Een bijzonder kind, en dat is ie...

 
Groot was de vreugde toen 's morgens het eerste deel van de reis was volbracht. De Van Galen lag nog in het dok en zou de volgende dag weer zeeklaar zijn. Velen luisterden al spoedig met open monden naar de verhalen van hen die hier al zo lang waren.

Op 2 maart werd de taak van Hr.Ms. Van Galen officieel overgedragen aan Hr.Ms. Piet Hein. De volgende dag ging de D 803 naar huis en bleef de D 805 nog even genieten van de gastvrijheid die werd aangeboden door onze landgenoten in dienst van de Royal Interocean Lines, of Java-China Pakketvaart Maatschappij. Het gebruikelijke ritueel van onze voorgangers kreeg zijn vervolg in uitstapjes en party's en de bemanning van de Piet Hein vond Hong Kong een .hoge pit".

Op donderdag 20 maart vertrok de oorlogsbodem om, langs het eiland Formosa koersend, op zondagmiddag om 14.00uur in de haven van Sasebo af te meren. Direct viel het verschil op tussen Holland en Japan. Houten huisjes zoals op een plaatje, tegen een berg opgebouwd en ongeplaveide straten.

Het was wachten tot donderdag 27 maart, de aanvangsdatum van de eerste patrouille. Meteen werd alles menens! Het eerste schemeralarm werd gegeven. De kans dat vliegtuigen of onderzeeboten zouden aanvallen was op zo'n moment het grootst. Een dag later meldde de Piet Hein zich present op het patrouilleterrein aan Commander Task Unit 95.12.1 nabij Cho-Do. The game was on, at last!
Het Britse fregat HMS Grane dat werd afgelost, had juist een dag tevoren een treffer in de dynamoruimte gekregen. De Piet Hein was dus gewaarschuwd en meteen op haar quivive. Daar lag het Nederlandse schip dan, alleen, nog wat onwennig als een vreemde eend in de bijt. Overdag buiten de bombing-line maar 's nachts dicht onder de wal op een strategisch punt, klaar om zonodig direct te kunnen optreden.

Oe tanks vol houden met brandstof is in oorlogstijd een must, want ieder moment kan er iets gebeuren waardoor je met hoge snelheid ergens op af moet. De opdracht voor olie laden gebeurde meestal per telegram en het was soms grappig deze te lezen. Men sprak niet over tanken, maar drinken: "Piet Hein proceed to snake skin for drink".
Het was ook nog vreemd om rond te varen met een geheel verduisterd schip. Aardedonker was alles, maar daar had de schipper iets op gevonden: hij liet alle uitsteeksels wit tjetten, zodat je minder kans liep je te stoten. de schipper was kort van stuk en had geen interesse in puntige voorwerpen waaraan men z'n hoofd kan stoten. De schipper was net als Dik Trom: "een bijzonder kind, en dat is ie!"


Hr.Ms. Piet Hein stuift met hoge snelheid op een doel af - Foto coll. IMH

Alles verliep verder rustig, totdat op de laatste dag in maart plotseling de alarmschellen lang en hevig rinkelden. Via de TBS (Talk Between Ships) kwam van USS Gull de noodkreet over de radio binnen, dat n van de Zuidkoreaanse scheepjes met troepen aan boord van achter een heuvel werd beschoten, vermoedelijk met 7,5cm granaten. Kleine waterfonteinen spoten venijnig omhoog, vlakbij het scheepje. De commandant besloot het vuur te beantwoorden omdat het schip juist in een vrij gunstige positie lag. Om doeltreffend te zijn werd om luchtverkenning gevraagd en verkregen. De airspotter registreerde en corrigeerde de aanslagen die uit de 11 cm kanons braken.

De vlieger van "Duckshoot 1" was razend enthousiast toen hij om 09.52uur via de radio aan Sitting Duck kon melden:
"Hit the target just when they were about to start firing".
Om kwart over tien werd de Duckshoot 1 afgelost door de Duckshoot 2, die eveneens vol lof meldde:
"One full hit on a gunposition, two pillboxes, two of three airshelters heavely damaged and the targetarea weil plastered". 
Het eerste bombardement was een succes en werkte hartversterkend.

