DE ONDERGANG VAN DE BISMARCK

Terwijl de Middellandse Zee langzamerhand van de vijand gezuiverd werd, duurde de strijd in den Atlantische Oceaan onafgebroken voort. De Duitse kapers, de Scharnhorst en de Gneisenau, hadden op hun rooftochten tezamen 22 Britse en geallieerde schepen tot zinken gebracht. In Mei 1941 liepen zij echter de haven van Brest binnen om daar reparaties te ondergaan. Gedurende deze tijd brachten de bommenwerpers van Coastal Command en Bomber Command zulke schade aan beide schepen toe, dat de Duitsers zich genoodzaakt zagen om hen in de Atlantische Oceaan door andere schepen te vervangen.


Een salvo van de kruiser Norfolk. Het was de Norfolk die de Bismarck in de avond
van de 23ste mei in de Deense straat signaleerde en aan de vervolging deelnam
die tenslotte tot haar ondergang leidde.

Op de avond van den 19de mei 1941, rapporteerde een verkenningsvliegtuig, dat de Bismarck en de Prinz Eugen in zee gestoken waren. Deze eerste reis van de Bismarck zou tevens de laatste zijn !
Onmiddellijk nadat dit bericht was ontvangen, kregen de twee Britse kruisers Norfolk en Suffolk bevel om zich naar de passage tussen IJsland en Groenland te begeven. Het zicht, dat zeer slecht was, werd bovendien op de avond van den 23ste mei door hevige sneeuwstormen tot een mijl beperkt. Niettegenstaande de storm slaagden de Suffolk en de Norfolk er in de Bismarck op te sporen en gedurende de nacht te schaduwen. Ondertussen hadden andere eenheden van de Royal Nay met grote spoed hun posities ingenomen om de vijand de pas of te snijden en tot de strijd te dwingen.
 


Vanaf het vliegkampschip Victorious deden Swordfish
vliegtuigen op de 25ste mei een torpedoaanval op de
Bismarck die aan stuurboord werd getroffen, waardoor
haar snelheid werd beperkt tot 20 knopen.


Gevechtsklaar!
Een ieder is op zijn post; de bemanning van een
117 mm. kanon staat klaar om te vuren.

De slagschepen Hood en de Prince of Wales waren de eerste die op de middag van de 24ste mei met de Bismarck slaags raakten: De Hood, die al dadelijk in het begin werd getroffen, vloog in de lucht. De Prince of Wales liep lichte schade op ; de Bismarck werd getroffen, waarna er brand aan boord werd waargenomen. Alle officieren en manschappen waren nu echter vast besloten om het verlies van de Hood, een der oudste slagschepen van de Engelsche Marine, te wreken.
Terwijl de Suffolk, de Norfolk en de Prince of Wales de Bismarck achtervolgden, naderden andere eenheden van de Home Fleet uit Noordelijke richting en uit de richting van Gibraltar. Ondertussen rapporteerden verkenningsvliegtuigen van de Fleet Air Arm en van Coastal Command koers en snelheid van de Bismarck aan de Britse schepen.

Op den 25ste mei werd de Bismarck getroffen door vliegtuigen van de Fleet Air Arm, die van het vliegkampschip Victorious waren opgestegen. Hoewel de snelheid van de Bismarck hierdoor verminderde, zag zij, dank zij het slechte zicht, kans om het Britse eskader van zich of te schudden. Het was echter niet voor de namiddag van den 26ste mei, dat Coastal Command- en Swordfish-vliegtuigen van het vliegkampschip Ark Royal een torpedo-aanval deden. Gedurende deze aanval werd de Bismarck door drie torpedo's getroffen waardoor de stuurinrichting onklaar raakte. Het schip draaide in een kringetje rond en scheen aan de genade van zijn tegenstanders te zijn overgeleverd. Gedurende de nacht volgde een torpedo-aanval door Britse torpedojagers en op de 27ste mei tegen 3 uur 's morgens werd het slagschip op 600 km. ten westen van Brest aangetroffen, na over een afstand van 2625 km. te zijn achtervolgd. Het schip scheen geheel stil te liggen ; zijn geschut bleef vrij nauwkeurig en regelmatig doorvuren. Kort daarop vervolgde de Bismarck echter haar weg, doch werd bij het aanbreken van de dag opnieuw door Britse torpedojagers aangevallen. De Norfolk, die de strijd sedert het begin had meegemaakt, nam ook hieraan deel. Eindelijk, op de 27ste mei om 11 uur 's morgens, werd de Bismarck door zwaardere eenheden der Britse vloot, waaronder het slagschip Rodney en de kruiser Dorsetshire, tot zinken gebracht.


Een salvo van het slagschip Rodney. De Rodney was een der zwaardere schepen
die de Bismarck de genadestoot hielpen toebrengen.

Het komt ons onbegrijpelijk voor, dat de strategie van de Duitsers een zwaar slagschip zoals de Bismarck slechts geescorteerd door een enkele kruiser, de Prinz Eugen, toeliet om in zee te steken. Bovendien bleek later dat een groot gedeelte der bemanning weinig of geen zeemanservaring had en dat hun opleiding verre bij die der Royal Navy ten achter stond. De bemanning bestond o.a. uit mijnwerkers, werklieden, kantoorbedienden, kappers, loodgieters, koks, en mecaniciens, waarvan het merendeel nauwelijks enige maanden bij de marine in dienst was geweest. Zij dachten slechts Britse vrachtschepen te zullen ontmoeten en hadden zich de reis als een soort pleiziertochtje voorgesteld. Bovendien kwam de Bismarck 2000 ton brandstof te kort daar er blijkbaar op gerekend was, dat het schip naar willekeur op volle zee door Duitse tankschepen van brandstof zou worden voorzien. Tenslotte was het dit tekort aan brandstof dat de Bismarck had doen terugkeren en dat haar ondergang had verhaast.


De Bismarck, door een torpedo van de kruiser Dorsetshire getroffen, is nu een 
vlammend wrak, op het punt onder de golven te verdwijnen.

Het is interessant om hier een vergelijking te treffen tussen de opvattingen der Duitse vlootvoogden en die der opperbevelhebbers der Royal Navy; mannen zonder ervaring ter zee, hoe groot hun enthousiasme, hun moed en hun doodsverachting ook mogen zijn, kunnen tenslotte nooit de zeelieden vervangen, die hun vak door ervaringen en beproevingen geleerd hebben. De jacht op de Bismarck, die tot haar ondergang leidde, is een schitterende hulde aan de vakkundige bekwaamheid van de Royal Navy en aan het hoge peil van de opleiding gedurende de jaren, die aan het begin van deze oorlog vooraf gingen.