En......Het bier was weer best!!!

 Vrijdag 18 januari 1952 was een dag die door de mensen van Hr.Ms. Piet Hein niet snel vergeten zal worden. Terwijl een noordwesterstorm over de kop van Noord-Holland raasde met een snelheid van zo'n 40 mijl per uur, gingen om 11.00uur de trossen van deze torpedobootjager in de vaderlandse vlootbasis los. Flarden van het Wilhelmus, gespeeld door de Marinierskapel, drongen vaag tot de opvarenden door, want de grootste belangstelling ging uit naar de talloze familieleden op de Buitenhaven waar het zwart stond van de afdouwers. Op de brug de commandant, Kltz. A.H.W. von Freitag Drabbe, die behoedzaam de oorlogsbodem naar buiten manoevreerde en de gelegenheid te baat nam om een driewerf hoezee uit te brengen.

De noordwesterstorm op die eerste dag was voor velen een harde leerschool. Voordat Huisduinen met de stoomfluit werd gegroet, waren reeds vele bemanningsleden van de kaart. Niet veel later volgde het noodlot. Een zware roller beukte het schip, waarbij kwartiermeester F. van der Horst overboord sloeg en verdronk. Niettegenstaande onmiddellijk alarm maken, boei overboord gooien en zoeken tot de laatste hoop moest worden opgegeven, werd hij niet gevonden.

Om half vier wr een zware zee en met het geluid als een kanonschot werd de stuurboordzijde getroffen, waarbij de motorsloep aan splinters werd geslagen, twee davits afbraken en de whaleboot met haar davits ontzet. De kracht van de elementen had zich gedemonstreerd.
Ontredderd en niet meer geheel zeewaardig, moest worden besloten naar de basis terug te keren om de opgelopen averij te laten herstellen. 
's Nachts keerde het schip terug in de Helderse marinehaven, waarna de afdeling scheepsbouw van de Rijkswerf een van de beste staaltjes van haar kunnen liet zien. In minder dan geen tijd werd de ravage verwijderd en binnen 24 uur waren nieuwe sloepen en davits aangebracht en was de schade hersteld. De arsenaaldienst leverde rst en vroeg pas drna om de benodigde papieren. 

Op maandag 21 januari 1952 om 08.00uur precies, werd in het vroege donker een nieuwe poging ondernomen, die nu gelukkig beter verliep. Weldra werd besloten een poging te wagen de verloren tijd in te halen.
Terwijl onderweg druk werd geoefend, verdwenen de Engelse en Franse kusten snel uit het zicht en ondanks het droeve begin van deze reis, steeg aan boord al snel de stemming en de temperatuur. De eerste mijlpaal kwam in zicht; de voor velen zo bekende Rots van Gibraltar, waarop iets later van de brug via de scheepsomroep de mededeling volgde:
"Aan bakboord ziet u thans het meest zuidelijkste deel van Spanje: Tarifa".

Meteen helde het schip duidelijk scheef over bakboord, want dit wilde iedereen graag zien. 
De Noord-afrikaanse kust werd gevolgd en op maandagmorgen 28 januari werd Malta bereikt om olie te laden. Passagieren was er niet bij, alleen kon er even een voetbalwedstrijd met 3-2 worden verloren. Er werd namelijk meer naar de lucht gekeken dan naar de bal, want de nieuwste snufjes op vliegtuiggebied, met name Vampires en Gloster Meteors, scheerden laag over het veld.

's Avonds om 19.00uur werd het anker gelicht en koers gezet naar Tripoli. Hier kon de bemanning weer de benen strekken en zich ontspannen, waarna men op de 31ste weer vertrok naar Port Said, waar het schip op 3 februari aankwam. Dank zij de voortreffelijke medewerking van de Britse marine kon het Suez-kanaal in de recordtijd van acht uur worden overwonnen. Eenmaal in de Rode Zee steeg de temperatuur alsmaar hoger en hoger, zodat op 5 februari het tropentenue werd aangetrokken. Twee dagen later meerde Hr.Ms. Piet Hein af in Djibuti en wachtte de bemanning een grote teleurstelling: er was geen post! Die lag ergens in Cairo of Addis Abeba, maar beslist niet in Djibuti. Om af te reageren werd tegen de Fransen een voetbalwedstrijd gespeeld en natuurlijk met 3-1 verloren.

De volgende morgen vertrok men zonder post, waarna koers werd gezet naar Colombo. Onderweg ging het singletje uit om de zonnestralen gelegenheid te geven de bleke bast een beter aanzien te geven. Op 13 februari werd in Colombo afgemeerd en bijna iedereen kocht een klein houten olifantje als herinnering aan deze stad die hierom zijn bekendheid geniet.
Kennelijk had de commandant haast, want reeds de volgende dag vertrok men weer. Niemand was hier echter treurig om, temeer nu er wel post uit Nederland was gekomen, zij het, dat velen brieven misten die in Djibuti hadden moeten aankomen.

Zondag 17 februari was een grote feestdag aan boord. Amper had de dominee zijn dienst beindigd, of Zijne Majesteit de God der Zeen Neptunus kwam met zijn gevolg aan boord. Niet dat de evenaar werd gepasseerd, maar Koreavaarders dienen k gedoopt te worden! 
Aldus geschiedde! 
Het werd een complete orgie volgens ritueel gebruik van de zee met groene zeep, vet, enz. enz. Het zoute borreltje zeewater en de brandslang ontbraken uiteraard niet. Proost!

Op de 18e februari kwam het schip in Singapore aan, echter alleen om olie te laden. Meteen hierna werd opgestoomd naar Manilla op de Philippijnen. Zwaar stormweer onderweg bezorgde het schip een dag vertraging, maar op de 23ste kon worden afgemeerd. Meteen voelde Janmaat zich thuis. Wat 'n stad! Alles was gratis, mits gekleed in uniform. De mensen waren vriendelijk, een stralende zon en een bezoek aan de San Miguel Brewery, waar de bemanning gratis bier kon drinken! Gratis!!! Dus...het bier was weer best!. 
Maar ook hier gold het gezegde: "Lekker is maar ene vinger lang", dus keek iedereen een beetje meewarig toen op 26 februari de nawuivers kleiner werden en de boeg richting Hong Kong werd gericht. Daar kwam het schip op 28 februari aan.