Piet Hein's eigen trein.

 Voor de bemanning van de Piet Hein stond de realiteit echter weer voor de deur, zodat op 25 juli de zeebenen weer werden getest. Gedurende enkele dagen nam het schip deel aan een Hunter Killer Exercise, waarna op de laatste dag van de maand in Kobe olie werd geladen. Nog diezelfde middag
vertrok men tezamen met HMS Cossack, Concord en Constance, waarna de koers om de zuid ging richting Hong Kong voor algeheel onderhoud en reparatie. Daar werd het schip gastvrij door de Naval Dockyard onthaald. En wr stonden vele Nederlanders ter plaatse met open armen klaar om de bemanning te ontvangen en te amuseren. 

Maar in de namiddag van 22 augustus was het "voor en achter" en na het binnenhalen van de trossen ging het met 15,5 mijl subiet terug naar Sasebo.
De commandant voelde zich niet al te best, had slecht geslapen en zei een spiertje in de rug verrekt te hebben. De dokter hield er een andere mening op na en noemde het een longontsteking. Maar de commandant wilde hier niets van weten. Voor alle zekerheid werd hij overgebracht naar het Britse
hospitaalschip Maine en... opgenomen. Voor het resterende gedeelte van de Koreatrip werd hij ver- vangen door de eerste officier, Ltz.1 Jhr. H. de Jonge van Ellemeet.

Op 26 augustus werd Sasebo verlaten voor een nieuwe patrouille op Korea's westkust. Omdat er een landing was voorbereid op Hoan-Hui-Do, moest de Piet Hein voor vuursteun zorgen. De commando's die heuvel 87 zouden nemen, werden ontvangen door zwaar vijandelijk vuur, waarop de Nederlandse
jager een demonstratie van haar kunnen ten beste gaf door middel van een bombardement met 65 granaten. Mede hierdoor werden de commando's in staat gesteld hun taak uit te voeren.

Begin september werd op inventieve wijze de tyfoon Mary ontlopen door bij een van de eilanden dekking te zoeken. Halverwege de maand moest HMS Ocean worden geassisteerd bij vliegoperaties tot het eind van de maand, waarna in Kure een korte rustpauze werd ingelast.

Op 7 oktober 1952 ging de Piet Hein benoorden Chodo ten anker, waar het een nieuwe taak kreeg toegewezen. De Canadese torpedobootjager HMCS Nootka had namelijk kort tevoren een kleinscheepje ontdekt dat bezig was met het leggen van magnetische mijnen tussen Chodo en de vijandelijke wal. Deze werden nu opgeruimd door de Amerikaanse mijnenveger AMC 503. Het was dit scheepje dat aan de zorgen van de Piet Hein werd toevertrouwd. Onder streng toezicht van de jager ging de mijnenveger aan het werk en wat men verwachtte, gebeurde. Tegen het einde van de ochtend werd de mijnenveger plotseling vanaf de wal beschoten. Meteen gaf de Piet Hein direct vuur af en werd de geschutsopstelling tot schroot omgetoverd.

Op 26 oktober verliet de Piet Hein opnieuw Sasebo voor een laatste patrouille op Korea's oostkust, die voor het schip een gouden bladzijde zou opleveren in de strijd tegen de communistische agressie.
Maar eerst werd een bezoek gebracht aan de gevallen kameraden op het United Nations Military Cemetry in Pusan. Dit was tevens de enige keer dat voet werd gezet op Koreaanse bodem. Nog diezelfde dag vertrok men naar de Yangdo-area in het hoge noorden op jacht naar prooi.

