Deel: 4

Sasebo's, 's lands wijs 's lands eer.

"Kijk dat, schip daar is precies de "Queen Wilhelmina", alleen iets groter", en de seiner wees op de "Missouri", een van de grootste slagschepen van de wereld. Dit schip voer net de haven of liever de baai van Saseho hinnen, terwijl wij op tegengestelde koers lagen, weer een patrouille en Korea-kou tegemoet. De eerste kennismaking met Sasebo was niet geheel onbevredigend. Men hoorde hier en daar alwat mompelen over vaste verkering en zo, maar vanzelfsprekend zijn deze geruchten volkomen uit de lucht gegrepen.
Over het landelijk schoon kunnen we kort zijn, heuvelachtig en roestbruin en hier en daar wat schraal groen. De heuvels hebben de meest wonderlijke vormen, sommige doen sterk aan ……..enfin als je een oud-Korea-vaarder vraagt of hij Jane Rusell kent zal hij dit volmondig toegeven, bij heeft er zeker dagenlang tegenaan moeten kijken wanneer zijn schip in Sasebo op de boeien lag.

Een ander ding dat opvalt in deze haven, zijn de Amerikaans F,LCVP's, die voor conmiunicatie en passagiersvervoer gebruikt worden; Ieder schip krijgt er ťťn toegewezen met bijlevering van een echte Yank, die al kauwgum kouwend aan dek rond stapt, en als hij moet varen denkt, dat, hij deelneemt aan boat-races op Lake Pak-em-Beet in z’n States. Het manoeuvreren met deze boten hebben ze beslist niet geleerd op de kwartiermeesterscursus te Nieuwediep, want twee dagen zo'n race-bal langszij en het is weer buitenboord tjetten geblazen.

Wonderlijke vogels, die Amerikanen, stapelgek en trots op hun eigen land, gewend en verwend door alle mogelijke luxe, maar dolgelukkig als ze aan boord van een Hollands fregat uitgenodigd worden voor een paar pijpjes bier. Passagieren in Sasebo was na de grondige voorlichting door de maten van de "Piet Hein" een eenvoudige zaak. Nightclubs, bars en andere walinrichtingen te kust en te keur, wankele Japanse made taxietjes (soort shagdoos op wielen) waar een Europeaan zich met moeite in kan frommelen, wegen die zo slecht zijn, dat een fietspad op de Veluwe er een hoofdverkeersweg bij is, en tenslotte de Jappen zelf, kleine onoogelijke lieden die in gammele verveloze tuinschuurtjes met triplex schuifdeuren voorzien van rijstpapieren ruitjes, wonen ("huizen" noemen ze dat, hier) en die de veelgeprezen Hollandse zindelijkheid blijkbaar alleen op zichzelf en de binnenkant, van hun "huizen" beoefenen, want voor de rest is het een onbeschrijflijke rotzooi.

Althans volgens onze Westerse begrippen, 's lands wijs, 's lands eer en het aanpassingsvermogen van de Hollander komt, weer duidelijk aan het licht. We trekken bij de voordeur onze schoenen uit, alsof we thuis niet anders gewend waren, buigen beleefd naar Mammasan en Pappasan en gaan doodgewoon op de grond zitten en vragen om sakť als bij moeders thuis in de stoel bij de kachel om koffie. En dan het Japans vrouwelijk schoon, tja, daar zijn de meningen wat verdeeld over, de meisjes zijn allemaal klein, lachen graag en veel, maar sommigen zeggen, dat ze maar niet aan hun gezichten en kromme benen kunnen wennen.

Kleren, kou en Korea

Kortom, na al deze ervaringen gingen we op weg naar ons palrouille-terrein, om met een korte onderbreking met rood wit en blauw deze ook weer deel te laten nemen aan de feestelijkheden. Nou, feestelijk was het bepaald niet, wel koud! We kregen de zorg over een paar kale eilandjes aan de Westkust, boven de 38' breedtegraad samen met een Engels fregat en een groot ijsveld, dat met eentonige regelmaat met het, zware tij mee naar buiten en binnen trok. IJsschotsen van een meter dik die met een 3' mijls stroom meedreven. liet was. Het was echt zaak om te zorgen, dat je vrij van hel ijs bleef.

