Deel 8

Beppu, "stad mijner dromen".

Beppu tja, Beppu………enfin Beppu was een klein Japans stadje aan de Noord-Oost kant van het eiland Kitishu en op weg naar Yokosuka bleven we daar drie dagen op de rede liggen voor ontspanning en zo. Juist omdat de "Navy" er weinig kwam, was het bijzonder gezellig; het record aantal passagiers per avond zullen we daar wel geboekt hebben.

De Amerikaanse bezetting van het, stadje bestond uit Airbornetroepen, het was juist dát bataljon, dat destijds boven Nijmegen afgesprongen was, en een aantal van deze parachutisten was nog steeds in dienst, zodat al spoedig vele contacten gelegd werden en menige paratrooper de gast aan boord vas. We kregen ook bezoek van de Japanse Burgemeester vergezeld van vier in kleurige kimono’s gehulde "girlsans" een of ander dames-comité, die onze commandant bloemen kwamen aanbieden, Het kostte hen wel enige moeite om langs de Middellandse-zee-trap aan boord te klauteren, maar ze deden dapper hun best, geholpen door de bijzonder attente officier van de wacht die onmiddellijk de helpende hand bood.

Aan de wal was een hoop te bekijken, heet-waterbronnen in alle kleuren van de regenboog, een meer dan levensgrote Boedha, die ver boven alle huizen in het stadje uilstak en van binnen uit een soort tempel bestond met verschillende verdiepingen, een apenrots en vele andere interessante zaken op velerlei gebied.

Na een coctailpartij aan boord voor de officieren van de Airborne, Division met hunne dames en de officieren van ons "vriendinnetje" van de Westkust, de LSMR 403, een rocketschip van de U.S. Navy, dat toevallig als enig ander oorlogsschip daar ook op de rede lag, verlieten we met hartroerend stoomgefluit en onder toejuichingen vanaf de wal dit plezierige stadje.

Het feit dat de Hollanders over het, algemeen vrij populair zijn in Japan komt waarschijnlijk doordat de Japanners (die allemaal een zeer goede schoolopleiding krijgen) uitstekend op de hoogte zijn van de geschiedenis van hun land en dus ook weten dat eeuwen lang de Hollanders de enige buitenlanders waren waarmee Japan zaken had. Het is dan ook opvallend dat op alle scheepjes of jonken, die als souvenirs verkocht worden, de Nederlandse vlag getekend of bevestigd is.

Na vertrek bepaalden we koers naar, Yokosuka (Jokoeska zeggen de Japanners) om daar alles voor het vertrek naar Holland in gereedheid te brengen en de lang verbeide komst van Hr. Ms. "Dubois" af te wachten.

Tokiogangers aantreden aan de valreep.

Het zoeken van een Nederlands oorlogsschip in deze enorme oorlogshaven vol met Amerikaans enn Japanse Marine-eenheden moet hepaald geleken hebben op het zoeken van de bekende naald in de bekende hooiberg. Toch lagen wij er, vlag en geus voerend piekfijn in de tjet, in de schaduw van een geweldige aircraftcarrier en het is onnodig te vermelden, dat, onze Jannen hoopjes bekijks hadden. Zoals gewoonlijk was een ieder hartelijk welkom in Officers, Chief-Petty Officers en Enlisted Men's clubs en toonden de Amerikanen zich prima gastheren.

Over gastheren gesproken; in Tokio staat een huis en in dat huis daar woont een heer, en vele heren en dames, en dat huis heet "Holland-House". Mocht U een onzer eens ontmoeten en hem vragen naar z'n ervaringen in Tokio, dan zal het Holland House en de excursies van hieruit georganiseerd het onderwerp zijn van vele enthousiaste verhalen en mocht-ie dan plotseling beginnen te likkebaarden, dan denkt hij terug aan een rijsttafel waar de experts nog niet over uitgepraat zijn.