De 1ste april was natuurlijk de dag van de meer subtiele grapjes; cake halen voor zeuntjes in de kombuis en donkere brillen waren verkrijgbaar op de brug om naar een totaie zonsverduistering te kijken. De eerste officier maakte het nog bonter een deelde mede, dat een half uur vr schaften gelegenheid bestond om "snavel. te halen in het kabelgat.

Op zondag 6 april werd 's middags terloops nog even een rondje granaten afgegeven op enkele bunkers, waarna de torpedobootjager HMCS Cayuga ten tonele verscheen om de Piet Hein af te lossen, die hierop met 18-mijls vaart naar Sasebo ging om er in de stromende regen te bevoorraden en een quick refit aan de hoofdbatterij te geven. Slechts n dag was er om te passagieren, waarna werd vertrokken om de carrir USS Bairoko naar de Gele Zee te escorteren.
Nou is die Gele Zee net zo geel als 's zomers een weiland in Holland... Edoch, toen kwam er een windje(?) vanuit de Gobi-woestijn en binnen n dag veranderde het schip volledig van kleur. Dus toch Gele Zee! Het dekpersoneel had nooit zo snel het schip okergeel kunnen tjetten, zodat de brandslang uitkomst moest brengen om het malineglijs weer zichtbaar te maken.

Uit meer dan het in jagerschenn varen bestond deze patrouille niet, zodat op 19 april naar Sasebo werd gegaan om olie te laden. Bij binnenkomst regende het weer eens voor de verandering, maar wie daarop lette...! Het was immers goed voor de schipper die er misschien van groeide.
Sasebo was min of meer het Japanse Nieuwediep geworden. Er is echter n duidelijk verschil tussen de echte en de tijdelijke thuishaven: Nieuwediep heeft zijn Lange Jaap. en Sasebo heeft "Jane Russell" (voor kenners is nadere uitleg overbodig).
Deze" Jane Russeli. is een berg en vertoont vormelijk enige overeenkomst met de beroemde filmster (dit voor de niet kenners). Sasebo leek net op een kampong of beter: een kruising tussen een kampong en passar gambir. Je werd er kleurenblind van de neonlichten en het aantal winkeltjes was niet te tellen. Alles was van hout en pal bovenop elkaar gebouwd. Van wegenaanleg hadden ze nog nooit gehoord. Wel van een rolschaatsbaan, alsmede drie stenen gebouwen en taxi's. Meer viel destijds over de stad Sasebo niet te vertellen.

Rages ontstaan op de meest uiteenlopende plaatsen en tijden. Zo ook op dit oorlogsschip en in deze stad, want iedereen aan boord had plotseling de "hengel-inkoop-woede.. Hoeveel hengels er precies gekocht zijn zal wel nooit beantwoord worden. Vast staat wel dat iedereen ineens zr deskundig aan alle hens stond uit te leggen hoe zo'n ding nou wel werkte. Het waren allemaal werphengels, compleet met molen en silk, kunstvisjes en kunstvliegjes. Enfin, alles was kunst, zelfs er iets mee te vangen. Alleen niet voor de bottelier, want die had een stuk schiemansgaren met kromme spelden en een ballastschuitje. Elke keer riep ie: "Halen", inplaats van "beet". Kenners van de edele hengelsport vonden dit cultuurloos.

Serviezen werden er ook gekocht, per mud! Hengels en serviezen, omdat het zo goedkoop was en het thuisfront er gelukkig mee gemaakt kon worden. Luid zingend kwamen de boys dan terug op hun schip, soms net even te laat, omdat vlak voor zij aankwamen, net de sloep was vertrokken! De commandant geloofde dit echter nooit, wat natuurlijk zeer onrechtvaardig van hem was...

De derde patrouille ving aan op 22 april en leidde naar de westkust van Korea. Het begon saaie koek te worden, maar op de 29ste kwam er leven in de brouwerij door middel van een beschieting nabij Amgah, even benoorden de 38ste breedtegraad, toen 27 salvo's werden afgevuurd op een geschutopstelling. Eenzelfde doelwit golden de 57 salvo's die de dag hierop werden verzonden bij de stad Wolsari.