Op woensdag 19 november 1952 maakten de Nederlandse nieuwsmedia het volgende bekend: "Hr.Ms. torpedobootjager Piet Hein, welke bodem ter beschikking van de Verenigde Naties deelneemt aan operaties in de Koreaanse wateren, heeft telegrafisch gelukwensen ontvangen van de commandant van de Amerikaanse 7de Vloot, naar aanleiding van het bij nacht opsporen en met geschutvuur vernietigen van een vijandelijke trein op de oostkust van Korea..."
Nuchtere regels, die duidelijk meer te vertellen hadden dan een zakelijk bericht. Niemand minder dan de commandant van de Amerikaanse 7de Vloot, de vice-admiraal Joseph J. Clark, vond dit aanleiding om de commandant van de Nederlandse torpedobootjager met het behaalde succes geluk te wensen.
Het gebeuren in deze nacht in november 1952 is een gouden bladzijde geworden in het scheepsjournaal van Hr.Ms. Piet Hein. ledereen zal begrijpen, dat in verhouding tot het respectabele aantal vliegkampschepen, slagschepen, kruisers, korvetten, mijnenvegers en andere schepen van de Verenigde Naties, de Nederlandse bijdrage een hele kleine was, maar beslist niet de minste!

Hoe alles in zijn werk ging, moge uit het volgend blijken:
In de namiddag van die gedenkwaardige 14e november 1952 had Hr.Ms. Piet Hein ergens op de oostkust van Korea langszij de Amerikaanse marinetanker Passumpsic olie geladen. Vervolgens stoomde men op naar een bepaald punt, waar het de package sweep zou aanvangen die voor de komende
nacht aan het schip was toegewezen. Package is de aanduiding van het aangrenzende zeegebied van een tussen twee spoorwegtunnels in gelegen baanvak, dat de kans biedt om 's nachts een vijandelijke trein te verrassen en met het geschut te vernietigen.

De duisternis viel reeds, toen ons schip met 20-mijls vaart naar het opgegeven punt koers zette. De weersomstandigheden waren aanvankelijk niet bepaald gunstig: het was heiig en ondanks de korte afstand was van de kust weinig te zien. Reeds vanaf 18.10uur was het alarm en waren de gehele
hoofdbatterij, het seinstation, het peil- en doelaanwijsstation en de afstandmeters bemand. In de hoofden van twee-honderd-vijf-en-veertig man leefde op dat ogenblik maar n gedachte: "Als ns schip nu k eens 'n trein pilde ledereen hielp uit pure liefhebberij mee uitkijken en vanzelfsprekend bleef geen kijker ongebruikt. Gelukkig klaarde de lucht wat op, waardoor onze wens misschien toch nog in vervulling kon gaan.
Om de positie van het schip niet te verraden, verbood de commandant om 18.17uur het roken aan dek, maar niemand was hier rouwig om. 
Trein of strootje roken... ? Liever een trein! 

De artillerieofficier had reeds de order salvo vuur aan de batterij gegeven, zodat deze geladen was en alleen de afstand nog maar behoefde te worden ingesteld.
De commandant besloot tot op 2.500 meter van de kust te sturen, teneinde een betere landverkenning te krijgen. De uitkijken tuurden gespannen in de snel groeiende duisternis, het peilstation tastte stelselmatig de kustlijn af, de batterij bleef de wijzers volgen en de radar gaf voortdurend de afstand tot de kust door. Het schip hield met 2-mijls vaart op en neer, maar de machinekamer had beide ketels bijstaan en was gereed voor uiterst vermogen indien dit gewenst was.

Om 19.50uur meldde de uitkijk een rookpluim die recht omhoog steeg. Onmiddellijk reageerde men op de brug, maar omdat de witte vlek onbeweeglijk bleef hangen, hield men het voorlopig op een plek sneeuw. Niettemin werd deze nauwkeurig in de gaten gehouden.
Geen minuut later riep de uitkijk echter: "En net zo rustig rijdt die sneeuwhoop nu om de zuid!" De uitdrukking "net zo rustig" was een van de vele uitdrukkingen waaraan het taalgebruik bij onze marine zo rijk is.
De sneeuwhoop die natuurlijk geen sneeuwhoop was, mocht dan al net zo rustig een slag om de zuid maken, op de brug werd die mededeling iets minder rustig opgenomen. Terstond gaf de commandant order vuur openen. Meteen daarop klonk de salvozoemer en donderden de vier 11,9cm kanons gelijktijdig en eenstemmig een hartig hapje naar de wal. De aanslagen vielen keurig op het doel. De rosse gloed uit een locomotief scheen erop te wijzen, dat de machinist "kakken tekort" kwam om te proberen een beschermende tunnel te bereiken. Na weinige ogenblikken was de trein uit het gezicht verdwenen.

