Deel: 1

Om kort te gaan, toen zei de kajoe: "Laat dat ding niet uit je klauwen vallen, anders zitten we straks op 8000 voet bij Petrus aan de bakstafel". "Snert te schaften", vulde de leerling aan. "Dat ding" was een 10,5 cm granaat en een en ander gebeurde tijdens het munitieladen.
Om alles zo eenvoudig mogelijk te houden hebben wij dit maar viermaal gedaan, laden en lossen, wel te verstaan. Toen we na de eerste keer onze dieptebommen gingen proberen, bleken een paar klinknagels hier iets tegen te hebben en gaven de geest waardoor een tank, waar bier in gestouwd zou worden, volliep, wat niet de bedoeling was. We moesten weer dokken op de Rijkswerf en daarom ging alle munitie weer van boord af.

Het waren drukke dagen in die tijd.

Op een goede ochtend kondigde de schipper aan: "Zij, die nog geen plunjevaccinatie gehaald hebben, moeten die nu halen", waarbij hij blijkbaar het tropenplunje, halen en de pokkenvaccinatie door de war wisselde. Dit was hem ruimschoots te vergeven, want de man had hoopjes aan z'n hoofd deze maanden voor het vertrek naar Korea.

We lagen op de Rijkswerf en namen alle mogelijke en onmogelijke detailgoederen aan boord, van bijbels tot machinegeweerpatronen en de medewerking van de Rijkswerf en de A.M.M. was zo goed, dat één van de officieren de opmerking maakte: "Als we een BATO schrijven voor de hele Rijkswerf dan krijgen we die ook nog".

Het opwerken van het schip bracht een aantal matrozen 3 voor het eerst in aanraking met de zee, met alle gevolgen van dien, en weekends in Amsterdam en Rotterdam die naam mochten hebben.

In Rotterdam kregen we bezoek van de zesde klasse van "onze" school. Het schip werd namelijk geadopteerd door de "Mr Th. Heemskerk"-school, een Christelijke lagere school en daar we toch in Rotterdam lagen werd op een ochtend een officier naar die school toegestuurd om het eerste contact te leggen. Hij kwam in alle klassen, werd voorgesteld aan alle onderwijzers en ' last but not least, aan alle onderwijzeressen en door het kroost met een welluidend "Dag Meneéér" weer uitgeleide gedaan.

De volgende morgen kwam de zesde klasse onder leiding van de onderwijzer en het hoofd der school aan boord, waar zij aan de valreep werden opgewacht door de Ie Officier en meergenoemde adelborst Ie klasse, welke laatste de schone taak had deze kinderzegen iets van het schip te laten zien. Eerst ging het hele stel naar het volksverblijf waar aan de bak limonade en een sprits voor hen klaar stond. Dat dit behoorlijk in de pul viel was duidelijk. Vervolgens gingen zij het schip rond als een trouwe kudde achter hun herder.

Uiteraard legde de vrouwelijke helft grote belangstelling aan de dag voor kombuis, wasbaas (z'n machine dan) en de verblijven, terwijl de mannelijke kunne zich vermaakte door draaimolen te spelen achter de Boforsmitrailleurs (Ja, die doen het nog steeds!). IJverig werden scheepstermen geleerd en gerepeteerd en als klap op de vuurpijl was het voor alle hens snert schaften aan de bak, compleet met provoost en "Stilte" fluiten. Ik heb nog nooit deze Navy met zoveel smaak snert zien schaften; één van de jongens verzamelde al het drijfijs en verorberde dit met een verheerlijkt gezicht alsof hij bezig was aan een portie beste nassi.

Kortom, de hele school zal ons brieven schrijven en iedereen aan boord krijgt deze manier een correspondentie vriendje of vriendinnetje. Gerucht als zou er meer animo bestaan hebben voor een meisjes-H.B.S. zijn beslist de lucht gegrepen.