Tijdens een van de nachtposten kreeg het schip een vaartuig van de ROK-marine toegewezen om te assisteren. En van de jongere officieren ging mee als liaison-officier en stapte met zijn staf aan boord, uitgerust met een ketel koffie, lunchpakket en zeekaart. Hij had deze artikelen gedeponeerd in, naar wat men hem vertelde, de longroom moest voorstellen. Alles ging goed, totdat deze jonge officier honger en dorst kreeg en dus van de brug op weg toog naar de longroom. Het was al niet meer nodig: niet alleen was de zeekaart al opgeborgen, het beleg was ook al tussen de boterhammen verdwenen en de Koreanen, die hier nog over aan het herkauwen waren, deelden hem grijnzend en zeer tevreden mede dat de chocolade van de Piet Hein beter was dan bij hen. Dat de koffie nou niet altijd "je-dat" is geweest, is meer dan bekend, maar dat deze naar chocolade smaakte was toch iets nieuws. Onze officier zag dus met lede ogen dat en koffie en maaltijd waren verdwenen. Maar toen dezelfde
gastheren hem na afloop van hun gastronomische maaltijd k nog om een sigaret vroegen had ie het helemaal en ging maar plat. 
Mispoes! De ratten maakten teveel kabaal en toen n van die lieve huisdiertjes zijn oor voor de WC aanzag, vond ie het genoeg en zocht zijn heil maar weer op de brug. Wel heeft hij de volgende morgen zij beide oren goed gewassen!

Na dit voorval werd op 3 mei de wacht aan HMAS Bataan overgedragen en ging de Piet Hein hierop richting Kure om daar op de 5e aan te komen. Drie dagen later ging de jager voor twee dagen in het dok bij de Harima Ship Building and Engineering Co. Ltd. voor reparatie en onderhoud. Natuurlijk werd Kure uitgebreid verkend en al snel viel het verschil op met Sasebo; er stonden meer stenen gebouwen en er reden trams. Maar ook hier waren de wegen ronduit slecht met overal gaten en kuilen. Ook een bezoek aan Miya Jima werd niet vergeten, zodat er weer iets was om op terug te kijken.

Omdat Hr.Ms. Piet Hein hier niet gekomen was voor vlagvertoon of sight-seeing, maar om oorlog te voeren, keerde men op 16 mei terug naar Sasebo en werd rendez-vous gemaakt met USS Bataan en HMS Comus om hen te begeleiden tot benoorden Quelpart (Cheju-Do), waarna het schip de formatie verliet met bestemming Pen Yong To om aldaar gedurende de nacht verder te patrouilleren. Dit bestond in hoofdzaak uit het beschermen van de eilanden tegen mogelijke infiltraties, maar het bleef gelukkig rustig.


Een helicopter van de Amerikaanse marine bezorgt de post - Foto L.C. Rietdijk

Op 9 juni werd een jonk gesignaleerd die zojuist van de vijandelijke wal was afgestoken en niet de gebruikelijke, vooraf bepaalde en afgesproken, signalen en kenmerken voerde. Deze kenmerken bestonden uit legio gebruiksartikelen zoals een oude jas, broek, hemd of wat dies meer zij, maar wel was dit telkens nadrukkelijk vooraf bekend gemaakt. Om 10.25uur werd het vuur op de jonk geopend, waarna om 10.29uur het vastvuren klonk. De jonk zou nooit meer varen en was verwezen naar de bodem van de Gele Zee.

Amper 'n slok koffie genoten, steeg er vanaf de wal plotseling een rookpluimpje op naar een vriendschappelijk vliegtuig. Wat 'n brutaliteit! Waar haalden die lui het lef vandaan om dit te flikken... Ogenblikkelijk werd er door de Piet Hein gereageerd in de richting van de bush, waar vandaan het schot was afgevuurd. Van die zijde bleef het dan ook verder stil, hetgeen een marinier aan boord deed opmerken: "Ze zijn blijkbaar weer bang voor ons..." (Hr.Ms. Piet Hein was het enige Nederlandse oorlogsschip in Korea met een detachement van veertien mariniers aan boord). Alleen de kok liep die dag te mopperen, omdat de vette hap een uur later klaar was dan gewoonlijk. "Ik kan niet vechten en koken tegelijk!"