Vier dagen achter elkaar was het 's ochtends om tien uur "Tokiogangers aantreden aan de valreep", en twee U.S. Army bussen spuiden dan een groep mensen boordevol met verhalen over alles wat ze gezien en beleefd hadden, en namen de volgende groep ietwat sceptische lieden aan boord, die eens gingen kijken of dat nou allemaal wel waar was wat de maten vertelden, om ook deze groep de volgende morgen weer even opgetogen af te leveren.

Wat er allemaal zo te beleven viel deze dag in Tokio? Van alles, een bijzonder interessante stad, zo groot als de provincie Utrecht, 4 millioen inwoners, een warenhuis met twee verdiepingen onder de grond en 14 er boven en op het dak een alround Artis met olifanten en leeuwen (nog steeds piekert iedereen over het probleem, hoe nou die olifanten op dat dak gekomen zijn). Verder een stadscenlrum (de Ginza), waarvan de lichtreclames New York's, Broadway overtreffen, een grote revue met honderden van de mooiste meisjes van Japan met scènes en ensceneringen waar de Folies-Bergère in Parijs u tegen kan zeggen, een paar maaltijden in Holland-House, waarvan de lof al tot in Korea bij ons doorgedrongen was, kortom teveel om op te noemen.

Wal zo bijzonder in de smaak viel was de huiselijke en Hollandse sfeer in dit verlofcentrum, waar Janmaat als een prins verzorgd werd, tussen de lakens sliep in keurige kamertjes en aan hot ontbijt een ongelimiteerd aantal eieren naar binnen mocht werken, gebakken, gekookt, geroerd, precies zoals de "oranda boysán" het wenste. (Ze werden bediend door altijd vrolijke Japanse dienstertjes die wat Hollands verstonden en naar Hollandse namen als Appel-san, Mascotte-san luisterden)

Dit huis dat bestemd is om de mannen van het Korea-detachement tijdens hun jaarlijkse verlof in Tokio op te vangen, werd gerund door de leger predikant Ds Willigen van Veen en de legeraalnioezenier Pater Brouwer en zij hebben onder aanvoering van de Marine-Atlaché, deze voor onze Mensen onvergetelijke dagen mogelijk gemaakt. Misschien mogen wij hen nogmaals vanaf deze plaats, wel zeer hartelijk danken voor al hun moeite en inspanning, we hebben er van genoten.

Een schrille tegenstelling met al dit feesten vormden de ervaringen opgedaan door een delegatie van de bemanning, bij een bezoek aan de Nederlandse gewonde militairen in de legerhospitalen in Tokio. Deze jongens, allemaal slachtoffers van de laatste noodlottige patrouille vlak voor de wapenstilstand, die door de Chinese communisten verrast werd, waren er ernstig aan toe geweest en hun verhalen deden onze mensen eens te meer heseffen, dat wij eigenlijk op een drijvend sanatorium geleefd hebben; al heeft dat ook zijn tegen, nu en dan. We deelden links en rechts Hollandse kaas, zware shag en speldjes met het scheepsembleem uit en beloofden de groeten te zullen doen in Holland, maar veel meer konden we niet doen en diep onder de indruk van alle ellende en menselijke wrakken die we gezien hadden keerden we 'savonds per trein naar Yokosuka terug.

Het behoeft niet verbloemd te worden, dat op de lang verwachte morgen dat Hr. Ms, "Dubois" langszij zou komen, de stemming aan boord ietwat opgewonden was. Met scheepswerkzaamheden wou het niet al te best vlotten, velen liepen niks- en gewichtig doende met pas verworven kleinbeeld-camera's op het dek te ijsberen en er stonden meerdere "Uitkijken Dubois" op 'post, om bij het in zicht komen van deze ,stoomboot uit Spanje" alarm te slaan en het ontvangstapparaat in werking te zetten.