      
Midden in het ijs

We hebben er ťťn keer midden in gezeten en ons anker hield het maar net, eens en nooit weer was van toen af aan het devies. Slecht was het weer niet. overdag scheen de zon, al bleef de temperatuur ook ruim onder nul (zo tussen -5 en -10) en de zee was uitermate kalm. Wanneer we op wacht moesten hadden we zeker 20 minuten nodig om ons hiervoor aan te kleden, een korte opsomming zal dit zeker duidelijk maken.

Van binnen uit, beginnend droeg men achtereenvolgens, lang jaeger ondergoed, wollen sokken, daarover lange witte kousen, het geheel in klomplaarzen, een extra broek en dik gevoerd windjack, daarover een gewatteerde overall of een loodzware bontgevoerde jas, handschoenen met daarover wollendeken wanten, een soort motorrenners cap op het koude hoofd en over de dito oren, het was hard zwoegen eer je dit hele gevaarte zonder kleerscheuren door luiken en langs trappen aan het dek had.


Oorlogswacht bij -10

Ons eerste actieve optreden op het strijdtoneel kwam op een wat ongelegen moment. Het was Zondagochtend, de kerkdienst was in volle gang, tegen het einde van de preek werd de commandant weggeroepen en onze VLOP had amper amen gezegd of alle stuksbemanningen van kanons en mitrailleurs werden op post geroepen en met bijbels in de achterzak gestoken zaten de kerkgangers achter hun wapens. Een van "onze" eilanden werd vanaf de vijandelijke wal beschoten en vroeg om gun-support. Enfin, we deden ons best en na een half uurtje werden we bedankt en konden we doorgaan met koffiedrinken, en terecht overigens.

De volgende dag werden alle mogelijke condensors en zo, zout en ondanks het harde werken van het M.K.personeel zat er niets anders op dan terug te gaan naar Sasebo om uit te vinden wat er nu eigenlijk loos was. het was wel wat zuur om op onze eerste patrouille zo vroeg te moeten afbreken, maar we zouden onze schade de volgende patrouilles wel inhalen.

Dit gebeurde omstreeks 1 Februari en niemand vermoedde dat, er zich dingen in Holland afspeelden die een stempel zouden zetten op het hele komende, jaar.

Dokken en dokken (uit liefde).

In Sasebo doken we direct het dok in en het was daar, dat we ons gingen realiseren dat het behoorlijk mis was in Holland. Al het nieuws in die periode kwam via het dagelijkse nieuws bulletin van Scheveningen Radio en hoewel dit, nieuws zeer zakelijk en beknopt was, de feiten logen er niet om en velen, waarvan de ouders of familieleden in de bedreigde gebieden woonden, liepen met bezorgde gezichten rond. De VLOP gaf 's avonds een korte samenvatting van het nieuws, las psalm 46 en organiseerde een inzameling voor de slachtoffers welke fl 1100, opbracht, maar meer konden we niet doen, alleen de verdere berichten afwachten die met de dag slechter werden. Pas later, toen de kranten en tijdschriften arriveerden konden we ons een voorstelling maken van de ellende en schade en ook van de hulpverlening. We ondervonden veel medeleven van de andere Navies, zelfs op de wal informeerden Japanners vaak naar de toestand in Holland en iedereen scheen geld gegeven te hebben. Er kwamen telegrammen uit Holland en gelukkig dat er voor niemand meer reden tot, ongerustheid behoefde te zijn, hoewel er natuurlijk wel materiŽle schade was.


Gebroederlijk naast elkaar met de alieds

Tenslotte vroegen weer andere zaken de aandacht en we benutten deze stilligperiode om alles in orde te brengen voor de volgende patrouille en om onderhoud te geven aan het schip (maar daarover straks meer). Het was een prachtig dok, vele voor gangsters hadden namen of) de dokmuren geschilderd voorzien van treffende carricaturen.

De Japanse werf zorgde voor een speciale attractie: voor het roetzagen in de ketel trad een peleton Japanse vrouwen (of liever vrouwtjes) aan, gestoken in ketelpakken, maar met lipstick en make-up en dit laatste werd zorgvuldig bijgehouden. Enfin, als de Rijkswerf nog eens personeel tekort krijgt .

