Deel 6

Miya-Jima

Tenue vrij, zeilen en zwemmen, bedden met lakens, 5 maaltijden per dag," met dit voor ogen zette de verlofpartij van Her Netherlands Majesty's Ship voet aan wal op Miya-Jima, een klein bergachtig eiland in de Japanse Binnenzee tegenover Hiroshima.
Het rest-centre werd gerund door een omvangrijke Australische adjudant, die ons in onverbloemd Australisch vertelde, dat hij erg blij was, dat hij boys van de "Naievie" hier had en dat we ons maar moesten amuseren. En dat gebeurde dan ook. Nog geen half uur na aankomst liepen de Dutchies in alle mogelijke en wonderlijke tenues, van lang khaki tot complete Bebobhemden, de zaak te verkennen of lieten zich in de gezamenlijke eetzaal bedienen door de Japanse girlsans.

's Middags werd er stevig gezeild (en omgeslagen) gewandeld en inkopen gedaan in het keurige Japanse dorpje op dit eiland. De vele tempels op Miya Jima, het schijnt een soort "heilig" eiland te zijn, waarom mag Joost weten, werden zorgvuldig bezocht en sommigen woonden zelfs de Buddistische godsdienstoefeningen bij, anderen kon je aantreffen hoog in de bergen bij een beekje, in volle overgave spelend met miniatuur onderzeebootjes, misschien oorspronkelijk gekocht als souvenirs voor jongere broertjes, maar ja...

En zo vlogen dagen voorbij, eten, slapen (en ontbijt op bed, indien mijnheer dat wenste) zonnen en zeilen en iedereen genoot van de mooie natuur en vooral van de weldadige stilte overal om je heen. Kortom, het was een zeer opgewekte en uitgeruste verlofpartij, die enige dagen later weer in een motorboot stapte om over de Japanse Binnenzee teruggebracht te worden naar de "Maurits", die langs een kade te Kure, moeilijk te doen lag met repareren en victalie laden, en Japanse werkui, die overal, beleefd buigend, rondscharrelden.
                                                                                                               

Zij die achtergebleven waren, hadden zich inmiddels ook niet bepaald verveeld. Het was tropendienst geblazen en na twee uur 's middags kon het merendeel van de bemanning zijn hart ophalen aan zwemmen, voetballen of souvenirs kopen (waar ze dan meestal de hele patrouille al over gepraat hadden).

Aan de andere kant van de kade kwam H.M.S. "Ocean" ons gezelschap houden en al spoedig zagen we de drie Nederlandse luitenants ter zee vliegers weer aan boord en het moet gezegd worden, dat de Onderofficier van de Wacht wat dom keek, toen hem een vriendelijk "goede middag" gewenst werd door een officier die zo van de "Oeean" kwam aflopen. Die vliegers hadden overigens een drukke tijd achter de rug, 3 of 4 vluchten per dag en bij zonsopkomst hingen ze al in de lucht. Deze Firefly's en Seafury's van de "Ocean" waren voor ons echt geen onbekenden, wanneer we op ons patrouilleterrein waren en vliegtuigdirectie bedreven.

Zonder brandstof niet varen, we werden op ons wenken bediend

Tja, wat gebeurde er nog meer te Kure; officieren woonden een originele sukkiakki-partij bij (compleet met echte geisha's), aangeboden door de, Japanse werf, er werd hevig gebustocht naar Hiroshima, waar net als in Nagasaki van de tloombom weinig meer te bespeuren viel, en het waterpoloteam was zo sterk, dat ze geen tegenstanders kon vinden, wat naar voor haar was. Als laatste bijzonderheid valt nog te vermelden dat zo nu en dan Australische soldaten aan boord kwamen, die voortreffelijk Hollands spraken en vaak nog niet eens zo erg lang geleden uit Holland vertrokken waren. Ze werden gul onthaald.

Op een goede Maandagavond koos het fregat weer zee en de volgende ochtend hadden wij het genoegen voor de ingang van de Straat van Shimonoseki een wolkbreuk mee te maken, zoals nog niemand ooit meegemaakt had en die in Japan geweldige overstromingen veroorzaakte, waarbij het aantal slachtoffers in de duizenden liep. Een inzameling voor het Japanse Rampenfonds bracht later te Sasebo fl 433,25 op, onder het motto "voor wat, hoort wat", waarmee we alle andere schepen ver, achter ons lieten.