De avond tevoren was er al radiotelefonisch contact tussen de twee Eerste Officieren, waarbij de Eerste Officier van de "Dubois" vertelde, dat zij na Hongkong vrij slecht weer gehad hadden en eruit zagen als een "roestig verkadeblikje ", wat overigens ruim overdreven was. Enfin, eindelijk was het dan zover en toen de, "Dubois" langzaam dichterbij kwam in het Nederlandse Marinegrijs, het rood-wit en blauw in de mast, toen waren er velen die volijverig een klein brokje-in-de-keel stonden weg te fotograferen. Na het formele front maken barstte een daverend gejuich los en iedereen ontdekte maten en maatsmaten.

Daarna was het hard werken geblazen en viel er veel te regelen; detailgoederen werden overgegeven, seiners liepen met seinlampen en officieren met NATO-boekwerken te sjouwen, de kerstpakketten werden aan boord genomen en onze onvolprezen "Maurie" werd aan de zorgen van de schipper van de "Dubois" toevertrouwd; zij had nog eeen termijn aangevraagd daar ze niet genoeg kon krijgen van Japan, wat we ons met wat goede wil wel konden indenken.

Toen alles gefikst was werd het tijd voor de verhalen bij een koude pot over watersnood, Holland- België, Korea en Japan, terwijl sommigen de daad bij het woord voegden en samen de wal op gingen om onder deskundige voorlichting ingewijd te worden in de schone kunst van "het stappen in Japan". Dank zij het feit, dat er op de "Dubois' een tamboer aanwezig was, hoorden we bij zonsondergang weer een Nederlandse vlaggenmars en voor de eerste en de laatste keer werden twee Nederlandse vlaggen en geuzen langzaam neergehaald op deze Amerikaanse Naval Base onder de rook van Tokio; "waar ook ter wereld en terecht!

De volgende morgen om 8 uur ontmeerden beide schepen en op de rede werd nog éénmaal front gemaakt voor elkaar en daarna scheidden de wegen zich; het ene fregat zette koers naar Niewediep met een lange reis voor de boeg, het, andere fregat ging een bezoek brengen aan Yokohama en niet lang daarna wachtte haar koude en taaie en koude patrouilles op de Westkust van Korea; sterkte mensen, doe-je-best!

Van twee eilanden en een grote plas water.

Zo begonnen we dan aan de thuisreis, een reisje waar menig burgerman een klein kapitaaltje voor over zou hebben, Hawaii, Californié, Mexico, de West, en ook bij ons waren de verwachtingen hoog gespannen al zou het, accent op deze trip toch meer op thuis dan op reis rusten.

Midway is een zanderig atol, midden in de Pacific, maar des alnietemin van grote strategische waarde en het eiland is vooral bekend om de slag die daar geleverd is in de Tweede Wereldoorlog tussen de Amerikaanse en Japanse Marine waarbij aan weerskanten vliegkampschepen een grote rol speelden.

De rust was nu teruggekeerd op het eiland, het Amerikaanse marinepersoneel woonde comfortabel met vrouw en kinderen in aardige huisjes en de "gooney-birds",(een grappig soort gans) brachten door luid schreeuwend over het hele eiland rond te waggelen, wat leven in de brouwerij. De operatie "souvenirs"werd onverminderd voortgezet, de Ships Service Store (Navy P.X.) zag zwart, of liever wit van de Jannen en 's avonds aan de bar van de officiersclub (mooier en groter dan menige nachtclub in Amsterdam) kwam een Amerikaans Officier naar mij toe die namens zijn vrouw (een verkoopster in de speelgoed-afdeling van Service Store) kwam vertellen, dat ze nog nooit zulke aardige, correcte en charmante klanten meegemaakt had als die sailors van de Dutch Navy; die lieverds! 't was waarschijnlijk ook een heel charmante verkoopster, en na een jaar alleen maar de kleine Japanse vrouwen gezien te hebben waren die, in onze ogen vreselijke lange blanke vrouwen, een ware sensatie. Verder regende het de hele dag en om 8 uur 's ochtends vertrokken we weer naar zee.

De amusementsradio begon platen van de Kilima Hawaians te draaien om wat in de sfeer te komen en " de roos van Honolulu" was de top-hit van de week.