Een bijzonderheid was, dat we voor het eerst sinds Beyrouth weer eens zomaar domweg van boord konden lopen, waar dan ook dankbaar en soms iets te dankbaar gebruik van werd gemaakt (gezien het vlaggeboek). Een gratis Navy-bus zorgde voor het vervoer naar de "stad" en vlakbij het dok was dat sportterrein van een Japanse school, waarvan wij na vastwerken gebruik mochten maken en met Japanse kroost (in zwarte uniformpjes) als supporter, begonnen we aan onze onderling voetbalcompetitie.

"Een dagje uit".

Op een goede Zondagmorgen werd er een excursie georganiseerd naar Nagasaki; een Japanse autobus bracht ons erheen en hijna helemaal terug, want tenslotte hadden de slechte wegen het van onze slechte banden gewonnen en werd het laatste traject meegelift met een U.S. Navy bus met feestvierende Amerikaanse sailors. De bus was door hen in een soort bierbad herschapen en een opgeschoten jongmens in zeemanskleren hield hele betogen tegen onze schipper. Hij had de hele Navy haarscherp door.

Now, listen buddy, I’ve been in this Navy for two years and, I'm just as good as you are and, I tell you this………

Nagasaki was mogelijk nog een grotere bende dan Sasebo. De meergenoemde tuinschuurtjes complexen en soms een echt huis van steen en twee of drie grotere gebouwen. Na enig zoeken vonden we het Atomic-Bomb Centre met het Atoommuseum, een of ander stalletje waar wat stenen en verbogen stukjes staal lagen en ansichtkaarten om naar huis te sturen. Van materiŽle schade was niet veel meer te bekennen, wat, met de Japanse begrippen van nieuwbouw, ook heel goed mogelijk is.

Terloops werd nog een bezoek gebracht aan het huis van Madame Butterfly, nu helemaal vervallen en verwaarloosd, maar het moet destijds bepaald een rustoord zijn geweest. Na deze bustocht zijn we in de omgeving van Sasebo wel uitgekeken, we kwamen met zadelpijn van het hobbelen en hotsen terug en vonden het welletjes en alle porceleinfabrieken en parelkwekerijen kunen ons voorlopig ruim gestolen worden.

,,The mapleple-leaf forever".

Na de dokperiode, waarin alles weer piekfijn voor elkaar gekomen was, volgde nog een hele week rustig op de boei liggen, voordat we ten strijde zouden trekken. Er werd bijzonder veel gevoetbald, vaak drie elftallen per middag, waarvan twee in de scheepscompetitie en het scheepselftal tegen een of ander binnenliggend Engels schip. Ter illustratie hier de uitslagen van de laatste twee maanden:

Hr. Mr. Johan Maurits van Nassau"--H.M.S. "Ladybird" 2---1;

H.M.S."Ladyhird" Hr. Ms. Johan Maurits van Nassau" 0--3;

H.M.S. "Whitesand Bay" Hr. Ms. Johan Maurits van Nassau" 2-4.

Ons elftal is inderdaad stukken beter geworden er zijn bepaalde R.N.schepen die loeren op revanche en dat zullen ze krijgen ook (dit in alle bescheidenheid opgemerkt). Na enige moeite werd een hockey-elftal gevormd uit officieren en equipage, en de Engelsen waren zo sportief een oefenmatch aan te, bieden. Men is nu wat heter ingespeeld en vol verwachting klopt ons hart. In Hong Kong wacht hen een wedstrijd tegen het dameselftal van de Nederlandse Kolonie en met dit heerlijke doel voor ogen gaan ze nu moedig voorwaarts. Ook handbal, base-ball en atletiek werd niet vergeten en er zijn grote plannen voor een complete sportdag.

Wanneer we straks in Holland terug zijn, en je een van de opvarenden van dit schip in een bioscoop zou schaken wees er dan van overtuigd dat deze man niet goed snik is. Na een half jaar iedere dag een film (en meestal een nieuwe) zorg je er voor de eerste jaren wel voor ketelaar bioscoop te zijn (dit ter attentie van echtgenoten, a.s. echtgenoten en anderen).