Om 19.56uur werd vast vuren gehouden. Enigszins ontgoocheld ging iedereen onverdroten door met zoeken. De artillerieofficier was er vast van overtuigd dat hij iets geraakt had. Een mening die de commandant en de uitkijken met hem deelden, reden waarom het als een "vermoedelijke treffer" werd genoteerd.

Om 20.45uur ontdekte de tweede artillerieofficier, die inmiddels de eerste had afgelost, op zijn post in het seinstation een lichte vlek die weldra een rookpluim bleek te zijn. Op zijn order vuur openen, gaf de vuurleiding onverwijld salvo-vuur af. Ogenschijnlijk vielen de aanslagen in de omgeving waar de trein zich moest bevinden, maar bij het schijnsel van de inmiddels afgevuurde lichtgranaten was deze nergens meer te zien. Iemand kwam op de heldere gedachte, dat de trein wellicht achterwaarts een tunnel ingereden was, waardoor de meeste wagons aan het oog waren onttrokken, maar de rookpluim van de locomotief nog zichtbaar bleef.

Een scherpe, gure wind sneed over het dek en herinnerde ons eraan dat het hier midden november dichtbij de 41 ste breedtegraad reeds behoorlijk koud kon zijn. Bovendien maakten de oorlogswacht en het veelvuldige alarm de dienst er niet lichter op. Om de mensen niet onnodig hun weinige nachtrust te ontnemen, besloot de commandant om 21.14 uur ten dele de hoofdbatterij te bedanken. De kanons 1 en 3 bleven echter bezet, evenals het doelaanwijsstation, terwijl ook het seinstation op post bleef.

Omstreeks 23.30 uur riep onverwachts de bakboorduitkijk: "Daar gt weer zo'n ding!..."
In zijn enthousiasme vergat de man zijn waameming in meer gebruikelijke bewoordingen te melden, maar dit werd hem in deze omstandigheden gaarne vergeven. De commandant had het ding eveneens gezien en het was dan ook slechts een kwestie van seconden, alvorens het eerste salvo donderend de nachtelijke stilte verbrak.
Het bleek bijzonder moeilijk om in de duisternis aan de hand van de aanslagen correcties aan te geven, terwijl bovendien bij het vuren met twee stukken de trefkans kleiner was dan met vier. Daarom besloot de commandant de mensen voor zeedoelalarm op post te roepen, in afwachting waarvan met
twee kanons werd doorgevuurd. Toen de gehele batterij op post was, werd kanon 3 gebruikt om het doel te verlichten. Tot ieders teleurstelling bleek bij het schijnsel van de eerste lichtgranaat reeds, dat de trein nergens meer te bespeuren was. Omstreeks 23.45uur werd daarom zeedoelalarm bedankt, maar de oorlogswacht van de hoofdbatterij en het seinstation bleven op post. Onvermoeid werd het zoeken naar treinen voortgezet. Na middernacht besloot de waarnemend commandant maar eens een "piepslag. te gaan maken en de waarnemend eerste officier werd met een bemoedigend "Nu, pik jij er dan maar een., op de brug gezet.

Om 03.31 uur werd gedurende enkele ogenblikken een trein waargenomen, maar voordat er vuur kon worden geopend was ook deze in een tunnel of achter een het net verdwenen. Langzamerhand had iedereen alle hoop opgegeven dat de Piet Hein ooit nog werkelijk een trein te pakken zou krijgen. De
mensen van de hondenwacht hadden meer dan genoeg van het urenlang onafgebroken turen en waren bovendien tot op hun botten verkleumd van de kou. Zij waren dan ook blij toen zij werden afgelost.

Nauwelijks waren deze lieden echter naar kooi gegaan, of een gedempte dreun die het schip deed trillen, bewees dat Hr.Ms. Piet Hein opnieuw het vuur had geopend. Alle narigheid was meteen vergeten en met n sprong waren zij hun kooi weer uit, want dit wilde niemand missen! Wat was er gebeurd?
Om 04.10uur, toen het schip "net zo rustig" opdraaide voor een zoekslag in tegenovergestelde richting, deed de op post staande uitkijk de mensen op de brug opschrikken met de kreet: "Trein, rood 140! Gaat om de noord!..."

