Deel: 2

Malta en Maurie
,,We the undermentioned are here-by thankfull to all the ships company for a very very enjoyable evening on board your ship. We hope to meet again very soon. Thank you all so very much, especially your soccerteam which played against H.M.S. Tyne at Malta on this the 30st November 1952.
Charles Frazer (Goal keeper)
Maurice Evans
Ernest Jessen (6 goals)     George Powell.

Deze verklaring was het staartje van een bijzonder plezierige avond na een voetbalmatch tegen H.M.S. "Tyne", een reparatie schip.

We verloren weliswaar met 7-1, maar deze lieden speelden een klasse beter en waren bovendien kampioen van Malta. Na de match was er een tea voor ons elftal in R. N. Canteen en 's avonds werd hun elftal bij ons aan boord uitgenodigd. Onze band (waarover straks meer), en de heer Heineken droegen het hunne bij tot de feestvreugde en de Engelsen zeiden, dat ze bijzonder veel plezier gehad hadden, wat hun dan ook wel aan te zien was.

Overigens had deze wedstrijd nog een ander staartje, met vier pootjes er aan, langharig en van vrouwelijk kunne. Dit product kregen we als troostprijs cadeau van een Malteser politieagent na de voetbalwedstrijd en de korporaal konstabel ontfermde zich over deze adspirant scheepshond, doopte haar "Maurie" en bevorderde haar direct tot Marva lste klasse, omdat je voor een dame altijd wat meer respect moet hebben.

Nee, we kunnen niet zeggen dat Maurie zich direct thuis voelde aan boord, de snert met nassi viel er nog niet zo goed in en van katjang alleen wordt zo'n hond ook niet dik. Nou is het maar een klein hondje, veel heeft ze niet nodig en d'r zeevader zorgt goed voor haar. Ze volgt hem dan ook op de voet, tot in zijn kooi toe. Het gaat nu al een stuk beter, vooral na het passagieren in Beyrouth.
We waren echter nog in Malta en daar zijn we nog niet over uitgepraat. We lagen gemeerd op de boeien in een of-andere pak-weg-creek, en de communicatie met de wal werd onderhouden met onze sloep en met deisha's (voor eigen rekening) een soort mooi opgetjette gondel, voortbewogen door een of andere paai die rechtop stond te roeien of liever gezegd te strijken.

We kregen post van thuis, veel verhalen over sneeuw, ijs en schaatsen, maar op Malta scheen de zon op de zandstenen huizen en gebouwen in de nauwe, sterk hellende straatjes, wemelde het van kinderen, erg vies, erg zwart en erg aardig. Verderop een hoop dure Engelsen met grote petten op en splitjes in hun tweed-jasjes. De consul zorgde voor een filmvoorstelling met een gratis consumptie, de Royal Navy voor een bustrip over het eiland, waarbij hoopjes tempels en catacomben voorgaats gesleurd werden, en de plek ... Kiekjes voor thuis ...waar Paulus met zijn schip gestrand was bekeken werd. Dit was een klein rotseilandje vlak voor de kust waar de R.K. Kerk nu een standbeeld van hem had opgericht.

Voor de mensen die nog nooit op Malta geweest waren, was het erg interessant (voor de schipper was het de 14de maal). Er werden veel foto's voor thuis genomen en souvenirs gekocht. Voor de ouwe jongens aan boord was er een hele smalle, hele lange en hele slechte straat, die we, waarom weet niemand, de straat der zeven smarten genoemd hebben, waarschijnijk vanwege alle droefheid daar. In sommige tenten kon je Hollands bier drinken, daar bleef het dan ook bij, want de rest "was ruimschoots bagger, ook al heette een van deze "amusementsgelegenheden" dan: "Rest in Heaven". Dat was dan Malta.

De seiners en de rapp's hielden nog een van hun ingewikkelde oefeningen. Hier aan namen de telegrafisten ook deel. Zij kregen als beloning het volgende seintje:

Van: Flag officer Flotillas Mediterranian.

Aan: Johan Maurits van Nassau

Please accept my compliments on the very high standard achieved in yesterdays plotting and communication excercises.

DTGR. 021115 A/DEC

En sindsdien is er geen verstandig woord met deze mensen meer te praten.

Sinterklaas en ceders

Na Malta stoomden we om de Oost langs Cyprus en Kreta naar de ceders van Libanon. Intussen was echter het "Heilig avondje" gekomen en het is een best avondje geweest.