Maar goed, we kwamen op de Westkust van Korea en toen begon het langzaam maar overtuigend weer dicht te trekken van de mist en zo zou het voorlopig blijven ook. Eigenlijk hebben we van een zomer nog niet veel gemerkt. In Maart en April scheen wel veel de zon, maar het was toch behoorlijk fris, en na die tijd wisselden regen en mist elkaar met eentonige regelmaat af, en vandaag 27 Juli 1953, de dag waarop de wapenstilstand ondertekend werd, (maar dat is een langer, lang verhaal), schijnt voor het eerst de zon weer een hele dag en we hopen dat het zo maar blijven mag, tot Gibraltar toe.

In de overtuiging, dat het een vrij eentonige patrouille zou worden, werd een uitgebreid 0, S & 0 programma opgezet met klaverjas, dam-en schaakcompetitie, muzikale en normale hersengymnastiek, en om in de 0, S & 0 vaktaal te blijven, fraaie prijzen." Vrij onverwachts werden nog enige programmapunten hieraan toegevoegd en het succes was overweldigend, 400 granaten van 10,5 cm en bijna 1300 Boforsgranaten verschoten in twee uur tijds.

Assisteren bij gedwongen evacuatie van eiland Sunwi-Do

Kijk, dat zat zo. In het patrouillegebied waar wij als Task-Unit-Commander de baas waren, bevonden zich behalve een paar grote eilanden met Amerikanen, vliegvelden en radarstations, een aantal kleinere eilandjes, waarop de laatste dagen veel infiltraties hadden plaatsgevonden door Noord-Koreaanse strijdkrachten.

En zo ging op een nacht een bataljon van het First Partisan Infantry Regiment, o.l.v. twee Amerikaanse officieren aan land op één van deze eilanden om hetzelve te zuiveren van vreemde troepen. Wij lagen voor anker als ruggesteun en de nacht verliep zonder veel schokkende gebeurtenissen, alleen het gebruikelijke schieten van het front, het dagelijkse luchtalarm en nu en dan wat vuren van lichte wapens op het eiland.

De volgende morgen stoomden we naar de andere kant van dit eiland om verbinding te zoeken en te kijken hoever men al opgeschoten was. We slaagden erin contact te krijgen met de diverse stoottroepen via de voortreffelijke radiosets van de Amerikanen waarvan wij er ook een aantal aan boord hebben en we waren net bezig een vijandelijke mitrailleurstelling onder vuur te nemen, op aanwijzing van een der Amerikaanse officieren die er met zijn compagnie vlak voor zat, toen plotseling een ware veldslag op het eiland losbarstte en na een half uur melde de "loetenant" op het eiland,dat de situatie "very rotten en very bad" was en nog geen uur later zagen we een gedeelte van het bataljon ijlings in de prauwtjes op het strand stappen op de voeten gevolgd door de Noord-Koreanen, in lichtgroene uniformen, die prompt de prauwtjes onder vuur begonnen te nemen, en rondom de prauwtjes wemelde het van geweer- en mitrailleuraanslagen.

Toen we zeker wisten dat al "onze" mensen van het eiland af waren, spraken onze Boforsmitrailleurs en Kanons een hartig woordje mee en het schieten was daarna vrij gauw afgelopen. Inmiddels 'waren de twee officieren heelhuids bij ons aan boord gekomen, bek af en blij het leven er af gebracht te hebben, en na een kop koffie en een strootje was het leed voorlopig geleden. Via een Koreaanse tolk, die alsmaar onuitspreekbare, klanken over onze RTF.set uitstootte, wisten ze weer orde op zaken te stellen. Wij namen van een aantal prauwtjes de gewonden over, verblijf 1 en 2 werden snel in een noodziekenboeg getransformeerd, ziekenver- plegers hadden handen vol werk om alle schotwonden te verbinden, maar na enige tijd had iedereen een schoon verband, een glas limonade en strootjes en nadat onze doctor in de ziekenboeg de zwaargewonden geholpen had, kon hij een rondje maken langs deze patiënten.

