Bron:       www.ogs.nl

Onthulling bronzen platen

Op 27 februari 2006 onthulde staatssecretaris van Defensie C. van der Knaap, 15 bronzen platen met de namen van 915 marinemannen die bij de Slag in de Javazee op 27 februari 1942 een zeemansgraf vonden.

Het betrof opvarenden van Hr.Ms. Java, Hr.Ms. Kortenaer en Hr.Ms. De Ruyter, onder wie de eskadercommandant SBN Karel Doorman.
De platen zijn aangebracht op het Karel Doorman-monument op het Nederlands ereveld Kembang Kuning te Surabaya, Indonesië.

Bij het treffen met de Japanse vloot op 27 februari 1942 werden drie Nederlandse schepen, Hr.Ms. Java, Hr.Ms. Kortenaer en Hr.Ms. De Ruyter tot zinken gebracht.

 

De Slag in de Java-zee - 1942

Na de aanval van Japan op de Amerikaanse vloot in Pearl Harbour op 7 december 1941, was de Japanse opmars door Zuid-Oost-Azie onstuitbaar. De geallieerde zeestrijdkrachten leverden een moeizame strijd tegen de Japanners en werden steeds weer het slachtoffer van luchtaanvallen. Hong Kong, de Filippijnen, Malakka en Singapore waren inmiddels in Japanse handen en in januari 1942 was het toenmalig Nederlands-Indië aan de beurt.

In deze periode is kortstondig een gezamenlijk commando onder leiding van de Amerikaanse luitenant-admiraal Th.C. Hart opgericht, met daarin 2 Amerikaanse, Britse, Australische en Nederlandse eenheden om de strijd tegen de Japanners te coördineren.
Deze samenwerking verliep moeizaam en de vlootoperaties werden gehinderd door het ontbreken van adequate luchtsteun.

Hoewel de Combined Chiefs of Staff te Washington besloten hadden "to defend Java to the last by all combatant troops then in the island", werd het gezamenlijk ABDACOM op 25 februari 1942 opgeheven.
Hieruit kan worden afgeleid dat het Amerikaanse opperbevel de mogelijkheid om de Japanse opmars te stuiten somber inzag.
De Nederlanders waren geïrriteerd over het gebrek aan medezeggenschap in de bevelvoering en voelden zich door hun bondgenoten in de steek gelaten.

Niettemin kon schout-bij-nacht Doorman eind februari 1942 een relatief groot vlootverband op zee brengen, bestaande uit twee zware kruisers, drie lichte kruisers (waaronder het vlaggenschip Hr.Ms. De Ruyter en Hr.Ms. Java) en negen torpedobootjagers.

De vijandelijke invasievloot onder commando van schout-bij-nacht T. Takagi bevond zich in de ochtend van 26 februari 1942 ten zuiden van Borneo. Deze schepen werden begeleid door de zware kruisers Nachi en Haguro, de lichte kruisers Naka en Jintsu, en veertien torpedobootjagers.

Hoewel de twee eskaders numeriek aan elkaar gewaagd waren, sloeg de balans op veel gebieden door in het voordeel van de Japanners. De inlichtingen waarover Doorman beschikte, waren bijvoorbeeld onvolledig en achterhaald; hij kon nagenoeg geen verkenningsvliegtuigen uitsturen. Zijn bemanningen waren oververmoeid.

De Nederlandse eskadercommandant merkte in verband met het laatste op: “uithoudingsvermogen personeel heden aan de grens en morgen zeker overschreden”.

De Slag in de Javazee bracht voor het eerst sinds het uitbreken van de oorlog met Japan een confrontatie met zich mee tussen twee smaldelen. Het geallieerde eskader was op 27 februari kort voor 15.00 uur vanuit Surabaya vertrokken, om de Japanse invasievloot te onderscheppen.

Het sein “All Ships Follow Me” betekende het begin van een felle slag. Nog geen half uur na vertrek bombardeerden de eerste Japanse vliegtuigen het verband. Geen van de schepen werd geraakt.
De op dat moment aangevraagde luchtsteun kreeg Doorman niet, omdat deze werd ingezet als escorte voor bommenwerpers die de Japanse invasievloot moesten aanvallen.

Na ruim een uur maakte de Britse torpedobootjager HMS Electra contact met de vijandelijke vloot, die het vuur opende.
De zware kruisers HMS Exeter en USS Houston, die op dat moment de Japanse vloot binnen vuurbereik hadden, beantwoordden deze aanval. Vervolgens bereidden Japanse torpedobootjagers en de kruiser Jintsu een aanval met torpedo’s voor.