De feestcommissie heeft handen vol werk gehad, Sinterklaas pakketten uitzoeken, de hap regelen, het halfdek optuigen enz.

De seiners zorgden voor vlaggendoek, de kleermaker deed z'n best, de kabelgast zorgde voor een baard van slapping of zo, de commandocentrale fabriceerde een mijter en de torpedomakers een staf en op de avond van de 5e December wachtte iedereen op het halfdek vol spanning op de dingen die komen gingen. Onze band (bas, drum, guitaars, clarinet, accordeon, hoge pit). speelde toepasselijke muziek en onder de sub-tropische tropenhemel klonken de welbekende liederen van maneschijn tussen de bomen en de stoomboot uit Spanje.
Toen kwam statig Sinterklaas himself, gevolgd door een uitbundige zwarte Piet compleet met roe en zak.

De commandant sprak een welkomstwoord en Sinterklaas bedankte en zei datie het erg druk had en nog veel meer schepen bezoeken moest, maar dat hij behalve de cadeaux, die straks uitgereikt zouden worden, voor enkele speciale figuren aan boord, enkele speciale cadeaux had. De commandant kreeg een taart (zo'n kok), de O.B. officier een hedgehog projectiel met bier en vers, en de sergeant konstabel een bierkanon met volgend gedicht:

Hier heeft U een kanon,
Het is geladen, denk er om.
Doch niet niet bier of oude klare
Want dat kunt U toch niet bewaren.
En aangezien U dit vocht toch niet kunt luchten
Hebben wij besloten hem zelf maar leeg te zuchten."

Zo was er voor ieder wat, zelfs Maurie kreeg een halsband met inscriptie. De jongste aan boord ging in de zak en verschillende zeuntjes werden door de Sint ernstig vermaand. Het leek wel of hij er dagelijks mee te maken had, zo goed kende hij hun fouten en gebreken. Onder de tonen van "Oh, kom er eens kijken" werd de Sint uitgeleide gedaan en verdween vanwaar hij gekomen was.
Hierna was het voor alle hens pakketten van moeders halen in de dieptebommenbergplaats en de kombuis had voor gebak en chocolademelk, de toko voor een gratis pijpje gezorgd en iedereen liet iedereen zien wat hij allemaal gekregen had. Zo werd het een "heerlijk avondje", dat bij iedereen zwaar in de pul gevallen is. Dit gebeurde allemaal terwijl we onder Cyprus doorvoeren en na een paar dagen scheepswerkzaamheden en lessen volgens rooster meerden we Zaterdagochtend op de voormiddag af in de haven van Beyrouth, de hoofdstad van De Libanon, De consul kwam aan boord en kreeg z'n eerbewijzen met valreepgasten en overfluiten, gevolgd door een Turk met fez die geen Libanese minister maar een bediende van de consul bleek te zijn, waar we pas later achter kwamen, toen hij met de hoed van de consul in zijn hand voor de kajuit op post stond.

Beyrouth en Bańlbeck

Beyrouth is een wonderlijke stad. Zelden zagen wij zoveel en zulke mooie Amerikaanse wagens bij elkaar, maar ook zoveel primitiefs en armoede. Naast schitterende Cadillacs van het laatste jaar ezeltjes volgeladen met van alles en nog wat en geleid door ezeldrijvers zoals dat vanaf 500 jaar voor Christus ook al gebeurde. Coca Cola automaten en waterverkopers met grote zilveren kannen en kruiken, geweldig luxueuse hotels aan de boulevard en de smerigste krotwoningen die je je maar voor kunt stellen.

Je zag erg veel politieagenten in dikke uniformen (voor hen was het winter) en het was duidelijk te merken dat de Libanon pas 6 jaar onafhankelijk was. Een eigen M. P. patrouille liep door de stad om moeilijkheden met de Arabische bevolking te voorkomen. De consul had een bustocht georganiseerd naar Bańlbeck, een paar oude Bańltempels hoog in de bergen en deze excursie was een groot succes.