Wél vroeg op een goed moment de derde officier van de wacht, wijzende op een aantal vrouwelijke stamgasten de Parkkade, of die school ons geadopteerd had, maar ze zeggen dat dit een internationale school is, zich alleen met adoptatie in het groot bezig houdt.

We oefenden ook nog aan de Engelse zuidkust, waar we met meer en minder succes probeerden ons maatje, de "O 24", over kassie zes te doen gaan.
's Avonds meerde de onderzeeër langsij van ons schip af en we werden weer goede vriendjes. Ze mochten bij ons mandiën en een film zien, waarin schone hobbelduiven dansten en zongen en hun schoonheid niet onder stoelen of banken staken.

Daarna kwam het inschepingsverlof met een hoop kat om het verlof wat lichter te maken. Te oordelen naar financiéle toestand, waarin de meesten na terugkeer van verlof verkeerden moet het een buitengewoon plezierig afscheid geweest zijn.'

Hierop volgden nog veertien dagen gevechtsschietoefeningen en aan boord nemen van detailgoederen. Wat het eerste betreft hadden we met het schieten op de manche weinig geluk.
Toen eindelijk, na vele malen door weersomstandigheden verhinderd te zijn, Vrijdag 14 November een Mitchel boven het kruiseroefenterrein verscheen en dit vliegtuig zijn manchekabel had uitgevoerd sloeg de bliksem in manchekabel en verpulverde een deel ervan; de Victor Baker nummerzoveel had kakken te kort om naar Valkenburg terug te keren.

's Middags kwam een Firefly, die na enige minuten ook z'n manche verloor. We zijn toen maar schielijk het Schulpengat ingedoken op Nieuwediep aan. Tenslotte was het Vrijdag en amper de 13de en je mag daarmee niet spotten.

Wat de stores betreft, daar kreeg menigeen grijze haren van. Het schip zat tot de brug toe vol met alle mogelijke spullen (w.o. 61.000 pijpjes bier, waarmee we ons tot Hongkong behelpen moeten) en iedere dag stonden er weer nieuwe auto's op de wal met kerstpaketten, machinekameronderdelen, aardappelen tot trompetten en stringbassen toe. Eigenlijk begrijpt nog niemand hoe we alles hebben kunnen stouwen en dat het schip bleef drijven.

Een week voor het vertrek kwam de BdZ, de Vice-Admiraal de Booy, aan boord voor een inspectie. Na deze inspectie hield hij op het halfdek een toespraak tot de bemanning, waarin hij o.m. vertelde, wat voor werk wij in Korea zouden krijgen, namelijk minder kustbeschietingen zoals de Piet Hein, maar meer patrouilleren en convoyeren, voornamelijk aan de Westkust van Korea in de Gele Zee. Naar zijn oordeel was de Johan Maurits" het beste zeeschip in deze Navy.

Op dat moment was iedereen het volkomen met hem eens, maar later in de Golf van Biskaye veranderde dat wel wat.

Woensdagavond voor het vertrek vierden we het afscheid van Holland in de Marinecantine. De hele bemanning was aanwezig en na het openingswoord van de commandant begon een cabaret gezelschap de zaal te vermaken. Om 10 uur schoof een ieder over de dansvloer en zo werd onder het genot van bier, croquetten en patates-frites, grondig afscheid genomen van Nieuwediep en derselver vrouwelijk schoon.

Toen kwam Vrijdag 21 November en het was eindelijk zover!

De Piet Hein telegrafeerde vanuit Hongkong ons het volgende toe:

"Goede vaart en goede reis
Welkom in dit paradijs
van Korea en Japan
Wij hebben er tabak nu van!
Ieder roept met luide stem:
Hiep, hiep, hoera voor J.H.M."

waarop wij de poëzie-rol op post lieten komen en het volgende gedicht uit de bus kwam:

"U bent het zat,
Maar ons fregat
Zal na de rij van admiralen
Als generaal niet falen!
Tot straks, Piet Hein!
Hongkong zal er stil van zijn."

wat we zelf machtig mooi vonden.