Op 16 juni ontstond er in dichte mist een kleine aanvaring met HMNZS Rotoiti, waarbij de Nederlandse torpedobootjager lichte schade opliep. De collega's van de Britse kruiser HMS Beltast snelden meteen te hulp om de schade te verhelpen.
De dagen die volgden werden gevuld met het opknappen van allemande klusjes waarvoor een torpedobootjager zo uitermate geschikt is. ..
Reeds in de 17e eeuw kregen dergelijke schepen een toepasselijke bijnaam: "Maids for all work". Als men bedenkt dat deze jagers een snelheid konden bereiken van ongeveer 32 mijl (1 zeemijl is 1.852 meter) en hun, ten opzichte van de grotere schepen, geringe diepgang van 4 4 1/2 meter plus hun grote wendbaarheid, dan is een dergelijke bijnaam zeker op zijn plaats.

Na te zijn herbevoorraad in Kure, stoomde de jager naar de oostkust van Korea om zich in de Yango-area te vervoegen bij Task Element 95.22, hierin bijgestaan door USS Endicott, twee torpedobootjagers en een mijnenveger. De opdracht was tweeledig, namelijk een blokkade van Chongjin, dicht bij de Russische grens en het bestoken van militaire doelen in dit gebied. Direct na aankomst op 7 juli werd eerst olie geladen langszij de tanker USS Caliente, waarna in kiellinie met de Endicott werd opgestoomd naar voornoemd gebied.

Nu bleken er hier in de buurt een stelletje vervelende infiltranten te wonen, die keer op keer de geallieerde schepen met hun schiettuig plaagden. Dit werd niet bepaald als prettig ervaren en dus moest er maar eens klink bestraffend tegen worden opgetreden.
Een andere onhebbelijkheid van die lui was, dat ze graag met treintjes speelden. Uiteraard deden wij dat ook wel eens, zelfs aan boord. Er was namelijk een heuse modelspoorbaan aan boord van de Piet Hein meegenomen. Menigeen lag er plat op z'n buik naar te kijken of alles goed draaide. Als er soms iets mis mocht gaan, greep zelfs de commandant in om alles weer in het goede spoor te brengen. Het verschil zat 'm echter hierin, dat de Chinezen met chte treinen speelden. 

Vindingrijk als Hollanders nu eenmaal zijn, werd een nieuw spelletje bedacht: "Het dichtschieten van tunnels". Leuk en zeer spannend!
Behendig waren die noorderlingen ook, want toen de Piet Hein ter plekke verscheen hadden ze al hun speelgoed stiekem in zo'n tunnel verstopt. Er was hier al drie maanden lang geknald, dus was er misschien niet veel meer van over. Enfin, tunnels en bruggen weren er ng wel, maar voor een gedeelte tijdelijk, omdat een aantal 11 ,9cm granaten de omgeving drastisch ging veranderen en dat materiaal had de Piet Hein nog ruimschoots in voorraad.

Dagenlang ging dat zo door, totdat... USS Orleck een trein pikte en aan flarden schoot. Zouden ze dan toch nog...? Ter plekke was een enorme ravage aangericht, hetgeen de Noordkoreanen zo snel mogelijk wilde opruimen, maar zij hadden buiten de waard gerekend, omdat het geschut van de Piet Hein deze activiteiten flink ging vertragen. Eerst waren er nog vliegtuigen opgeroepen om het werk af te maken. Deze toestellen faalden niet en werkten in grote stijl, kwistig bommen uitstrooiend op de ten dode opgeschreven trein die compleet is de as werd gelegd. Smeulende restanten waren alles wat overbleef van de trein.

De actie was een groot succes; niet alleen had de vijand een gevoelig verlies geleden, maar tegelijkertijd was de spoorlijn effectvol geblokkeerd, zodat de aanvoer van goederen naar het front voor de volgende dagen flink vertraagd was. Continu werd hier nu een oorlogsschip gestationeerd met de opdracht te voorkomen dat reparatieploegen het traject zouden vrijmaken. Die nacht kreeg USS Endicott deze job toegewezen en vanaf de Piet Hein waren duidelijk de inslaande granaten zichtbaar.

Sportief en hartverwarmend waren de gelukwensen van de Nederlanders aan hun collega's van de Orleck met hun succesvolle actie, maar in stilte wensten zij zelf ook zo gelukkig te zijn. Derhalve bleven zij hun best doen een eigen trein te kunnen attaqueren. Om die reden kon de vijand er beslist rekening mee houden dat het verplaatsen van goederen via de inmiddels geblokkeerde spoorlijn hen nog heel wat problemen zou opleveren.