Een mooie auto-bergtocht, voor iedereen een voortreffelijk Libanees diner (olijven, gebakken bloemkool, Turkse koffie en gebakken aardappelen met biefstuk) in een mooi hotel en veel interessante bezienswaardigheden. We zagen de tempels van Bachus (Bachus was de God van de drank bij de Grieken) en iedereen ontblootte eerbiedig het hoofd. Het was vrij fris daarboven in de bergen en in het hotel brandde zelfs een kachel. Aan boord was. het daarentegen niet zo. Binnen een paar uur werden de tenten al opgetuigd. De bekende correspondent, Alfred van Sprang, maakte de hele tocht mee en nam een filmpje op voor de televisie, dat inmiddels in Holland al gedraaid zal zijn.

Officieren en onder-officieren maakten een tocht naar Darnascus, de oudste stad ter wereld en hadden een tea in het huis van de Nederlandse Consul. We reden luid toeterend door de (smalle) straat "genaamd de Rechte" (bekend uit de bijbel), om tussen alle ezels en kamelen door te komen, en zagen de plaats waar de apostel Paulus in een mand over de muur gelaten werd en het huis van (1e ouderling Ananias waar hij logeerde.

Zo beleefde iedereen wat, officieren hadden hun parties, het elftal voetbalde tegen The American University of Beyrouth en verloor weer, maar nu met 3-2, volgens hun zeggen omdat ze niet gewend waren in de warmte te spelen en dat zullen we dan maar aannemen. Mooie souvenirs werden gekocht, kleedjes en met ivoor ingelegde doosjes voor thuis en Esquire kalenders (niet voor thuis).

Ook Maurie kon de verleidingen van de wal niet weerstaan en was plotsklaps verdwenen, alleen de wal op, zonder zee-pa, maar midden in Beyrouth werd zij weer opgepikt door de maten en veilig langs alle gevaren van de wal teruggeloodst. Zij moet echt nog een hoop leren, maar dat is allemaal nog nieuwigheid (net als de M.K. moeilijkheden, de zwarte rook, de motor van de sloep en andere zaken). Zij is er wel een stuk vrolijker op geworden. Enfin, zo was iedereen aan zijn trekken gekomen en vol moed vertrokken we naar Port Said.

Keerkring en kort khaki

Gelukkig behoefden we daar maar een paar uur te wachten en dat gaf al ellende genoeg. Hoopjes ongure lieden die langs allerlei slinkse wegen aan boord trachtten te komen, twee vuilnisprauwen, waarvan de gezagvoerders elkaar dermate beconcurreerden dat de brandslang er aan te pas moest komen en een van hen door ons in bescherming moest worden genomen terwijl de ander door een stevige matroos bij zijn middel werd beetgepakt en vrijgezet. We lagen op de boeien naast een Russisch koopvaardijschip en we werden voortdurend met grote kijkers bekeken; als een soort van propaganda schalde constant een soort half klassieke muziek over het water, onze richting uit.

De tocht door het kanaal leverde niet veel moeilijkheden op. Overal zag je Hollandse baggermolens die bezig waren dit nauwe en zanderige kanaal een beetje toonbaarder te maken. Via Suez verder om de Zuid door de Rode Zee, bound for Aden.

Op een goede morgen werd overgegaan op tropen tenue en vertoonde een ieder zich in kort-khaki aan dek. Vele verborgen schoonheden en gebreken kwamen in het volle licht van aller belangstelling en vooral de laatste waren aaneiding tot dat enige vermaak dat we bij de baas kennen, leedvermaak. We werden door de commandant persoonlijk ingelicht van hÚt feit dat we de keerkring gepasseerd waren en dat nu liet tropenkat inging en dit laatste vonden we zeker zo belangrijk als het eerste. Verder leverde de Rode Zee niet veel op, warm in de verblijven maar prettig aan het dek, veel passerende tankboten en de berg Sinai flauwtjes aan de kim. Op de dagwacht van 16 December stoomden we de baal van Aden binnen en meerden af langs een tanker om olie te laden. Er lagen een hoop schepen in de buurt en voortdurend vertrokken er schepen en kwamen er nieuwe bij.