Na de inspectie door chef staf CZM., stroomde het schip vol met vaders, moeders, vrouwen, verloofden, broers en zusters van de opvarenden en als er zo'n 1000 burgers aan boord geweest zijn dan zal dat niemand verbazen.
Er was gezorgd voor snert en broodjes, zodat iedereen aan z'n trekken kwam. Op vele manieren werd afscheid genomen, vrolijk, somber, tragisch, om kort te gaan, ieder deed het op z'n eigen manier, zoals een oude matroos die op mij afkwam en zei: "Even een vrijgezellenklauw, mijnheer".

Om kwart voor twee stroomde het bezoek van boord en was het opeens erg rustig aan boord. Op de Buitenhaven was het zwart van afdouwers, het Korps Adelborsten marcheerde af naar het Wierhoofd en de marinekapel liet z'n vertrouwde klanken horen.

Na het ontmeren trad een ieder aan volgens meerrol en stoomde het schip de haven uit onder de klanken van het Wilhelmus, dat ineens voor velen nog meer inhoud kreeg en het joelen van het Korps Adelborsten op het Wierhoofd.

Na nog een ererondje gedraaid te hebben brachten we - met de stoomfluit een laatste groet aan het goede Nieuwediep en alle familieleden en bekenden op de wal (in Huisduinen werd zelfs met lakens uit de ramen gezwaaid; dit trof ons allen diep) en stoomden we "met variérende koersen en vaarten door het Marsdiep en Schulpengat.

Het was smerig koud aan dek en op de brug en zij, die geen wacht hadden, trachtten er het beste van te maken en verdwenen benedendeks.

Tot de Engelse Zuidkust ging alles prachtig, overal werd orde op zaken gesteld, alles opgeruimd en het schip begon zich klaar te maken voor z'n oorlogstaak. Rollen werden beoefend, richtoefeningen gehouden, lessen gegeven, enzovoort. Het hele bedrijf kwam op toeren, zij het dan dat het toerental nog niet hoog lag en zo nu en dan weigeringen aan het licht kwamen.

Toen kwamen we in de Golf en er verdwenen plotsklaps velen voor enige dagen van de kaart en het dek. Niet,dat er nu sprake was van een flinke storm of zo, maar het schip slingerde behoorlijk en het bierverbruik in de toko liep terug tot zegge en schrijve 2(twee) pijpjes per dag. Je bent een kwartiermeester met hoopjes dienstjaren of je bent het niet.

Aan alles komt een einde en ook aan deze slinger- en stampperiode. Op de Hondewacht passeerden we Kaap Vincent en op de voormiddag hadden vele mensen weer veel babbels, al zagen ze dan wat wit om de neus. Om vijf uur 'savonds passeerden we "The Rock of Gibraltar" (uit de bekende tophit van (de vorige week) en de bekende seintjes werden gewisseld:

,,What ship ......Where are you bound for"........ en vol trots knipperde de seinlamp terug:"H.N.M.S. Johan Maurits van Nassau, bound for Korea".... ,Good night" seinde de Rock en zweeg vol ontzag.

De temperatuur was aanzienlijk beter geworden, voor de radio hoorden we van hagelbuien in Den Helder en we waren blij dat we dat feest althans niet mee behoefden te maken. En, zo zijn we dan op dit ogenblik, de Platvoet van 27 November, ter hoogte van Algiers. Die Afrikaanse kust deed overigens vrij vertrouwd aan, allemaal plaatsjes zoals Tel Aviv, waar de jutters over mee kunnen praten.
De dominee heeft zojuist z'n gebruikelijke avondtoespraak gehouden en hij had in deze omgeving, waar Augustinus woonde en Malta, waar Paulus schipbreuk leed, voldoende aanknopingspunten voor een kort woord op ander niveau dan de dingen van iedere dag.

Zaterdagochtend lopen we La Valetta binnen en het zal een waar feest worden.