Met alles wat wilde drijven werd het eiland verlaten

Het was net een echt ziekenhuis, alleen leverden de namen van de patiënten grote problemen op, maar na een uur stomen was het schip weer terug bij het grote eiland en met een LCM werd alles aan wal gebracht en was ook dit avontuur weer achter de rug. Eigenlijk was deze actie nog maar een voorproefje van wal er de volgende dag komen zou, n.l. een invasie bij daglicht op een ander eilandje dat kortgeleden van vriendschappelijk, vijandelijk geworden was.Hadden we de vorige maal de actie uitgevoerd met de 3-divisie oorlogswacht, nu kwam de gehele gevechtswacht op post, compleet met helmen, anti-flashgear, zwemvest met fluitje en lichtje, handschoenen enz.

De "Maurits" was weer het enige oorlogsschip dat aan deze actie deelnam en onze taak was het eiland "stormrijp" te maken. Met groot enthousiasme mogen we wel zeggen, heeft het schip zich van deze taak gekweten. Twee uur lang werd het eiland met alle wapens onder vuur genomen en alle bunkers en loopgraven, waar we bij konden, werden vernietigd, zelfs de vorm van dit kleine eilandje, dat niet veel meer was dan een enkele kale rots, veranderde onder de indruk" van onze 10,5 cm granaten.

We schoten op alles wat we zagen bewegen, er waren ogenblikken dat iedere stukscommandant van de Bofors- en Oerlikonmitrailleurs zijn eigen vuurleider was en een enkele opmerking als: "Overste, daar links van die bunker zie ik een mitrailleurpost, mogen we?", was voldoende om naar eigen inzicht zo'n doel voor rekening van zijn Bofors te mogen nemen.

De kanonbemanningen vernietigden de ene bunker na de andere, de granaten werden zo gezegd precies in het laatje gelegd en toen tijdens een vuurpauze een der prauwen van de "invasievloot" eens poolshoogte ging nemen, sprak de Amerikaanse officier die daar aan boord zat, z'n oprechte bewondering uit voor de accurate schutters. Even later zat hij bij ons in de longroom, na door de doctor verbonden te zijn. Het "poolshoogte" nemen had een schot door zijn rechterschouder opgeleverd, terwijl een Koreaan in datzelfde prauwtje gedood werd.

Zo gingen we, op en neer houdend voor het eiland, ruim twee uur door, totdat de prauwtjes van de invasievloot zo dicht het eiland genaderd waren, dat verder schieten gevaarlijk zou zijn voor onze eigen mensen. De lopen der kanons waren zwart geblakerd, het hele schip rook naar kruitdamp en de koks begonnen koffie met brood rond te brengen.

Voorlopig was onze taak afgelopen en het woord was nu aan de partisanen. Snel naderden de prauwtjes het strand en spoedig was de troep aan wal en daarmee was ons aandeel aan de herovering van dit eiland volkomen geslaagd. Dat de verdere verovering niet zo'n vlot verloop had, lag aan het feit, dat men de Noord-Koreaanse troepen wat onderschat had.

Ze bleken overeen uitstekende vuurdiscipline te beschikken en nauwelijks was de troep aan wal of een mitrailleurpost, die buiten ons bereik had gelegen, vuurde er lustig op los. Zelfs begon men met mortieren ons eigen schip onder vuur te nemen, maar de aanslagen vielen er gelukkig allemaal behoorlijk naast.

De partisanen zagen kans om één van de twee heuveltoppen op het eiland te veroveren, groeven zich in en wachtten verder de nacht af. Wij gingen voor het eiland ten anker, gaven zo nu en dan ondersteuningsvuur af, maar verder bleef het vrij rustig op één prauwtje na, dat plotseling dichterbij kwam en met een machinegeweer over de brug heen ging schieten, waarschijnlijk alleen maar om te laten zien dat ze vriendschappelijk waren.

We hebben het later meermalen net zo zien doen, maar er zijn, dachten we, toch ook wel minder enerverende methoden om zulks aan te geven. We hebben hier langzamerhand een hoop geleerd en een van deze dingen is dat je zo min mogelijk gebruik moet maken van lichte wapens, want ze weten heus van geen ophouden. De twee Lancaster-machinepistolen, die altijd klaar voor gebruik in een hoekje op de brug staan, zijn geenszins een overbodige luxe, maar alles met mate, en zo hebben we ook in dit geval er maar geen gebruik van gemaakt.