Kent u Her Majesty's Canadian Ship "Haida"? Nou, wij wel en ze kennen ons ook. We lagen gezusterlijk naast elkaar op dezelfde boel gemeerd en zo, nu en dan kon de valreep het transitoverkeer niet meer aan. Officieren leefden in elkaars longroom, was het "aan je bakken" dan liep het halve schip leeg om op die "Haida" te gaan schaften en 's avonds was het op datzelfde schip maar een dooie boel, want op de "Maurits" struikelde je over de Canadezen, die vredig het ene pijpje bier na het andere verwerkten en royale rondjes gaven, de jongelui verdienen nog meer dan de Amerikanen! Kortom, het was een grote verbroedering en er werden vele contacten gelegd die in de toekomst bij eventuele emigratie wel eens bijzonder waardevol zouden kunnen zijn. Canadezen zijn voorlopig bij ons favoriet, we _kunnen geweldig met elkaar opschieten en ik geloof dat het wederzijds is.

De romp van ons schip werd om practische redenen donkergrijs getjet. net als de Canadese schepen, en dit laatste modesnufje staat haar bijzonder goed. Trouwens na de Zaterdagse inspectie door de commandant werd bekend gemaakt dat hij zeer tevreden was over het uiterlijk van ons fregat en dat zijn wij ook. Een paar weken later aan de Westkust zag een Canadese admiraal, die ingescheept was op de "Haida", ons voor anker liggen en hij schijnt gevraagd te hebben, wat dat Canadese fregat hier deed, daar wist-ie niks vanaf. Voorlopig hebben wij Heineken's en zij niet.

"Liggen ten anker av".

Tenslotte is "lekker maar een vinger lang" en behalve voetballen en bierdrinken met Canadezen gaan we zo nu en dan naar de Westkust om pal te staan (met excuses aan H. v. Eyck). Op deze Westkust zijn 3 eilandgroepen, die aan de zorg van de Royal Navy, aangevuld met eenheden der Australische, Nieuw-Zeelandse en Canadese Marines en last but not least ons kostelijk fregat, zijn toevertrouwd. Deze eilanden bevinden zich allemaal zo om en nabij de 38e breedtegraad en zijn nogal belangrijk vanwege de radarstations, die de Amerikanen er neergezet hebben en de guerilla en spionnageactiviteit, waarvan zij het middelpunt zijn.

Onze taak nu is om deze eilanden te beschermen, het verkeer van sampans en zeiljachten te controleren (eigen vaartuigen voeren herkenningsseinen, die voor iedere week opnieuw vastgesteld worden, zoals bijv. 2 strohoeden 3 mijl zichtbaar of 2 horizontaal opgehangen broeken en andere herenmode-artikelen) en te voorkomen dat de overkant gelegenheid krijgt om voorbereidingen te treffen voor een invasie op deze eilanden. Dit alles komt neer op overdag ten anker liggen buiten bereik van de vijandelijke batterijen en 's nachts dichter onder de wal weer ten anker gaan of blijven patrouilleren. Zo nu en dan wordt een van de eilanden beschoten en vraagt om vuursteun. Dat is dan een hele afleiding voor ons. Deze patrouilles duren van 14 dagen tot 3 weken en daarna stomen we op naar onze basis in Japan voor een paar dagen "rust" en ontspanning.

"Sloep met onderzoekingsploeg steekt af, teneinde patiŽnt behorend tot ZuidKoreaanse strijdkrachten van eiland Sosuap To To af te halen.

Ontvangen bericht van de sloep dat zij beschoten wordt door Zuid-Koreaanse strijdkrachten vanaf eiland Taesuap To, bij welke beschieting telegrafist der lste klasse C. van Vliet (46068) sneuvelt en Ensign Song Sain Yung, Zuid-Koreaanse Marine, zware verwonding bekomt".


Onze sloep die werd getroffen door een noodlottig incident

Zo ongeveer stonden de gebeurtenissen van die avond beschreven in het scheepsjournaal en de volgende morgen waren de kogelgaten in de sloep en de vlag. die halfstok gehesen was, de stille getuigen van het feit, dat we het van nu af aan met ťťn man minder moesten doen.