Weer was, het alsmaar water en blauwe lucht geblazen, als we drie schepen tegengekomen zijn is het veel geweest en op de brug werden zonnen en sterren bij de vleet geschoten. Tenslotte verrezen de groene bergen van het eiland Oahu aan de kim en even later de stad Honolulu, maar van de "roos" voorlopig nog geen spoor.

We voeren langs Pearl Harbour, de enorme Amerikaanse marinebasis waar achteloos hier en daar wat aircraftearriers lagen en meerden na de loods aan boord genomen te hebben af langs een kade van de haven van Honolulu. En op die kade……………Op die kade stond de Royal Hawaian Band, compleet met Hula-meisjes, allen gekleed in de z.g. "paniekhemden" of wilt u: "Aloha-shirts", in ieder geval zeer bont gekleurde kleedjes.

Met vrolijke wijsjes en dansjes werd het afmeren opgeluisterd en het, praaien van .aftrap meerrol" had niet het minste effect.De commandant ging de hand persoonlijk bedanken voor deze plezierige en muzikale attentie van het stadsbestuur van Honolulu.

We bleven hier een dag of wat en niemand behoeft ons meer iets te vertellen over het "Hula meisje en haar dans", wij zijn experts!

Enerzijds viel Honolulu wat tegen, van de veel bezongen sprookjessfeer van Hawaii was niet veel te bekennen, op de sprookjesachtige prijzen in de inderdaad fantastisch mooie hotels aan het Waikiki-beach na, maar aan de andere kant vonden we, na bijna een jaar Far East, deze prachtige stad met alle luxe van de American Way of Life geweldig en we keken onze ogen uit in de vele warenhuizen en winkels.

Vele Jannen werden op straat aangesproken door mensen met dure auto's die hen dan de stad en omgeving lieten zien, mee naar huis namen en op den duur vonden we het bepaald vreemd wanneer Janmaat gewoon lopend aan boord terug kwam.

De dagen vlogen om en na een instuif aan boord, de avond voor het vertrek, waarbij de kade zwart stond van de vele luxe wagens, vertrokken we weer naar zee om de lange ruk naar San Ftancisco en de kou (gelukkig maar tijdelijk) voor onze rekening te nemen.

California here I come……

Het was een lange ruk, negen dagen zee, zee en nog eens zee en practisch geen schip te zien. We hadden mooi tijd om uit te rusten van alle vermoeienissen van Honolulu en om uit te rusten vóór alle vermoeienisen in San Francisco. We kortten deze negen dagen met bioscoop, bingo en bridge en ook aan deze periode. kwam weer een eind.

0p een mistige morgen stoomden we de Golden Gate op, onder de, machtige brug door die het schiereiland waarop San Francisco ligt met het Noorden verbindt (alsof wij Hollanders alleen bruggen konden bouwen!) en meerden af aan een steiger van de U.S. Navy Base op Treasure Island. Dit eilandje ligt in de grote baai, tussen San Francisco en Oakland in en een nog grotere brug, de Oakland Bay Bridge, met twee "dekken", één voor personenauto's en één voor het vrachtvervoer, verbindt via dit eiland deze twee steden.

De "skyline" van San Francisco, dat net als Hongkong tegen de rotsen opgebouwd ligt, is zeer imponerend en markant en we konden ons best voorstellen, dat men deze stad een van de mooiste steden in de U.S.A. vindt.

We hadden eerlijk gezegd, verwacht dat ons bezoek aan deze wereldstad wel min of meer onopgemerkt voorbij zou gaan, er komen zoveel schepen terug, uit Korea, en dan nog wel een fregat. Mis evenwel, zelden hebben we zoveel "publicity" gehad; bij de gebruikelijke persconferentie puilde de longroom uit van de reporters, fotografen zwierven over het, hele schip en overal flitsten de blitzlampen, valreepsgasten en de scheepshond Kure fungeerden geduldig als model en lieten zich overal lijdzaam opstellen en fotograferen, tot zelfs bij de vlag op het halfdek met een glas bier in de hand toe. Later schreven 'de kranten dat ze een toast uitbrachten op onze Koningin!