De commandocentrale gaf de afstand door naar het doelaanwijsstation, waar men overigens niet had zitten snurken; ook daar had men de trein vrijwel gelijktijdig waargenomen. Nauwelijks vijftien seconden na de eerste melding werd op een afstand van ongeveer 3.600 meter het vuur geopend. Reeds het eerste salvo was dekkend. Het tweede viel er achter, maar na een correctie was het derde weer dekkend. Daarop liet de commandant vast vuren houden, omdat er geen rookpluim meer te zien was. De enige rook die kon worden waargenomen was afkomstig van de springgranaten. Aangezien de vuurleidingsofficier de indruk had dat de trein stilstond, stelde hij voor een lichtgranaat af te vuren.

Wie wel eens op Koninginnedag een vuurwerk heeft gezien, zal zich de kreten van bewondering en verrukking voor de geest kunnen halen, waarmee de toeschouwers hun appreciatie voor de kleurrijke slotapotheose gewoonlijk uitten. Welnu, dergelijke aaah's en oooh's waren niet van de lucht, toen de
bemanning van het Nederlandse oorlogsschip bij het schijnsel van die lichtgranaat de verrassing van de nacht te aanschouwen kreeg: daar stond warempel in alle glorie de lang gezochte trein domweg te wachten om door hen vernietigd te worden! 
Alle hens stond opgewonden door elkaar te roepen:
"Daar staat ie! Schiet 'm aan barrels voordat ie wr wegrijdt!".

Alsof het dagelijks werk was, ging de batterij door met "killen" van de trein. De kanonniers kregen nu de kans hun geoefendheid te tonen. Rappe handen grepen de hulzen en granaten, die in snel tempo werden aangevoerd. Met een heldere metaalklank sloegen de sluitstukken dicht. 
Op het instrumentenbord in het vuurleidingsstation gloeiden in snelle opeenvolging de lampjes van de gereedmelder aan. De salvo-zoemer knorde en wijd rolde de donder van het scheepsgeschut uit over de baai van Songjin. Salvo na salvo kraakte uit de vuurmonden en gierend ijlden de granaten naar hun doel. De kanons van Hr.Ms. Piet Hein spraken duidelijke taal.

De aanslagen waren goed te zien en legden een welsprekende getuigenis af van evenzovele voltreffers. Het was een indrukwekkend schouwspel een spoorwegwagon te zien uiteen spatten, terwijl uit de wrakstukken weldra de vlammen naar buiten sloegen. Ditmaal was er geen ontkomen aan: de communistische militaire trein, die in de geschiedenis zou voortleven als "Piet Hein's Eigen Trein", was onherroepelijk ten ondergang gedoemd. Met een welgericht snelvuur werd wagon na wagon in de as gelegd. In het schijnsel van de oplekkende vlammen was voor een kort ogenblik een menselijke ge-
daante zichtbaar die uit de ravage wegvluchtend een goed heenkomen zocht. Maar tenslotte was dit oorlog en geen picknick! Hier was een Nederlands oorlogsschip in actie om de beginselen van de Verenigde Naties te verdedigen en wanneer het rake klappen uitdeelde, was dit slechts om recht en
vrijheid in de wereld te herstellen.

Doordat de artillerieomroep op verscheidene plaatsen van het schip te horen was, was in minder dan geen tijd de gehele bemanning van het gebeuren op de hoogte. Het nieuws was eveneens tot de machinekamer doorgedrongen. Het was daar op dergelijke nachtelijke patrouilles veelal een taai bedrijf.
Meestal werd er met n machine langzaam gedraaid, terwijl de andere gestopt was. Wanneer dicht onder de wal werd gevaren waarschuwde de officier van de wacht om gereed te zijn onmiddellijk over te gaan op volle kracht. indien de communisten vervelend mochten worden.
Het zwarte koor nam de veelvuldige beschietingen meestal kalm op. Ondanks een natuurlijk medegevoel met hun collega-machinisten op de locomotief, meenden zij dat de Piet Hein nu ook maar eens een trein in de prak moest schieten! 