Aden en "Van je hela, hola"

Het passagieren in Aden beperkte zich tot het niet inlopen van de "Out of bound" straatjes, het kopen van kleedjes, shawltjes en ingewikkelde bebobhemden, bedrukt met krantenknipsels en filmsterren en het zingen van liedjes uit de vaderlandse folklore, maar niet door ons. Dat kwam zo, 's Avonds kwamen we bij het enige winkeleentrum, een soort plein, alsmaar meer mensen tegen die zich zeer Hollands voortbewogen. Vaders en moeders met kinderen, en "papr)ie", "waarom krijgen we nou geen ijsje", "Seg Mien, kind, mot je die roare vrijer daar sien", stevige Hollandse boerendochters met de bekende schapenwollen vestjes, heren in hemdsmouwen en bretels, kortom het leek meer een of andere Spoorstraat in een pakweg provinciestad met een half Arabisch, half Westerse boulevard met palmen en dikke Bombayers in schommelstoelen op de voorgalerij van hun winkel hun waar aanprijzend.

Al deze mensen (het waren er 1500) waren afkomstig van de "Fairsea" en dit was de enige haven die zij aandeden op weg naar AustraliŰ. Al gauw constateerde men weer dat de wereld toch maar klein was, vele buurmeisjes en dorpsgenoten werden ontmoet en tegen elf uur 's avonds leek het precies de avond van Koninginnedag in Holland. "Van je hela hola houd er de moed maar in" en zo, alleen de feestneuzen en de bordpapieren toeters ontbraken.

Lang niet iedereen was gaan passagieren en aan boord probeerde men met eigen middelen wat sardines te verschalken die in ontelbaar grote getale om het schip zwommen. Officieren en onder-officieren droegen kort wit, 't kort tot 6 uur 's avonds en wit tot hooguit een uur na overal. Vrijdagochtend vertrokken we, met gevulde olie- en watertanks, klaar voor de oversteek, naar Colombo.

Blinde darm en bon voyage

Er valt eigenlijk niet veel te vertellen over zo'n oversteek. De zee was kalm, de N.O. Passaat woei voortdurend zoals een passaat eigen is en er werd druk geoefend. Waren er voor Aden alleen oefeningen voor alle dienstvakken apart geweest, nu oefenden we als team, en regelmatig werd alarm gegeven of kwam iedereen op post volgens 2 of 3 divisie oorlogswacht.. Iedere ochtend om 10 uur kwam dezelfde onderzeeboot en die werd steeds maar weer volgens de regelen der kunst tot zinken gebracht. De enige sensatie was, zij het dan ietwat onaangenaam voor de persoon in kwestie, dat plotseling een hofmeester opgenomen werd in de ziekenboeg met een acute blindedarmontsteking.

Eerst werd getracht contact te krijgen met andere schepen die misschien een betere operatiegelegenheld hadden en al gauw seinde de "Fairsea" dat ze dat niet hadden en de Gen. Me. Muir, een troepentransportschip met Koreavrijwilligers aan boord, ook op de uitreis ('s avonds laat waren ze in Aden binnengelopen en toen ontdekt werd dat zij langs een Nederlands oorlogschip stoomden werd de avondstilte verstoord met kreten als: "Hup Holland" en (kÚnnen, kÚnnen, kÚnnen!") maakte rechtsom ' keert en stoomde ons tegemoet.

Wat later kregen de telegrafisten een Hadji-schip aan de lijn waar een chirurg aap boord zat en de Gen. Me. Muir werd bedankt en met 17 mijl stoomden we op de Mohammed af. Het was een groot wit schip, we streken de sloep en haalden de chirurg van boord, die constateerde na een diepgaand onderzoek dat een operatie onder deze omstandigheden niet mogelijk was (hij had zelf in geen 20 jaar geopereerd): Ook de chirurg werd bedankt en teruggebracht aan boord van zijn schip, wij gingen weer door en diezelfde avond werd de hof meester in onze eigen ziekenboeg met eigen middelen geopereerd en hij was na enige dagen weer het ventje.

Een volgende ontmoeting op deze grote wateren (zoals de dominee dat 's ochtends in de kerkdienst zei) was op de eerste wacht. Over stuurboord zagen we een tegenligger en naar de lichten te oordelen leek het wel een passagiersschip.

Voor de variatie en om de seiners wat te doen te geven liet de off. v. d. wacht seinen: "What ship" en het volgende gesprek ontspon zich:

JHM: What ship

Antw.: Norwegian Skaubry. From Korea and Saigon to Marseille with troups. Bon voyage, merry Christmas and a happy new year.

Skaubry: We flave about 200 Dutch soldiers on board.

JHM: Please tell them: Goede thuisvaart en een prettig verlof.

Toen zwegen de seinlampen en beide schepen vervolgden in het donker hun koers en vaart.