Maar dat was nog niet alles, ook voor de radio werd van ons hezoek verteld en commandant en eerste officier, navigatieofficier en schrijver van dit reisjournaal traden op in televisieintervieuws, ieder voor een ander station. Het is wel duidelijk te merken, dat de Amerikaan ons enige jaren voor is op televisiegebied, technisch liep alles gesmeerd en het ging in onze ogen zelfs vrij nonchalant te werk. Voorbereidingen waren er niet bij, je werd domweg ergens op een gezellige bank neergezet, met een tafeltje met bloemen en zo en op een goed moment schoof er een lieftallige zus naast je, de televisiecamera's (zeker 4 stuks), werden op deze idylle gericht, jongedame vertelde de luister-kijkers dat dit nu een officier van dat Nederlandse fregat was en daarna begon ze een gezellig babbeltje over het weer in Korea, de terugreis, wat ik nou het eerste zou gaan doen, wanneer we in Holland terug waren (een hele moeilijke vraag) en wanneer je maar zo nu èn dan naar de lens keek en geen ingewikkelde verhalen ophing, dan vonden ze het allemaal prachtig.

Enfin, de longroom was er 4 televisiesterren rijker op geworden en heel San Francisco wist nu dat we er waren. Dat bleek dan ook al vrij spoedig. De eerste avond was er onder auspiciën van de enthousiaste Consul-Generaal, Jhr Mr van Karnebeek, een ontvangst door de Nederlandse kolonie voor de gehele bemanning in een genoeglijk oud-hollands restaurant, de voorziening van koffie, sandwiches en bier was voortreffe]ijk en zeer regelmatig en al spoedig zat de stemming er goed in en de bekende streekliederen als "Limburg mijn vaderland" en er is maar een groot-Mokum", schalden door de zaal en over Stockholm Street.

Alle Hollanders namen leden van de bemanning mee uit of naar huis en de Nederlanders, die niet op deze avond konden zijn, haalden hun schade de volgende dagen in, door op straat links en rechts matrozen op te pikken en hun aangenaam bezig te houden. Ook de Amerikanen lieten zich niet onbetuigd en het was bijna onmogelijk om in een bar of nachtclub je spaarzame dollars uit te geven, voortdurend werd iedereen vrij gehouden. Het is zelfs meerdere malen voorgekomen, dat matroos Hobbelduif rustig ergens achter z'n koud pijpje zat, en dat toen een Amerikaan kwam binnenstuiven, vroeg: ,You're, from that Dutch frigate, aren't you", om dan, na een tiendollar biljet op tafel gelegd te hebben, "buy yourself some drinks, buddy", weer even snel aan z'n palen te trekken. Wonderlijk land dat Amerika, groot in z'n deugden als hartelijkheid, openheid en eenvoudigheid, maar ook groot in z'n ondeugden; de rol die sex en crime in het Amerikaanse leven spelen en de altijd durende jacht naar geld om nog mooiere auto's, ijskasten en televisie-sets te kunnen kopen (op afbetaling). Toch al met al voor ons als buitenlanders-opbezoek een prettige en interessante ervaring.

Vier dagen duurde dit bezoek en de dagen waren gevuld met bustochten, ontvangsten en (het verhaal wordt eentonig, waarde lezer). na de coektailpartij aan boord; waarop we zelfs Admiral of the Fleet en Mrs Nimitz als gasten aan boord mochten ontvangen, de Admiraal een bijzonder aardig en eenvoudig man, en zowaar ook een zestal officieren van de MLD, die, Neptunes aan het halen waren, kortom na dit alles vertrokken we ook hier weer, terwijl een helicoptère levensgevaarlijke capriolen boven het, schip uithaalde om, alweer foto's te kunnen maken. En verder ging het, weer om de Zuid langs de kust van Californië naar San Diego, waar nieuwe belevenissen ons te wachten stonden.