Toen dan ook een stoker, die zojuist een rondje over het dek had gemaakt, dwars door het lawaai van de machines heen het grote nieuws praaide "Ze hebben een trein", werkte ieder met een tevreden gezicht verder.
De Rap.P's (radioafstandpeilers) in de commandocentrale waren niet zo bescheiden: die eisten zonder meer de trein voor zich op.
"Het was onze afstandpeiling", merkte de oudste Rap van de wacht op, -en dat afvuren kan m'n kleine zusje k wel! Dat presteert dat oude beestje toch maar" , werd met een goedkeurende knik in de richting van het oude, trouwe panoramascherm van de 293 gezegd, waarmee eigenlijk ook de radioradarmonteurs een pluim kregen, want zij hadden vele slapeloze nachten aan het "bul" besteed wanneer er iets aan haperde.

Daarop volgden over de artillerieomroep wederom enkele orders:
"Kanon 3 constant doorgaan met verlichten, hoofdbatterij en munitieaanvoer op post". 
En even later: "Gehele batterij snel salvo vuur!".
Vrijwel iedereen die niet op post was stond thans aan dek belangstellend het schouwspel gade te slaan, alsof zij in de bioscoop op hun gemak naar een spannende oorlogsfilm zaten te kijken.

In verband met de geslonken munitievoorraad, achtte de commandant het gewenst om assistentie in te roepen van de commandant van Task Element 95.22, aan boord van de ongeveer vijf mijl zuidelijker kruisende torpedobootjager USS De Haven. In afwachting van de aankomst van deze jager ging
de Piet Hein voort met het doel te bestoken.
Inmiddels had men rond 04.20uur op het radarscherm in de commandocentrale een echo waargenomen, die na het wisselen van verkenningsseinen de Amerikaanse kruiser USS Helena met zijn escorte bleek te zijn. Dit verband spoedde zich op verzoek van de Commander Task Element naar het terrein van actie om zonodig een handje te helpen. Om 04.35uur kwam met een hoge boeggolf USS De Haven aanstuiven en seinde:
"I will take over and start plugging now". (Ik zal de beschieting over nemen en open thans het vuur).

Na het doel nog even voor zijn Amerikaanse collega te hebben verlicht, liet de commandant vast vuren houden. Om 05.44uur seinde de Commander Task Element: "We can better clear this area now to give way to big brother X-. (Wij kunnen thans beter het terrein ontruimen, om plaats te maken voor grote broer X) (codenaam van Helena).

Hierop trok de Piet Hein zich terug tot vijf mijl van de kust. Omstreeks 06.30uur opende USS Helena met haar secundaire batterij van 4-inch kanons het vuur, waarna van de vijandelijke trein niet meer overbleef dan een rokende puinhoop.
Van alle kanten stroomden de gelukwensen binnen, waaronder het volgende van Rear-Admiral John Gingrich: "Delighted to welcome you to the Trainbusters Club". (Van harte welkom als lid van de treinkrakers club).

De dag na het succesvolle optreden bij Songjin vertrok het schip naar de Yang Do area, waar het werd afgelost door HMS Constance. Daarop zette men koers naar Kure voor een week rust.

Op 27 november 1952 vertrok de Piet Hein opnieuw naar zee, ditmaal voor haar laatste patrouille aan de Koreaanse westkust. Andermaal werd in jagerscherm gevaren, deze keer met het Engelse vliegkampschip HMS Glory. Het resterende deel van de trip werd gevuld met patrouillevaren tussen de eilanden.Ook aan deze zijde van Korea was het bitter koud als gevolg van een ijzige, bijtende wind.