Om verder kort te gaan, de volgende morgen werden we bedankt voor de bewezen diensten en stoomden we, natuurlijk in de mist, terug naar onze gebruikelijke dag ankerpositie en gaven weer de gewonden en helaas een dode af aan de Zuid-Koreanen op het grote eiland.

Later hoorden we dat het eiland, vrij spoedig na ons vertrek, weer heroverd was door de Noord-Koreanen, wat ons respect voor deze lieden wel deed toenemen.

Verder verliep deze patrouille zonder al te veel moeilijkheden, onze Koreaanse mijnenvegers vroegen alsmaar om eten, maar dat doen ze altijd. Eén van deze schepen liep op het strand, maar werd vlot gekregen met behulp van een Amerikaanse sleepboot. En toen we terugstoomden naar Sasebo, na in de dichte mist de wacht te hebben overgegeven aan onze opvolgers in de trant van: "Dat en dat is er loos, verder niks bijzonders, doe je best", die zich nu eens een tijdje met de Mac-Arthurspelen konden bezig houden, was het, nog steeds dik van mist. (Inderdaad het verhaal wordt eentonig, maar dat was de mist ook).

Om dit verslag niet al te schieterig te maken en omdat de rommelwedstrijd ook een belangrijk punt van het 0, S&O programma was, nog even iets hierover. Al een week van te voren verschenen overal in liet schip mysterieuze plakkaten: "Heb jij je al opgegeven voor de Rommelwedstrijd", "Kun je nog rommelen, rommel dan mee" en tijdens de dagelijkse verzoekplaten programma's werd een ieder herhaaldelijk onder ogen gebracht dat bet "Zaterdagmorgen schoonschip was, maar Zondagmiddag rommelwedstrijd". Enfin, 24 teams van 3 man gaven zich op en het zou nu duidelijk worden wie de meest bereisde maten aan boord had. Op het verheven moment verzamelden zich de teams bij de jury en kreeg ieder team een verzegelde enveloppe, waarin zich 20 opgaven bevonden die binnen twee uur tijd zo goed mogelijk opgelost en bij de jury ingeleverd moesten worden.


Onze scheepsband heeft repetitie

Nou, een gebakken ei bij de jury brengen is niet zo moeilijk, al lagen de eieren niet voor het grijpen, maar wanneer je, het verschil moet meten tussen de staarten van Kure en Maurie, en een van deze lieverds is op straat, dan moeten er hersens aan te pas komen. Dat was ook het geval bij de vraag: Wat is het aantal klinknagels in de schoorsteen, maal het aantal patrijspoorten in het stokersverblijf, plus de lengte van de geusstok gemeten in tubes Colgate tandpasta, vooral wanneer je na een half uur in de schoorsteen gezeten te hebben tot de ontstellende ontdekking komt, dat er helemaal geen patrijspoorten in het stokersverblijf zitten.

Een andere vraag, die tot grote moeilijkheden leidde was: het product- van de stamboeknummers van de schipper en de majoor-machinist. De schipper was n.l. aan zijn Zondagmiddagdutje bezig en had de deur van zijn hut, grondig op slot, gedaan, na eerst een paar keer uit zijn slaap gerukt, te zijn. Maar tegen het einde der wedstrijd toen deze vraag steeds om een antwoord schreeuwde, bezon men zich er op hoe de schipper uit, zijn hut te lokken en ja, de Overste vond het, goed, en de Officier van de Wacht praaide door de, scheepsomroep "ankerrol op post" en toen moest hij wel en de deur was nauwelijks open of een woeste menigte drong naar binnen en sloeg vervolgens zwaar aan het vermenigvuldigen (de majoor had n.l. zijn stamboeknummer aan de buitenkant van zijn hut geprikt, maar daar moet ie machinist voor wezen).

De volgende dag reikte de commandant de "vele fraaie prijzen" uit, en zei dat deze wedstrijd bijzonder geslaagd genoemd kon worden, en daar was een ieder het behoorlijk mee eens.

Tenslotte, we lagen tien dagen in Sasebo. Het was of bloedheet, of het stroomde van de regen, en dan was het nog heet. Iedereen deed, wat hij placht te doen tijdens een stilligperiode en hierna begonnen we aan de volgende patrouille, niet vermoedend, dat er "historische ogenblikken" te beleven zouden zijn.