Niets vermoedend was de sloep afgestoken, twee telegrafisten, een ziekenverpleger, een motorist en sloepsbemanning en twee officieren, w.o. onze Zuid-Koreaanse Liaison-officer, en niemand had er veel aandacht aan geschonken. Zij zouden van een der eilanden een patiŽnt ophalen en het zou misschien niet meevallen om de sloep veilig tussen de riffen en sterke stroom heen te manoeuvreren. Na verloop van tijd hoorde men op de brug schieten en zagen de uitkijken lichtspoormunitie en vlak daarna seinde de sloep, dat ze beschoten was vanaf een ander eiland. Kort daarop werd er weer geschoten. Later bleek, dat na de eerste beschieting de liaison-officer geroepen had naar de bezetting van een versterkte post op het eiland, dat we vriendschappelijk waren, maar dat na het weer aanslaan van de motorsloep opnieuw vuur geopend werd waardoor telegrafist I Van Vliet sneuvelde en onze ZuidKoreaanse officier zwaar gewond werd door een schot in de longen.

De sloep was inmiddels op het strand gedreven en de opvarenden stapten buitenboord om de sloep weet, vlot te krijgen, geholpen door enige ROK-soldaten van de post, die zojuist geschoten had. Inmiddels waren we anker op gegaan om de sloep tegemoet te varen en aan boord te nemen, we vreesden het ergste. Spoedig kwam de sloep in zicht en diep onder de indruk stapten de overlevenden weer aan boord. De nachtelijke tocht zal hen wel altijd bijblijven.

Het schip zette koers naar de eveneens voor de kust patrouillerende Engelse kruiser om verdere medische assistentie te krijgen voor de zwaar gewonde Koreaan, die voorlopig in onze ziekenboeg lag en daar alle verzorging kreeg, die mogelijk was. Het was stil aan boord de volgende dag en het was moeilijk dit allemaal te verwerken. Op een schip leeft men dicht op elkaar, kent elkaar en Kees van Vliet was met iedereen goede vrienden en iedereen mocht hem graag.

En dan plotseling is er een lege plaats aan de bakstafel en in de radiohut.

Velen beseften, nog beter dan vroeger, dat het hier ernst was en dat hen dit ook kon overkomen en er ontstond een grotere saamhorigheid dan voordien. We kregen toestemming om op te stomen naar Pusan om Van Vliet daar te begraven op het United Nations Military Cemetery bij de andere Hollanders, die in Korea sneuvelden.

0p een regenachtige ochtend liepen we de haven binnen, meerden af langs een grote kade waar meestal de troepenschepen hun troepen debarkeren. Om half tien werd het stoffelijk overschot met militaire eer van boord gedragen door het baksvolk van zijn bak.
Drie telegrafisten der le klasse en een seiner der le klasse fungeerden als slippendragers, de gehele bemanning stond aangetreden en de hoofden werden ontbloot. 's Middags vond de begrafenis plaats, waarbij bijna de gehele bemanning tegenwoordig was.

Voor de ingang van de begraafplaats werd door een vuurpeleton, gevormd uit de bemanning, een laatste saluut gegeven, waarna het stoffelijk overschot naar de groeve werd gedragen gevolgd door de Commandant, eerste officier en een deputatie van de bemanning, terwijl de overige leden van de bemanning stonden aangetreden bij het graf. De VLOP leidde een korte dienst en las voor ui Joh. 14 en Rom. 8, waarna gesproken werd door een lid van de bemanning.

De Commandant zei onder meer, dat dit voor ons een zeer zware gang was, een van de leden van de bemanning te moeten begraven op deze rustplaats ver van ons vaderland. De telegrafist der lst, klasse C. van Vliet stond zeer hoog aan geschreven bij zijn chefs en aan hem verliest de Koninklijke Marine een zee goede kracht. Hij sprak de hoop uit, de God zijn ouders en familieleden moch sterken bij dit voor hen zo zwaar verlies.
De teraarde bestelling van Cees van Vliet op het UN cemetary te Pusan

Onze dominee hield nog een korte toespraak en daarna vond de teraardebestelling plaats. Tijdens de plechtigheid op deze bijzonder mooie begraafplaats waren alle vlaggen van de Unite Nations op een vlaggenplatforrn voorgehesen en woei de Nederlandse vlag halfstok.

We bezochten na de begrafenis nog graven van de andere Nederlanders als Lt. Kol. Den Ouden en Ds. Tiemens en hierna keerden we allen terug naar boord. Om vijf uur verlieten we Pusan weer, op weg naar Sasebo. Ook deze episode was nu weer achter de rug maar dit was wel een heel bijzondere die nog lang in onze herinnering zal blijven.