In Korea en Japan,
De Maurits heeft er de balen van!"

Kort hierna werd van Hr.Ms. Dubois het volgende antwoord ontvangen:

"Aanvaard de dank van het vijfde schip
voor Uw vriendelijke woorden.
Ook wij hopen in een wijl,
Te arriveren in Uw oorden.
Houd nog even vol en koppig stand,
tot Uw terugkeer naar het Vaderland".

In de vroege morgen van 20 september 1953 ging het schip nabij Paeng Yong Do voor anker, maar nu met een geheel andere missie dan voorheen... .De sloep ging te water om het eiland eens nader te verkennen. Bittere teleurstelling was het resultaat. Wat een ellende! Wat een rotzooi! Aan de voet van een hoge rots stond iets wat een dorp moest voorstellen, het was nog minder dan een kampong. Een stel krotten dicht op elkaar geplakt en gebouwd van takken en leem. Voor de winter had men onder de lemen vloer een paar gangen gegraven waardoor de warmte van de kachel, een gat in de grond, werd geleid. In lege conservenblikken werd gekookt en gebraden, terwijl men at uit lemen kommen. De straten bestonden uit modderige paadjes, waarover je niet met z'n tweeën naast elkaar kon lopen. Naakte kinderen liepen er rond en mamma gaf haar kroost op straat rustig de borst. Er was ook een kapper, tenminste als je er iets voor voelde om met een schapenschaar geknipt te worden. Stinken deed het er ook, maar dat was niet zo verwonderlijk.

Verder gebeurde er weinig, maar tenslotte kwam het grote moment waarop we voorgoed anker op gingen en de eilanden Taechon Do, Peangyong Do, Yong Pyong Do en hoe ze verder ook moge heten, al het goede toewensten, in de hoop ze nooit meer terug te zien. In zijn mijmeringen kwam één der opvarenden van de Maurits tot het volgende gedenkwaardige resumé:

"Tien lange maanden hebben wij hier allemaal ons best en onze plicht gedaan en nu het voor ons afgelopen is, kan ik niet zeggen dat wij een beroerde tijd hebben gehad. Goed, het was niet altijd even mooi en het leven was hard genoeg, maar wat hebben wij hier niet veel kennis opgedaan. De kameraadschap ontbrak soms aan boord, behalve dan als men elkaar werkelijk nodig had. Hierbij denk ik aan de ons ontvallen collega's en de vele gewonden die aan boord zijn geweest, aan de bombardementen en gevechten, dan deed de een alles voor de ander. Wanneer er geschoten werd, zoals bij de landingen, dan was iedereen bang, maar voor elkaar wilde men het niet laten merken.

Het was opvallend dat veel mensen aan boord zo fanatiek werden op ogenblikken dat er werkelijk gevaar was voor schip en bemanning. ledereen sloofde zich uit en de wapens hebben geen enkele maal behoeven te rusten omdat er te weinig munitie werd opgevoerd. Dus ook de mensen benedendeks die de granaten opvoerden, deden hun best. Juist in die periode was het de fijnste tijd aan boord. Toen was de stemming op het hoogste niveau en iedereen deed wat er in oorlogstijd van hem werd verlangd. Als je doodmoe te kooi lag en men had je weer nodig, dan kwam je zonder te morren weer op de been. Eten? Wie denkt er nou aan eten als er zo'n mooi gevecht aan de gang is. Nee, éérst vechten en dan eten. En anders laten ze het maar rondbrengen. Zo is het geweest en ik zal nooit zeggen, dat ik spijt heb gehad naar Korea te zijn gegaan".
Karaktervolle woorden die tekenend zijn voor de mentaliteit van Nederlandse marinemensen in tijden dat het echt nodig is!

Op donderdag 8 oktober 1953 kwam HMNZS Kaniere ter plekke om de wacht over te nemen, waarop afscheid werd genomen met een: "Vaarwel Korea!"
Tijdens het tien dagen durende verblijf in Sasebo passeerden alle officiersrangen de valreep, van subalterne- tot vlagofficier, waarbij onze schipper het record overfluiten scherper stelde... Alle officieren kwamen hun bewondering en voldoening uitspreken aan het adres van Hr.Ms. Johan Maurits van Nassau en haar bemanning. Een admiraal liet weten, dat zijn bemanning hem nooit enige reden tot zorg had gegeven en dat wij al onze taken op zeer efficiënte wijze hadden uitgevoerd. Hij was er trots op "Such a fine ship" onder zijn commando te hebben gehad. Dit compliment kon de Koninklijke marine voorlopig in haar zak steken.

Het was een indrukwekkend afscheid zonder meer! "Scheiden doet lijden-, en om dit te verzachten, zette het schip koers naar het Japanse stadje Beppu, aan de noordoost kant van het eiland Kyushu, om op verhaal te komen. Beppu is kleiner dan Sasebo, maar véél mooier! Het wordt de Riviëra van Japan genoemd. Men vindt hier zwavelbronnen en het grootste Boeddhabeeld van Japan, dat maar liefst dertig meter hoog is.

De Amerikaanse bezetting van het stadje bestond uit Airbornetroepen, waaronder juist dát bataljon, dat destijds boven Nijmegen was afgesprongen. Logisch dat er binnen de kortste keren enkele van hen aan boord kwamen om nog eens na te kaarten.
We kregen ook bezoek van de burgemeester van Beppu, vergezeld van vier in kleurige kimono's gehulde girlsans, een of ander damescomité dat onze commandant bloemen kwam aanbieden. Het kostte hen wel enige moeite om langs de Middellandse Zee-trap aan boord te klauteren, maar ze deden dapper hun best, geholpen door attente handen.