Schout-bij-nacht Doorman probeerde intussen te voorkomen dat de Japanse eenheden het geallieerde verband zouden opsplitsen en liet koers wijzigen. Ondanks het gevaar van een torpedo aanval probeerde hij bovendien dichter bij de vijand te komen, om zo ook zijn lichtere kruisers in te kunnen zetten bij het artillerieduel.

Het regelmatig koers wijzigen van Doorman was succesvol. Tussen half vijf en vijf uur hadden de Japanners tevergeefs 43 torpedo’s gelanceerd.

Twee uur na vertrek was de situatie voor het geallieerde eskader, afgezien van enige lichte granaatschade, nog altijd redelijk te noemen.

Niet lang hierna werd HMS Exeter echter getroffen en moest USS Houston na een treffer vaart minderen.
Dit laatste veroorzaakte verwarring bij de overige geallieerde kruisers.
Een tweede treffer op de Exeter stelde zes van haar acht ketels buiten gebruik.
Doorman raakte hiermee één van zijn zwaarste eenheden kwijt, en zijn enige schip dat uitgerust was met een radar.
Vervolgens werd de torpedobootjager Hr.Ms. Kortenaer getorpedeerd die in tweeën brak en zonk.

Kort daarna ging ook HMS Electra in een gevecht tegen Japanse jagers ten onder.
Doorman trok zich naar het zuiden terug.
Hr.Ms. Witte de With escorteerde HMS Exeter naar Surabaya.

Na zonsondergang trachtte Doorman de Japanse oorlogsschepen te omzeilen en de invasievloot, waarvan Doorman vermoedde dat deze zich achter de Japanse kruisers bevond, aan te vallen.

Wederom volgde echter een (kort) treffen met de strijdmacht van Takagi, waarbij Hr.Ms. De Ruyter en USS Houston werden geraakt.

Een half uur voor middernacht, in een pandemonium van een met zoeklichten en lichtkogels beschenen hemel, werden zowel Hr.Ms. De Ruyter als Hr.Ms. Java tot zinken gebracht.
De resterende schepen van de Combined Striking Force hebben zich uiteindelijk terugtrokken naar Batavia en Surabaya

Al met al hadden de gevechten in de Javazee de Japanse invasie slechts met één dag kunnen vertragen.
De zeeslag zelf kostte ruim 1.000 Nederlandse, Indische en andere geallieerde marinemannen het leven, terwijl de bemanningsleden die het overleefden drieënhalf jaar ontberingen in Japanse krijgsgevangenenkampen te wachten stond.

Bron: Ministerie van Defensie - maart 2006


De posities van de wrakken van de Ruyter, Java en Kortenaer zijn reeds lange tijd bekend.

Telkens als een schip van de Koninklijke Marine in het gebied opereert waar de Slag zich afspeelde, worden de gesneuvelde Nederlandse en Indonesische marinemannen met kransen herdacht.

Helaas zijn de posities van de scheepswrakken wijd en zijd bekend en biedt het ondiepe water van de Javazee onvoldoende bescherming tegen duikers, die weinig respect blijken te hebben voor de gevallenen en het zeemansgraf schenden.

Zo werden in 2004 vier scheepsbellen van Hr.Ms. De Ruyter en Hr.Ms. Java gestolen uit de zeemansgraven en vervolgens te koop aangeboden.

Gelukkig zijn deze bellen inmiddels weer in handen van de Koninklijke Marine

Door toedoen van de heer Henk Visser werden de bellen aangekocht, volledig schoongemaakt, geconserveerd en vervolgens door hem in 2005 overgedragen aan de Koninklijke Marine.

Drie van de scheepsbellen hebben prominente plaatsen in Nederland gekregen.

Eén van de scheepsbellen wordt tentoongesteld in het Marinemuseum in Den Helder.
Eén scheepsbel is geplaatst in de hal van het Commandementsgebouw “De Admiraliteit”
Den Helder.
Eén scheepsbel is uitgeleend aan de Kloosterkerk in Den Haag.
De vierde scheepsbel is teruggebracht naar Surabaja en geplaatst bij het Karel Doorman-monument.

Ereveld Kembang Kuning
met het Karel Doormanmonument

 

Het is de bel die door de Vereniging Onze Vloot bij de eerste indienstelling in 1925 aan Hr.Ms. Java is uitgereikt. Als randschrift staat op de bel:
“Elke aanslag zy een beroep op uwe trouw aan het vaderland” .

Deze scheepsbel ging met het schip en haar bemanning ten onder, terwijl zij trouw aan het vaderland hun plicht deden.