Op 10 december viel het anker bij het eiland Tae Yong Pyong Do. De sloep werd gestreken en de commandant en de dokter gingen aan land. Schrijnend en mensonterend was de toestand waarin de bevolking werd aangetroffen. Aan alles was een groot tekort: eten, kleding, huishoudbrandstof en
medicamenten. De sanitaire condities waren ronduit onvoorstelbaar en een groot gedeelte van de bevolking was ernstig ziek.
Het was duidelijk dat er iets gedaan moest worden voor deze arme stakkers. Spontaan werden aan boord alle kasten nagekeken of er soms een jack, broek of wat dan ook gemist kon worden. Niet alleen kleding werd ingezameld, maar ook de voor thuis gekochte souvenirs zoals kimono's en dergelijke vonden hun bestemming. Gelijktijdig werd er ook voor de lege magen van de bewoners gezorgd. Hiervoor doken de bemanningsleden diep in de portemonnee en zamelden geld in om voor deze arme Koreanen rijst te kopen.
In de morgen van 15 december herhaalde zich de humanitaire missie, waarbij de bemanning van de motorsloep als dank glunderende gezichten en een dansje van Koreaanse weeskinderen in ontvangst kon nemen. De dokter met zijn assistenten verleenden op grote schaal medische hulp aan de burgerbevolking van Tae Yong pyong Do.


Op 15 december ondernam Hr.Ms. Piet Hein een humanitaire missie op het eiland 
Tae Yong Pyong Do, waarbij de scheepsarts, Ltz.2 oc W. Boogaard met zijn assistenten,
de behoeftige Koreaantjes van inentingen voorzag. - Foto coll. L.C. Rietdijk

Die zelfde avond sprak de Zuidkoreaanse verbindingsofficier via de scheepsomroep namens de bevolking van het eiland zijn dank, waardering en bewondering uit voor de spontane prestaties van de bemanning van Hr.Ms. Piet Hein.

Op 15 januari 1953, na tien en een halve maand operationele dienst in de Koreaanse wateren te hebben verricht, ging de Piet Hein vanuit Hong Kong, waar het schip inmiddels lag afgemeerd, naar huis.
Het meest getroffen waren de opvarenden van het Nederlandse schip door het overweldigende afscheid dat hun, na 45.000 zeemijlen in dienst van de Verenigde Naties te hebben afgelegd en 3.000 granaten van 11 ,9cm te hebben verschoten, bij het vertrek uit Hong Kong ten deel was gevallen.

Daags voor het vertrek liet Rear Admiral E.G.A. Clifford aan boord van HMS Birmingham weten, dat hij het op prijs zou stellen te vememen hoe laat de Piet Hein de volgende morgen wenste te vertrekken. Hij deed daarbij het verzoek vooral niet te verzuimen om bij het vertrek dicht langs de kade van de werf te stomen.

Toen het ogenblik van vertrek was aangebroken en de commandant aan bovenvermeld verzoek voldeed, werd eerst dicht langs HMS Alert gevaren, waar de commandovlag van Admiral Guy H.E. Russell van top wapperde. Hij deed onze oorlogsbodem de eer aan om, terwijl deze met de gebruikelijke eerbewijzen de Alert passeerde, zelf op de campagne van zijn vlaggeschip aanwezig te zijn. De bemanning van de Alert maakte front naar de Piet Hein, terwijlover het water duidelijk de commando's konden worden gehoord: "Atten...tion, Caps...off! Three cheers for Her Netherlands Majesty Ship Piet Hein", waarop de bemanning met de mutsen zwaaiend volgens een aloude traditie van de zee joelde.

Hetzelfde herhaalde zich bij het passeren van HMS Birmingham, waar admiraal Clifford zich met zijn staf eveneens op de campagne had opgesteld om het schip, dat op dit moment aan zijn bevel werd onttrokken, een zo eervol vaarwel toe te zwaaien.
Toen de Piet Hein, die het driewerf hoezee telkenmale op gelijke wijze had beantwoord, vervolgens langs een Amerikaans bevoorradingsschip voer, bleek dat de commandant van dit schip zijn bemanning in zondagstenue volgens paradeerrol had opgesteld, om als vertegenwoordiger van de Amerikaanse marine het zijne aan dit glorieuze afscheid bij te dragen. Zulk een eerbetoon valt een oorlogsbodem slechts zelden ten deel en vrijwel nooit indien het een schip van een andere natie betreft.
De bemanning van Hr.Ms. Piet Hein had er kippevel van gekregen!