Veel was er te bekijken op de wal, heetwaterbronnen in alle kleuren van de regenboog. Sommige waren zo heet dat je er zomaar een eitje in kon koken. Drie dagen waren eigenlijk te kort voor dit bezoek, maar je weet dat je verder moet om je aflosser te ontvangen.

Op 26 oktober meerde het schip af in Yokosuka om er de komst van Hr.Ms. Dubois af te wachten.
Uiteraard volgde er een bezoek aan het Holland House in Tokio en een rondrit door de stad, maar ook de gewonde militairen in het Annex-hospitaal werden niet vergeten. Daar lagen nog Hollandse jongens die vlak voor het staakt het vuren gewond werden.

Het behoeft niet verbloemd te worden, dat op de lang verwachte morgen dat de Dubois langszij zou komen de stemming aan boord ietwat opgewonden was. Met scheepswerkzaamheden wou het al niet te best vlotten, velen liepen niets- en gewichtig doende met pas verworven kleinbeeldcamera's op het dek te ijsberen, en er stonden verscheidene uitkijken Dubois op post, om bij het in zicht komen alarm te slaan teneinde het ontvangstapparaat in werking te stellen. De avond tevoren was er al radiocontact geweest tussen beide eerste officieren, waarbij de Dubois vertelde dat zij na Hong Kong vrij slecht weer hadden gehad en eruit zagen als een roestig Verkadeblikje.

Toen de Dubois dan eindelijk langzaam dichterbij kwam in het Nederlandse marinegrijs, het rood-wit-blauw fier in de mast, waren er velen die ijverig een klein brokje-in-de-keel stonden weg te fotograferen. Na het formele "front maken", barstte een daverend gejuich los en iedereen ontdekte maten en maatsmaten. Daarna was het hard werken geblazen en viel er veel te regelen; detailgoederen werden overgegeven, seiners liepen met seinlampen en officieren met NATO-boekwerken te sjouwen. De kerstpakketten werden aan boord genomen en onze onvolprezen scheepshond Maurie werd aan de zorgen van de schipper van de Dubois toevertrouwd; zij had nog een termijn aangevraagd, daar ze niet genoeg kon krijgen van Japan, hetgeen we ons best konden voorstellen.

De volgende morgen, vrijdag 6 november 1953 om 08.00uur, ontmeerden beide schepen en op de rede werd nog éénmaal front gemaakt voor elkaar. Daarna scheidden zich beider wegen; het ene fregat zette koers naar Nieuwediep met een lange reis voor de boeg, het andere fregat bleef en niet lang daarna begon het met haar koude en taaie patrouilles op de westkust van Korea. "Sterkte mensen, doe je best-!

Zo begon Hr.Ms. Johan Maurits van Nassau aan haar welverdiende thuisreis langs Midway, Honolulu, San Francisco, San Diego, Acapulco, Balbao, Christobal, Willemstad, Port of Spain, Paramaribo en St. Vincent, om te eindigen, niet in Den Helder, maar... in IJmuiden.

In totaal verbruikte het schip 7.807 ton stookolie. Er werden 53 "fire-missions" uitgevoerd, waarbij 1.437 granaten van 10,5cm op vijandelijke doelen werden afgevuurd.; 22 maal werden geschutsopstellingen onder vuur genomen met een totaal van 361 granaten, 12 keer troepenconcentraties met 248 granaten, 5 maal een bunker met 123 granaten, 4 maal een vijandelijk dorp waarin zich communistische troepen ophielden met 77 granaten, 4 maal een brug met 157 granaten, 1 maal een vijandelijke weg met 15 granaten en 1 maal een paar vijandelijke legerauto's met 13 granaten, terwijl invasievuursteun gegeven werd bij de invasies van Sunwi Do en Yuk To, waarbij 443 granaten van 10,5cm, 1.417 granaten van 40mm en 250 granaten van 20mm werden verschoten. De resultaten waren over het algemeen uitstekend; onder meer werden vernietigd: 1 brug, 1 legerauto, 1 geschutsopstelling, enige huizen en 4 bunkers, terwijl enige malen vijandelijke geschutsopstellingen en bunkers zwaar beschadigd werden en onder communistische troepen vele slachtoffers vielen. Een indrukwekkende lijst! De vice-admiraal had zich in zijn toespraak voor het vertrek dus toch vergist!

Dan blijken de laatste loodjes toch nog zwaar te wegen. Regen en hagel deden de opvarenden eraan herinneren, dat het kille kikkerlandje naderde en juist toen we meenden de laatste zeemijlen naar Nieuwediep te kunnen gaan afleggen, lagen we daar vleugellam voor de Nederlandse kust doordat beide ketels lekkages vertoonden en de machines moesten worden gestopt. Temidden van het ijs bracht de sleepboot Hektor het trotse fregat binnen de pieren van IJmuiden, waar de inmiddels gewaarschuwde familieleden zich in drommen hadden verzameld. Op 6 februari 1954 was alle leed weer geleden! De Maurits was weer thuis.


Aankomst van Hr.Ms. Johan Maurits te Amsterdam op 6 februari 1954