Om 06.30uur van die 16e juli nam de Piet Hein de taak van de Endicott over. Nu was het aan het Nederlandse oorlogsschip om te verhinderen dat de Noordkoreaanse reparatieploegen de spoorlijn zouden vrijmaken en herstellen. De orders waren om niet meer de trein te raken, omdat dit alleen maar de vijand zou helpen bij het opruimen van de ravage. Echter, zoals zo vaak gebeurt wanneer iets niet is toegestaan, bleek het eerste rondje vuur van de jager een volledige treffer te zijn in de restanten van die goede oude trein. -Precies midden in de eerste klas coup., merkte een der koks op, terwijl hij even aan dek kwam om een frisse neus te halen. -Ben ik blij, dat ik altijd derde klas reis", vulde hij even later aan.

De volgende inslagen waren netjes gerangschikt rond de ingang van de tunnel waar, zonder enige twijfel, de reparatieploeg stond te wachten op hun kans met het opruimen van de wrakstukken te beginnen. Om zekerheid te verkrijgen of zij daar inderdaad aanwezig waren, besloot de commandant een krijgslist toe te passen. Na enig hevig vuren, waaraan ook de 40mm mitrailleurs deelnamen, koerste het schip plotseling om de zuid weg, alsof het van plan was het actieterrein te verlaten. Toen het slechts enkele mijlen verwijderd was, werd de steven 180 graden gewend en stoof de jager met hoge snelheid terug, om vervolgens met de totale batterij een waaier granaten uit te zaaien in de richting van het doel. En ja hoor, nu zag je heel wat mensen langs de rails rennen voor hun leven, trachtend de bescherming van de tunnel te bereiken. Voor sommige van hen moet dit een heel onplezierige ervaring zijn geweest. Voor die jongens was de oorlog voorbij.

Het team van de pompoms (een Brits type mitrailleur) dat zelden een kans kreeg om aan een totaalgevecht deel te nemen omdat het doel meestal buiten hun bereik lag, stond nu in het middelpunt van de belangstelling. De bemanning van kanon 4 deed uitstekend werk door een "full-hit" op de ingang van de tunnel te scoren.

Om 12.45uur werd het vuren gestaakt en zette het schip koers naar de Yangdo area.
Deze patrouille was zeer succesvol geweest en omdat in de meest munitiebergplaatsen flinke loze ruimtes ontstonden, werd het de hoogste tijd om verse versnaperingen in de slaan. De wacht werd overgegeven aan HMS St. Brides Bay, zodat op 22 juli via Straat Shimonoseki een nieuwe pleisterplaats kon worden aangedaan, namelijk Yokosuka.

"Toki, her we come...!
Yokosuka, spreek uit Jokoeska, is een voorstad van Tokio. Deze havenplaats heeft een grote Amerikaanse marinebasis met alle faciliteiten die men zich kan wensen. In de EM-club op de base eet men een voortreffelijke steak en taxfree is er van alles te koop.
In het stadje trekken Papasan, Mamasan, Girlsan of Babysan de aandacht, evenals de talloze winkeltjes met werphengels, serviezen, fotoalbums en wat er meer aan goedbedoelde spullen staat uitgestald. Ontelbare souvenirs zijn er te koop, natuurlijk via het bekende afpingelen. Op een uurtje sporen ligt het Walhalla ter grootte van de provincie Utrecht: Tokio. Dus koop je op het station een vreemdsoortig uitziend kaartje (het zijn er twee, want je moet ook terug), om je in een ding te wringen dat ze trein noemen. Iets waar de Piet Hein notabene al zo lang naar op jacht was. Na een uurtje de adem te hebben ingehouden, stopt het ding in een moderne wijk, die het centrum van Tokio blijkt te zijn. De taxi, waarin toevallig Doris Day zachtjes het oor streelt, stopt keurig voor het Holland House. Remmen slaan los, spanningen vallen af en gevoelens krijgen de vrije loop, want je ontmoet medelandgenoten. 

Hollandse marinemannen genieten van een korte adempauze die zo broodnodig is. Na uitgebreid in Tokio te hebben rondgetoerd, kon je niet anders dan tot de slotsom komen dat deze miljoenenstad alle facetten omvatte die het leven op de planeet aarde zo mooi kunnen laten lijken...