Windmolens op de Doorman.
Door Ton Foudraine

De zevenmaanden (wereld)reis van de Doorman (Mei - December 1960) werd door Japan en AustraliŽ gezien als machtsvertoon van die smerige koloniale Nederlanders in Nieuw Guinea.
Zo kon het gebeuren toen we in AustraliŽ aankwamen dat de sleepboten van de haven van Fremantle (West-AustraliŽ) weigerden ons te helpen aan te leggen.

Bij het binnenvaren van de natuurlijke haven daar zagen we onder andere een vrachtschip met een groot spandoek met de woorden "Wij Willen Geen Koloniale Oorlog Meer".
Wij hadden daar als maten geen idee van; voor ons was de reis gewoon een prachtgelegen- heid wat van de wereld te zien.

Afijn, we varen dus de haven binnen en iedereen stond op het vliegdek te kijken hoe het zou aflopen zonder sleepboten. Nou was het een rustige dag en de haven van Fremantle lag goed afgeschermd, dus er was geen deining.

Plotseling hoorden we de tamboer over de scheepsomroep het "Komt een vogel gevlogen", vliegrol, blazen. Dat betekende iedereen van het vliegdek af die er niks te maken had.

Nou dat was sterk, vliegrol met de havenroerganger op post? Gingen we de zaak bombarderen of zo?
Kankerend gingen we benedendeks en jawel hoor, na een paar minuten hoorden we de claxons van de liften. Er gingen vliegtuigen omhoog. Als paai van de UHF apparatuur en de peilers op het eiland had ik altijd toegang tot de dekken boven de brug, en ik ging maar eens kijken wat er aan de hand was.

Vanaf mijn plek boven de vliegbrug had ik een mooi uitzicht wat er op het vliegdek gebeurde.
Een voor een werden acht schroefvliegtuigen (die vůůr de Grummans) op dek vastgesjord met de propellers naar stuurboord wijzend, vier vůůr het eiland en vier er achter.
Inmiddels draaiden we de haven in om aan stuurboord te kunnen aanleggen.
Vanuit de verte kon je al drommen mensen op de wal zien staan, compleet met spandoeken en Nederlandse vlaggen.

Het ging even door me heen dat we wellicht niet de wal op konden in verband met demonstraties.
(In Kaapstad hadden we ook al niet kunnen aanleggen omdat de indische jongens niet in blanke gelegenheden mochten komen). Aardig gezicht die vliegtuigen dacht ik nog.

Plotseling, toen we parallel aan de wal stillagen werden de vliegtuigmotoren gestart en op maximale toeren gezet. Het was uiteraard een rotherrie en ik moest denken aan een film die ik gezien had waar de Amerikaanse marine een vliegkampschip aanlegt, ook zonder sleepboothulp.
Verrek, ze willen dat hele grote schip met acht lullige vliegtuigmotoren naar de wal trekken!!
Ik keek naar de menigte op de wal en daar ging een gejuich op!
Het waren allemaal Nederlanders, emigranten die spandoeken ophielden als "Welkom" en "Is Gerrit aan boord" en "Hoe is het weer in Alkmaar?"

Inmiddels zag ik dat er twee sloepen neergelaten waren die een paar trossen naar de wal brachten.
Toen die daar waren winchten we de Doorman rustig naar de kant.

De vliegtuigen stonden daar alleen voor de show te draaien!!! De VDO (Vliegdekofficier) liep te schreeuwen of het niet wat minder kon want de mannen achter de handles hadden er wat teveel lol in.

De volgende dag stond er een cartoon in een krant:
Vier havenarbeiders zitten een kaartje te leggen, met op de achtergrond de Doorman met een windmolen op dek. Een janmaat staat voorover gebogen naast de vier mannen en vraagt: "Where can I put the sixpence for the parking-meter M'neer?"